(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Elektuur 357"

lÉÜÉMBM 



33e jaargang nr 7/8, juli/aug. 1993 
ISSN 0013 5895 

Elektuur is een uitgave van: 

Uitgeversmij Elektuur BV. 

Bezoekadres: Peter Treckpoelstraat 2 4, Beek (LJ 

Korrespondentie adres; Postbus 75, 6190 AB Beek 

IL) 

Telefoon: 046-389444, Telex 56617, Fax 370161 

Kantoortijden: 8 30 12.00 en 12.30-16.00 uur 

Direkteur/uitgever: M.M.J. Landman, 

Bourgognestr. 13, Beek 

Elektuur verschijnt (Je eerste van elke maand, behalve in jul* en 
augustus waarm een dubbelnummer verschijnt de heifgeleidergids 
Onder de naam tlektor wordl Elektuur ook uitgegeven m Groot - 
Brittannoé. OuiUland, Frankiijk. fertugal Spanje. Italië. Griekenland. 
Zweden. Finland. India (tngei»>. Pakistan lEngels). Israël en 
USA Canada 

internationaal hoofdredakteur* 
chef ontwerp: ing. K.S.M, Walraven 

Hoofdredakteur: PEL Kersemakers bc 

Redaktie: 

ing. P.H.M. Baggen (emdred.), ing. H.D. Lubben, 
ing. J.P.M Steeman, J.F van Rooij, 
B.M.P. Romijn bc, 

Ontwerpafdeling/laboratorium: 

mg. AA. J.N, Giesberts, ir. L.F.H. Lemmens, 

ing A.M J Rietjens, ing, L.J.M. Pijpers 

Redaktiesekretariaat: M Pardo, H.M J, Wilmes 

Dokumentatie: PJ HG Hogenboom 

Techn illustraties: L.M. Martin 

Fotografie: J MA. Peters 

Vormgeving /cover: C.H, Gulikers 

Abonnementen: Th H Dewttte 

Jaarabonnement: 

Nederland f 85,-; België Bfrs. 1750; 

buitenland f 116,- 

studie-abonnement f 68, iBfrs. 1400) 

Een abonnement kan op ieder gewenst tijdstip ingaan en 
foopt automatisch door, lerui| het 2 maanden voor de verval 
datum schriftelijk is opge/egd De snelste en goedkoopste 
manier om een nieuw abonnement op te geven is die vm de 
antwoordkaart in dit blad Reeds verschenen nummers op 
aanvraag leverbaai (huidige losse nummerprijs geldt) 

Losse nummerprijs: 

Nederland f 8,50; België Bfrs. 175 

Adreswijzigingen: 

svp. minstens 3 weken van tevoren opgeven met vermelding 
van het Oude en het nieuwe adres en abonnee nummer 

Hoofd commerciële zaken: 

drs K.H. van Noordenne 
Advertentie verkoop : 
P. Kooij, P.J.M. Kunkels 

Advertentie-orders: 

PJ.M. Kunkels 

Advertentietarieven, nationaal en internationaal, 
op aanvraag. 

Alle advertentie kontrakten worden afgesloten konform de 

Regelen voor het Ad vertent lewe/en gedeponeerd bij de recht 
banken m Nederland Een exemplaar van de Regalen voor het 
Advertentiewe*en is op aanvraag kosteloos verkrijgbaar 

Internationale advertentie-afdeling: 

Postbus 75, 6190 AB Beek IL), 
tel. 046 389444 

Grafische prod : G BS., Beek (L) 

Druk: N.D.B., Zoeterwoude 

Distributie: Betapress BV. 

Auteursrecht 

Niets uit deze uitgave mag verveelvoudigd en/of openbaar ge 

maakt worden door middel van druk, fotokopie, mikroMm of 

op welke wi|/e dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke 

toestemming van de uitgeefster 

De auteursrechtelijke bescherming van Elektuur strekt jich 

mede uit tot de illustraties met inbegrip van de pnnted cir 

cuits, evenals tot de ontwerpen daarvoor 

In verband met artikel 30 Rijksoktrooiwet mogen de in E lek 

tuur opgenomen schakelingen slechts voor partikuhere of we 

tenschappeii|ke doeleinden vervaardigd worden en niet in of 

voor een bedrijf 

Het toepassen van schakelingen geschtedt buiten de verant 

woordelijkheid van de uitgeefster 

De uitgeefster >s ntet verplicht ongevraagd ingezonden bi|dra 

gen die zij niet voor publikatie aanvaardt, terug te zenden 

Indien da uitgeefster een ingezonden bijdrage voor publikatie 

aanvaardt, is zij gerechtigd deze op haar kosten te (doeni be 

werken, de uitgeefster is tevens gerechtigd een bijdrage te 

(doen) vertalen en voor haar andere uitgaven en akbviteiten 

te gebruiken tegen de daarvoor bij de uitgeefster gebruikelijke 

vergoeding 

Uitgeversmaatschappij Elektuur BV. 1993 
Printed in the Netherlands, 






is 



l V AKTIJDSC HRIFTEN | 

lid NOTU, Nederlandse Organisatie van 
Tijdschrift Uitgevers 




juni 



1993 




LF fase meter 6-38 

Dit meetapparaat is opgebouwd rond slechts twee standaard CMOS IC's en 
een LC display als uitlezing. 

alfanumeriek PC -display ... 6 46 

Een LCD met 2 regels van 40 karakters wordt via de PC bus bestuurd. 

aktief drieweg-systeem deel 2 6-52 

De elektronica van vorige maand wordt nu toegepast in een drieweg 
basreflex-box. 

mini .,P klok 6 60 

Een uurwerkje dat voor diverse funkties zoals dokaklok of timer gebruikt 
kan worden. 

200-VA-omvormer , 6 64 

Een omvormer met een aantal aantrekkelijke kenmerken: klein, licht, een 
rendement van 90% en elektronisch beveiligd. 

atoomklok voor PCs 6 72 

Dankzij de hjdzender DCF77 weet de computer voortaan altijd de exakte 
tijd. 

applikator 6-80 

NiCd snellader ICS1700 

harmonie enhancer . 6 88 

Een effekt apparaat dat extra briljantie aan het geluid geeft. 




•i 



computers 39 



INTERLINK-kabels 



Het programma INTERLINK van MSDOS 6.0 kan twee 
PC's aan elkaar koppelen via een seriële of een 
parallelle verbinding De wijze waarop de daarvoor 
benodigde kabel bedraad moet worden, vindt u op 
deze mfokaart. 



De 3 draads seriële kabel 

Dit is de meest eenvoudige verbinding die INTERLINK 
kan gebruiken Aan beide einden van de kabel komt een 
female D konneklor 



De volledige seriële kabel 

Als u de remote copy optie witt gebruiken, heeft u 
zeven draden nodig. Deze zi|n als volg! op de temale D 
konnektoren aangesloten: 





9 polig 


25 pohg 




25 polig 


9 polig 




TxD 


pen 3 


pen 2 


pen 3 


pen 2 


RxD 


RxD 


pen 2 


pen 3 


pen 2 


pen 3 


TxD 


GND 


pen 5 


pen 7 


pen 7 


pen 5 


GND 





9 polig 


25 polig 




25 pohg 


9 polig 




RxD 


pen 2 


pen 3 


pen 2 


pen 3 


TxD 


TxD 


pen 3 


pen 2 


pen 3 


pen 2 


RxD 


DTR 


pen 4 


pen 20 


pen 6 


pen 6 


DSR 


DSR 


pen 6 


pen 6 


pen 20 


pen 4 


DTR 


RTS 


pen 7 


pen 4 


pen 5 


pen 8 


CTS 


CTS 


pen 8 


pen 5 


pen 4 


pen 7 


HTS 


GND 


pen 5 


pen 7 


pen 7 


pen 5 


GND 





Oplossing van de rebus : 

Maak de volgende slagzin af (totaal max, 20 woorden) 
Zonder Halfgeleidersgids is . . . . . 



Hmmem 



PRIJSVRAAG -KAART 

halfgeleidergids 1993 




huis en tuin 



1992 



alarmmelder , 7 150 

elektronische kerstboom 12 66 

fase zoeker , 7 156 

lichtnet omvormer 7 80 

luchtvoehtigheidssensor . . . , 7 155 

ma ster, si ave netschakelaar 9 86 

sulai: TL-starter . 7-147 

startcrlozc starter . , 4 81 

telefoongong 7 74 

telefoonlijn bezet LED 9 73 

thyristor starter voor TL 7 104 

TL dimmer 7 144 

zonnecel spanningsregelaar . 7 158 

zonnecel systeem 7 125 

zonnekollektor waterpompschakelaar 7 69 

06 telefoonfilter herzien 9 91 



infokaart 203 



computers 39 



INTERLINK-kabels 



De parallelle kabel 

De parallelle kabel wordt bij de te verbinden computers aangesloten op een printer poort. De verbindingskabel 
wijkt niet alleen af van de gebruikelijke printer kabel doordat er twee 25 polige male D-konnektoren aan zitten, 
maar ook de bedrading van de kabel is anders. De verbinding telt elf aders. 



DATAO 


pen 2 




pen 1 5 


ERROR 




DATA1 


pen 3 


pen 13 


SLCT 




DATA? 


pen 4 


pen 12 


PE 




DATA3 


pen 5 


pen 10 


ACK 




DATA4 


pen 6 


pen 1 1 


BUSY 




ERROR 


pen 15 


pen 2 


DATAO 




SLC7 


pen 13 


pen 3 


DATA1 




Pt 


pen 12 


pen 4 


DATA 2 




ACK 


pen 10 


pen 5 


DATA3 




BUSY 


pen 1 1 


pen 6 


DATA4 




GND 


pen 25 


pen 25 


GND 





ft "JUG M4't>Grt 



Cf 



^ 


£ 


► 


fes 


1 




Èx 


V 


•C - 












J // 




,V'V 1 




^ 


< 


J 



afzender : 

naam 




i 

voldoende 
frankeren 

S-V.p. 

J 






adres 


Uitgeversmij. Elektuur B.V. 
HG-prijsvraag '93 
Postbus 75 






ik ben wel/geen* 1 Elektuur-abonnee 
** doorhalen wat niet van toepassing is 


6190 AB Beek - 


Nederland 



volgende maand 
in Elektuur 



UHF/VHF tuner 

Een radio-tuner is heden ten dage niets 
bijzonders, maar een losse TV-tuner is 
een apparaat dat je maar zelden ziet. In 
het volgende nummer presenteren we u 
een VHF/UHF-tuner voor zelfbouw. Dit 
aantrekkelijke apparaat kornbineert veel 
mogelijkheden met een overzichtelijke 
bediening. De tuner kan zowel PAL, 
SECAM als NTSC verwerken, heeft 100 
presets en kan de kanalen 2 . .120 
(inkl. hyperband) ontvangen. Via een 
RC5-kompatibele afstandsbediening kan 
de tuner ook draadloos bediend worden. 
Een tweeregelig LCD geeft u duidelijke 
informatie over de instellingen van de 
tuner. De bediening geschiedt via een 
menu-sturing die naar keuze in het 
Engels of Duits is. 

ICS 1700 reflexlader 
Met de ICS1700 hebben we de 
beschikking over een digitaal 
laadsysteem dat gebruik maakt van een 
akku -vriendelijk snellaad systeem. Dit IC 
hebben we u al voorgesteld in het juni- 
nummer van Elektuur, In tegenstelling tot 
de meeste lader-IC's is de ICS1700 niet 
analoog opgezet, maar is het IC volledig 
digitaal opgezet rond een RISC 
controller. Die controller maakt het niet 
alleen mogelijk om de akku snel te 
laden, maar doet dat ook nog eens op 
een manier die weinig belastend is voor 
de akku. Met de in september 
voorgestelde schakeling en print is het 
bouwen van een lader met dit IC heel 
gemakkelijk. U kunt de lader in twee 
uitvoeringen bouwen; een "lichte" die 
een laadstroom van 1 A levert en een 
"zware" die 3 A levert. 

DX eindtrap 

Speciaal voor de DX liefhebbers is deze 
schakeling ontworpen, die een klein 
audio-eindtrapje kornbineert met een steil 
bandfilter. DX en is het luisteren naar ver 
verwijderde radiozenders. Vaak zijn de 
ontvangen signalen zo zwak en 
doorspekt met storingen dat ze 
nauwelijks te verstaan zijn. Als het 
audio-signaal nu door een vrij 
smalbandig filter wordt gestuurd, kan de 
verstaanbaarheid flink verbeterd worden. 
Het filter en het eindtrapje met luidspre- 
ker kunnen worden ingebouwd in een 
ontvanger, maar u kunt er ook een 
aparte unit van maken die naast de 
ontvanger kan worden geplaatst. 



Attentie 

In verband met de 
vakanties van de 
redaktieleden is er geen 
technisch vragenuurtje op 
de maandagmiddag van 5 
juli t/m 9 augustus. 



Pencomputer met 
PC-kracht 

De Toshiba T100X 

Toshiba heeft onlangs de T100X pencomputer 
geïntroduceerd. De fabrikant claimt dat dit de eerste 
pencomputer van een totaal nieuwe generatie is. Mede 
door de grote rekensnelheid, verwerkingskracht en de 
beschikbare aksessoires is de machine een volwaardige 
computer. Het apparaat is bij uitstek geschikt voor 
gebruikers die in staat willen zijn om overal snel gegevens 
vast te leggen en daarnaast ook op hun werkplek de 
beschikking willen hebben over een volwaardige PC 



De 39 mm dikke en 1,5 kg we- 
gende T100X van Toshiba is 
door zijn kompaktc op/et (270 
x 210 mm) zelfs kleiner dan 
een velletje A4. Toch heeft het 
systeem de beschikking over 
een LC-beeldscherm van 9,5" 
en een 1,8*' harde schijf met 
een kapaeiteil van naar keuze 
40 of 80 Mbyte. De ingebouwde 
processor, een 80386SXLV die 
werkt met een klok f rek went ie 
van 25 MHz, maakt het sys- 
teem behoorlijk snel. Het inter- 
ne R AM -geheugen is standaard 
4 Mbyte groot en kan uitge- 
breid worden tot maximaal 
20 Mbyte. Net als alle andere 
notebook -systemen van Toshi- 
ba, is ook deze machine voor- 
zien van twee PCMCIA-kom- 
patibele uitbreidingsslots. In 
deze sleuven passen uitbrei- 
dingskaarten met de afmeting 
van een creditcard. Daarnaast is 
koppeling met randapparatuur 
mogelijk via een seriële en een 
parallelle poort en is er een aan- 
sluiting voor een PS/2-kompa- 
tibel toetsenbord. Een exter- 
ne 3,5" floppy diskdrive met 
een opslagkapaeiteit van 
1,44 Mbyte wordt standaard 
met de machine meegeleverd. 



Het beeldscherm 

Een van de grote verbeteringen 
ten opzichte van de eerste gene- 
ratie pencomputers is het een- 
voudig afleesbare beeldscherm 
met zestien grijsnivo's. De lees- 
baarheid van dit beeldscherm is 
aanzienlijk verhoogd door de 
toepassing van een verlichting 
aan de zijkant van het display 
(edge lighting). Kontrast en hel- 
derheid van hei scherm kunnen 
worden aangepast met behulp 
van de elektronische pen en de 
hot spot controls in de scher- 
momlijsting. De zogenaamde 
transreflektieve technologie 
(licht valt door het LCD en 
wordt via een achter het display 
opgestelde spiegel weer terugge- 
zonden) maakt het mogelijk 
om bij daglicht of helder kunst- 
licht de achtergrondverlichting 
uit te schakelen. 
De digitiser vormt een integraal 

elektuur 7/8-93 



onderdeel van het beeldscherm 
en reageert op signalen van de 
pen; deze verschijnen vervol- 
gens als een soort elektronische 
inkt op het scherm. Bij deze 
computer is de resolutie van de 
digitiser 254 punten per inch. 
Per sekonde kunnen 200 punten 
gedigitaliseerd worden. 

Zuinig met energie 
Bij pencomputers staat vooral 
het gebruikersgemak voorop, 
bij het ontwerpen van de pen 
die bij deze computer hoort is 
aan dit aspekt dan ook veel 
aandacht geschonken. De pen is 
dun en licht van gewicht en be- 
schikt over de nodige intelligen- 
tie. Door de energievoorziening 
op basis van vier batterijen en 
de ingebouwde zender is er geen 
kabel tussen pen en PC nodig. 




Wanneer de pen gedurende één 
minuut niet meer wordt ge- 
bruikt, schakelt hij zichzelf uil. 
De computer zelf is zoals iedere 
andere notebook-computer 
voorzien van de nodige energie- 
besparende voorzieningen. Per 
akkulading werkt de machine 
10*11 2,5 uur. Omdat twee ak- 
ku's worden meegeleverd is er 
dus voldoende kapaciteit voor 5 
uur werken aanwezig. 



PenPoint èn Windows 

De machine werkt niet alleen 
onder PenPoint van Go Corp, 
ook met Windows voor Pen 
Co m put ing van Microsoft weet 
de machine wel raad. Dus zelfs 
in een omgeving waar alleen 



Microsofts Windows gebruikt 
wordt, is de machine probleem- 
loos in te zetten. Het bestu- 
ringssysteem van Go Corp is 
speciaal ontwikkeld voor pen- 
technologie en is zeer geschikt 
voor gebruikers die deze uitge- 
breide en zich snel ontwikkelen- 
de technologie willen gebrui- 
ken. De uitgebreide speciale 
pen- features worden door veel 
software-ontwerpers als zeer 
waardevol ervaren. Er wordt op 
dit moment door veel soft ware- 
ontwik keiaars gewerkt aan een 
vertikale toepassing voor omge- 
vingen waar beide besturings- 
systemen worden toegepast. 
Om de machine ook voor nor- 
maal buro-gebruik optimaal in- 
zetbaar te maken, is een losse 
standaard en een toetsenbord 
op notebook-formaat als akses- 



EUKS8»/ 



soire leverbaar. Een extra bevei- 
liging tegen diefstal kan worden 
verkregen met behulp van de 
Kensington Security Cable. 
Van de T100X is de Engelstalige 
versie op dit moment al lever 
baar, de Nederlandse versie 
volgt later dit jaar. Iedereen die 
een kleine tienduizend gulden te 
besteden heeft kan dus op dit 
moment al de beschikking heb- 
ben over dit stukje mooie tech- 
niek. 

(EA-1254) 

ItiL; Toshiba hifornwtkm Sys- 
tems Benelux h.w, Capette a/d 
UsseL tel. 010-4479340. 



Optische digitale 
videorecorder 

Doorbraak in videoregistratie 

De in Korea gevestigde fabrikant van 
(consumentenelektronica, Samsung, maakte onlangs 
bekend een digitale videorecorder ontwikkeld te hebben 
die gebruik maakt van optische media. Dat betekent echt 
een primeur van formaat. Het is de bedoeling dat het 
systeem in 1995 op de markt wordt geïntroduceerd. 



De videorecorder van de nabije 
toekomst kent, als het aan Sam- 
sung ligt, niet langer tape als 
opslagmedium van beeld en ge- 
luid maar een schijfje zo groot 
als een CD. Door het gebruik 
van een aantal grensverleggende 
technieken heeft men in Scoul 
de eerste Digitale Video Disc 
Recorder (D-VDR) kunnen de- 
monstreren. 

In het streven een konsumen- 
tenrecorder te ontwikkelen die 
in staat is volgens het bestaande 
principe van de magneio- 
optische registratie (net als bij 
de Mini Disc van Sony) twee uur 
video vast te leggen op een 
schijf ter grootte van een CD, 
moesten een aantal technische 
obstakels uit de weg geruimd 
worden. Het videosignaal bevat 
immers zoveel informatie dat 
één kant van een 30-cm-schijf 
(Laserdisc) maar net groot ge- 
noeg is om één uur video onder 
te brengen. 

Data-reduktic met MPEG 

Om de omvang van het signaal 
terug te brengen, is het nodig 
dat er eerst een vertaalslag 
plaatsvindt van analoog naar 
digitaal. De huidige beeldplaat 
kombineert analoog beeld met 
digitaal geluid, maar de video- 



recorder van de toekomst zorgt 
voor de digitale registratie van 
zowel audio als video. Een ge- 
konverteerd videosignaal levert 
een data-stroom op van onge- 
veer 200 Megahit per sekonde. 
Als deze signalen op de konven - 
tionele manier op een CD wor- 
den opgeslagen, resulteert dit in 
een maximale speelduur van 
slechts 17 sekonden. 
Op een digitaal signaal kan men 
echter berekeningen loslaten. 
Een snelle computer kan nare 
kenen welke bits onontbeerlijk 
zijn voor het behoud van de 
beeldkwaliteit en welke "enen" 
en ''nullen** weggegooid kun- 
nen worden zonder dat dit 
zichtbare vermindering van de 
beeldkwaliteit oplevert. Mede 
op basis van de resultaten van 
intensief internationaal overleg, 
heeft Samsung een bitreduktie 
ontwikkeld mei een verhouding 
van 30:1. Van de 30 bits waaruit 
het gedigitaliseerde videosig- 
naal is opgebouwd, worden er 
dus 29 weggegooid. Op de/e 
manier is het mogelijk 7 minu- 
ten video van S-VHS-kwaliteit 
onder te brengen op een schijf 
die qua afmeting overeenkomt 
met de huidige CD. 
Overigens is de door Samsung 
toegepaste bitreduktie binnen 
de International Standardi/ati- 



29 




De Mag net o Optische Disc (MOD/ waarop Samsung op dit mo- 
ment met zijn D-VDR al twee uur digitale video met S-VHS- 
kwaliteit kan opstaan. 



on Organization (ISO) onder- 
werp van diskussie. Met name 
de Moving Picture Expert 
Group (MPEG) heeft zich op 
de standaardisatie van een der* 
gelijke bitreduktie toegelegd. 
Het resultaat van dit overleg is 
de M PEG-I I -standaard die een 
reduktie met een faktor 30:1 
mogelijk maakt. 
Ondanks de spektakulaire ver- 
lenging van de speelduur is en 
blijft /even minuten video na- 
tuurlijk onvoldoende. Daarom 
introduceert men met D-VDR 
(Digital Video Disc Reeording) 
naast bitreduktie eveneens de 
groene laser. In bestaande CD- 
spelers wordt een infrarood la- 
ser toegepast, die licht op- 
wekt met een golflengte van 
780 nanometer (780 nm = 
0,000780 mm). Door deze golf- 
lengte omlaag te brengen en te 
kiezen voor bijvoorbeeld groen 
licht met een golflengte van 
532 nm, wordt de "spotdiame- 
ter" van de laser zoveel kleiner 
dat de opnamedichtheid met 
een faktor drie toeneemt. Op 
het zelfde plaatoppervlak pas- 
sen dan dus drie keer zoveel 
bits. Door daarnaast een aantal 
specialistische registratietech- 
nieken toe te passen, zoals de 
"Mark Edge Detection Mc- 
thod", waarbij alleen de randen 
van de met de bits overeen- 
komstige vlekjes op het plaat- 
oppervlak worden gelezen, is 
een verdere verhoging van de 
dichtheid mogelijk met maxi- 
maal een faktor 10. 
Het is deze kombinatie van 
"high density" registratietech- 
nieken en de bitreduktie die de 
basis legt voor een digitale vide- 
orecorder, waarbij één uur vi- 
deo van S-VHS-kwaliteit samen 
met het geluid van CD-kwaliteit 
wordt ondergebracht op één zij- 
de van een Magneto Optische 
Disc (MOD) met een diameter 
van 13 cm. 

De groene laser 

Een extra probleem waarmee de 

ontwikkelaars bij Samsung ge- 



kon f ronteerd werden was het 
ontbreken van een groene laser. 
Tot op heden is het namelijk 
nog niemand gelukt een uitslui- 
tend groene laser te ontwikke- 
len met voldoende groot vermo- 
gen (ca. 20 mW). Samsung 
heeft het probleem opgelost 
door gebruik te maken van een 
krachtige infrarood laser 
(809 nm) met een vermogen van 
500 mW. Het licht van deze la- 
ser passeert een zogeheten 
"Second Harmonie Genera- 
tor" (SHG), een materiaal dat 
alleen die komponent in het 



licht doorlaat waarvan de golf- 
lengte 532 nm bedraagt. Feite- 
lijk is dit een extra filter dat al- 
leen de groene komponent die 
als vervuiling in het infrarood 
licht zit doorlaat. Het rende- 
ment van de aldus verkregen 
omzetting bedraagt circa 5^0. 
Er resulteert dus een effektief 
laser vermogen van 25 mW. Uit- 
eindelijk is men er in geslaagd 
deze SHG met een lengte van 
slechts 19 mm onder te brengen 
in een verlengstuk van de laser. 
Hierdoor hoeft het produceren 
van grote series geen enkel pro- 
bleem te zijn. 

Kn nu verder 

In het prototype van de Sam- 
sung D-VDR worden schijfjes 
gebruikt die zijn ondergebracht 
in een kunststof behuizing en 
waarop registratie mogelijk is 
aan beide zijden. Hiermee komt 
de totale speelduur per schijf 
voorlopig uit op twee uur. Dit is 
natuurlijk aanzienlijk korter 
dan de maximale speeltijd die 
een VHS-band beschikbaar 
heeft (4 of 8 uur) maar ruim 
voldoende voor het normale ge- 
bruik. De voordelen van dit 
nieuwe systeem zijn overduide- 
lijk: zijn er meerdere opnamen 
op een schijf aangebracht, dan 
verschijnt hel begin van iedere 
opname binnen een sekonde op 




Het prototype van D-VDR is nog wat omvangrijk. Eind 1995 
moet hij gereduceerd zijn tot een apparaat met normale afme- 
tingen. 



AHttJWHÖk' 



het scherm. Het tijdrovende 
spoelen van de videoband hoon 
daarmee definitief tot het verle- 
den. Daarnaast is de duurzaam- 
heid van de schijfjes, die overi- 
gens veel kompakter zijn dan 
een VHS-vjdeocasseiie, veel 
groter. Hierdoor wordt ook op 
de lange duur een uit stekende 
beeldkwaliteit gegarandeerd. 
Binnen Samsung is drie jaar 
met meer dan 60 ontwikkelaars 
aan de D-VDR gewerkt. Tot op 
heden is er dan ook al een slor 
dige 45 miljoen gulden in het 
projekt gestopt. Introduktie 
van deze videorecorder slaat ge- 
pland voor 1995. Intussen wil 
men aktief deelnemen aan 
standaardisatie-besprekingen 
zodat er ten tijde van de intro- 
duktie sprake is van een stan- 
daard voor de D-VDR. 

il \ 1253) 

InL: Samsung, Rotterdam, tel, 
010-4246555. 



Fuzzy controllers 

Siemens heeft voor zijn proces- 
automatiseringssysteem Tele- 
perm M een aantal fuzzy con- 
trollers ontworpen. Met name 
wanneer een proces wiskundig 
moeilijk te beschrijven is of in 
het geval van een extreem niet- 
lineair proces kan fuzzy logic 
zijn dienst bewijzen. 
Voor de Teleperm M-svstemen 
(AS 230 en AS 235) van Sie- 
mens zijn verschillende fuzzy- 
bouwstenen ontworpen. Hier- 
mee kunnen vage begrippen als 
* klein', 'koud', etc worden ge- 
definieerd in zogenaamde lid- 
maaischapsfunkiies. De kennis 
over het proces kan worden be- 
schreven in vage logische funk- 
ties (als-dan-regels). De fuzzy- 
regelaar kan dus fuzzy output - 
waarden berekenen uit duide- 
lijk gedefinieerde input -waar- 
den. De bediening van de fuzzy- 
fun kt iebouw stenen vindt cen- 
traal plaats door middel van het 
OS 250 of het OS 265-3 visuali- 
sering ssy teem. 

Voor hel ontwerpen van fuzzy - 
regelaars is de software! ooi SI- 
FLOC TM beschikbaar. Bij veel 
toepassingen worden fu/z> - 
regelaars naast of ter vervan- 
ging van (conventionele P-, Pl- 
of PlD-regelaars ingezet. Opti- 
malisering van de fuzzy-rege- 
laar vindt plaat door te observe- 
ren hoe het out put -signaal ver- 
andert ten gevolge van het aan- 
passen \an de lidmaat schaps- 
funktie en/of de fuzzy-regel- 
basis. 

(EA-1246) 



elektuur 7/8-93 



31 



rPiMa 



Het Europese distributie- 
centrum van Atari Com- 
puter is sinds kort in Via 
nen gevestigd. Vanuit dit 
distributiecentrum wordt 
de gehefe Atari produkt- 
lijn over heel Europa ge- 
distribueerd. Dankzij de 
EG BTW'93-wetgeving en 
het wegvallen van de Eu- 
ropese binnengrenzen is 
het opzetten van een 
pan-Europese distributie 
mogelijk geworden. Alle 
lokale Atari-vestigingen 
blijven verantwoordelijk 
voor de lokale verkoopak- 
tiviteiten en ondersteu- 
ning. De internationale 
aanpak moet leiden tot 
een beter voorraadbeheer 
en kortere levertijden. 

REIN Elektronik, ge- 
vestigd in Eindhoven, 
heeft een samenwer- 
kings- c.q. distributieove- 
reenkomst gesloten met 
Toshiba en Echelon voor 
"LON R -aktiviteiten". De 
bedoeling is de LON R - 
technologie ook in Neder 
land een stevig veranker 
de marktpositie te geven. 
LONWorks staat voor Lo- 
cal Operating Network, 
de nieuwe technologie 
voor gedecentraliseerde 
automatiseringskoncepten 
via elk gewenst medium 
voor datatransport. Door 
het systeem worden alle 
7 lagen van het OSI-refe- 
rentiemodel ondersteund. 




Philips Nederland zal bin- 
nenkort het publiek in ei- 
gen omgeving kennis la- 
ten maken met CD-L Va- 
naf begin juni rijdt een 
vrachtauto met oplegger 
langs publieksevenemen- 
ten waar, in samenwer- 
king met de plaatselijke 
handel, een presentatie 
van het nieuwe medium 
wordt gegeven. Volgens 
plan zal de CD i Road 
show drie jaar lang door 
Nederland en België rond- 
trekken en vrijwel iedere 
plaats aandoen. 



QuickTime for 
Windows 



Vernieuwd en verbeterd 

Apple Computer Ine kondigde onlangs een vernieuwde 
en verbeterde Windows-versie van de cross-platform 
multi-media architektuur aan: QuickTime for Windows. 
De software, een extensie voor Windows 3.1, voorziet in 
een integratie van gekomprimeerde video-, grafische en 
geluidsinformatie in cross-platform-bestanden. QuickTime 
for Windows 1.1 is eenvoudig te komhineren met beslaan- 
de Windows-applikaties en biedt open 
uitbreidingsmogelijkheden voor sof tware-ont wikkelaars. 



Meer dan één miljoen kopieën 
van QuickTime for Windows 
zijn wereldwijd in gebruik bij 
met name producenten van 
multimedia-titels en digitale 
video-clips. QuickTime is zo 
populair omdat het een cross- 
platform bestandsformaat 
kombineert mei een relatief 
hoogwaardige beeldkwaliteit. 
Dankzij het Movie-bestands- 
formaat maakt QuickTime de 
produktie van multimedia- 
produkten voor zowel Macin- 
tosh als Windows eenvoudiger 
en goedkoper. Producenten 
kunnen nu één CD-ROM pro- 
duceren met daarop Movie- 
bestanden die zowel binnen de 
Macintosh als de Windows- 
omgeving toepasbaar zijn. 
Het nieuwe QuickTime for 
Windows IJ ondersteunt Ap- 
ple Compact Video, de geavan- 
ceerde software-kompressie 
technologie die voor het eerst 
werd toegepast in QuickTime 
1.5 voor de Macintosh-syste- 
men. 

Integratie van QuickTime in be- 
staande Windows-applikaties is 
eenvoudiger gemaakt door de 
ondersteuning van Windows 3.1 
(Media Control Interface) en 
OLE (Object Linking & Em- 
bedding) 1.0. Ontwikkelaars 
kunnen met behulp van deze 
nieuwe versie verschillende 
nieuwe voorzieningen, waar- 
onder de dekompressie» aan 
hun produkten toevoegen. Net 
als bij versie 1,0 het geval was, 
beschikt QuickTime 1.1 for 
Windows over hetzelfde Movie- 
bestands formaat, dezelfde ge- 
bruikers-interface, image-de- 
kompressie en programmeer- 
interface als de Macintosh- 
versie. Dankzij het feit dat de 
nieuwe versie de geavanceerde 
Apple Compact Video codec 
(kompressor/dekompressor) be- 
vat, kan het beeld naar keuze 
twee keer zo snel worden afge- 
draaid (tot 30 frames per sekon- 
de) of vier keer worden uitver- 
groot (maximaal 320 x 240 
beeldpunten) - en dal allemaal 



op basis van een dekompressie 
in software. 

Uiteraard biedt de nieuwe soft- 
ware ook de mogelijkheid om 
gebruik te maken van video- 
versnellers. Een voorwaarde 
daarbij is wel dat beeldscherm- 
drivers worden gebruikt die 
QuickTime ondersteunen. 

Integratie 

Zoals al eerder opgemerkt is, 
kunnen door de ondersteuning 
van MCI en OLE 1.1 QuickTi- 
me Movies in bestaande 
Windows-applikaties worden 
geïntegreerd. De nieuwe onder- 
steuning van MCI integreert 
QuickTime for Windows in 
authoring- en presentatie-appli- 
katies voor exakte besturing van 
playback. Met OLE-ondersteu- 
ning kunnen de Movies eenvou- 
dig geïntegreerd worden in za- 
kelijke applikaties die gebruik 
maken van OLE. Dit geeft de 
mogelijkheid om video-beelden 
in te zetten voor grotere zeg- 
gingskracht, dank/ij de integra- 
tie van animaties en geluid in 
dokumenten, spreadsheets en 
presentaties. Ook Visual Basic 



"EKIJig»/ 



2.0 van Microsoft wordt on- 
dersteund voor het maken van 
specifieke Windows-multime- 
dia-applikaties met gebruikma- 
king van QuickTime. 

Hulp voor ontwikkelaars 

Uiteraard zijn alle produkten 
voor verbetering vatbaar, van- 
daar dat ook in QuickTime 
ruimte is gelaten voor aanvul- 
lingen door derden. Een van de 
mogelijkheden is het toevoegen 
van eigen kompressie-technolo- 
gieên. Zo biedt Intel momenteel 
een insteekkaart met haar In- 
deo video-dekompressor. Bij 
deze dekompressor-kaart wordt 
een driver geleverd voor Quick- 
Time voor Windows KL Ook 
met andere audio- en video- 
kaarten kunnen de gebruikers 
de kwaliteit van de beelden ver- 
der verbeteren. 

Digital-video in QuickTime- 
movies is geoptimaliseerd voor 
playback op beeldschermen die 
in staat zijn 256 kleuren (8 bit) 
tol maximaal 16 miljoen kleu- 
ren (24 bit) te ondersteunen. 

De eisen aan de hardware 

Omdat QuickTime een applika- 
tie is die de nodige rekenkracht 
vergt, zal het duidelijk zijn dat 
een ouderwetse PC niet direkt 
geschikt is voor het klaren van 
dit klusje. Apple gaat uit van 
een computer met minimaal een 
20 MHz 386SX-processor, 

4 Mbyte aan RAM, een harde 
schijf met een kapaciteit van 
80 Mbyte en een grafische kaart 
met VGA-resolulie en minimaal 
256 kleuren. Voor de ondersteu- 
ning van geluid is de installatie 
van een Windows-kompatibele 
geluidkaart nodig. Als bestu- 
ringssysteem voldoet MS DOS 




De Indeo Smart Video Recorder van Intel kan perfekt binnen 
de QuickTime ontwikkelomgeving dienst doen. Hij zet analoge 
video-signalen om in bestanden die door de software weer gede- 
kodeerd kunnen worden tot bewegende beelden. 



elektuur 7/8 93 



33 



slïMfc 



Tektronix kreeg onlangs 
een belangrijke order van 
de British Broadcasting 
Corporation (BBC) in Lon 
den. Het kontrakt, af- 
gesloten met de Televisi- 
on Products Divisie van 
Tektronix en de dochte- 
ronderneming The Grass 
Valley Group, voorziet in 
de levering van video- 
meetapparatuur en 
routing systemen voor 
een betere bewaking van 
het zenderpark. Het 
systeem vormt een totaa 
loplossing voor het bewa- 
ken van zo'n 20 videosig- 
nalen op elk van de 52 
belangrijkste BBC-zender- 
lokattes in Groot Brittan- 
nië, 

Philips Nederland heeft 
een speciale telefoonlijn 
ingesteld om slagvaardig 
te kunnen reageren op 
vragen en wensen van de 
konsument. Deze konsu 
mentenlijn is te bereiken 
op telefoonnummer 06 
8406 en fungeert als 
klankbord en vraagbaak 
voor klanten met vragen 
en klachten over produk- 
ten. Philips neemt de 
helft van de gespreks- 
kosten voor zijn rekening. 
Het tarief voor de beller 
bedraagt daardoor slechts 
20 cent per minuut. 

Onder de naam "Chip in" 
is een opleidings- en 
scholingsprogramma van 
het Ministerie van Econo- 
mische zaken van start te 
gegaan. Het is de bedoe 
ling dat dit programma 
het gebruik van mikro- 
elektronica in het 
midden en kleinbedrijf 
gaat stimuleren. Onder- 
deel van dit programma 
is onderandere de stimu- 
leringsaktie die wordt uit- 
gevoerd door het Cen 
trum voor Micro- 
Elektronica <CME). Bedrij- 
ven die binnen de termen 
van de aktie vallen krij 
gen 50% van de kursus- 
kosten vergoed. 



Uitgeversmij Elektuur BV maakt bekend dat 
i\\ op 2 maa't 1993 haa' abonnementen 
admimstratie te* registratie aangemeld heeft 
bij de Registratiekamer te Rijswijk Het aan- 
meldingsformulier ligt ter inzage bij 
Uiigeversmij fciekiuur &V, Bourgognestraat 13 
te Beek ILI. tevens adres en woonplaats van 
de houder 



5,0 samen met Windows 3.1. 
Tenslotte is een CDROM-drive 
nodig, omdat een belangrijk 
deel van de software op 
CDROM wordt geleverd. Sa- 
men met het programma wor- 
den een aantal CD's geleverd 
waarop bestanden en movies 
staan die gebruikt kunnen wor- 
den op de verschillende plat- 



forms waarop QuickTime be- 
schikbaar is. 

Programmeurs kunnen mo- 
menteel al beschikken over de 
nieuw software, de eindgebrui- 
ker op korte termijn. 

tl VI252) 

Int. Apple Computer Neder- 
land b.w, Zeist, tel. 03404-8691 L 




Indeo Smart 
Video Recorder 

Nu 320 x 240 
beeldpunten 

Intel* de grootste 
chipfabrikant Ier wereld, heeft 
aangekondigd dal een 320 x 
240 pixel capture is 
toegevoegd aan de Indeo 
videolechnologie. Hiermee 
wordt de resolutie van digitale 
videobeelden verdub held en de 
grootte van het video ven ster 
op het beeldscherm 
verviervoudigd. 

Indeo video maakt cen sehaal- 
baar, soft ware-matig afspelen 
van video mogelijk op personal 
computers met 386-, 486- of 
Pentium- processoren. Video- 
bestanden mei de nieuwe reso- 
lutie van 320 x 240 beeldpun- 
ten kunnen worden gemaakt 
met de nieuwe, zojuist geïntro- 
duceerde, Intel Smart Video Re- 
corder uitbreidingskaart. 
Andere verbeteringen die Intel 
over de software de kom pres- 
sie komprcssie-algoritmen weet 
te melden zijn onder andere een 
verbeterde kon sist ent ie bij het 
afspelen met een resolutie van 
160 x 120 beeldpunten en een 
beeldfrekwentie van 15 beelden 
per sekonde via computers met 
een 3 86DX- processor. Verder le- 



vert de vernieuwde software 
scherpere beelden bij het afspe- 
len, hetgeen resulteert in een 
hogere beeldkwaliteit bij alle 
toepassingen. 

Indeo Video maakt onderdeel 
uit van Microsoft s Video for 
Windows, QuickTime tor Win- 
dows en de binnenkort te ver- 
wachten Multimedia Presen- 
tation Manager van IBM. Ook 
Software Publishing Corpor- 



ation heeft Indeo video in licen- 
tie genomen; verwacht wordt 
dat de komende tijd nog meer 
ondernemingen een licentie /ui- 
len nemen. Een goede samen- 
werking tussen Intel en de 
soft ware-ontwik keiaars zorgt er 
voor dat de lndeo-technologie 
eenvoudig in applikaties kan 
worden geïntegreerd. 
Intel stelt de verbeteringen van 
Indeo gratis beschikbaar via 
zijn bulletin board in de Ver- 
enigde Staten. Het telefoon- 
nummer hiervan is: + + 1-916- 
356-3600. Ook Microsoft zal de 
verbeteringen via zijn bulletin 
boards verspreiden. 

(EA-1248) 







De Intel Smart Video Reeorder samen met een aan f ai applika- 
ties die de bestanden kunnen verwerken. Dankzij de vernieuw in 
gen in de hard- en software wordt de beeldkwaliteit wederom 
een stukje beter. 



Praktijkboek 
PSION Series 3 

Bij Kluwer Technische Boeken 
uit Devenler is onlangs het 
"Praktijkboek PSION Series 
3" (ISBN 90 201 2819 1) ver- 
schenen, dat geschreven is door 
Roel f SI u man. Het boek bevat 
een flinke hoeveelheid informa- 
tie die de gebruikers van deze 
palmtop-computer goed van 
pas zal komen. 

De uitvinder van de handheld- 
computer, de Britse onderne- 
ming PSION, levert met zijn 
Series 3 een computer in vest- 
zakformaat met de mogelijkhe- 
den van een desktop-systeem. 
Zo heeft de PSION Series 3 
standaard de beschikking over 
een verzameling krachtige pro- 
gramma's die in het ROM- 
geheugen zijn opgeslagen. Een 
van die programma's is een 



krachtige tekstverwerker, die 
qua bestandsformaat kom pat i- 
bel is met Microsoft Word. 
Daarnaast heeft de computer 
de beschikking over een uitge- 
breide kaartenbak, cen over- 
zichtelijke agenda en een snelle 




kalkulator. Ook is er een niet 
onaanzienlijke bibliotheek met 
software, waaronder een 
schaakprogramma en een vier- 
tal ig woordenboek beschikbaar. 
Het Praktijkboek PSION V 
ries 3 gaat uitvoerig in op alle 
mogelijkheden van de in de 
palmtop-computer geïntegreer- 
de software. Ook de mogelijk- 
heid om met behulp van de in- 
gebouwde programmeertaal 
zelf programma's te schrijven 
komt in dit bock uitvoerig aan 
de orde. Gebruikers van de En- 
gelse versie van deze computer 
krijgen met behulp van dit boek 
de beschikking over een uitge- 
breide Nederlandstalige hand- 
leiding. Bezitters van de Neder- 
landse versie van de PSION Se- 
ries 3 krijgen met dit boek een 
aanvulling op de dokumentatie 
die met de vcstzakeomputer is 
meegeleverd. 

(EA-1251) 



elektuur 7/8 93 



35 



PSPICE 
Design Center 

Een elektronica-ontwikkelomgeving 



Hoewel in een aantal gevallen de ontwikkeling van 
elektronica nog geheel op de ouderwetse wijze met pen, 
papier en soldeerbout kan plaatsvinden, zijn de meeste 
industriële ontwikkelingen zo komplex dat hiervoor de 
hulp van de computer nodig is. Een populaire 
ontwikkelomgeving is het PSPICE Design Center. In dit 
artikel gaan we nader in op de voordelen die het gebruik 
van /on hulpmiddel met zich meebrengt. 



De eerste geautomatiseerde on- 
dersteuning is begonnen met 
het tekenen van een elektronica- 
schema met behulp van de com- 
puter, Het grote voordeel van 
deze aanpak is dat er een per- 
fekte dokumentatie beschik- 
baar komt en dat meerdere 
mensen aan één projekt kunnen 
werken. De volgende stap in de 
automatisering is het simuleren 
van de schakeling in plaats van 
het opbouwen op een bread- 
board. Dat simuleren is in een 
aantal gevallen onvermijdelijk, 
omdat het opbouwen op een 
breadboard door de gebruikte 
frekwenties of de komplexiteit 
niet mogelijk is. Daarnaast is 
simulatie in veelal sneller en 
goedkoper. Bij de uiteindelijke 
realisatie» bijvoorbeeld als er 
een print ontworpen moet wor- 
den, neemt de computer veel 
eentonig werk uit handen. 

De volgorde 

In veel bedrijven wordt momen- 
teel het hele ontwik keiproces 
gestuurd en ondersteund door 
ontwerp- soft ware. In fi- 
guur 1 is een voorbeeld van 
zo'n ontwerpproces in de vorm 
van een stroomdiagram gege- 
ven. Hoewel het stroomdiagram 
gebaseerd is op het ontwikkelen 
van analoge IC\ is het ook di- 
rekt bruikbaar voor digitale 
ICs en/of printplaten. Uiter- 
aard is voor andere werkzaam- 
heden wel aangepaste software 
nodig. Voor de invoer van het 
schema, de simulatie van de 
schakeling en het bekijken van 
de resultaten wordt in dit voor- 
beeld gebruik gemaakt van het 
PSPICE Design Center van Mi- 
croSim Corporation. De ont- 
werper kontroleert steeds of de 
ontworpen schakeling aan de 
specifikaties voldoet en door- 
loopt de simulatielus net zolang 
totdat de schakeling aan de 
gestelde eisen beantwoordt. Het 
schema wordt vervolgens ge- 
bruikt om via een netlist de in- 
formatie te genereren voor het 

elektuur 7/8-93 



print-ontwerpprogramma. Ge- 
woonlijk zal het print-ontwerp- 
programma automatisch de op- 
zet van de schakeling kontrole- 
ren. Hierdoor wordt de kans op 
fouten flink gereduceerd. Bij de 
meeste print-ontwerpprogram- 
ma's kan na het ontwerpen van 
de print de netlist van deze 
print vergeleken worden met de 



gramma SPICE (Simuiation 
Program with Integrated Cir- 
cuit Emphasis) is in de jaren ze- 
ventig ontwikkeld op de Ber- 
kley Universiteit van Californië. 
De reden hiervoor was de snel 
oprukkende IC-industrie die 
het onmogelijk maakt om op 
de labtafel schakelingen snel en 
betrouwbaar te ontwerpen. Si- 
mulatoren voor digitale schake- 
lingen die gebruik maken van 
de specifieke eigenschappen 
van deze signalen (alleen of 1) 
zijn pas later ontstaan. De toe- 
passing van simulatie is sinds de 
introduktie van goedkope en 
krachtige PC's in een stroom- 
versnelling gekomen. Momen- 
teel kan alles, zowel digitale, 
analoge als gemengde systemen 
gesimuleerd worden. De kans 
op een "first-time-right"- 
ontwikkeling neemt daarmee 
toe. Bovendien zorgt dit voor 
een beperking van de ontwik- 
kel kosten. 



Het PSPICE Design Center 

Het PSPICE Design Center is 
een simulatie-omgeving waar- 



1 

■NMMl 












^hr*ic«i 




Snnhol I 


Schematic KnKrj 
OrCAO SOT 






pet») 


f «é f 


} ubwy f^ 














I 














/u*<ml 


/CDSIl 




/"• 


ƒ 


CemntniU f \ 


/ <*•!« / 






























ft*** 

P»r«m»l»rt 








i 






1 J 




SimuUtlon 
PSplc* 




UMI 
























I 




t 


I 










kvS+btf-HL 






J MODEU - 




Prob« 




PUB 




_^^^^__ 


I 


















I 


^^^V* N«iim 










N.Uiil.P.r.tilici 























netlist van het schema. Mits de 
gebruiker op de juiste manier 
met zijn hulpmiddelen omgaat, 
wordt de kans op fouten door 
deze back -annotatie tot nul te- 
ruggebracht. Indien de verschil- 
lende pakketten via internatio- 
nale standaarden met elkaar 
kunnen kommuniceren, is het 
eenvoudig mogelijk om soft- 
ware van verschillende fabri- 
kanten door elkaar te gebrui- 
ken. Problemen kunnen wel 
ontstaan als de implementatie 
van de standaarden niet bij alle 
pakketten kompleet is. Overi- 
gens heeft het gebruik van pak- 
ketten die van een fabrikant af- 
komstig zijn ook zo zijn nade- 
len, want iedere fabrikant heeft 
nu eenmaal zijn specialiteit. 

De praktijk leert dat bij elke 
ontwikkeling een groot gedeelte 
van de tijd besteed wordt aan de 
simulatie van de schakeling. In- 
dien de schakeling analoog is, is 
de de- facto standaard een 
PSPICE-derivaat. Het pro- 



mee analoge, digitale en mixed- 
mode-schakelingen in zowel het 
frekwentie- als het tijddomein 
gesimuleerd en getest kunnen 
worden. De software is beschik- 
baar op verschillende soorten 
computers; hierbij valt te den- 
ken aan; HP700, SUN 4, Apple 
en natuurlijk de MSDOS PC. 
Op de MSDOS PC is onder 
Windows tevens een volwaardig 
schematekenpakket aanwezig 
voor eenvoudige invoer en do- 



™wms 



kumentatie. Als het schema 
eenmaal getekend is, kan de si- 
mulator gestart worden. Na eni- 
ge tijd kunnen de resultaten in 
grafieken afgelezen worden. 
De grafische postprocessor, 
PROBE genaamd, is in wezen 
een multi meter, oscilloskoop 
en spektrum-analyser in een. 
Dankzij de multitasking-omge- 
ving van Windows, is het moge- 
lijk met de muis een knooppunt 
in het schema aan te wijzen, 
waarna PROBE direkt de bijbe- 
horende spanning laat zien. 
De oude PRO BE-informatie 
kan blijven staan terwijl in het 
schema modifikaties worden 
aangebracht. Na de nieuwe si- 
mulatie worden dan in een 
nieuw venster de nieuwe meet- 
waarden getoond. Door deze 
werkwijze is het zeer eenvoudig 
mogelijk om bijvoorbeeld te 
onderzoeken hoe de bandbreed- 
te van een schakeling verandert 
als funktie van de waarde van 
een kompensatie-kondensator. 
Ook is het langs deze weg mo- 
gelijk te zien hoe de overshoot 
van de versterker toeneemt als 
de schakeling wordt belast met 
een steeds grotere kapacitieve 
last. 

Een opvallende eigenschap van 
het Design Center is de volledi- 
ge integratie van een analoge en 
een digitale simulator. Hiermee 
kan bijvoorbeeld, net als in de 
praktijk, met een Schmitt- 
trigger-NAND, een weerstand 
en een kondensator een oscil- 
lator gemaakt worden, zonder 
dat er speciale trucs of interfa- 
ces nodig zijn. Gewoonlijk is 
deze kombinatie van analoge en 
digitale komponenten alleen 
mogelijk met behulp van enige 
kunstgrepen. Binnen het PSPI- 
CE Design Center staat een 
komplete bibliotheek met 4700 
analoge en 1700 digitale 
bouwstenen alsmede de onder- 
steuning van RAM, ROM, 
PLA ter beschikking. Los daar- 
van is er ook nog de mogelijk- 
heid om zelf modellen te ont- 
wikkelen. 



G&~*"« 







r ei" ö>~ o r CL« 5>—o 



Rmcm 



ïï 3 



r n.K 5>— ol 



f*l 



Urn 



m 



T4MC" Y r**c 



1 JOtJl 



>««Aè 



i£ft 



iNCtobc „„hm ** 



37 




■ V<*lM|.«l«c»Mt> 




Indien er zeer komplexe schake- 
lingen ontwikkeld moeten wor- 
den is het zinvol om op een 
abstrakt nivo te beginnen, een 
echte top-down-benadering 
dus. Binnen het Design Center 
wordt deze manier van werken 
ondersteund met behulp van de 
optie Analog Behavioral Mo- 
delling (ABM). Deze optie stelt 
de gebruiker in staat om kom- 
plexe circuitdelen zoals filters, 
vermenigvuldigers en oscillato- 
ren met één enkele formule te 
definiëren. Deze ABM-formu- 
les kunnen dan tezamen met 
andere analoge en digitale on- 
derdelen gesimuleerd worden 
om het systeemprincipe te tes- 
ten. Gedurende het verdere ont- 
wik kelt rajekt worden deze 
ABM-blokken uitgewerkt tot 
op komponentnivo. 

Een voorbeeld 

Om te illustreren hoe met be- 
hulp van software een stuk 
elektronica-hardware kan wor- 
den ontwikkeld, even een voor- 
beeld. Hierbij wordt uitgegaan 
van een 10/ll-deler die in een 
analoog semi-custom array 
wordt geplaatst. Hoewel de de- 
ler een digitale schakeling is. 




aa.WWk 



dient hij analoog ontworpen te 
worden omdat hij in een analo- 
ge schakeling geïntegreerd 
wordt. 

Het schema van de digitale 
10/ll-deler is te vinden in fi- 
guur 2. Voor de schakeling is 
gebruik gemaakt van kompo- 
nenten uit de HC-serie. Duide- 
lijk is te zien dat de oscillator in 
de schakeling opgebouwd is uit 
een NAND-poort, een weer- 
stand en een kondensator. Het 
resultaat van de simulatie (fi- 
guur 3) toont dat de output een 
analoog signaal is. 
Het uitgangssignaal van de de- 
ler is te vinden in figuur 4. Af- 
hankelijk van het stuursignaal 
wordt het kloksignaal door 10 
of 11 gedeeld. Nadat de digitale 
deelschakelingen (de D-flip- 
flops en de poorten) in analoge 
ECL-techniek zijn ontworpen» 
kan de hele schakeling zoals die 
in het IC moet worden aange- 
bracht gesimuleerd worden. In 
figuur 5 is de layout van deze 
schakeling te vinden, hij is qua 
opzet gebaseerd op de Catena 
MC09 semi-custom array. Me- 
tingen aan de schakeling heb- 
ben aangetoond dat de schake- 
ling nog probleemloos funktio- 
neert met ingangsfrekwenties 
van 1 GHz. 

(EA-1247) 



Dit artikel is tot stand gekomen 
dankzij de welwillende mede- 
werking van Catena Mieroelec- 
tronics uit Delft. Lezers die na- 
dere informatie wensen over het 
PSPICE Design Center kunnen 
kontakt opnemen met: Catena 
Microelectronics B.V., Poort weg 
4, 2612 PA Delft, 
tel, 015-627689. 



Smart Card 
Reader 

Voor mobiel gebruik 



PSION Nederland 
introduceert een Top Smart 
Card Reader voor gebruik op 
de PSION HC produktlijn. 
Het produkt is ontwikkeld 
door Finecard Systems Europe 
en bestemd voor iedereen die 
mobiel gebruik maakt van 
smart cards, intelligente 
chipkaarten met de omvang 
van een creditcard. 

elektuur 7/8 93 



De door PSION geïntroduceer- 
de Smart Card Reader wordt 
boven in een PSION HC mo- 
biele computer gestoken. De 
van de intelligente kaart ingele- 
zen informatie kan verwerkt 
worden in op maat gesneden 
software. Ook is een kombina- 
tie met bestaande software, zo- 
als het speciaal ontwikkelde 
pakket Finecard Tools moge- 
lijk. In dit pakket zijn alle 
noodzakelijk hulproutines voor 
het aansturen van de lezer te 
vinden. De kaartlezer is ge- 
schikt voor het uitlezen van elke 
5 volt programmeerbare (ISO- 
standaard) asynchrone micro- 
processorkaart en synchrone 




geheugenkaart. Het voordeel 
van de universele opzet van de 
kaartlezer is dat diensten die via 
uiteenlopende typen kaarten 



worden aangeboden geïnte- 
greerd kunnen worden. Te den- 
ken valt aan toepassingen als 
ident ifi kat ie, beveiliging, ge- 
zondheidszorg, reizen en trans- 
port, etc, etc. 

Om de ontwikkeling van appli- 
katies te vereenvoudigen is de 
standaard HC development kit 
uitgebreid met Finecard Tools, 
de Smart Card reader, een 
RS232 desktop reader, 4 micro- 
processor smart cards en een 
HC data pack met speciale soft- 
ware en dokumentatie. 

(EA-1250) 

Ini: PSION Nederland b.v„ 
Hoofddorp, tel. 020-6533033. 



39 



Tweede gene- 
ratie MSDOS- 
Palmtop 

Van Hewiett-Ptickard 

Mei de introduklie van de III* 
1Ö0LX Palmtop PC brengen 
1/ïlus Development Corp, en 
Hewlell-Packard een MSDOS- 
kompatibele Palmtop PC van 
de tweede generatie op de 
markl. I)e/e personal digital 
assistanl is speciaal 
ontwikkeld voor professionals 
die meer dan de helft van de 
tijd ambulant zijn. De MP 
1001 \ Palmlop PC geeft zijn 
gebruiker eenvoudig toegang 
tot bedrijfsinformatie en biedt 
voorts alle PC-faciliteiten die 
managers onderweg nodig 
kunnen hebben. 

In 1991 werd de eerste generatie 
HP 95 LX Palmtop PC geïntro- 
duceerd, de nieuwe I0OLX is 
een Palmtop van de tweede ge- 
neratie. Deze nieuwe generatie 
is voorzien van applikaties zo- 
als cc:MAIL voor elektronisch 
berichtenverkeer, de lotus 1-2-3 
(versie 4.2) spreadsheet, een 
eenvoudige tekstverwerker en 
PersonaJ Information Manage- 
ment (PIM) software van 
Hewlett-Packard. 
Met cc: MAIL kan de gebruiker 
zich op elk moment via een tele- 
foonlijn toegang verschaffen 
tot het elektronische *' post bak- 
je" om daaruit precies die be- 
richten te selekteren die op dat 




moment van belang zijn. De 
PIM- fac iliteit en om va t ten ee n 
grafische agenda, een aki iel ijst 
en een persoonlijke telefoon- en 
adres! ijst. Daarnaast beschikt 
de machine over uitgebreide 
mogelijkheden om gegevens uit 
te wisselen met desktop en por- 
table PC's, on-line databases en 
andere host -computers. Boven- 
dien is de machine kompatibel 
met elke gangbare DOS- 
applikatic. 

De Palmtop PC beschikt over 
een display met 25 lijnen waar- 
op 80 karakters passen. Met be- 
hulp van de zoom-funktie kan 
een kom plet e pagina worden 
weergegeven precies zoals die 
op de printer zal verschijnen. 
Het LC-beeldscherm is kompa- 



tibel met de CGA- kaart (Color 
Graphics Adapter). 

Standaard beschik 1 de co m pu- 
ur over drivers voor HP Laser- 
Jet en andere indusuie-stan- 
daardprinters. Eveneens is 
voorzien in een 9- pens RS232C- 
kommunikatiepoort. een infra- 
rood zender/ontvanger voor 
kommunikatie tussen Palmtop 
PC's onderling en een VT-100 
terminal-emulatie. 
Voor de voeding zorgen twee 
batterijen van het AA-formaat. 
Bij dagelijks gebruik van de PC 
en onder normale omstandighe- 
den hebben rij een levensduur 
van circa twee maanden, 

Connecthity pack 

De HP 100LX Palmtop PC kan 



wxmSke 



optioneel met een eonnectivity 
pack worden uitgebreid. Dal 
vereenvoudigt de manier waar- 
op informatie met andere syste- 
men wordt uitgewisseld. Het 
pack omvat een seriële verbin- 
dingskabel, file-transfer en 
DOS- red i rector-soft ware en 
PC- ver si es van de software voor 
agenda, telefoonlijst, akttclijst 
en tekstverwerker. Daarbij kun- 
nen de wijzigingen die in de 
telefoon- en adressenbestanden 
op de Palmtop PC zijn aange- 
bracht, worden gemengd met 
wijzigingen die daarin simul- 
taan op de PC zijn aange- 
bracht. Tenslotte kan de desk- 
top PC als virtuele schijf aan de 
PC worden gekoppeld. 

Geheugen, omvang naar wens 
De HP I00LX Palmtop PC kan 
worden voorzien van een geheu- 
genkaart van 5 of 10 Mbyte. 
Het systeem beschikt daartoe 
over één standaard PCMCIA- 
slot. Dit PCMClA-slot on- 
dersteunt naast de 2.0- 
standaard ook versie 4.0 van de 
Japanse Electronic Industry 
Development Association (JE1- 
DA) standaard. Daardoor kan 
het slot plaats bieden aan uil- 
eenlopende kaarten met interfa- 
ces, geheugenuitbreidingen en 
applikaties. 

(EA-1242) 

Inl: Hewlett-Packard Neder- 
land fttv., Amstelveen, 
(ei 020 - 54 76 666. 



AM/FM-ont- 
vangers op één 
chip 

De halfgeleiderdivisie van Phi- 
lips introduceert drie single- 
chip AM/ FM -ontvangers die in 
een breed skala aan konsumen- 
tenapparatuur, variërend van 
wekkerradio's tot midi-audio- 
setjes, kunnen worden toege- 
past. 

De eenvoudigste telg uit de fa- 
milie is de TEA7510, een ge- 
integreerde CMOS-schaketing 
waarin een HF-mengtrap en al- 
le midden f rek went meng- en 
demodulatiefunkties voor AM- 
en FM-radio-ontvangst te vin- 
den zijn. De TEA5711 en 
TEA57I2 bevatten als aanvul- 
ling hierop ook nog een volledig 
geïntegreerde stereodekoder. 
Alleen de TEA57I2 is naast 
voornoemde funkties ook nog 
eens voorzien van een midden- 
frek went -uitgang waarop een 
frekwentie-synthesizer met pha- 
se-locked-loop (PEL) kan wor- 



den aangesloten. Deze optie is 
van groot belang bij het gebruik 
van een digitale afstemming. 
De IC's zijn bruikbaar voor 
voedingsspanningen van mini- 
maal 2 volt. Ze hebben op de 
AM -ingang een gevoeligheid 
van L6 mV bij een signaal/ ruis- 
verhouding van 26 dB. De HF- 
bovengrens ligt op 30 MHz, 



waardoor het IC gebruikt kan 
worden voor lange-, midden- en 
kortegolf-ont vangst. De FM- 
ingangsgevoeligheid bedraagt 
bij hetzelfde ruisnivo 2 jiV, de 
selekiiviteil van de schakeling is 
goed. De omschakeling tussen 
de ontvangst van lange-, mid- 
den- en kortegolf-ontvangst is 
met behulp van eenvoudige 




komponenten goedkoop uit te 
voeren, omdat volop gebruik is 
gemaakt van MOS F ET- ingan- 
gen met een hoge ingangs- 
impedantie. De TEA571I en 
TEA5712 beschikken beide over 
een soft -mu te- faciliteit die de 
hoorbare ruis onderdrukt wan- 
neer het FM-ingangssignaal on- 
der een nivo van 3 /jV komt. Dit 
kan gebeuren tijdens het af- 
stemmen. Bovendien schakelt 
de stereodekoder automatisch 
over op mono-ontvangst indien 
het nivo van het ingangssignaal 
minder dan 30 jiV bedraagt. 
De TEA5710 wordt geleverd in 
een 24- pens SMD-behuizing en 
in een zogenaamde shrink-DIP- 
hehuizing. De TEA7511 en 
TEA7512 zitten in soortgelijke 
behuizingen maar dan met 32 
aansluitpcnnen. De aansluitin- 
gen zijn zodanig gekozen dat 
eenvoudige en niet -kritische 
print-layouts mogelijk zijn. 

(LA- 1239) 

ML" Philips Nederland B.V., 
Components & Semiconduc- 

tors, Eindhoven, iel. 

040-783749. 



elektuur 7/8 93 



41 




11 t m 13 september 
1993: "PC-show Benelux 
'93", een computerbeurs 
in het Beursgebouw te 
Eindhoven. Inl.: Interexpo 
& Media, Eindhoven, 
tel. 040 46.46.01. 

17 t/m 19 september 
1993: "Atari Expo Bene- 
lux '93", een computer 
beurs rond de Atari 
computers in het Beurs- 
gebouw te Eindhoven. 
Inl.: Interexpo & Media, 
Eindhoven, 
tel. 040-46.46.01. 

17 t/m 19 september 
1993: "Amiga World Ex- 
po Benelux '93", een 

computer beurs rond de 
Commodore Amiga 
computers in het Beurs- 
gebouw te Eindhoven. 
Inl.: Interexpo & Media, 
Eindhoven, 
tel. 040 -46.46.01. 

4 t/m 8 oktober 1993; 
"Elektrotechniek '93", 

een internationale vak 
beurs over elektrotech- 
niek en industriële elek- 
tronica, in de Koninklijke 
Jaarbeurs te Utrecht. Inl.: 
Koninklijke Jaarbeurs, 
postbus 8500, 3503 
RM Utrecht, 
tel. 030-95.59.11. 

3 t/m 5 november 1993: 
"PrePress Cornputing 
'93", vakbeurs over elek- 
tronische drukwerkvoor- 
bereiding, in de Koninklij- 
ke Jaarbeurs te Utrecht. 
Inl.: Koninklijke Jaarbeurs, 
postbus 8500, 3503 

RM Utrecht, 
tel. 030-95,59.11. 

4 t/m 6 november 1993: 
"European Multi Media 
Cornputing Show", een 
internationale beurs over 
het gebruik van multi- 
media- systemen, in de 
Koninklijke Jaarbeurs te 
Utrecht. Inl.: Koninklijke 
Jaarbeurs, postbus 8500, 
3503 RM Utrecht, 

tel. 030-95.59.11. 

19 en 20 november 
1993: "HCC Micro Com- 
puterdagen '93" een in- 
ternationale beurs rond 
de microcomputer, in de 
Koninklijke Jaarbeurs te 
Utrecht. Inl.: HCC, post- 
bus 149, 3990 DC Hou- 
ten, te!. 03.403-78.788. 



Superportable 
Windows-PC 



Slechts 1300 gram 

De Amerikaanse fabrikant Hewlett-Packard blijft stevig 
aan de weg timmeren. Samen met softwarehuis Microsoft 
introduceert men nu de "Omnibook 300", 's werelds 
kleinste PC met een volwaardig toetsenbord en een 
kompleet YiJA-bi'cJdscherm. De Omnibook 30(1 is een 
volwaardige 386 Windows-PC die na één toetsdruk 
onmiddellijk gebruiksklaar is. Dus zonder de 
gebruikelijke opstarttijd en zonder de installatie van 
software. 




De uiterst kompaktc Omnibook 
300 meet slechts 28 bij 16 cm en 
is amper 3,5 cm dik. Het 
systeem weegt inklusief de vier 
oplaadbare AA-batterijen en 
een harddisk van 40 Mbytc of 
een flash-disk van 10 Mbyte 
nog geen 1300 gram. Dank/ij 
de standaard ingebouwde Dou- 
bleSpace- kom pres.\i et echniek is 
de effektieve (capaciteit van bei- 
de media respektievelijk 80 en 
20 Mbyte. 

Niet alleen de geringe afmeting 
vormen een opvallend element 
van deze machine, ook de zoge- 
naamde hot-keys trekken de no- 
dige aandacht, Eén enkele 
toetsdruk is voldoende om het 
systeem in te schakelen èn de 
gewenste ingebouwde Win- 
dows-applikatie te starten. 
Doordat de meegeleverde pro- 
gramma's in ROM zijn opgesla- 
gen, geschiedt het opstarten in 
een zeer korte lijd. Een bijko- 
mend voordeel is dat deze pro- 
gramma's geen beslag leggen op 
de beschikbare ruimte van zo- 
wel de harde schijf als het werk- 
geheugen. De meegeleverde en 
in de ROM opgeslagen software 
omvat Micro soft s Excel 4.0 en 
Word 2.0c, uit de Hewiett- 
Packard-stal komen Appoint- 



ment Book, Phone Book en Fi- 
nancial Calculator, 
Nieuw is verder de ingebouwde 
pop-up-muis. Deze muis is te 
bedienen zoals elke andere 
muis, waardoor de bediening 
hetzelfde blijft als bij een 
desktop-systeem. Toch is er 
voor deze muis geen onder- 
grond nodig. 

Dankzij het geavanceerde 
energie-management kan de 
Omnibook 300 met flash-disk 
zo'n 10 uur ononderbroken 
werken op één akkulading. Het 
model met een harde schijf 
houdt het 5 uur uit op een ak- 
kulading. Het opnieuw opladen 
van de 4 AA-cellen neemt op 
zijn beurt slechts anderhalf uur 
in beslag. 

U it breid tngen via PCMCIA 

De Omnibook is standaard 
voorzien van 4 PCMCTA-slots, 
waardoor de gebruiker de mo- 
gelijkheid heeft om het aantal 
toepassingen van de computer 
te vergroten. In de praktijk zijn 
drie PCMCI A-slot s voor de ge- 
bruiker vrij ter beschikking; in 
het vierde slot zit een PCMC1 A- 
kaart met daarop de komplete 
systeem soft ware. Toekomstige 
versies van de software kunnen 



t^mm. 



dus eenvoudig geschikt ge- 
maakt worden om het systeem 
te upgraden. 

Bij deze PC zal men vergeefs 
zoeken naar een diskettcstalion. 
De computer wisselt namelijk 
data met andere systemen via 
LabLink Remote Acces PC- 
software van Traveling Soft- 
ware. Via deze verbinding is een 
snelle en cffektievc archivering 
en uitwisseling van bestanden 
met andere PC's mogelijk. Ook 
het installeren van nieuwe ap- 
plikaties dient langs deze weg, 
dus met hulp van een desktop- 
systeem, te gebeuren. 
Met andere H P-apparaten zoals 
de HP Vectra 486/XM en de 
verschillende Palmtop-systemen 
is een draadloze kommunikatie 
met behulp van infrarood licht 
mogelijk. Deze kommunikatie- 
standaard is inmiddels als 
"open" technologie ook ter be- 
schikking gesteld aan andere 
aanbieders. 

Met faxoptie 

Optioneel kan de Omnibook 
ook nog voorzien worden van 
een fax/ modem kaart. Hel 
2400-baud-modem (9600 baud 
fax) wordt geleverd inklusief de 
Microsoft Mail Remote 2.0 
dat a kom muni kat ie-soft ware, 
Win fax LITE faxsof t wa re en de 
DynaComm 3.1 lerminalcmula- 
tie. 

Met WinFax LITE kunnen 
telefax-berichten direkt vanuil 
Windows-applikalies verzon- 
den, ontvangen en zichtbaar ge- 
maakt worden. Bovendien kan 
een faxbericht automatisch 
naar meer dan één faxnummer 
worden verzonden. Ook kan in 
een schema precies worden aan- 
gegeven welke fax op welk 
tijdstip naar welk faxnummer 
verzonden moet worden. De 
software beschikt daartoe over 
de mogelijkheid om een lijst 
met meer dan L0O0 namen en 
nummers samen te stellen. Ook 
de kopregel van het faxbericht 
kan worden aangepast, terwijl 
bij het bekijken van de faxen op 
het beeldscherm tot op vier ni- 
vo's kan worden in- en uitge- 
zoomd. 

De kommunikatiesöftware, Dy- 
naComm, omvat een telefoon- 
kiezer, telefoonkostenteller en 
automatische log-in-proecdures 
voor de belangrijkste E-mail- 
services. Tenslotte beschikt het 
programma over 14 terminal- 
emulaties en 9 tekst en binaire 
file-transfer-protokollen. 

(EA-1255) 

InL Hewlett-Packard Neder- 
land bM t Amstelveen, 
tel. 020-5476911. 



elektuur 7/8 93 



43 



doe mee en maak kans op een van de vele prijzen 

halfgeleidergids- 
prijsvraag '93 

hoofdprijs: PCB-ontwerppakket 

Heel wal Klektuur-liefhebbers hebben vorig jaar een 
kansje gewaagd in de Halfgeleidergids-wedstrijd; maar 
liefst 2346 inzenders dongen mee naar een van de vele 
prijzen. Ook nu zijn er weer aantrekkelijke prijzen ie 
winnen. Wat u daarvoor moet doen leest u verderop. 

Vorig jaar moesten tien vragen in multiple-choice-stijl beant- 
woord worden. Dit keer kunt u de tanden in een rebus zet- 
ten. De prijzenpot is weer aardig gevuld; daar heeft een aan- 
tal sponsors voor gezorgd (onze dank daarvoor!). Wat valt 
er zoal te winnen: 

de hoofdprijs: PCB-ontwerppakket LAYOl level 4 

(ter waarde van f 3400- ) 

Een professioneel software- 
pakket voor het ontwerpen 
van eenvoudige enkelzijdige 
tot zeer kornplexc multi-layer 
printed circuit boards. Met 
de snelle autorouter worden 
de sporen automatisch ge- 
legd, Bij speciale, kritische 
sporenpatronen kan voor 
handbediening gekozen wor- 
den. LAYOl geeft voortdu- 
rend aan welke sporen en ei- 
landjes volgens het schema 
bij elkaar horen. Gekombi- 
neerd met ORCAD vormt 
LAYOl level 4 een praktisch 
en volledig ontwerppakket 
voor de professionele 
elektronica-ont werper. 
Beschikbaar gesteld door: Baas Electronics BM, 

Rijksstraatweg 42, 
3281 LW Numansdorp, 
tel,: 018 65 - 42 II 

2-de prijs: 

kursus Dirksen opleidingen 
(ter waarde van f 500- ) 

Maar liefst ƒ 500 - korting op het kursusgeld van een kur- 
sus naar keuze van Dirksen opleidingen. De winnaar van de- 
ze prijs kan kiezen uit een breed pakket praktijkgerichte 
opleidingen (schriftelijk en/of mondeling) op het gebied van 
de elektronica. Bijvoorbeeld: Basis Elektronicus, PC- 





Technieus, Datakommunikatie, Industriële Automatisering. 
Beschikbaar gesteld door: Dirksen opleidingen, 
Parkstraat 25, 
6828 JC Arnhem, 
tel.: 085 - 54 49 II 



3-de prijs: 
oscilloskoop CI-94 

(ter waarde van / 350,-) 
Een onmisbaar meetinstru- 
ment voor het afregelen van 
en foutzoeken in elektroni- 
sche apparaten. Met deze 
handige kleine skoop kun- 
nen signalen met frekwenties 
tot 10 MHz in beeld ge- 
bracht worden. 
Beschikbaar gesteld door: 
Gero Electronics, 
I alkstraat 5, 
3990 Peer - België, 
tel.: (09-32) (0)11 - 63 58 67 





4-de prijs: 
stereo-luidsprekerset 
(ter waarde van / 350- ) 

Twee Comet-luidsprekerkits van lntcrtechnik voor de zelf- 
bouw van twee 3 -weg-boxen, geschikt voor vermogens tot 
80 watt. Elke kit bestaat uit drie luidsprekers, een scheidings- 
filter en hel nodige aansluitmateriaal. 
Beschikbaar gesteld door: Speakerland, 
Smalstraat 21, 
5341 TW Oss, 
tel.: 041 20- 47 650 

5-de prijs: 

/iP-gestuurde seholelantenne-posttioner 

(ter waarde van/ 349,-) 
Deze van een toerenmeter 
voorziene positioner beschikt 
over een geheugen waarin 10 
verschillende posities op- 
geslagen kunnen worden. 
Het geheugen is van het 
EEPROM-typc, waardoor de 
programmering niet door 
uitval van de voedingsspan- 
ning verloren kan gaan. 

Beschikbaar gesteld door: Meet-lt Elektronika, 

Postorders: Dekkershoek 27, 

2552 DA Den Haag. 

tel,: 070 - 391 43 81 



45 





6-de prijs: 

draadloos alarmsysteem 
(ter waarde van f 285,-) 

Dit alarm bestaat uit een solar-gevoedc sensor die elke bewe- 
ging van een IR-bron (mens, dier) signaleert en dit via een 
radio-zendertje doorseint naar een kontrolepost. De installa- 
tie van dit alarmsysteem is door hel ontbreken van bedra- 
ding tussen sensor en kontrolepost zeer eenvoudig. De af- 
stand tussen zender (sensor) en ontvanger (kontrolepost) 
mag maximaal 30 meter bedragen. 
Beschikbaar gesteld door: Texim Electronics B.V., 
Postbus 172, 
7480 AD Haaksbergen, 
tel.: 054 27 - 333 33 



7-de prijs: 

Dynatek 9010 digitale multimeter 
(ter waarde van/ 230,-) 
Met deze handzame en dege- 
lijke 3! : digit digitale multi- 
meter kan in 11 verschillende 
funkties met in totaal 30 be- 
reiken gemeten en getest 
worden, variërend van het 
meten van gelijk- en wissel- 
spanning/stroom, weerstand, 
frekwentie en duty eyele tot 
en met het lesten van verbin- 
dingen, logische nivo's en di- 
oden. De nieter is voorzien 
van een schok bestendige en 
spat waterdicht e ABS- 
behuizing. 

Beschikbaar gesteld door: Distrilec, 
Hondsruglaan 93 \ 
5628 DB Eindhoven, 
tel.: 040 • 41 40 41 



8-ste t/m 12-ste prijs: 
hoeken-sel Chip Select 91-92 
en 93-94 

(ter waarde van f 150,-) 
De Chip Selcet-boeken zijn 
echte vraagbakens als het 
gaat om het toepassen van 
IC's. Het zijn verzamelwer- 
ken van technische gegevens 
en applikaties van in totaal 
meer dan 175 chips. 
Beschikbaar gesteld door: 
Viig. Elektuur B.V. 






13-de prijs: 

praktijkboek Hobln -Elektronica 

(ter waarde van / 100- ) 

14-de prijs: 
Reparatie-H and boek 

(ter waarde van f 100,- ) 

En het boek Hobby-Elektronica, het praktijkboek voor de 
eiektronica-hobbyist, worden alle aspekten van de elektronica 
beschreven. Het boek bevat lay-out-films waarmee zelf 
printed circuit boards (printen) gemaakt kunnen worden. 
Het Reparatie-Handboek is speciaal bedoeld voor de hobby- 
ist die graag zelf apparaten repareert. Veel aandacht wordt 
gegeven aan het opsporen van fouten, maar ook wordt de 
belangrijkste meet- en regelapparatuur besproken. 
Beschikbaar gesteld door: 
Weka Uitgeverij B.V., 
D. Curtiusstraat 7, 
1051 JL Amsterdam, 
tel.: 020 - 68 67 131 



lïïïTfi 



- .---"" m 



f •' 



!B* ~ — 



COM 



V/O 




15-de prijs: 

Voltcraft 91 digitale multimeter 

(ter waarde van / 79, ) 
Een 3 l /2 digit digitale multi- 
meter mei meet bereiken tot 
1000 volt gelijkspanning, tot 
750 volt wisselspanning en 
tot 10 ampère gelijk- of wis- 
selstroom. Weerstanden kun- 
nen gemeten worden van 
200 Q tot 20 MQ. 
De meter is voorzien 

van een akoestische gcleidingstester. Een testmogelijkhcid 
voor batterijen en dioden ontbreekt evenmin. 
Beschikbaar gesteld door: Conrad Electronic Ned. B.V., 
Postbus 12, 
7500 AA Enschede, 
tel: 053 - 28 54 44 

16-de t/m 20-ste prijs: 
bouwpakket portable radio 
(ter waarde van f 54 - ) 
Een mooie prijs voor de wa- 
re eiektronica-hobbyist; een 
kompleet ELV-bouwpakket 
van een portable radio. Met 
dit pakket kan een fraaie 
draagbare radio gebouwd 
worden, waarmee niet alleen 
FM- maar ook kortegolf- en 
middengolf-zenders ontvan- 
gen kunnen worden. 
Beschikbaar gesteld door: D1L Elektronika B.V., 
Jan Ligthartstraat 59-61, 
3083 AL Rotterdam, 
tel: 010 - 48 54 213 

elektuur 7/8-93 




+ B-LAIS 



-WEERS T = B 



-T G = T 



LK = NN-0 



-Z N = V 






\ 



De spelregels 

Los bijgaande rebus op en vermeld het resultaat op de 
prijsvraag-kaart die zich voor in deze Elektuur-uitgave be- 
vindt (pag, 3/4). 

Bovendien moet u de volgende slagzin afmaken (maximaal 
20 woorden): 

"Zonder Halfgekidergids is " 



Knip of snij de prijsvraag- kaart over de stippellijn uit. Ver- 
meld duidelijk (in blokletters) uw naam, adres en woon- 
plaats. Alleen voldoende gefrankeerde en originele 
prijsvraag- kaarten (dus geen kopieën, zelfgemaakte kaarten, 
briefkaarten, etc.) worden geaksepteerd. 



De sluitingstermijn is 1 september 1993; inzendingen die ons 
later bereiken, worden van deelname uitgesloten (met name 
de niet in Nederland wonende deelnemers dienen, i.v.rru met 
de verzendtijd, hun oplossing tijdig in te sturen). 
De prijzen worden door de jury toegekend aan de inzenders 
van de juiste rebus-oplossing en de beste slagzin. De beslis- 
sing van de jury is definitief; korrespondentie hierover is niet 
mogelijk. Prijzen kunnen niet in geld uitgekeerd worden. De 
slagzinnen worden eigendom van Uitg. Elektuur B.V. 
De uitslag zal in het oktober-nummer '93 van Elektuur be- 
kend gemaakt worden. Winnaars ontvangen automatisch be- 
richt. Medewerkers van Uitgeversmij. Elektuur B.V. en hun 
naaste familieleden zijn van deelname uitgesloten, 

(930105) 



kanttekeningen 



Modificeren KdÜ-programma 

MSDOS SM 

De editor die bij MSDOS 5.0 
wordi geleverd» is heel wal ge- 
bruiksvriendelijker dan het in- 
middels verouderde EDI IN. 
Hén ding stoort echter mateloos: 
bij het opvragen van een 
bestand worden als defauli de 
bestanden *.TXT getoond. En 
dal terwijl de ediior nu juist het 
meest gebruikt wordt voor hei 
aanpassen van bateh-bestanden 
en eoiitïg.sys. Het zou een stuk 
makkelijker zijn als de detauli- 
instelling * . * ZOU zijn. Dat is ge- 
lukkig niet zo moeilijk te doen, 
al vergt het een ingreep direkt in 
het programma QBASIC.EXE 
(E DIT gebruik l de edilor-routi- 
ne van QBAS1C). 
U gaat als volgt te werk: 
Met behulp van een programma 
zoals Norton oï PCTOOLS 
zoekt u in het bestand QBA- 
SICEXE de siring *.TXT. Op 
de plaats waar deze string staat, 
vuil u vervolgens * . * in en ovcr- 
schlijfl de iwee resterende bytes 
met nullen. Hexadecimaal ziet 
het er zo uit: 2A 2E 54 58 54 
wordt 2A 2E 2A 00 00. De wij- 
zigingen kunnen nu op schijf 
worden gezet en als alles goed is, 



laat E DIT voortaan alle bestan- 
den in een directory zien. 
P.S. zorg voor alle zekerheid wel 
voor een ongewijzigd kopietje 
van QBASIC.EXE. Bij onze 
versie van EDIT ging alles ech- 
ter de eerste keer vlekkeloos. 

l'ilbreiding high-eurrenl Hn- 
meler 

De high-current Hh -meter 
(Elektuur september 1990) is 
met een eenvoudige ingreep ook 
geschikt ie maken voor koliek - 
torstromen van 0,1 . . . 1 A. Dat 
schrijft ons de heer A. Broers. 
Dit is vooral handig voor het 
meten aan de kleinere vermo- 
genstorren zoals de bekende 
"BccDeeljes". S2 en S3 worden 
hiervoor vervangen door 
dubbel pol ige zes-standen-scha- 
kelaars (misschien had u die al 
gebruikt). Op de tweede seklie 
van iedere draai schakelaar mon- 
teert u weerstanden die tien keer 
zo groot zijn als de weerstanden 
op de eerste sekt ie. Tot slot moet 
nog een dubbelpolige wissel- 
scha keiaar worden toegevoegd 
(S5), om tussen de beide sehake- 
laar-sektics te kiezen. Het sche- 
ma laat zien hoe de nieuwe scha- 
kelaars bedraad moeien worden. 




■~t ^ "'S 1 1 "-? 1 'SU 1 1 

°^ I mT r i iw °^ T r i 



S2a *s, 

Q 



U33J f 

4 




SM 0^_Rnr 




47 



001 



IR-gestuurde schakel-automaat 



Dit is een handige schakeling 
om bijv. audio- of meet- 
apparatuur op afstand in en uit 
te schakelen. Een infrarood- 
verbinding is hiervoor de aan- 
gewezen oplossing. Tegen- 
woordig zijn van diverse fabri- 
kanten IC's {modulen} te krij- 
gen waarin de ontvang-LED 
met bijbehorende versterker- 
trap en demodulator is onder- 
gebracht. De SFH505A van 
Siemens is er zo een. Deze 
heeft tevens een bandfilter om 
de kans op storingen te mini- 
maliseren. Op de frekwentie 
van dit bandfilter {30 kHz) is 
ook de eenvoudige IR-zender 
gedimensioneerd (zie elders in 
deze Halfgeleidergids) die bij 
deze schakeling gebruikt kan 
worden. Deze kombinatie ga* 
randeert dan een maximum 
aan reikwijdte. 

De uitgang van de SFH505H 
is gebonden aan een maxima- 
le pulsduur. Die pulsduur 
wordt door de bijbehorende 
zender ten volle benut om een 
zo groot mogelijke afstand te 
kunnen overbruggen. De 



meeste kommerciële afstands- 
bedieningen maken gebruik 
van gemoduleerde dat a-over- 
dracht, waarbij de pulsduur 
korter is dan wat de SFH505A 
maximaal kan verwerken. Dit 
verschil is dan gemakkelijk 
door een integrator (R2 en C2) 
en een Schmitt-trigger te on- 
derscheiden. De Schmitt- 
trigger wordt door de trigger- 
ingang van een monostabiele 
multivibrator (IC2a) gevormd. 
De RC-tijd is net klein genoeg 
om er bij de maximale puls- 
lengte van IC1 voor te zorgen 
dat de spanning over C2 juist 
onder de triggerdrempel van 
de 4538 komt <de SFH505A 
heeft een aktief lage uitgang, 
daarom is deze verbonden met 
de negatieve trigger- ingang 
van IC2a). Afstandsbedienin- 
gen van bijvoorbeeld Sony of 
Philips hebben geen invloed 
op de schakeling. De MMV is 
hertriggerbaar, waardoor een 
eventueel denderen bij de zen- 
der geen invloed heeft op de 
gewenste toestand van de 
schakeling. De tijdsduur van 



IC2a is hierbij iets meer dan 
een halve sekonde genomen. 
Zo wordt verhinderd dat de 
schakeling snel in en uit kan 
schakelen. Komen toch meer- 
dere of herhalende pulsen op 
de trigger-ingang terecht, dan 
heeft dit een verlenging van de 
uitgangspuls tot gevolg en 
wordt de toestand van de 
schakeling slechts éénmaal 
gewisseld. 

De Q-uitgang van IC2a klokt 
een D-flipflop (IC3a) die als 
tweedeler geschakeld is. Dit 
gebeurt dus op de achterflank 
van de puls. Zo kan door her- 
haald zenden de schakeling 
zowel in als uit gezet worden. 
D2 geeft aan dat IC2a een 
trigger-puls ontvangen heeft. 
Indien men toch last heeft van 
andere afstandsbedieningen 
(bijvoorbeeld door plotseling 
uit- of inschakelen), dan kan 
men dit aan D2 goed herken 
nen. De uitgang van IC3a 
schakelt via FET T1 een relais 
in (of uit). Met het opgegeven 
relais-type kan zo'n 2000 VA 
(8 A) geschakeld worden. Het 



aktief worden van IC3a trig- 
gert ook MMV IC2b die dan 
een tweede relais via fC3b en 
T2 inschakelt. Het tweede re- 
lais wordt ruim een halve se- 
konde na het aktief worden 
van IC3a ingeschakeld. Zo 
kunnen meerdere apparaten 
gespreid {in twee stappen) in- 
geschakeld worden. D3 en D4 
geven aan wanneer de relais 
ingeschakeld zijn {bijbehoren- 
de LED licht dan op). 
Men kan ook de inschakel- 
stroom van een apparaat be- 
grenzen door eerst met een re- 
lais via een voorschakelweer- 
stand de netspanning in te 
schakelen en dan met het 
tweede relais deze voorscha- 
kelweerstand te overbruggen. 
De stroomopname is zonder 
relais (en alle LED's dus uit) 
circa 0,6 mA. Met aangetrok- 
ken relais en oplichtende 
LED's loopt dat op tot zo'n 
125 mA. 

(934077) 



SFH505A 





2— 



5V© 



SFH505A 



T 



IC3a 



Sl. 



C5 R5 

5v(i>-ip-Un^ 

1u 



5V 



.C8 © C6 © 

b IC2 h IC3 

«7 0; © ,00.0 

®-n Ud. i- 



5V M O 



C7 
100n 



934077 ■ 1 1 



560n 
14 



5V 

© 



il 



1 > IC2b 



*|13 
5V© 



^ n 



i 



IC3b 



Ü? 



1N4148 „ 



\ 



BS170 
5V© 



icra 



1N4148 



BS170 



s 




^Ji© 



I— IL@ 



-ai® 



Re1. Re2 = V23127-B0001-A201 
IC2 = 4538 
IC3 = 4013 



48 



elektuur 7/8-93 




Alle in Elektuur gepubliceerde 
l 2 C-kaarten worden normaal 
gesproken via de verbindings- 
kabel gevoed uit de 5-V- 
voeding van de PC. Het nadeel 
hiervan is dat de computer- 
voeding door een fout op of 
aan een l 2 C-kaart kan worden 
kortgesloten. Aangezien de 
meeste 5-V-computer- voe- 
dingen rustig een ampère of 
20 kunnen leveren, kan dat 
met aardig wat rookontwikke- 
ling en ergernis gepaard gaan. 




Het hier getekende circuitje 
beveiligt de hardware tegen dit 
soort vernietigende stromen 
met een snelle 1-A-zekering in 
de voedingsleiding. De scha- 
keling kan worden opgenomen 
tussen de l 2 C-interface in de 
PC en de eerste kaart op de 
bus. Als alternatief kan de 
schakeling ook in elke verbin- 
ding tussen twee l 2 C-kaarten 
worden opgenomen. Voor en 
achter de zekering is een LED 
geplaatst, zodat gemakkelijk 
te zien is waar nog wel en 




waar geen voedingsspanning 
te vinden is. De beide LED's 
konsumeren samen ongeveer 
20 mA extra. Omdat beneden 
bepaalde afmetingen printen 
niet meer goedkoper worden, 



hebben we voor de print die in 
de Elektuur Produkt Service 
leverbaar is een vijftal layouts 
samengevoegd tot één print. 

(934016) 



Halfgeleiders: 
D1,D2 « 2 x LED 

Diversen: 

F1 « 1 x smeltveiligheid 1 

A snel met printzekering* 

houder 
K1,K2 « 2 x 6-polige mini- 

OtN-stekerbus voor print- 

montage 
1 print EPS 934016 (zie 

pag. 6) 








... • ■.*<■"'• 



WÊBSBÊÊk iSSiitf ëfr ; o lo-reset 



Bij dit kodeslot kan met een 
toetsenbordje (bestaande uit 
10 toetsen) een 4-cijferige ko- 
de worden ingevoerd. Een 
elektromagnetisch deurslot 
wordt dan bekrachtigd en de 
deur gaat open. Na een korte 
tijd wordt de schakeling auto- 
matisch gereset. 



Bij de opzet van het kodeslot 
wordt uitgegaan van een toet- 
senbordje waarbij alle toets- 
aansluitingen bereikbaar zijn 
(geen matrix). De vier toetsen 
voor de gewenste kode krijgen 
de nummers S1 . . .S4 in het 
schema. De overige toetsen 
zijn S5. . .S10. De vier kode- 



toetsen zijn elk verbonden met 
de ingang van een set/reset- 
flipflop (ondergebracht in IC1). 
De verbindingen zijn zodanig 
gelegd dat bij het indrukken 
van toets S1 een logische één 
op de set-ingang (pen 4) van 
de eerste flipflop komt te 
staan. De bijbehorende Q- 



uitgang (pen 2) wordt dan 
hoog. Pas als dit is gebeurd, 
heeft het indrukken van S2 tot 
gevolg dat ook de Q-uitgang 
van de tweede flipflop (pen 9) 
hoog wordt. En zo gaat het 
ook verder met S3 en S4. Dit 
betekent dat op de uitgang 
van de vierde flipflop (pen 1) 



elektuur 7/8-93 



49 



uitsluitend een "1" verschijnt 
als de toetsen SI ... S4 in de 
juiste volgorde achter elkaar 
zijn ingedrukt. Wordt tussen- 
door een van de andere toet- 
sen bediend, dan heeft dat 
meteen via R9 een reset van 
drie flipflops tot gevolg, Dat 
maakt het voor ongewenste 
indringers extra moeilijk. Maar 
heeft u de viercijferige kode 
korrekt ingetoetst, dan wordt 
transistor T1 ingeschakeld en 
deze bekrachtigt dan het relais 
dat het deurslot bedient. 
Verder is er nog een tijdbe 
grenzing ingebouwd. In de uit- 
gangssituatie is de Q uitgang 
van de eerste flipflop laag, zo- 
dat via R1, Dl en R5 de reset 
ingang van deze flipflop op nul 
wordt gehouden. Over elko Cl 
staat dan praktisch de voe- 
dingsspanning. Na het indruk- 
ken van SI wordt pen 2 hoog. 
Door de aanwezigheid van Dl 
krijgt de elko nu de kans om 
zich langzaam te ontladen via 
R5 en R8. Na circa 7 sekonden 
is de spanning op de reset 
ingangen van alle vier de flip- 
flops dan zo ver gestegen dat 
deze als een logische één 
wordt herkend. Indien het re- 
lais op dat moment bekrach- 
tigd was, dan valt het op dat 
moment weer af. Was u nog 
niet klaar met het intikken van 
de kode, dan moet u nu weer 
opnieuw de hele kode invoe- 
ren. 

Het is natuurlijk mogelijk om 
een paneeltje met meer of 
minder toetsen te gebruiken. 
Neem niet minder dan zes, an- 
ders wordt het voor inbrekers 
te gemakkelijk. Bij meer dan 
tien toetsen kunt u de overige 
"blinde" toetsen parallel aan 



I I I I I 1 L | I 

S5 I S6 I S7 I Sfl I S9 1 S10 I JL-T ri 

tJ btllrtJt*IttfJttfJ Rl ■= 

I III 1 T ¥3 



SI S2 S3 







10...14V 



^rM-r 







^ 



1N4148 



- |icdÏj| — <> 



IC1 



ui 



4043 02 
03 



-012V 




K1 



1N4148 



R10 

rik7 



BC547 



12V 



M4I 

1 1"" T 1 co 



934104 ■ 11 



S5 . . . S10 zetten. De reset 
tijd kan eventueel worden ver- 
groot door C1 te vergroten. De 
kode kan worden uitgebreid 
tot acht cijfers door in serie 
met IC1 nog een 4043 te 
schakelen. Uitgang Q3 (pen 1) 
gaat dan naar de volgende 
kode toets, waarna een soort- 
gelijke opzet volgt als bij 
SI. . S4 en IC1. 
De schakeling heeft één klein 



nadeel. Als de toetsen 
S1...S4 gelijktijdig worden 
ingedrukt, dan gaat het slot 
ook open, Dit kan een inbreker 
er toe verleiden om een wille- 
keurig aantal knoppen samen 
in te drukken. Indien zich bij 
een van de ingedrukte knop- 
pen een reset -toets bevindt 
(S5. . .S10), dan werkt dit 
echter niet. Het is dus zaak 
om de vier kode-toetsen niet 



pal naast elkaar te kiezen op 
het toetsenbordje. 
De stroomopname van de 
schakeling is circa 10 mA (in 
rust). Het relais moet een 12- 
V type zijn met een spoel- 
stroom van minder dan 
100 mA. 

(934104} 

naar een idee van E. Bosman 



nikkel-hydride-lader 



De firma GP is een van de eer- 
ste firma's die nikkel hydride- 
batterijen op de markt brengt. 
Er is nu een verbeterde cel - 
de 120AAH die een kapaci- 
teit heeft van 1,2 Ah in de 
penlight-uitvoering en die na 
25 dagen bij 20° niet meer 
dan 45% van zijn kapaciteit 
heeft verloren door zelfontla 
ding. De fabrikant beveelt de 
volgende laadstrategie aan 
voor snelladen bij 20°C: Laad 



met een stroom van 0,3 C ge- 
durende ten hoogste 2,5 uur 
öf totdat de spanning per cel 
hoger wordt dan 1,49 V öf tot- 
dat de temperatuur hoger 
wordt dan 40 Ü C. De cel is nu 
voor 75% vol en moet dan 
verder geladen worden met 
een stroom van 0,1 C Deze 
stroom kan de cel ook gedu- 
rende lange tijd verdragen. 
De hier getekende schakeling 
volgt de zojuist beschreven 



laadstrategie. Van een 4060 
<IC2) wordt 2,5 uur na de start 
uitgang CT13 hoog, waardoor 
het laden stopt. Ook IC1a 
zorgt er met het hoog worden 
van zijn uitgangsnivo voor dat 
het laden stopt. Deze uitgang 
klapt omhoog wanneer de ak- 
kuspanning hoger wordt dan 
1,49 V per cel. Het aantal cel- 
len waaruit de te laden akku 
bestaat, stelt u in met R14; 
voor 1 cel vervalt R14, voor 2 



cellen is FU4 100 k, voor 3 cel- 
len plaatst u nog een 100-k- 
weerstand parallel aan R14 
(- 50 k), voor 4 cellen plaatst 
u 3 weerstanden parallel, en- 
zovoort. 

De derde manier om het laden 
te stoppen, is via de tempera- 
tuur van de cel die we met IC5 
meten. Is de temperatuur gro- 
ter dan 40 °C, dan schakelt 
IC1b de lader uit. 
De drie schakel-uitgangen 



50 



elektuur 7/8-93 



worden ge-ORed door D2 , . 
. . D4, Deze dioden zijn (low- 
current) LED's, zodat u gelijk 
kunt zien op welk kriterium de 



lader is uitgeschakeld, Öm de 
lader uit te schakelen (dat wil 
zeggen van 0,3 C naar 0,1 C 
omschakelen}, wordt de regel- 



ingang van de als stroombron 
geschakelde stabilisator IC4 
met thyristor Th1 aan massa 
gelegd. De uitgangsspanning 




ICl = TLC272 



C5 
I00n 



van IC4 kan dan niet meer ho- 
ger worden dan 1,2 V. Dat is 
lager dan de akku-spanning, 
dus zal D5 sperren. Het verder 
laden van de akku wordt nu 
overgenomen door voorscha- 
kelweerstand R15. De waarde 
voor deze weerstand kunt u 
uitrekenen door het verschil in 
volt tussen voedingsspanning 
en akkuspanning (1,5 V per 
cel) door 0,12 te delen. U krijgt 
dan een weerstandswaarde in 
ohm die u naar de dichtstbij 
gelegen reekswaarde afrondt 
(de exakte waarde van R15 
luistert niet zo nauw). 
De voedingsspanning die mini- 
maal nodig is, wordt bepaald 
door het aantal cellen in de ak- 
ku('s) die u wilt laden. U hebt 
minimaal nodig; 4 V plus het 
aantal cellen maal 1,5 V. Om 
IC4 daarbij het hoofd koel te 
laten houden, is een klein koel- 
plaatje van 10 K/W voldoende. 
Om de lader te starten, moet u 
op twee toetsen drukken. S1 
reset de timer (IC1) en met S2 
haalt u de thyristor uit gelei- 
ding. U kunt natuurlijk ook een 
dubbelpolige toets gebruiken, 
maar die zijn als drukschake- 
laar niet altijd goed te krijgen 
(vandaar dat we maar twee 
schakelaars getekend heb- 
ben). 

1934117) 



005 



l 2 C-tip 



Het wordt zo langzamerhand 
druk op onze l ? C-bus. Vooral 
de 8 bits l/O-chip, de 
PCF8574, blijkt erg populair te 
zijn. We hebben hem zelf dan 
ook op de nodige printen toe- 
gepast (de AD/DA/IO -module, 
de opto/relais-kaart en het LC- 
display). Aangezien het vaak 
wenselijk is om meerdere 
"8574"-modulen op de bus 
aan te sluiten, kan via de in- 
gangen AO . . A2 aan elk IC 
een ander adres worden toe- 
gekend. Omdat er zodoende 
maar acht adressen zijn in te 
stellen, zou je in eerste instan- 
tie verwachten dat dit ook het 
maximale aantal IC's is dat op 
de bus kan worden aangeslo 
ten. Maar het is mogelijk om 
16 exemplaren van de 
PCF8574 aan te sluiten omdat 
er van het IC twee varianten 



SCL — 
SDA*- 



vdo- 

Vss- 



iNTennuPT 

LOGIC 



PC F 8 574 

PCF8574A 



INPUT 

FILTIA 



il 



CONTFKH 



H 



-2- 



POWEP ON 
RISET 



SHIFT 
SÉGISTf* 



0*0- 



l/O 
PO F»TS 



-» PI 
-*P3 
-» P« 

-» n 
-* Pt 

■* PT 



2 


é.^1. 






-»— 




/ ~ ^^ 


-* 




s 


t AJ Al AO 


A 




S 1 1 t Aï Al AO 
1 ■ i i i 1 i | 


A 


PCF8574 




PCF8574A »3«i» iï 



verkrijgbaar zijn die elk een an- 
der basis-adres hebben. De 
gewone PCF8574 heeft (zoals 
u weet) als basis-adres 40 Mtx . 
De variant, de PCF8574A, 
heeft als basis-adres 70 Htx . 
Verder zijn beide typen iden- 
tiek, zodat ze zonder proble 
men onderling verwisselbaar 
zijn op de print. Met acht ge- 
wone en acht A-typen is het 
dus mogelijk om 16 exempla- 
ren van de PCF8574 op één 
bus aan te sluiten. 

(934019) 



elektuur 78 93 



51 



006 



IR-booster 



Met behulp van deze IR- 
booster is het mogelijk signa 
len van een infrarood 
afstandsbediening op te pik- 
ken en te herstellen, zodat het 
eindresultaat een nagenoeg 
perfekt digitaal signaal is. Ver- 
volgens wordt dit digitale sig- 
naal via een stuk 50-Ö- 
koaxkabel naar een zendtrap 
gestuurd en door deze weer 
omgezet in een infrarood 
signaal. Hierdoor wordt het 
met een IR-afstandsbediening 
mogelijk apparaten te bedie- 
nen die in een andere ruimte 
staan. Vanuit de slaapkamer 
kan zo de video-recorder wor- 
den bediend die in de huiska- 
mer staat. 

Hoewel in het schema een 
BPW34 als IR-ontvangerdiode 
wordt genoemd, hebben wij 
ook goede resultaten weten te 
bereiken met de oude ver- 
trouwde BP104. Afstanden 
tussen de IR-afstandsbedie- 
ning en de BP104 tot zo'n 10 
meter levert nog geen proble- 
men op. Wel is het heel be- 
langrijk dat de layout van de 
print wordt aangehouden zo- 
als die bij dit artikel is afge- 
beeld. Het opbouwen op een 
stukje gaatjesprint geeft 
slechte resultaten. 
Het stroomverbruik van de 
ontvanger is sterk afhankelijk 
van de voor de afstandsbedie- 
ning gebruikte digitale kode en 
ligt tussen 30 en 100 mA. Let 
er verder op dat de bedrading 
tussen de voeding en de tran- 
sistoren T1 en T2 zo kort mo- 
gelijk is. Het bereik van de IR- 
zender is sterk afhankelijk van 




lOOmAF 



-O 



— o— é i— l 



»MlOfi 11 



Q-^3 




de kondities in de ruimte waar 
hij gebruikt wordt, afstanden 
van 10 m horen onder normale 
omstandigheden geen pro- 
bleem te zijn. De frekwentie 
van de te verzenden signalen 
mag liggen tussen 5 en 
200 kHz, een effektieve brom- 
onderdrukking is aanwezig. 
Tenslotte is het aan te bevelen 
de zender en de ontvanger zo- 
danig van elkaar te scheiden 
dat geen optische terugkoppe 
ling kan ontstaan. Zijn ze in 
verschillende ruimten ge- 
plaatst, dan is dit uiteraard 
geen probleem. 

(934106) 

ontwerp: S.Schmid (Duits/and) 



IR. v IR RECEIVER DIODE 







Tc 



£4. 



CS ' 



^ 



J 

r ■ - 4mi ^' % \ j 1 SELE 

* 1T ' J J' ' WIR 



CilOPTIOHAL) 



CTABLE 

output via 
wire UNK 



nr- 

C7 



WIRE LINK. 

REMOVEO FOR 

USE WITM 

REGULATOR 



'Q# Ür : -«-' 



m 



007 



smalband-FM-zender 



De smalband-FM-zender uit 
dit artikel is opgebouwd met 
één IC, kan gevoed worden uit 
een batterij en werkt met een 
zendfrekwentie van 27 MHz. 
Hij is bij uitstek geschikt om 
gebruikt te worden in een 
draadloze mikrofoon. De scha- 
keling is een applikatie rond de 
MC 2833, een geïntegreerde 



smalband-FM-zender van Mo- 
torola, die hier zo geschakeld 
is dat hij werkt in de 27-MHz- 
band. Het nominale zendver- 
mogen is +10dBm (10 mW). 
Wordt daarnaast ook nog re- 
kening gehouden met een re- 
latief laag antenne-rendement, 
dan is het afgestraalde vermo- 
gen circa 1 mW. Door het ge- 



ringe zendvermogen is het be- 
reik van de zender slechts en- 
kele tientallen meters. 
Het aktieve gedeelte van de 
schakeling is in de MC2833 
geïntegreerd en bevat een mi- 
krofoonversterker, een span- 
ningsgestuurde oscillator en 
twee extra transistoren. Deze 
transistoren kunnen gebruikt 



worden voor frekwentiever- 
menigvuldiging of HF-verster- 
king, afhankelijk van de geko- 
zen frekwentie. 
Instelpotentiometer P1 wordt 
gebruikt om de spanningsver- 
sterking van de mikrofoonver- 
sterker in te stellen, P2 dient 
om de zwaai van de zender af 
te regelen. De maximale zwaai 



52 



elektuur 7/8-93 





van de smalband-FM-zender 
blijft beperkt tot 5 kHz. Dit be- 
tekent dat een smalband- 
ontvanger (zoals een CB- 
ontvanger voor de 27-MHz- 
band) nodig is om een goede 
ontvangst te krijgen. 
Het 27-MHz-Kristal (X1) oscil- 
leert hier op zijn grondtoon 
van 9 MHz. De uiteindelijke 
draaggolffrekwentie wordt be- 
reikt door in het IC het oscilla- 
torsignaal met een faktor 3 te 
vermenigvuldigen. 
Bij het bouwen van de zender 
dienen alle gangbare regels 
voor HF-projekten in acht ge- 
nomen te worden; houd de 
draadjes zo kort mogelijk, 
breng de gestippeld aangege- 
ven afscherming van blik op 
de print aan en gebruik uiter- 

elektuur 7/8-93 



aard géén voetje voor IC1. 
De afregeling van de zender is 
simpel. Regel C8, C9 en C18 
zodanig af dat een maximaal 
vermogen wordt geleverd aan 
een 50-Q-belasting. Een alter- 
natieve oplossing is het aan- 
sluiten van een oscilloskoop, 
waarna wordt afgeregeld op 
een maximaal HF-signaalnivo. 
Stem nu een geschikte ont- 
vanger af op de zender en stel 
de twee instelpotmeters zo in 
dat een optimale modulatie 
wordt bereikt. Let verder op 
dat de mikrofoonversterking 
niet al te hoog wordt gekozen. 
Is dat wel het geval, dan treedt 
vervorming op door overstu- 
ring van de versterkertrappen. 
Wordt de zender gebruikt in 
een draadloze mikrofoon, dan 



kan een stukje draad van 1 
meter als antenne gebruikt 
worden. De stroomopname 
bedraagt circa 7 mA. 

(914114) 




Onderdelenlijst 

Weerstanden; 
R1,R2 « 2 x 100k 
R3 m 1 x 2k7 
84 *» 1 x 47 Q 
R5 m i x 470 k 
R8»1x1k 
R7 « 1 X 390 k 
R8 m 1 x 1k5 
P1,P2 * 2 X 1004c- 
instelpotmeter 

Kondensatöfen: 
01 ** 1 x 4n7 
02,03,016 ** 3 x 10 n 

04 = 1x1 |4/16 V 

05 « » 1 x 2n2 
06,012 * 2 x 56 p 
07 « 1 x 82 p 
013 « 1 x 68 p 
08,09,018 - 3 x 60-p- 

trirnmer 

020 « 1 x 

011 • 1 x 

010 ~ 1 x 

014,015 * 

017 « 1 x 

019 m 1 x 

taal 



47 n 

1 n 
220 p 

2 x 39 p 
47 p 
1 ^/36 V tan- 



ZelfiiKtukties: 
U,L3 * 2 x 1 m 
L2,t4 » 2 x 330 n 
L5 m 1 x 2fi2 MKT 



101 « 1 x MC2833P 

Diversen; 

K1 « 1 x BNC-konnektor 

X1 m 1 x kristal 27,005 

MHz 
MIC1 » 1 x elektreet- 

mikrofoon 




008 



frekwentieschakelaar 



Aan schakelaars die reageren 
op (spannings)nivo's zijn we 
ondertussen wel gewend. Bij- 
gaande schakeling reageert 
echter op een binnenkomende 
frekwentie, en nog tamelijk 
nauwkeurig ook, De opzet is 
eenvoudig omdat er een IC 
van het type 4046 wordt toe- 
gepast. In deze familie ver- 
wachten we eigenlijk alleen lo- 
gica, maar dit is een PLL die 
wel intern (grotendeels) digi- 
taal is opgebouwd. 
Het werkt als volgt. De twee 
frekwenties die vergeleken 
moeten worden, komen bin- 
nen op pen 3 resp. pen 14. 
Het moeten blokgolven zijn 
met een amplitude gelijk aan 
de voedingsspanning (3 . . 
. .15 V). De duty-cycle van de 
signalen is onbelangrijk, want 
het PLL IC reageert alleen op 
de positieve flanken. Wanneer 
f1 groter is dan f2, wordt 
pen 13 hoog. Is f1 lager dan 



f2, dan wordt de uitgang laag. 
Zijn de frekwenties precies ge- 
lijk, dan staat er een blokspan 
ning op pen 13 waarvan de 
duty-cycle stabiel is en be- 
paald wordt door het fasever- 
schil tussen de signalen, van- 
daar dat de schakeling als PLL 



gebruikt kan worden. R1 en 
C1 maken van deze blok een 
gemiddelde gelijkspanning die 
via een source-volger naar 
schakeltransistor Tl gaat. Is 
deze spanning groot genoeg, 
dan zal T1 gaan geleiden en 
het relais bekrachtigen. 



IC1 



rlh 






CD4Ö46B 



Phase 
Com parator 



®- 



Source 

Follower 




100n 
4— + 



-012V 




LM) 



BC547B 



-® 



De nauwkeurigheid is theore- 
tisch gezien oneindig groot, in 
de praktijk moet u op 0,1% re- 
kenen. De kombinatie R1/C1 
moet een RC tijd hebben van 
pakweg tenminste 10 maal de 
toegevoerde frekwenties. Ho- 
gere waarden vertragen de re- 
aktie onnodig. Zijn de frek- 
wenties nagenoeg gelijk, dan 
kan het in het ergste geval bo- 
vendien één periode van de 
i/erscfrZ/frekwentie duren voor- 
dat de schakeling aktief 
wordt. 

De schakeling kan werken op 
spanningen tussen 3 en 15 V, 
mits het relais ook geschikt is 
voor de gekozen spanning. 
Transistor T1 kan maximaal 
100 mA schakelen. Het 
stroomverbruik is laag, minder 
dan 0,5 mA; daar moet u de 
relaisstroom dan nog bij tellen. 
(934088) 
ontwerp: M, Nagaraj (India) 



symmetrische voeding 



Symmetrische voedingen hoe- 
ven niet altijd komplex te zijn, 
twee gewone opampjes doen 
het ook! We moeten ons wel 
realiseren dat dit voedinkje 
slechts enkele mA's kan leve 
ren. 

De bovenste helft zorgt voor 
de positieve spanning. Een ze- 
ner van 3,3 V dient als refe- 
rentie. Deze diode is verbon- 
den met de plus-ingang van 
opamp IC1. Om een zeker star- 
ten van de schakeling te ver- 
zorgen wordt deze aanvanke- 
lijk gevoed via R1 en bij vol- 
doende hoge uitgangsspan- 
ning via D1. Via potmeter P1 
wordt een deel van de uit- 
gangsspanning teruggevoerd 
naar de negatieve ingang van 
IC1. Hoe minder er wordt te 
ruggevoerd, hoe hoger de uit- 
gangsspanning wordt. De voe- 
dingsspanning voor de TL071 
mag maximaal 36 V zijn, zo- 
dat de uitgangsspanning tot 
een volt of 30 kan komen. Het 
is uiteraard toegestaan {en vei 



liger!) de opamp een lagere 
spanning te geven, de maxi- 
male uitgangsspanning is dan 
ook lager. 

Het onderste deel van de 
schakeling spiegelt de positie- 
ve uitgangsspanning. Deze 
opamp heeft een tweede (ne- 
gatieve) voedingsspanning no 
dig. 

U kunt de uitgangsspanning 
nog wat stabiliseren door aan 
de uitgangen elkootjes {10 yF) 
op te nemen. 

{934099) 
ontwerp: Amrit Bir Ttwana (In- 
dia) 



© 

2SV 








25V 

e 




♦ 



-© 

3...20V 



elektuur 7'8 93 



55 



010 



snelschaakklok 



Bij een partijtje snelschaak is 
de denktijd gewoonlijk beperkt 
tot 5 è 10 sekonden per zet. 
Slaagt een speler er niet in om 
binnen die tijd een zet te ma- 



ken, dan is de partij voor hem 
verloren of zijn beurt is voorbij 
(afhankelijk van de gemaakte 
afspraken}. Deze schakeling is 
een onpartijdige snelschaak 



f* 




x 



IC1 = NE556 



-MD 




10 



lC1b 



- TMR 

f 

1N4148 



I 



I 

Il Dn 



X 



iCla 



TWR 



556 



— F 

C3 i 




Cl 

tOn 



-® 



scheidsrechter die aangeeft 
wie er aan de beurt is en wie 
"in overtreding" is wegens 
tijdsoverschrijding. Behalve 
voor snelschaken is de scha- 
keling ook uitstekend geschikt 
voor andere spelletjes en spe- 
len zoals dammen, rummy- 
kub, stratego enz. 
De werking van de schakeling 
is als volgt. Wanneer speler A 
op S2 duwt, gaat LED D3 
branden ten teken dat speler B 
aan de beurt is. Deze kan de 
beurt weer naar speler A terug 
geven door op S1 te drukken, 
waarna D2 gaat branden. 
Slaagt een speler er niet in om 
binnen de met P1 ingestelde 
tijd de beurt naar de tegen- 
stander door te geven, dan 
wordt met een zoemer alarm 
gegeven. 

Het hart van de schakeling is 
een 556, de dubbele versie 
van de bekende 555. De ene 
helft (IC1b) doet dienst als flip 
flop die onthoudt welke scha- 
kelaar het laatst is ingedrukt 
en met twee LED's aangeeft 
wiens beurt het is. De andere 
helft <IC1a} is als monoflop ge- 



schakeld. Deze monoflop 
wordt in getriggerde toestand 
gehouden (de zoemer is uit) 
als telkens tijdig wordt hertrig- 
gerd door op een van de scha- 
kelaars te drukken. Om met S1 
de trigger ingang laag te kun- 
nen maken, is de hulp van T1 
ingeroepen. Bij S2 verloopt dit 
via D1. Telkens als IC1a her- 
triggerd wordt, wordt C5 via 
de discharge-pen (pen 1) van 
IC1a ontladen. De met P1 in- 
gestelde laadtijd begint dan 
opnieuw. Wordt er niet tijdig 
op een schakelaar gedrukt, 
dan zal de spanning over C5 
zo hoog worden dat IC 1a 
wordt gereset. De uitgang 
wordt dan laag en de zoemer 
klinkt. Een van de spelers 
heeft dan een probleem . . . 
De stroomopname van de hele 
schakeling bedraagt ongeveer 
20 mA {als D2 of D3 brandt). 
Piept ook nog de buzzer, dan 
neemt de stroom toe tot zo'n 
40 mA. 

(934022) 



ontwerp: CR. 
mar (India) 



Suthikshn Ku- 



011 



mistlampschakeling 



Als je mistlampen wilt monte- 
ren en daar is door de autofa- 
brikant geen rekening mee ge- 
houden, dan heb je een pro- 
bleem. Ergens een schakelaar 
toevoegen en flink wat draden 
trekken, is dan het minste dat 
er moet worden gedaan. Bij- 
gaande oplossing maakt ge- 
bruik van het feit dat in Neder- 
land at sinds vele jaren het 
stadslicht is afgeschaft als 
verlichting, in de zin der wet. 
Stadslichten mag u hoogstens 
gebruiken als parkeerlichten 
bij een stilstaand voertuig. 
Desondanks hebben bijna alle 
auto's de mogelijkheid inge 
bouwd om alleen stadslichten 
te laten branden, ook als de 
auto rijdt. Wanneer u de stads- 
lichten toch niet gebruikt, dan 
kunnen we deze stand van de 
schakelaar mooi gebruiken om 



er de mistlampen op te laten dat is nou ook weer niet de be- 

branden, maar. , . helaas, dan doeling! We kunnen dit oplos- 

branden de mistlampen ook bij sen met een tweetal relais en 

groot licht of bij dimlicht en twee dioden. 



-X-0- 



d!®-M-| 

02 
2 X 1N4001 Rel 1 




12V 



i 




o? 



Wanneer de stadslichten 
spanning krijgen, wordt relais 
Re2 bekrachtigd en gaan de 
mistlampen aan. Wordt er 
echter dimlicht of groot licht 
ingeschakeld, dan wordt relais 
Re1 via een van de dioden be- 
krachtigd. Hierdoor krijgt Re2 
geen spanning meer en de 
mistlampen gaan uit. 
Voor Rel kan bijna ieder 12-V- 
relais met een verbreekkon- 
takt of wisselkontakt worden 
genomen. Voor Re2 moet u 
een zogenaamd autorelais ge- 
bruiken dat de stroom door de 
mistlampen aan kan. Een au- 
torelais kan gewoonlijk 10 A 
gelijkstroom schakelen. In 
auto-shops kunt u deze relais 
goed krijgen, in elektronica- 
winkels meestal niet. 

(934027} 
ontwerp: J, Bosman 



56 



elektuur 7/8 93 




id s bed len i ng 



De schakeling die we hier 
voorstellen, is een draadloze 
afstandsbediening die gebruik 
maakt van de UHF-band. Ze is 
vooral geschikt voor het akti- 
veren van zaken zoals automa- 
tische garagedeuren en alar- 
minstallaties. De zender is op- 
gebouwd rond één transistor 
en werkt met een laag vermo- 
gen op een frekwentie die vrij- 
gegeven is voor dit soort toe- 
passingen. De exakte fre- 
kwentie hangt af van FL1, een 
resonator die per land gekozen 
dient te worden. Voor Enge- 
land is de R2528 geschikt die 
werkt op 418 MHz, voor Ame- 
rika de R1530 die op 315 MHz 
werkt en voor Frankrijk de 
R2523 met een centrale fre- 
kwentie van 224,5 MHz. Voor 
Nederland, België en Duitsland 
is de R2554 met een frekwen- 
tie van 433,92 MHz de juiste 
keuze. 

De zender wordt FM-gemodu- 
leerd door een analoog of digi- 
taal signaal dat via R3 gezet 
wordt op de varicaps D1 en 
D2. Deze varicaps zorgen er 
voor dat de kapaciteit over de 
keramische resonator varieert 
en daardoor ontstaat een fre- 
kwentiemodulatie. Ook ampli- 
tudemodulatie is mogelijk. 
Dan kunt u D1, D2, R2, R3 en 
fi6 laten vervallen; tussen de 
punten A en B komt dan een 
doorverbinding. 
Transistor T1 krijgt een plaats- 
je op de soldeerzijde van de 
print, de stippellijn op de kom- 



ISËsliiL_J 



ponentenopstelling geeft dat 
ook al aan. Aan de koperzijde 
van de print wordt ook een 
verbinding met verzilverd ko- 
perdraad aangebracht. Deze 
komt te zitten tussen stripline- 
spoel L1 en de positieve voe- 
dingsaansluiting. De plaats 
van de verbinding is afhanke- 
lijk van de frekwentie waarop 
de zender werkt. Hoe lager de 
frekwentie, des te meer zelfin- 
duktie is gewenst. Dit bete- 
kent dat de draadbrug meer 
naar de zijkant van de print 
verplaatst dient te worden. 
Enig experimenteren kan 
noodzakelijk zijn om de meest 
optimale plaats te vinden. Zet 
trimmer C3 in de middenstand 
en plaats de draadbrug halver- 
wege de stripline. Bekijk het 
ontvangen signaal en stel C3 
in op maximaal nivo. Lukt het 
niet om een maximum te vin- 
den, verplaats dan de draad- 
brug een beetje in de richting 
van de transistor (zodat de 
zelfinduktie minder wordt) of 
verplaats hem in de richting 
van de korte zijkant (om de 
zelfinduktie op te voeren). De 
beste plaats voor de draad- 
brug is gevonden als de piek in 
de middenstand van de trim- 
mer wordt bereikt. 
Omdat de zender in het UHF- 
gebied werkt, is het natuurlijk 
vanzelfsprekend dat de aan- 
sluitdraden van de komponen- 
ten zo kort mogelijk moeten 
zijn. Verder moet de zender in 
een kunststof behuizing wor- 





den gemonteerd om een opti- 
male transmissie van de HF- 
signalen te garanderen. 




elektuur 7/8-93 



57 



het lek van Elektuur 



dynamische dipiutl 

(maart 1993} 

In het schema van het filter (op 

blz. 72) Is de polariteit van LS4 

en LS6 niet juist. Dit zijn de 



luidsprekers die aan de achter- 
zijde van de kast moeten worden 
gemonteerd; /ij moeten dus juist 
andersom worden aangesloten 
dan hun kollega's aan de voor- 




zijde. In de tekst is de korrekte 
montage overigens wel duidelijk 
beschreven. In het hier af ge* 
drukte schema is alles nog eens 
goed aangegeven. 



aklief drfeweg -systeem - deel 2 
(juni 1993) 

In de onderdelenlijst voor de 
box zijn de maten voor de zij- 
wanden niet korrekt aangege- 
ven. Deze moeten 900 x 296 mm 
groot zijn i.p.v. de vermelde 900 
x 260 mm. 



mini ^P-klok 

(juni 1993) 

Bij het controller-IC in deze 

klok-sehakeling is pen 10, een 
test-aansluiting» nergens mee 
verbonden. Bij ons prototype 
bleek de/ e opzet feilloos te wer- 
ken, maar bij de lezers duiken er 
nu toch enkele problemen op 
door deze loshangende testpen. 
De remedie hiertegen is eenvou- 
dig: verbind pen 10 via een stuk- 
je draad met een massapunt op 
de print, bijvoorbeeld de plus- 
zijde van PI. 



draadloze afstandsbediening 

(juli augustus 1993) 
In het artikel wordt vermeld dat 
amplitudemodulatie bij de/e 
schakeling ook mogelijk is door 
een doorverbinding aan te bren- 
gen tussen de punten A en B. 
De/e aanduidingen zijn in het 
schema helaas weggevallen. 
Punt A is het knooppunt R2/ 
anode Dl en punt B het knoop- 
punt R4/anode D2. 

I'C-EEPKOM 

(juli /augustus 1993) 
De in deze schakeling toegepaste 
KEPROM PCF8582AP wordt 
door Philips niet meer geprodu- 
ceerd. De opvolger van dit IC is 
de PCF8582E-2P. Deze kan /on- 
der meer in de schakeling wor- 
den toegepast. De RC-kombina- 
tie aan pen 7 is dan overbodig. 
De programmeertijd van dit IC 
ligt op circa 7 ms, zodat de tijd- 
konstante Tew in het programma 
verkleind kan worden tot de 
waarde 15. 



elektuur 11 93 



69 



013 



l 2 C-EEPROM 




Cl 



O unit PCF8W2; 
m t ) 

f Library to control the PCTIW2 PC EEPK* (2W * & bitsi.) 

( Requireaents: 
KS-DOS > J.3 

12CDH1V2.SÏS added to COIFIG.SÏS 
Elektor PC PC bardware interface 
PCFBb82 icoapatiblei PC EEPROM 
Special unit: I2C2.TPC 

Source PCF8M2.PAS 

Eïecutable...*, - 

Language Turbo Pascal b.b 

Version , 1.0 

Date 26-03-1*3 

written by P. J. Kuiters. 

Copyright Elektor Electronics / Elektuur (e) 1993 

Order infonation.... ESS1S2* (diskette 5^ inch 360 K: I2CDRIV2 i IKZ\ 



I Coapiler directives. } iSR-.S-J-^^O-^-^+^^-J+.D-.L-J 
IITTERFACE 

|:::::::::::»iiiiiiixiiïi::::::»»:tiï»:sn»iiiiiiH»s::M»ï»t*ittiii| 

( — - luses 

( Used units. ) 12C2,crt; 

j . (const 

I Erase/write cycle tiae of the j Te«=50; 
I EEPROH dilli secondsj. j 

, , Vir 

( PC definition j Bus:12Cfile; 

I PC address of PCF8M2 EEPROH.} ProiAddr:byte; 
| 1 

procedure wr ite&ytepron ProeDataAddr , ProaData : byte i ; 
procedure ReadByteProi(ProiDataAddr:byte; var ProaData : byte}; 
DMBRUni 

jIIK»Ht»t»t|!I»ftllIIIlltHUt»lltmillIllH»3IttIItIIlKtlIlimill 

I 

-HriteByteProa- 

Store ProiData into the EEPROH at address ProiDataAddr. 
) 
procedure Kr ite&yteProii ProiDataAddr , ProaData : byte « ; 

j ) begin (* writeftyteProt *> 

I Generate start condition on | if Start(Bus)<>0 

; PC bus. } then 

I ) beqin 

{ » niteln( 'PC error (start).'); 

I I halt; 

( I end; 

I Address PC EEPROH ) if Address (ProaAddr)<>0 

< t then 

{ I begin 

I } «ritelm 'PC error (address).'); 

I | halt; 

< | end; 

{ Write data byte to EEPROH, | wr i te < Bus, ProitataAddr, ProaData); 
t Generate stop condition on } close (Bus); 

9341 14 -12a 



De PCF8582 van Philips is een 
256-byte-EEPROM en be- 
schikt over een geïntegreerde 
l 2 C-interface. Vandaar dat dit 
type EEPROM direkt op ons 
PC-l 2 C-experimenteersysteem 
aangesloten kan worden. Het 
schema toont hoe de EEPROM 
met de l 2 C-bus verbonden 
wordt door gebruik te maken 
van een 6-polig mini-DIN chas- 
sisdeel (K1); dit type konnektor 
is immers ook op de l 2 C-PC- 
insteekkaart gebruikt. 
Het bus-adres van de 
PCF8582 is instelbaar ge- 
maakt met de jumpers AO, A1 
en A2. Het volledige binaire 
adres luidt: 1 O 1 O A2 A1 AO 
RA/V. In de getekende positie 
van de jumpers is het adres 
dus A0 HEX . 

Om nieuwe data in de EE- 
PROM te kunnen opslaan, 
moet de interne oscillator in 
werking gesteld worden. Dit 
gebeurt door op de PTC- 
ingang {Programming Timing 
Control) een RC-netwerk (R1, 
CD aan te sluiten, Bij de in het 
schema toegepaste kompo- 
nentwaarden is de wis/schrijf- 
tijd circa 30 ms. In de stuur- 
software (de hier afgedrukte 
Turbo-Pascal-unit) wordt deze 
toegangstijd verdiskonteerd 
via de konstante T ew . De 
stroomopname van de 



PCF8582 kan tijdens wis/ 
schrijf-operaties oplopen tot 
2 mA. In stand-by-mode en tij- 
dens lees-operaties is de 
stroomkonsumptie beduidend 
lager, waardoor de opgeno- 
men stroom nagenoeg gelijk is 
aan de 10 mA door LED D1. 
De hierbij afgebeelde Pascal- 
unit PCF8582.PAS bevat pro- 
cedures voor het programme- 
ren en lezen van de EEPROM. 
Met WriteByteProm is het mo- 
gelijk om data byte voor byte 
op te slaan. De procedure 
biedt via de parameter Prom- 
DataAddr rechtstreeks toe- 
gang tot elk adres. Dit laatste 
geldt ook voor de leesproce- 
dure ReadByteProm. 
Om van de unit gebruik te 
kunnen maken, moet u in de 
source-code van uw applika- 
tieprogramma achter het 
USES-kommando letterlijk 
PCF8582 toevoegen. Het 
EEPROM-kopieer-programma 
dat eveneens in deze Halfge- 
leidergids staat afgedrukt, laat 
zien op welke manier de unit 
gebruikt wordt. 
Het schema en de Pascal-unit 
zijn tevens geschikt voor de 
XICOR EEPROM X2404. De 
X2404 is pin-kompatibel met 
de PCF8582, maar bezit de 
dubbele geheugenkapaciteit; 
twee pagina's van elk 256 by- 



( PC bus. 

I wait until erase .•'«rite cycle 

I tiae elapsed. 



I 

I delayfTeu); 

) 

lend; <* UritefiyteProi •) 



-ReadByteProi- 

Read the contents of the EEPROH at address ProiDataAddr , The result 

is retumed via ProaData. 



I 

procedure ReadByteProi(ProiDataAddr:byte; var ProaData: byte); 

I— 

( Generate start condition on 
I PC bus. 



-Ibegin <* ReadByteProi *) 



I 

( Address PC EEPRON. 

I 



( 

( 

! Set EEPROM location to read. 

\ Read data byte froa EEPROH. 

{ Generate stop condition on 

{ PC bus. 

| 



) if Start i Bus I- >u 

I then 

I begin 

t vriteln('PC error I start ). '); 

) halt; 

5 end; 

) if Address(ProtAddr)<>0 

: then 

} begin 

\ «ritelnCPC error (address).'); 

} halt; 

> end; 

) nriteiBus,ProaDataAddr); 

1 read f Bus, ProaData t; 

} closeiBus); 
) 
-lend; |a ReadByteProi *) 

-)begin (* PCF85S2 *) 
-)end. (* PCTIW2 *) 



58 



elektuur 7/8-93 



tes. De paginaselektie ge 

schiedt softwarematig door 

middel van het P-bit in het 

I^C-adres: 1 1 A2 A1 P R/ 

W. 

Belangrijk is dat voor de juiste 

werking van de X2404 jumper 



AO altijd naar massa gescha 
keld moet worden. In de gete- 
kende jumper-posities 
(A0..A2) is het eerste pagina- 
adres dus A0 HEX en het twee 
de pagina-adres A2 HEX . Een 
duidelijk verschil tussen de 



Philips- en de XICOR-chip is 
dat de X2404 géén externe 
RC-kombinatie nodig heeft. 
Daarom moet wel pen 7 van 
de X2404 met massa verbon- 
den worden (jumper B slui- 
ten). 



De wis/schrijftijd van de XI- 
COR bedraagt maximaal 
10 ms (typ. 5 ms) en de 
stroomopname kan oplopen 
tot 30 mA. 

(934114) 



het lek van Elektuur 



dynamische dipiutl 

(maart 1993} 

In het schema van het filter (op 

blz. 72) Is de polariteit van LS4 

en LS6 niet juist. Dit zijn de 



luidsprekers die aan de achter- 
zijde van de kast moeten worden 
gemonteerd; /ij moeten dus juist 
andersom worden aangesloten 
dan hun kollega's aan de voor- 




zijde. In de tekst is de korrekte 
montage overigens wel duidelijk 
beschreven. In het hier af ge* 
drukte schema is alles nog eens 
goed aangegeven. 



aklief drfeweg -systeem - deel 2 
(juni 1993) 

In de onderdelenlijst voor de 
box zijn de maten voor de zij- 
wanden niet korrekt aangege- 
ven. Deze moeten 900 x 296 mm 
groot zijn i.p.v. de vermelde 900 
x 260 mm. 



mini ^P-klok 

(juni 1993) 

Bij het controller-IC in deze 

klok-sehakeling is pen 10, een 
test-aansluiting» nergens mee 
verbonden. Bij ons prototype 
bleek de/ e opzet feilloos te wer- 
ken, maar bij de lezers duiken er 
nu toch enkele problemen op 
door deze loshangende testpen. 
De remedie hiertegen is eenvou- 
dig: verbind pen 10 via een stuk- 
je draad met een massapunt op 
de print, bijvoorbeeld de plus- 
zijde van PI. 



draadloze afstandsbediening 

(juli augustus 1993) 
In het artikel wordt vermeld dat 
amplitudemodulatie bij de/e 
schakeling ook mogelijk is door 
een doorverbinding aan te bren- 
gen tussen de punten A en B. 
De/e aanduidingen zijn in het 
schema helaas weggevallen. 
Punt A is het knooppunt R2/ 
anode Dl en punt B het knoop- 
punt R4/anode D2. 

I'C-EEPKOM 

(juli /augustus 1993) 
De in deze schakeling toegepaste 
KEPROM PCF8582AP wordt 
door Philips niet meer geprodu- 
ceerd. De opvolger van dit IC is 
de PCF8582E-2P. Deze kan /on- 
der meer in de schakeling wor- 
den toegepast. De RC-kombina- 
tie aan pen 7 is dan overbodig. 
De programmeertijd van dit IC 
ligt op circa 7 ms, zodat de tijd- 
konstante Tew in het programma 
verkleind kan worden tot de 
waarde 15. 



elektuur 11 93 



69 






iskrete klasse-A-voorversterker 



Bij het ontwerpen van voorver- 
sterkers wordt vaak naar een 
kant en klare geïntegreerde 
oplossing gegrepen, terwijl 
voor eindversterkers juist een 
diskrete oplossing de voorkeur 
geniet, Vandaar dat we hier 
weer eens een diskreet opge- 
bouwde voorversterker bren- 
gen. Als uitgangspunt voor 
deze versterker is de enkele ja- 
ren geleden gepubliceerde 
Power Amp gekozen. Hoewel 
de opzet aanzienlijk vereen- 
voudigd is, heeft dat bijna 
geen invloed gehad op de uit- 
eindelijke kwaliteit. De scha- 
keling is symmetrisch van op 
zet, alleen de grote verschillen 
in de stroomversterkingsfaktor 
van de MAT02 en MAT03 
gooien hierbij roet in het eten. 
Daardoor is een bias-korrektie 
nodig aan de ingangstrap, die 
opgebouwd is rond T12. Door- 
dat er al een referentiespan- 
ningsbron (D2) beschikbaar 
was, is deze korrektieschake- 
ling simpel van opzet geble- 
ven. Met P2 is de uitgangs 
spanning keurig op V in te 
stellen. Het gevolg van deze 
aktieve korrektie is wel dat 
een koppelkondensator aan de 
ingang noodzakelijk is. Bij de 
gekozen dimensionering van 
de koppelkondensator ligt het 
kantelpunt op 1,5 Hz, in de 
praktijk levert dat dus geen 
problemen op. 

De rest van de schakeling is 
een helemaal symmetrisch op- 
gebouwde versterkertrap. Aan 
de ingang zitten twee verschil 
trappen die bestaan uit resp. 
T1a/T1b en T2a/T2b. Deze 
trappen sturen een push-pull- 
schakeling aan die bestaat uit 
de transistoren T5 en T6. 
Door de weerstanden R18 en 
R19 wordt de spanningsver- 
sterking van de schakeling be- 
perkt, hierdoor blijft ze ook 
zonder belasting stabiel. De 
uitgangstrap wordt gevormd 



door een standaard emitter- 
volger die opgebouwd is met 
T9 en T10. Om er zeker van te 
zijn dat de ruststroom door de 
emittervolger konstant blijft, is 
een referentiebron met behulp 
van twee transistoren (T7 en 
T8) opgebouwd. De transisto 
ren in de emittervolger zijn 
hierdoor individueel gekom- 
penseerd. Voor een optimaal 
resultaat dienen T7 en T9 als 
mede T8 en T10 met de vlakke 
kanten tegen elkaar gemon- 
teerd te worden. Het toevoe 
gen van wat warmtegeleiden- 
de pasta en een koperen klem- 
metje om de mechanische 
koppeling stabiel te maken 
ronden het geheel af. De rust- 
stroom voor T9 en T10 wordt 



Enkele meetresultaten van deze versterker 
(U b = ± 15 V, 1 V eff uit, 1 kQ belasting): 
versterking circa 6,6 maal 
(ingangsgevoeligheid 1 50 mV) 
slew rate > 200 V/^s 

signaal/ruisverhouding > 100 dB (ongewogen) 
THD {20 Hz. . .20 kHz) < 0,00025% 



met P1 ingesteld op 20 mA. 
De grootte van de ruststroom 
is te meten aan de hand van 
de spanningsval over de weer 
standen R22 en R23. Konden- 
sator C2 is toegevoegd om de 
blokresponsie te verbeteren en 
overshoot te onderdrukken. 
De effektieve bandbreedte 
loopt hierdoor terug tot circa 
2,4 W\Hz, ruim voldoende voor 
audio-toepassingen. Om een 
optimaal resultaat te bereiken 



zijn alle transistoren in een 
klasse A-instelling gezet. Het 
gevolg hiervan is wel dat er 
een relatief grote ruststroom 
loopt {circa 40 mA). 
Om een optimale tegenkoppe 
ling te bereiken, moeten de 
massa van de ingang en de 
uitgang, de weerstanden R1, 
R2, R18 en R19 alsmede de 
nul-aansluiting van de voeding 
één sterpunt vormen. 

(934069) 



ST20mA 



-<+)l5V 




-O' *v 



elektuur 7/8 93 



59 



015 



instelbare verschilversterker 



Bij de klassieke verschilver 
sterker-schakeling met een te- 
genkoppeling naar de min- 
ingang van de opamp en een 
spanningsdeler aan de plus- 
ingang is het nogal lastig om 
de versterking instelbaar te 
maken. Het tegenkoppelnet- 
werk en de spanningsdeler 
dienen immers eikaars even- 
beeld te zijn om een goede on- 
derdrukking van common- 
mode-signalen te krijgen 
(CMRR). In feite moeten er 
dan twéé weerstanden instel- 
baar gemaakt worden en die 
twee moeten dan ook nog al- 
tijd exakt gelijk zijn ingesteld. 
Met deze schakeling is dat 
echter niet nodig. Hier kan met 
één potmeter de versterking 
worden ingesteld zonder dat 
dit de CMRR beïnvloedt. Na 



enig rekenwerk is voor de 
schakeling de volgende over- 
dracht af te leiden: 



2 •jj^n+j^HUj-U,) 



<J> 




U ziet dat in de signaal- 
overdracht instelpotmeter P1 
alleen invloed heeft op het ver 
schilsignaal (U 2 U,). Het 
common-mode-signaal 
(U 2 + U,) komt in de formule 
zelfs helemaal niet voor. Dat 
komt enerzijds omdat PI er 
geen invloed op heeft en an- 
derzijds doordat de in het 
schema gelijk genummerde 
weerstanden ook een gelijke 
waarde hebben. Theoretisch 
geeft dat een volledige onder- 
drukking van het common- 
mode-signaal. In de praktijk 
zullen de toleranties in de 
komponenten de uiteindelijke 
CMRR bepalen (maar om daar 
aan te kunnen rekenen moet 
de formule behoorlijk worden 
uitgebreid). 

(934073) 



regenboog-LED 



De techniek staat voor niets, 
er is nu eindelijk een LED die 
alle zichtbare kleuren kan ma- 
ken. Dat komt omdat er feite- 
lijk drie (vier zelfs) LED's in 
één huisje zijn ondergebracht 
in de kleuren rood, groen en 
blauw (de laatste twee maal). 



Door deze LED's met verschil 
lende helderheid te sturen, 
kunnen alle kleuren inklusief 
wit worden gemaakt. De bij- 
gaande schakeling doet de 
LED in willekeurige volgorde in 
alle kleuren oplichten en is ge- 
dacht als dekoratie of om ro 



-<?)9V 




mantische momenten meer 
luister bij te zetten. 
De schakeling is een integrator 
gevolgd door een Schmitt- 
trigger. Samen vormen deze 
een oscillator die op pen 1 een 
driehoekspanning afgeeft met 
een amplitude van ongeveer 
1,5 V tt . Deze driehoek wordt 
via een transistor (T1) en een 
stroombegrenzingsweerstand 
(R5I aan een van de LED's 
toegevoerd. Het is de bedoe- 
ling dat u deze schakeling drie 
maal opbouwt, voor iedere 
kleur eenmaal. Neem dan voor 
C1 verschillende waarden, bij- 
voorbeeld 470 n, 330 n en 
220 n. De beide blauwe LED's 
worden op dezelfde generator 
aangesloten met ieder een 
eigen weerstand. Met P1 kan 
het gelijkstroomnivo van de 
driehoek worden verschoven. 
Begin met de loper naar mas- 
sa. Verdraai dan de loper lang- 
zaam totdat de LED een beetje 
begint op te lichten. De beste 
instelling is wanneer de LED 
ongeveer eenderde van de tijd 
uit is en tweederde van de tijd 
aan. De voorschakelweerstan- 
den voor de LED's zijn laag ge- 



kozen omdat vooral de gevoe- 
ligheid van de blauwe LED nog 
wat laag is. Draai P1 niet te ver 
op. Zorg er voor dat de stroom 
door de LED's onder 30 mA 
blijft, de blauwe mogen ieder 
40 mA hebben. De gemiddel- 
de stroomopname van de hele 
schakeling ligt dan bij zo'n 
70 mA. 




Voordat u aan deze schakeling 
begint te werken, moet u er 
wel zeker van zijn dat u deze 
nieuwe komponent, de drie- 
kleuren- of RGB-LED ook wer- 
kelijk kunt krijgen, Hij is van 
het merk "Everlight" en heeft 
het typenummer 339 1 
VRKGBBW. 

(934065) 



elektuur 7/8 93 



61 




Olvl€U"COnCIITIOri@r 



Om er zeker van te zijn dat een 
loodakku (zowel een open als 
een zogenaamd onderhouds- 
vrij type) altijd vol is, kan er 
het beste een konstante span- 
ning op worden aangesloten. 
Akkuladers die steeds kontro- 
leren of de akku nog vol is en 
pas gaan laden als hij (bijna) 
leeg is, garanderen niet dat de 
akku altijd vol is en dat kan 
problemen geven als we de 
akku plotseling nodig hebben. 
Bijgaande lader kontroleert 
voortdurend of de akkuspan- 
ning hoog genoeg is en laadt 
zonodig even bij. Dit systeem 
heeft zowel voor- als nadelen. 
De akku is altijd vol, maar hij 
wordt een beetje "lui", hij laat 
zich wat slechter opladen. Dit 
effekt is na gewoon gebruik 
(een paar keer laden- en ontla- 
den) echter weer verdwenen. 
Wanneer de spanning niet te 
hoog wordt gekozen (lager 
dan 13,8 V), is de akku wel vol 
en heeft hij een heel lange le- 
vensduur. Het is niet aan te ra- 
den de akku voortdurend op 
een hoge spanning van bij- 
voorbeeld 14,4 V aan te slui- 
ten (daar is ook geen reden 
voor, want bij 13,8 volt blijft 
de akku netjes vol). De enige 
reden om de akku (tijdelijk) op 
een hogere spanning aan te 



sluiten, is dat een lege akku 
dan sneller wordt geladen. 
Gebruik als lader een kommer- 
cieel verkrijgbaar apparaat. 
Dat voldoet (of zou moeten 
voldoen!) aan de veiligheidsei- 
sen en is naar verhouding erg 
goedkoop. Om een (gedeelte- 
lijk) lege akku op te laden sluit 
u deze gewoon direkt op de la- 
der aan. Is de akku vol, laat 
hem dan niet onnodig lang di- 
rekt aangesloten op de lader, 
want deze levert meestal een 
flink hoge spanning. Het is 
dan tijd om de hier beschreven 
schakeling tussen de lader en 
de akku op te nemen. Met P1 
kan worden ingesteld bij welke 
spanning het laden wordt ge- 
stopt. Draai P1 linksom en 
sluit een universeelmeter aan 
op de akku. De LED licht niet 
op. Verdraai P1 nu totdat de 
LED oplicht, er wordt nu gela- 
den. Zodra de akkuspanning 
de gewenste waarde heeft be- 
reikt, draait u P1 iets terug tot- 
dat de LED dooft. Dat gebeurt 
vrij geleidelijk, zodat u dit het 
beste kunt doen in een niet al 
te heldere omgeving. 
De schakeling werkt als volgt. 
De 723 wordt gevoed uit de 
akku via D2 (stroomopname 
circa 10 mA). De interne refe- 
rentiespanning wordt met be- 



4^^ÏS , 5^ttto 


^,r l V' ■ ' ■ 


/i^^% ! ^^ : N^£ii^^iÉ^^ ; iflfi^B^H 










iiP^ÉKIISI^I^ByiPi^ ^^ ^^ 


^mHHfi&ii^HflR^ 


fifl f^m, 


^^^^^^^mn 


ifiBSïiiPW^Ci^ ^^^B^Bf 




HMliÉïÉl 


v^pPP?^^^^ v n ' 


V «^v^^^^^^^^^^^ -V 




R7 

[TÖk 



lp TM 

■4w 



TIC106 934033-11 



Onderdelenlijst 

Weerstanden: 
R1 « 1 x 4k7 
R2,R4 - 2 x 2k2 
R3,R7 = 2x10k 
R5,R6 *2x1k 

pi = i x i-k- 
instelpotmeter 

Kondensatoren: 
C1 m 1 x 1 n 
C2 m 1 x 100^/25 V 

Halfgeleiders: 

Dl = 1 x LED rood, 3 mm 

D2 = 1 x 1N4001 

Th1 « 1 x TIC106 

IC1 = 1 x CNY17-1 

IC2 = 1 x CA723 

Diversen: 

1 koelplaatje voor Th1, bijv. 
SK59 

4 vlakste kers met schroef be- 
vestiging 

1 kastje, afm. 95 x 60 x 
24 mm (Conradï 




62 



elektuur 7/8-93 



hulp van R1 en R2 verlaagd tot 
2,2 V. Deze spanning wordt 
vergeleken met de gedeelde 
akkuspanning op de loper van 
P1. Is deze spanning lager, dan 
wordt de uitgang (pen 10) 
hoog. LED D1 licht op en de 
opto-coupler ontsteekt dan 
thyristor Th1. Hierdoor wordt 
de spanning van de akkulader 
op de akku gezet en gaat er 
een stroom lopen (de grootte 
ervan wordt bepaald door de 
akkulader). Omdat de akkula- 
der een ongefilterde gelijkge- 
richte wisselspanning levert, 
zal de thyristor tijdens iedere 
nuldoorgang doven maar daar- 
na ook weer meteen ontsto- 
ken worden als de akkuspan- 
ning nog niet voldoende hoog 
is. 

U kunt ook tijdens het laden 
van een akku deze schakeling 
tussen de lader en de akku la- 
ten zitten. Het opladen zal dan 
echter langzamer verlopen 
omdat er een extra spannings 



3 






^L BATTERY^^ 

^^CHARGER ^^ /, 

Qj CHARGING ^J ^k 






I 







verlies van ongeveer 1 V is 
over de thyristor. Het opladen 
duurt dan gewoon wat langer. 
De thyristor moet bij stromen 
boven 1 A worden voorzien 
van een koelplaatje. De maxi- 
male stroom moet onder 5 A 
blijven. 
Voor de schakeling is een klei- 



ne print ontworpen waarvan 
het grootste deel door het 
koelplaatje voor de thyristor 
wordt ingenomen. De opbouw 
zal verder wel duidelijk zijn. 
Gebruik voor de vier aanslui- 
tingen aan de zijkant vlakste- 
kers die op de print kunnen 
worden geschroefd. Het ge- 



heel past in een miniatuur- 
kastje, waarvan een van de zij- 
kanten open blijft om de ka- 
bels op de vlakstekers aan te 
kunnen sluiten. Een front- 
plaatje voorziet het kastje van 
een passend uiterlijk. 

(934033) 



Manman 



Een simpele schakeling waar- 
mee op eenvoudige wijze een 
audio-, TTL- of CMOS 
schakeling getest kan worden, 
is altijd welkom. Dit ontwerp is 
geknipt voor het klaren van dit 
klusje. 

Met behulp van ICIa is een 
simpele oscillator gebouwd. 
De frekwentte die de oscillator 
levert is in te stellen tussen cir- 
ca 0,5 en 1,5 kHz met behulp 
van potentiometer PI. Alvo- 
rens het signaal de te testen 
schakeling in wordt gestuurd, 
wordt het eerst nog gebufferd 
door IC1b. Schakelaar S2 
wordt gebruikt om het signaal 
aan te passen op de te testen 
schakeling. In de bovenste 
stand, met kondensator C4, is 
het signaal geschikt voor 
audio-schakelingen (uitgangs- 
spanning 9 V n |. In de midden- 
stand kan de tester direkt een 
CMOS-schakeling aansturen 
en in de derde stand is het sig- 
naal aangepast aan TTL nivo's 
(5 V). Hiermee kunnen echter 
alleen HC- en HCT-IC's aange- 
stuurd worden, geen gewone 
TTL-logica of LS typen. Wilt u 
deze uitgang toch gebruiken 
voor LS-IC's, dan moet R2 



luidruchtige tester 



9V Si _, Dl 

1N4148 



9V 



— tt^ 9 ; 

ei ca © X 




47 H 
10V 



IC1 



O-i 





IC1C 






IC1d 


[B21 

1 -L | 


8 


JT& 


\™\ 


12 

> 

p 13 


#«, 




! 9 


vii | 














R3 











(0) -► 



IC1 = 4093 



worden verlaagd tot 1 kQ 
(voor normale TTL-ingangen 
kan de 4093 niet voldoende 
stroom leveren). 
Het tweede deel van de scha- 
keling wordt gebruikt om een 
signaal in de te testen schake- 
ling te detekteren. Met behulp 
van een testpen wordt een 
punt in de schakeling afgetapt 



en op de ingang van ICIc ge- 
zet. Als hierop een signaal 
staat, gaat de LED branden en 
klinkt uit de zoemer een piep- 
toon t je. 

De schakeling kan gemakkelijk 
uit een batterij gevoed wor- 
den, maar het is ook mogelijk 
om een net-adapter te gebrui- 
ken die 9 V levert. De beste 



oplossing is het betrekken van 
de voedingsspanning uit de te 
testen schakeling. De stroom- 
opname van het generatorge- 
deelte is slechts 1 mA; de ont- 
vanger heeft maximaal 10 mA 
nodig. 

f 934003} 
ontwerp: Amrit Bir Ti wan a 
(India) 



elektuur 7/8-93 



63 






deurbel-nabrander 



Het is vaak niet mogelijk om 
parallel aan een deurbel een 
tweede exemplaar te plaatsen. 
Dat komt omdat bij veel 
deurbel-typen de beltrafo al 
volop belast is. Een zoemertje 
parallel aan de bel kan waar- 
schijnlijk nog wel, maar dat 
snerpende geluid naast de to- 
nen van een fraaie gong is na- 
tuurlijk geen gehoor. Vooral 
niet als de persoon aan de 
deur een langdurige relatie 
met de belknop is aangegaan. 
Met wat onderdelen uit de 
standaard voorraad van een 
hobbv-elektronicus is er een 
elegante tussenoplossing te 
maken. Het hier getekende 
schakelingetje schakelt de 



zoemer né het loslaten van de 
belknop even in. De daarvoor 
benodigde energie wordt — 
als de belknop is ingedrukt — 
verzameld in kondensator C2. 
De beltrafo wordt daardoor 
maar heel kortstondig extra 
belast. Ondertussen zorgt 
transistor T1 er voor dat T2 
spert. Na het loslaten van de 
belknop zal T1 sperren en kan 
T2 gaan geleiden. Zolang de 
energievoorraad in C2 strekt, 
zal de zoemer nu zijn werk 
doen. De lengte van de zoem- 
toon kan worden veranderd 
door de waarde van C2 aan te 
passen (hoe groter C2, des te 
langer duurt de toon). Omdat 
alle energie uit C2 moet ko- 




men, is het niet mogelijk om (de meeste trekken te veel 

de zoemer door een tweede stroom}. 

deurbel/gong te vervangen (934094) 



020 



vierde-orde één-opamp-filter 



Bij gebruik van hogere-orde fil- 
ters, vanaf vierde orde en ver- 
der, wordt normaliter gebruik 
gemaakt van meerdere 
tweede-orde sekties achter el- 
kaar. Bij een oneven-orde filter 
komt daar een passief net- 
werkje bij of een derde-orde 
sektie. Dit betekent dat er bij 
een vierde-orde filter minstens 
twee opamps nodig zijn. Deze 
schakeling maakt slechts ge- 
bruik van één opamp voor een 
vierde-orde overdracht, waar- 
door minder niet-lineariteiten 
(vervorming, intermodulatie 
enz.) worden veroorzaakt. Ver- 
der treedt ook geen interne 
opslingering op die de samen- 
stelling met tweede orde sek- 
ties kenmerkt. Daardoor mag 
de amplitude van het ingangs- 
signaal bij deze schakeling ge- 
lijk zijn aan de maximale am- 
plitude die de uitgang van de 
opamp kan leveren (u dient 
wel rekening houden met het 
common-mode-ingangsbe- 
reik). Nadelen van deze scha- 
keling zijn de nogal grote ver- 
houding C3/C4 en de 
minimumwaarde voor de 

A(joj) = 



t> 











Jr 


1 ^ 






|lOOn 




Cl 

1 Sn 384 




C3 

58n674 


1 


IC1 j 






R2 


R3 


m 


J 


TL081^^ 




HlOkJ- 


t-Ttofc T^ 


H IQ* h 









15V 

o 



4 



I5n022 



899p9l 



934059 - 1 1 



-® 



15V 

-0 



weerstanden. Deze laatste 
wordt namelijk bepaald door 
de maximale belasting van de 
uitgang van de gekozen 
opamp. Het netwerk belast 
immers deze uitgang. Voor 
een TL081 is 2 kQ de maxi 
male belasting (voor grote sig- 
nalen). De weerstanden 
(R1 . . . R4) samen vormen ui- 
teindelijk een impedantie van 
zo'n 2,5 kQ, dus blijft er nog 



wat ruimte over voor een ex- 
terne belasting (minimaal 
10 kQ}. De stroomopname 
van de TL081 bedraagt zo'n 
1,5 mA. Bij opamps die 600 Q 
aan kunnen, is voor R1 . . . R4 
2,5 kQ als minimumwaarde 
aan te raden. Dat verlaagt de 
ruis die het filter afgeeft en die 
voor een groot deel van de 
weerstanden afkomstig is. 
Als karakteristiek van het filter 



is hier bewust voor een dimen- 
sionering volgens een vierde- 
orde Bessel-polynoom geko- 
zen, omdat een Butterworth- 
karakteristiek niet zo goed te 
maken is met dit filter <de ver- 
houding van C3/C4 wordt ex- 
treem groot). Dat komt omdat 
de opamp hier niet meer dan 
éénmaal versterkt. Met de ge- 
geven dimensionering (voor de 
kondensatoren zijn de bere- 
kende waarden aangegeven) 
is het kantelpunt 1 kHz. Voor 
andere frekwenties zijn de 
waarden gemakkelijk om te re 
kenen door de komponenten 
evenredig met de kantelfrek- 
wentie groter of kleiner te ma- 
ken. Voor wie het aandurft dit 
filter eens na te rekenen, vol- 
gen hier het 4e-orde Bessel- 
en Butterworth-polynoom en 
de overdracht van de schake- 
ling: 

Bessel : 1 + s + (3/7) *s 2 
+ (2/21) s 3 + (1/105) s 4 
Butterworth : 1 + 2,6131 s + 
3,4142 s 2 + 2,6131 s 3 + s 4 

(934059) 



1 +<2-C2 + 4-C4)(jo>) + IC1-C2 + 3'C1 C4 + 4 C2C4 + 3C3C4)(jco| 2 + (2C1 C2 C4+2 Cl C3 C4 + 2 C2 C3C4)(jw} 3 + (C1 C2 C3 C4)(jü>} 4 



64 



elektuur 7/8 93 



021 



energiekosten-bespaarder 



Hoe zuiniger we met energie 
omspringen, hoe hoger de 
prijs per eenheid wordt die de 
leverancier ons in rekening 
brengt. Dat marktmechanisme 
is nou niet bepaald een stimu- 
lans voor energiekonsumenten 
om het zuiniger aan te doen; 
het lijkt wel of je voor je zui 
nigheid gestraft wordt. Ener- 
giebesparing om reden van ko 
stenbesparing is, zeker op de 
wat langere termijn be- 
schouwd, een verkeerd uit- 
gangspunt. Energiebesparing 
om wille van het milieu dient 
het werkelijke motief te zijn 
voor ons zuinige gedrag. Dat is 
natuurlijk niet voor iedereen 
voldoende aanleiding om eens 
stil te staan bij de vraag of bij- 
voorbeeld al die elektrische 
energieverslindende keuken- 
apparaten echt nodig zijn. 
Gebaseerd op de konstatering 
dat wij, slaven van de door 



ons zelf gekreëerde leefwereld 
waarin alles om de centen 
draait, gevoeliger zijn voor mo- 
mentele rekeningen dan voor 
milieurekeningen die wij 
{waarschijnlijker onze nako- 
melingen) pas later gepresen 
teerd krijgen, is bijgaande 
energiekosten-bespaarder 
ontworpen. Eenieder die een 
beetje vertrouwd is met de 
elementaire rekenregels voor 
het bepalen van de elektrische 




energie-opname uit het stop 
kontakt, weet dat we alleen 
voor het aan het energienet 
onttrokken werkelijke vermo- 
gen betalen. De bekende 
cosinus-cp-faktor (veelal ver- 
meld op het typeplaatje van 
een elektrische verbruiker) 
geeft uitsluitsel over de vraag 
welk gedeelte van het totale 
opgenomen vermogen in reke- 
ning gebracht zal worden. Is 
deze faktor 1 (maximale waar- 
de), dan loopt de rekening snel 
op. Een cosinus-cp waarde van 
O is in dat opzicht zeer gun 
stig; die waarde ontstaat wan- 
neer de door het lichtnet gele- 
verde stroom precies 90° in 
fase verschoven is ten opzich- 
te van de netspanning. Deze 
situatie kan op een heel een- 
voudige wijze sterk benaderd 
worden door het in serie met 
de verbruiker opnemen van 
een geschikte kapaciteit. Be- 



kend is dat een kondensator er 
voor zorgt dat de stroom 90° 
in fase verschuift ten opzichte 
van de spanning en van deze 
eigenschap wordt hier dank- 
baar gebruik gemaakt. Experi- 
menteren met de kapaciteits- 
waarde kan tot een zeer hoge 
energiebesparing (pardon: 

kostenbesparing) leiden. De 
snelheid waarmee de schijf in 
uw kilowatt-uurmeter rond- 
draait, geeft daarbij aan hoe 
gunstig u de waarde voor de 
seriekondensator gekozen 

hebt. Uiteraard dient u een 
voor wisselstroom geschikte 
{dus ongepoolde) kondensator 
te gebruiken die bestand is te- 
gen wisselspanningen van 
minstens 300 V (of 630 V 
gelijkspanning). 

(934121) 



022 



perfekte driehoek-oscillator 



Pulsduurmodulatoren vereisen 
een perfekte driehoekvormige 
spanning. Zo'n signaal moet 
exakt symmetrisch zijn en 
kaarsrechte hellingen hebben. 
Alle afwijkingen van de ideale 
golfvorm leveren een onge- 
wenste vervorming op. De op- 
zet van deze schakeling is ge- 
baseerd op het koncept van 
een blok-driehoek-oscillator. 
Een Schmitt-trigger maakt van 
een driehoek een ideale blok- 
golfvormige spanning die op 
zijn beurt via een stroombron 
een kondensator kontinu op- 
en ontlaadt. Eén positieve 
konstante-stroombron {opge- 
bouwd rond T1) wordt ge- 
bruikt voor het opladen, een 
negatieve stroombron rond T2 
zorgt voor het ontladen. 
De Schmitt-trigger is opgezet 
rond twee als inverter gescha- 
kelde EXOR's van het type 
CD4030. De resterende twee 
poortjes uit het IC worden niet 
gebruikt en staan ter beschik- 
king voor bijvoorbeeld een 
pulsduurmodulator. Met be- 



hulp van de weerstanden R1 gang van de Schmitt trigger 
en R2 wordt de hysteresis van wordt gevormd door ICIb. De 
de omzetter ingesteld. De uit- ze uitgang stuurt afwisselend 



Idd 



3 

™ I 
a 

É 



= 1 -' 



= 1 - 



* zi« tekst 



I 



-© 

C5 10V 



tja 
;i 'C2 = = 

_J (T\ MOOrt 10i> 



IC1a 



ICIb 



R3 |R7 As 

n r ® zk 

*l IH in E^ 



= 1 



R2 

|"47k 



IC1 = 4030 





C4 



100 
2SV 



C3 

100n 



V 

■o» 



-o 



934043 - 11 



o* 



transistor T1 of transistor T2 
aan. Is de uitgang van ICIb 
laag, dan gaat T1 geleiden; is 
hij hoog, dan komt T2 in aktie. 
De weerstanden R3 en R4 zor- 
gen er voor dat de spanning 
op de basis van T1 en daarmee 
dus ook de spanning over 
emitterweerstand R7 konstant 
is als de uitgang van IC1b laag 
is. Hierdoor is gegarandeerd 
dat kondensator Cl door Tl 
met een konstante stroom 
wordt opgeladen. Diode D1 
zorgt er voor dat de transistor 
zeer snel spert. Voor transistor 
T2 geldt een soortgelijk ver- 
haal, alleen komt deze in gelei- 
ding als de uitgang van ICIb 
hoog is. Bij de dimensionering 
van de schakeling moet reke- 
ning worden gehouden met 
het feit dat de amplitude van 
de driehoekspanning niet gro 
ter mag zijn dan de basisspan- 
ning van de transistoren T1 en 
T2. Een marge van 1 V aan 
boven- en onderzijde lijkt ons 
een goede keuze. Uitgaande 
van een voedingsspanning 



elektuur 7/8 93 



65 



van 10 V komt dat neer op 
een driehoekvormige spanning 
met een amplitude van onge- 
veer 2,5 V w . 

Opamp IC2, een AD847, is 
een zeer snelle opamp 
(200 V7fis} die als buffer fun- 
geert tussen uitgang en 
Schmitt-trigger-ingang. Door- 
dat een zeer goede opamp ge- 



kozen is, heeft hij relatief wei- 
nig invloed op de kwaliteit van 
de vorm van de driehoek. In- 
dien gewenst is een korrektie 
van de symmetrie van de drie- 
hoek mogelijk door in serie 
met R3 of R6 een kleine instel- 
potmeter (bijvoorbeeld 1 kö) 
op te nemen. De weerstand 
(R3 of R6) moet dan wel met 



de hefft van de potmeterwaar- 
de verkleind worden. 
De schakeling is te gebruiken 
tot frekwenties van ongeveer 
300 kHz, Beïnvloeding van de 
frekwentie is mogelijk door de 
waarde van polvstyreen- 
kondensator C1 aan te pas- 
sen. Bij de gekozen dimensio- 
nering is de frekwentie circa 



38 kHz, deze sluit aan bij de 
pulsduurmodulator die elders 
in dit blad te vinden is. 
De stroomopname is circa 
8 mA, waarvan de AD847 al- 
leen al 5 mA voor zijn rekening 
neemt. 

(934048) 



023 



PromCopy 



Elders in deze Halfgeleidergids 
is beschreven op welke manier 
de EEPROM-typen PCF8582 
en X2404 op het PC-I 2 C- 
experimenteersysteem kun- 
nen worden aangesloten. 
Een interessante toepassing 



is het hieronder afgebeelde 
EEPROM-kopieerprogramma. 
Overigens, de wens om l 2 C- 
EEPROM's te kopiëren is 
voortgekomen uit de hoek van 
KTV- en radio-reparateurs; in 
moderne radio- en televisie- 



toestellen worden namelijk de 
basis- of voorkeursinstellingen 
meestal in l 2 C-EEPROM's op- 
geslagen. 

Het kopieerprogramma Prom- 
Copy maakt onder andere ge- 
bruik van de Pascal-unit 



PCF8582 (zie artikel l 2 C- 
EEPROMh Verder heeft u ook 
de PC-interface-kaart nodig uit 
Elektuur januari '92, de de- 
vice-driver I2CDRIV2 en de 
driver / Pascal - interface - unit 
I2C2.PAS (ESS1823). 



a 



(..rtxjui PrinOop 1 ,; 



' 



* 



; copy proqru (or Kitbt: i2b* • a bits ie leukmi.i 

I lequireients: 
«-BOS l ï.ï 

UCMtlU.SïS added to OWFICSÏS 
Hektor PC PC hardware interface 
KF8W2 icoip^tiblet [*C EOTüH 
Special unit: KTSU2.TPI 

Sourot ProiCopy .PAS 

Eiecutable PronCopy.EKL 

Unguaqe Turbo Pascal b.*> 

^ersion IJ 

Date Jé-uj-lW 

witten lf... f. J. luiten. 

Cop r riqbt Cl«ktor Electronics Üektuur |C| iWJ 

Order jntoraation.... ESSia2i idiskettt b\ inch jw k: 12CDRU2 k IK2\ 



Coipiler directi.es. 



mi iiiu 



, Runber of iEfiOlt er tors. 
i Addre&s of data location in 

BH I 
| Contents of EEfkM. 

Data read back. 
i Cursor pos it ion control. 



|»-,*-,i- ( f-,Q-,A-,Vt>,ISt*>,M 



: crt.KISWJ; 

: Lr r: integer; 
1 Addribyter 



0ita:array.u..2«„ of byte; 
I öatalrotProsibrte; 
) ry,: integer; 



-lRttti- 

lon.ert i 2 diqit beiadtciial stnng S iito an integer. 



funetion UOeiHSistringj: integer; 



; Digit counter. 
( Sm i inteqer«- 



: con.tr t both hei diqrts. 



— - )var 

I i:bjte; 
i u: inteer ; 
-ibtgin i É lntltk *i 
, u;«0; 
i tor K'l to 2 do 



| 



begin 
cast t.i of 

•O', . 't' :u:*v«tt*iQrd(sl i , l-tti; 

'V..7':v:*ir<iV(0td': 

V./f':N:-vMt4fGrd(s;l!>-s7); 
end; 



i Return inteer velt». 



i lntNtü'v; 
-lend; \* lntlei *\ 



-RStdProtr 

Read LiPfKjM contents and store il into data ar ra,. 



procedure ReadProe: 

— * 

( Liitiiliii cursor position. 



-rbegin <» ReadProi *t 
I r u 



l Read all EEWRJt addresses and i 

i store resul t into data array. j 

l } 

I ) 



I 

I 

-lend, 



mtmiii,j\i 

for Addr:«ü to AV do 

begin 

lMOlyteProt(Addr,Oata.Addr i; 
■rntelm 'Reading address: \Addri; 
gotoiyii,yi; 
end; 
(» ReadProi •) 



-ListProi- 

Ptint iimm contents to 



procedure ListKrot; 



HkMtVtt- 

Convert byte I into a hei «fee i tal string. 



tuBCtion MeKB,tei v.b,tei:stnnq; 
!• -— 



I Look m tafcle. 

I 

\ Low and high order nibbie. 

t 

r isolate low order nibbie. 
[ tsolate high order nibbie. 

I Return hexadecital strinq. 

- 



i Initialire 



I 



position. 



-ïcoittt 
I Mtï:striRq='U1234H'?MABC0tf'; 

inc 

j to f ti:byte; 
•ibeqin !* KeitByte M 

I tOïn shr I; 

I I2:h and SüF; 

) Reilytt:-lH.tO*l.< 
-tend; i» leilyte «i 
-ibeqin l* ListProi »| 

I 

I 

I 



■ï[tl-l . ; 



\ Print EEPROR contents. 

( 



( Nut coluu? 

I 

( 

t 



clrscr; 

uriter" lEPftDK listing. Forsat *addess:data* (hen!) — 'U 

i:*l; 

ir-2; 

qotoiyu^i; 
for Addr:«o to tt do 
begin 
witti lnBytei Addri : 2 ,' : ' , luByti I Data . Addr j j : 2 1 ; 

if y-22 
tbtf 
beqin 
y:«2; 
ï:«ï+4; 
tftd; 

phm(i f i)i 

end; 

itd; i* ListProt M 



•StoreAndt(erifyProt> 
Stort dat* array into iblanRi EEPROl. 
) 

procedure storeAad'.'erifyProii/ar trrorsiinteijtr); 
— \ var 



IsiUlÜM cursor position. 



1 Duiiyxbar; 

I begin i* storeAarf^erifyProt »i 

I lt»U 

y:.23; 

gotoryi).. 

uritei'Turn power off, Chanqe EE?ROH"s, turn power on. 'i; 

witti' 'Dit any ke> to continue»' i; 

repeat until keypressed; 



66 



elektuur 7/8-93 



c 




inituüi" cursor po&itiw. 


x^i; 




j-2ï; 




pHq(t # f|i 


i CIw nutter ot copy errors. 


trron:*u; 


( Cop, feti *rr*, mto tLHKCH. 


for Addr:'ü to Ai do 


f 


beqia 


t 


:*Byti»toti Adto ,Dat* . Addr . i ; 


I trror cfcec*. 


ReèdBjUft-oii Addr ^wtèFroiProi i ; 




*rite< 'Copï «ttre&s: ',Addt:ï,'. Dat* un,outi: 




teu i Addr ; : i , ' / , DitiFrotfrer j ,' }, ' i ; 




witti' 'i; 




U Diti.Addr UatirrotPtM 




UM 




beqin 


1 CMint copj nrors. 


Lrrors^trroisM; 




witti'11 tUTA EWa» !!')? 




soundf**); 




fekftau 




MMMÉt 




MfytaDt; 




end; 


; S*t cursor potition. 


flrtoi f u,yi; 




end; 
eitd; i* StoreAnd.enf .Prot •> 


i .......... 


1 


begin i* ProiCopy • i 




1 


clrscr; 


■ ftMd bei i'c «tireu of Et- 


ProtWdr : »1 nttei | Ptrustr | i || ; 


1 WOU trot cownd line. 




1 
1 


Re*dPr«; 


1 


l ListProi: 


1 


storeAndVerifyProii Err i ; 


1 luitiill» curwr position. 


ifll 


! 


ritu 


I 


gotoiy U,y) ; 


1 


«itei'«« Copy rinistod *** muiter of errors: Mrr/i.'i; 


*M11S-11c 



Nadat u het programma inge- 
voerd en gekompileerd heeft, 
start u PromCopy vanaf de 
DOS-prompt. PromCopy leest 
het te gebruiken l 2 C-EEPROM- 
adres vanaf de kommandore- 
gel. Als bijvoorbeeld het l 2 C- 
adres AO HEX is, dan wordt het 
programma gestart door op de 
DOS-kommandoregel Prom- 
Copy AO in te tikken. 
Voordat u het programma 
start, moet uiteraard de origi- 
nele EEPROM in het "voetje" 
geplaatst worden en moet de 
5-V-voedingsspanning inge- 
schakeld zijn. 

PromCopy leest allereerst de 
EEPROM in z'n geheel uit en 
maakt de geheugen-adressen 
en hun inhoud zichtbaar op 
het beeldscherm van de com- 
puter. Nadat alle adressen ge- 
lezen zijn, schakelt u de voe- 
dingsspanning van de EE- 
PROM uit en vervangt u de ori- 
ginele EEPROM door een an- 
dere (lege} EEPROM. Vervol- 
gens schakelt u de 5-V- 
spanning weer in, waarna 
door een druk op een willekeu- 



rige toets van het PC- 
toetsenbord de nieuwe EE- 
PROM geprogrammeerd wordt 
met de data van de eerste 
chip. 

PromCopy leest elk gepro- 
grammeerd byte terug en kon- 
troleert of dit overeen komt 
met de originele data. Indien 
dit niet het geval is, is er spra- 
ke van een programmeerfout 
en verschijnt er een foutmel- 
ding op het beeldscherm. 
PromCopy is behalve voor de 
PCF8582 ook geschikt voor 
de X2404. Aangezien de 
X2404 twee data-pagina's be- 
zit, moet iedere pagina afzon- 
derlijk gekopieerd worden (de 
EEPROM's moeten dus twee 
keer verwisseld worden). 
Voorbeeld: met de komman- 
do's PromCopy AO en Prom- 
Copy A2 wordt achtereenvol- 
gens de eerste pagina (adres 
A0 HEX ) en de tweede pagina 
(adres A2 HEX ) gekopieerd. 
Uiteraard kunt het programma 
verder ontwikkelen om de 
X2404 in één slag te kopiëren. 
(934115) 



024 



temperatuur-alarm 



Met behulp van deze kleine 
schakeling is het eenvoudig 
mogelijk de temperatuur in 
een ruimte door middel van 
drie LEDjes te visualiseren. Als 
temperatuuropnemer is een 
LM335 van National Semicon- 
ductor ingezet. Deze opnemer 
levert een uitgangsspanning 
van 10 mV/°C. De aldus opge 
wekte gelijkspanning wordt 
door twee komparatoren (IC 1a 
en IC 1b) vergeleken met twee 
referentiespanningen. Eén re- 
ferentiespanning wordt inge- 
steld met P1, de andere met 
P2. De uitgangen van de twee 
komparatoren worden ge- 
bruikt om de LED's D2, D3 en 
D5 te schakelen. Is de span- 
ning die Dl opwekt kleiner 
dan de beide referentiespan- 
ningen, dan zijn de uitgangen 
van IC1a en IC1b beide laag. 
LED D2 zal nu branden. Stijgt 
de omgevingstemperatuur, 
dan neemt de gelijkspanning 
op de uitgang van D1 evenre- 
dig toe Ligt het nivo van de 
spanning tussen beide refe- 
rentiespanningen in, dan is de 




& 



LM335 

(lOmVK) 



< l IC1 = TL074 



& 



N 
SOOU 



R4 RS 

Ei 




D2 ■ gro»n D3 = g«el DS ■ rood 



( ® 



uitgang van IC1a hoog en die 
van IC1b laag. LED D3 licht nu 
geel op, een teken dat de kriti- 
sche temperatuurgrens bereikt 
wordt. Bij nog hogere tempe- 



raturen zal ook de uitgang van 
IC 1b hoog worden, waardoor 
LED D5 gaat branden; de bei- 
de andere LED's zijn dan ge- 
doofd. Bovendien zal ook het 



relais tot aktie over gaan. Via 
transistor T1 wordt Re1 be- 
krachtigd en kan een externe 
belasting geaktiveerd worden. 
Zenerdiode D4 is toegevoegd 
om er voor te zorgen dat tran- 
sistor T1 niet gaat geleiden als 
D3 brandt; dan stijgt namelijk 
de uitgangsspanning van IC1b 
enigszins door de stroom die 
dit IC moet verwerken. De rest 
van de schakeling spreekt 
voor zich. Het nivo en dus de 
temperatuur waarbij de ver- 
schillende LED's geschakeld 
worden, is in te stellen met P1 
en P2. Hou er wel rekening 
mee dat de schakeling be- 
doeld is voor het meten van 
"normale" temperaturen. De- 
ze dienen in de praktijk te lig- 
gen tussen circa 50 °C en 
100 °C. 

De stroomopname van de 
schakeling bedraagt circa 
20mA; wordt het relais be- 
krachtigd, dan stijgt dit naar 
zo'n 50 mA. 

(9344066) 
ontwerp: M.Stehouwer 



elektuur 7/8 93 



67 



het lek van Elektuur 



dia show master - deel l 
(september /w> 
De in figuur il getekende fema- 
le DIN- komiek tor i^ getekend in 
vobraanzkhl en niet Vanaf de 
soldeer/i jde. Wanneer de bou- 
wer niet goed oplet en aanneemt 
dal dil ook de soldeer zijd e is zo* 
ais aangegeven in figuur 10 \oor 
de male konneklor, dun ontstaat 
een probleem- De voetfing&pan- 
ning van de projekior wordt dan 
op de verkeerde pennen aan* 
loten zodal er abusievelijk 
24 V wisseispannfng op de Uis- 
solve mm komt te staan* mei 
alle desastreuze gevolgen van- 
dien- Goed opletten dus met 
aansluiten! 

lU-LLiiilio-reei-ker 
tjuli augustus f993) 
In hei schema is geen type num- 
mer vermeld voor IC" 3. Dit diem 
een CMOS-IC van hei i\pe40l3 
te Zijn (zoals CD4013 of 
HEF40I3). i-"en IK "- ol IK"T-i>- 
pe is hier niei bruikbaar. 



kigjfe level leslrr 
(juli 'augustus (993) 
in d? ieksl van dit artikel is abu- 
sievelijk vermeld Jai hö ge- 

bniikic displav cetï coiiiiium-ea- 
thodc-type is; dil ts ir iet korreki, 
hei moei ini>t een eornmo.ii-an.o- 
destype zijn. Verder /ïiu er enke- 
le lontjes in de aansluitingen 
\at\ de segmenten iu hel schema 

geslopen. Weerstand Ril moei 

met Segment b ^ er honden wor- 
den en weerstand RI2 mei seg- 
ment e De segmenten e en f 
moeien ieder via een weerstand 
van 130 ö mei massa verbonden 
worden. 



lern peruüm r-ulurm 
f Juli 'aUgÜStm 1993) 
Weerstand Rl heeft in het sehc- 

i na ee n v e r kee rd e w a a rde ge k re- 
gen. Waarschijnlijk /al de tem- 
peratuurscnsor dan niet goed 
werken. De juiste waarde voor 
Rl moet 10 kQ /tin Lp.v, de ver- 
melde KMI kQ. 



535-syslem -board 
(Oktober W3i 

lu hei kadet " Gebruiksaanwij- 
zing* 1 is bij de Stukjes "Hard- 
ware-opties" en "5 3 5 -board mei 
I TROM" voor RAM en 
ÏPROM hei komponeninum- 



ST3t4 



Q O- 

\ u 


1 


OND 




PS 7 


3 


p*e 


4 


PSS 


4 


pi* 


fc 


Pil 


7 


PS ? 


H 


Pi T 


f 


PSO 


IQ 


vcc 


il 


voc 


O 


PJ 


13 


P4 T 


14 


P4 J 


■ 


P4 3 


16 


PM 


Ï7 


P4 5 


II 


Pé« 


*9 


Pi 7 


?D 


;wo 








Mi 


ia o 



mcr U6 aangegeven. Dit is h.l 
i uurlij k niei jui>t. hei moet in 
beide stukjes L 4 zijn. 
KonncktorST3/5T4 heeft in hei 
\c hem u de verkeerde pen num- 
mering gekregen, De kor rek ie 
aansluitgegevens /iin hier ie 
zien* Verder /ijn in het schema 
van figuur 2 helemaal links van 
de kon ne kieren de 5-V-aanshn- 
lingen weggevallen, die horen 
aan de plusziide van de aldaar 
getekende eiko's te zitten (maar 
lei daarbij wel op de toutieve 
pennummeiA hu SI 3 S ï 4 >. 

SIM 

bl Ue SIM software blijken de 
lunkties ACA1 I en VI MP niet 
kor rekt te worden uitgevoerd, Er 
wordt inmiddels een nieuwe ver- 
sie geleverd waarin dit gekorri- 
geerd is. Lezers die de foutieve 
versie hebben ontvangen» kun- 
nen de/e gratis omruilen door 
de originele floppy op te sturen. 
U kunt op de volgende manier 
komroleren welke versie U heeft: 
de nieuwe file SÏNMM- heeli 
de datum 9-12 ^l. de foutieve 
heeft de datum 2S10-93. 



alektuui i 94 



95 



\ ../ .■:._ ; : i, 












[onverter 



Standaard is bij de PC voor- 
zien in een analoge joystick. 
Aan de hand van de weer- 
standswaarde van de potme- 
ters in deze joystick wordt de 
stand ervan bepaald. Veel 
spelletjes doen echter niets 
met deze min of meer nauw- 
keurige bepaling van de stand. 
De informatie wordt eenvou- 
dig in links/rechts, op/neer of 
middenstand vertaald. In zo'n 
geval is een analoge joystick 
dus eigenlijk overbodig en vol- 
staat ook een eenvoudiger 
exemplaar dat met schake- 
laars is uitgerust. Maar simpel- 
weg de een door de ander ver- 
vangen, dat gaat niet. De hier 
getekende schakeling zorgt 



voor de vertaling van schake- 
laarstanden naar weerstands- 
waarden. De joystick wordt 
aangesloten op K1. K2 wordt 
met de game-poort van de PC 
verbonden. De links/rechts- 
signalen van de joystick ko- 
men binnen op de pennen 3 
(links) en 4 (rechts) en gaan 
dan naar de schakeling rond 
T1. De op/neer-signalen komen 
via pen 1 (op) en pen 2 (neer) 
terecht bij het identieke circuit 
rond T2. Staat de joystick in 
de middenstand, dan ziet de 
PC tussen +5 V en de 
joystick-ingang voor 

links/rechts (pen 3 van K2) 
een weerstand van 

R2//(R1 + D1). De weerstand 



1 



K1 

O- 



5V 




1N4148 




van R1 is zo berekend dat R1, 
R2 en D1 samen een weer- 
stand van 50 k vormen 
(R1 + D1 « 100 k). Wordt de 
stick naar rechts geduwd, dan 
wordt pen 4 van K1 met mas- 
sa verbonden. D1 zal dan sper- 
ren en de joystick-ingang ziet 
alleen nog R2 (100 k). Met de 
joystick naar links wordt pen 3 
van K1 met massa verbonden. 
T1 gaat daardoor geleiden, zo- 
dat de joystick-ingang nu on- 
geveer de waarde van R4 
"ziet" (100 Q). De schakelaar- 
standen van de joystick wor- 
den dus in drie overeenkomsti- 
ge weerstandswaarden (100- 
Q, 50 k, 100 k) omgezet. Het 
voorgaande verhaal geldt na- 
tuurlijk ook voor het circuit 
rond T2, maar dan voor de 
op/neer-richting. 
De vuurknop van de joystick 
wordt rechtstreeks van pen 6 
van K1 doorgegeven naar 



pen 2 van K2. Is de joystick 
uitgerust met een tweede 
vuurknop, dan wordt deze via 
pen 5 van K1 met pen 7 van 
K2 verbonden. Op K1 is behal- 
ve de massa (de "common" 
van de schakelaars) ook de 
voedingsspanning aangeslo- 
ten, zodat ook luxere joysticks 
(bijv. met auto-fire) kunnen 
worden aangesloten. 
Wanneer u oudere spelletjes 
speelt die door een gebrekkige 
initialisatie-routine de midden- 
stand slecht herkennen, dan 
kunt u R1 en R5 vervangen 
door een serieschakeling van 
een weerstand van 68 k en 
een instelpotmeter van 50 k. 
Met deze laatste kan dan de 
weerstandswaarde in de mid- 
denstand zo worden ingesteld 
dat het spelletje naar behoren 
werkt. 

(934006) 
ontwerp: R. Zandbergen 



(print-layout in spiegelbeeld afgedrukt) 





Onderdelenlijst 

Weerstanden: 
R1,R5 = 2 x 82 k 
R2,R3,R6,R8 * 4 x 100 k 
R4,R7 = 2 x 100Ö 

Halfgeleiders: 

D1,D2 = 2 x 1N4148 

T1,T2 = 2 x BC557B 

Diversen: 

K1 « 1 x 9-polige haakse 

male D-konnektor voor 

printmontage 
K2 = 1 x 1 5-polige haakse 

male D-konnektor voor 

printmontage 



elektuur 7/8-93 



69 



c 



universele digitale testpen 



Met behulp van de universele 
digitale testpen uit dit artikel 
kunnen blokgolfvormige test- 
signalen worden opgewekt en 
gedetekteerd. De testsignalen 
kunnen naar keuze kontinu of 
voor een instelbare periode 
worden geleverd. 
Het detektiegedeelte van de 
schakeling is eenvoudig van 
opzet. Het ingangssignaal 
moet op K3 aangeboden wor- 
den. Vervolgens wordt het sig- 
naal met behulp van IC2 (een 
40601 door 1024 gedeeld 
voordat het op de piëzo-buzzer 
wordt gezet. Door de gekozen 
deelfaktor zal een signaal met 
een frekwentie tussen 1 kHz 
en 10 MHz door de buzzer 
hoorbaar wordt gemaakt met 
een frekwentie die ligt tussen 
1 Hz en 10 kHz. 
Het bovenste deel van de 
schakeling is opgebouwd rond 
een 556 (een dubbele timer) 
en bestaat uit een monosta- 
biele multivibrator <IC1a) en 
een oscillator met een regelba 
re frekwentie (IC1b). De puls 
lengte van de monostabiele 
multivibrator kan met poten- 
tiometer P1 ingesteld worden 
op maximaal 1 sekonde. Het 
starten van de monostabiele 
multivibrator gebeurt met be 
hulp van druktoets SI. Draai- 
schakelaar S2 wordt gebruikt 
om te kiezen tussen een 
kontinu-signaal of een burst- 
signaal. In de derde en laatste 
stand wordt de uitgang het 
zwijgen opgelegd. 
Er zijn drie frekwentiebereiken 
voor de oscillator, die kunnen 
worden gekozen met schake- 
laar S3 (1 Hz, 100 Hz of 
10 kHz). Vervolgens kan met 
potmeter P2 de gewenste 
frekwentie ingesteld worden. 
Op konnektor K2 verschijnt 
vervolgens het gewenste test- 
signaal. 



5...15V 




si 



-© 



J— L 



IC1a 

TMR OUT 



TR 



Cf*TR 



5 ▼ 



C1 



UI 



CONT, 



10m 
25V 



C2 

10n 



BURST 

NU 



STOP 




IClb 

THR OUT 



COTR 



T 

|C6 
[lOr 



JUUUUL 



K2 



IC1 = 556 



K3 



o 



1kH*.. 10MHz 



R6 

|"4k7 



"£ 



CTR14 

IC2 



IG 

RCX 

RX 

ex 



4060 



— C7 



15 



Hh 



R7 Bzl 



KI 



S4 - 02 



5...15V 



1N4001 



© ® 
[ca C9 cio 

SS ,ci w |C2 

10m lOOn _ 100n _ 



5...15V 

r-0 



en 



Hoewel de schakeling eenvou- 15 V te gebruiken. LED Dl schakeling bedraagt circa 

dig met een batterij gevoed dient als voedingsspannings- 50 mA. iQ r \Ac\m\ 

kan worden, is ook voorzien in indikator, S4 is de aan/uit- 

de mogelijkheid om een exter- schakelaar. ontwerp: Amrit Bir Tiwana 

ne voedingsbron van 5 tot De stroomopname van de (India} 



027 



logic-level-tester 



Deze logisch-nivo-tester geeft 
op een zeven-segment-display 
aan of de ingang van de tester 



een hoog (H op display) of een 
laag nivo (L op display) meet. 
Bij een nivo tussen deze waar- 



den (dus ongedefinieerd) 

toont het display een n. 

Bij een laag nivo op de ingang 



spert T1 en geleiden T2 en T3. 
Daardoor is de uitgang van 
IC1a hoog en die van IC1b 



70 



elektuur 7/8-93 



laag, wat tot gevolg heeft dat 

segment d oplicht. Samen met 
de altijd brandende segmen- 
ten e en f geeft dit een L op 
het display (dat overigens een 
type met common-cathode- 
aansluiting is). 

Een hoog ingangsnivo zal T1 
laten geleiden; T2 en T3 sper- 
ren. In dat geval is de uitgang 
van ICIa laag en die van ICIb 
hoog. Nu branden naast e en f 
de segmenten b, c en g. Sa- 
men geeft dat een H op het 
display. 

Bij een ongedefinieerd nivo of 
een open ingang geleiden alle 
transistoren door de aanwe- 
zigheid van R1, R2 en R3. Zo- 
wel ICIa als ICIb levert dan 
een hoog nivo, zodat de seg- 
menten a, b en c oplichten. 
Samen met de segmenten e 
en f levert dat een soort n op 
("No levet"). 

Eventueel kan een 5-V-zoemer 
worden aangesloten, zoals in 
het schema is getekend. Deze 
piept bij een hoog ingangsni- 
vo. De zoemer dient wel een 
exemplaar te zijn met inge- 
bouwde oscillator. 
Voor een gestabiliseerde voe- 



5V© 

© Js 



7805 
♦ IC2 



IC1 ^ 



10 (t 

6V 



>8V 

Di 100mA 

-MH2) 



;i 1 N4001 



Ö 



T1J3 = BC547B 
T2 = BC557B 




(C1 = 74(LS)00 



— | 330u| — {T) 



dingsspanning zorgt IC2. De 
ingangsspanning dient min- 
stens 8 V te bedragen. 
De toegepaste komponenten 
zijn niet kritisch. Voor het dis- 
play is elk CC-type bruikbaar. 
Voor het IC kan een standaard 
7400 of een LS-uitvoering 
worden genomen (de open- 
kollektor-versie 7401 is ook 
mogelijk). De moderne HC- en 



HCT-versies zijn minder ge- 
schikt, die kunnen niet zoveel 
uitgangsstroom leveren. 
De schakeldrempels van de 
tester liggen bij circa 1 en 3 V, 
niet helemaal volgens de 
norm, maar in de praktijk blijkt 
dit goed te voldoen. Desge- 
wenst kan de 3-V-drempel nog 
wat worden verlaagd door de 
waarde van R4 te verhogen. 



De ingangsweerstand van de 
tester is 5 kQ, zodat de tester 
de schakeling waaraan wordt 
gemeten niet beïnvloedt. De 
stroomopname wordt voorna- 
melijk bepaald door het dis 
play en bedraagt ongeveer 

60 mA - (934042) 

naar een idee van lyer Mahesh 
Nagarajan {India} 



het lek van Elektuur 



dia show master - deel l 
(september /w> 
De in figuur il getekende fema- 
le DIN- komiek tor i^ getekend in 
vobraanzkhl en niet Vanaf de 
soldeer/i jde. Wanneer de bou- 
wer niet goed oplet en aanneemt 
dal dil ook de soldeer zijd e is zo* 
ais aangegeven in figuur 10 \oor 
de male konneklor, dun ontstaat 
een probleem- De voetfing&pan- 
ning van de projekior wordt dan 
op de verkeerde pennen aan* 
loten zodal er abusievelijk 
24 V wisseispannfng op de Uis- 
solve mm komt te staan* mei 
alle desastreuze gevolgen van- 
dien- Goed opletten dus met 
aansluiten! 

lU-LLiiilio-reei-ker 
tjuli augustus f993) 
In hei schema is geen type num- 
mer vermeld voor IC" 3. Dit diem 
een CMOS-IC van hei i\pe40l3 
te Zijn (zoals CD4013 of 
HEF40I3). i-"en IK "- ol IK"T-i>- 
pe is hier niei bruikbaar. 



kigjfe level leslrr 
(juli 'augustus (993) 
in d? ieksl van dit artikel is abu- 
sievelijk vermeld Jai hö ge- 

bniikic displav cetï coiiiiium-ea- 
thodc-type is; dil ts ir iet korreki, 
hei moei ini>t een eornmo.ii-an.o- 
destype zijn. Verder /ïiu er enke- 
le lontjes in de aansluitingen 
\at\ de segmenten iu hel schema 

geslopen. Weerstand Ril moei 

met Segment b ^ er honden wor- 
den en weerstand RI2 mei seg- 
ment e De segmenten e en f 
moeien ieder via een weerstand 
van 130 ö mei massa verbonden 
worden. 



lern peruüm r-ulurm 
f Juli 'aUgÜStm 1993) 
Weerstand Rl heeft in het sehc- 

i na ee n v e r kee rd e w a a rde ge k re- 
gen. Waarschijnlijk /al de tem- 
peratuurscnsor dan niet goed 
werken. De juiste waarde voor 
Rl moet 10 kQ /tin Lp.v, de ver- 
melde KMI kQ. 



535-syslem -board 
(Oktober W3i 

lu hei kadet " Gebruiksaanwij- 
zing* 1 is bij de Stukjes "Hard- 
ware-opties" en "5 3 5 -board mei 
I TROM" voor RAM en 
ÏPROM hei komponeninum- 



ST3t4 



Q O- 

\ u 


1 


OND 




PS 7 


3 


p*e 


4 


PSS 


4 


pi* 


fc 


Pil 


7 


PS ? 


H 


Pi T 


f 


PSO 


IQ 


vcc 


il 


voc 


O 


PJ 


13 


P4 T 


14 


P4 J 


■ 


P4 3 


16 


PM 


Ï7 


P4 5 


II 


Pé« 


*9 


Pi 7 


?D 


;wo 








Mi 


ia o 



mcr U6 aangegeven. Dit is h.l 
i uurlij k niei jui>t. hei moet in 
beide stukjes L 4 zijn. 
KonncktorST3/5T4 heeft in hei 
\c hem u de verkeerde pen num- 
mering gekregen, De kor rek ie 
aansluitgegevens /iin hier ie 
zien* Verder /ijn in het schema 
van figuur 2 helemaal links van 
de kon ne kieren de 5-V-aanshn- 
lingen weggevallen, die horen 
aan de plusziide van de aldaar 
getekende eiko's te zitten (maar 
lei daarbij wel op de toutieve 
pennummeiA hu SI 3 S ï 4 >. 

SIM 

bl Ue SIM software blijken de 
lunkties ACA1 I en VI MP niet 
kor rekt te worden uitgevoerd, Er 
wordt inmiddels een nieuwe ver- 
sie geleverd waarin dit gekorri- 
geerd is. Lezers die de foutieve 
versie hebben ontvangen» kun- 
nen de/e gratis omruilen door 
de originele floppy op te sturen. 
U kunt op de volgende manier 
komroleren welke versie U heeft: 
de nieuwe file SÏNMM- heeli 
de datum 9-12 ^l. de foutieve 
heeft de datum 2S10-93. 



alektuui i 94 



95 



PWM-motorregeling 



De pulsbreedte regeling (Pulse 
Width Modulation) die hier 
wordt voorgesteld, is geschikt 
voor het sturen van de beken- 
de kleine printboorrnachines 
die stromen tot maximaal zo'n 
2 A gebruiken. Grotere stro- 
men worden mogelijk als de 
transistor extra wordt gekoeld 
en elko C2 overeenkomstig 
wordt vergroot. Bij deze toe- 
renregeling wordt gebruik ge- 
maakt van het feit dat het 
boormachientje werkt met 
een kleine gelijkstroommotor 
en het toerental van een gelijk 
stroommotor een funktie is 
van de gelijkspanning over de 
motor. 

De werking van de schakeling 
is relatief eenvoudig. Het hart 
wordt gevormd door IC 1a, een 
astabiele multivibrator. De uit- 
gang is gedurende een vaste 
tijd laag, terwijl de hoogtijd 
variabel is. De laag-tijd wordt 
bepaald door R1, de hoogtijd 
met behulp van de vaste weer- 
stand R2 en potmeter PI. 



Als C1 ontladen is, ligt het 
spanningsnivo op de ingang 
van IC 1a onder de onderste 
triggerdrempel en is de uit 



gang van dit IC hoog. Via dio- 
de D1 en weerstand R1 wordt 
kondensator Cl dan snel op- 
geladen. In ongeveer 1,5 ms is 



1144148 
RJ D2 i — \ Pi 



R1 Dl 

22 k 



M^ 



ICIa 



E\ 



k*_ 



IC 1b Tl 

-IJ-tkh(g) 




12...15V 



12...15V 

IClc iCid ICIe ICIf 



®~\ ki I — r — t — pS 

Lo-J Ja Jc3 ® 

_-0-_iooou 2sv Moor» (7) l — r— 1 1 — P—il — p 

®J I 1 1 -L 1 1 i 



de bovenste triggerdrempel op 
de ingang van ICIa bereikt. De 
uitgang van ICIa wordt nu 
laag en via diode D2, weer- 
stand R2 en potmeter P1 
wordt kondensator C1 ontla- 
den. Bij het prototype duurde 
dit ontladen afhankelijk van de 
instelling van P1 0,2 tot 
25 ms. Dit betekent dat de 
duty-cycle van het uitgangs- 
signaal tussen 5 en 90% ge- 
varieerd kan worden, Met be- 
hulp van IC1b wordt het sig- 
naal nog een keer geïnverteerd 
voordat het op de basis van 
transistor T1 terecht komt. Ge- 
durende de negatieve periode 
van de puls op de uitgang van 
IC1b zijn T1 en T2 in geleiding 
en krijgt de motor stroom. Is 
de weerstand van P1 mini- 
maal, dan is het toerental van 
de motor maximaal. 

(934107) 

ontwerp: Amrit Bir Tiwana 
(India} 



elektuur 7/8-93 



71 



029 



universele trafo-print 



Over het schema van deze 
"schakeling" kunnen we kort 
zijn. Het geeft de twee bedra- 
dingsvarianten weer die met 
het hier afgebeelde printje ge- 
maakt kunnen worden. De 
printsporen zijn zo gelegd dat 
er twee typen printtrafo's op 
de print kunnen: typen met 
één en met twee sekundaire 
wikkelingen. Daarnaast kunt u 
kiezen uit een ruim aanbod 
van spanningen en vermo 
gens. De afmetingen van de 
print zijn aangepast aan de 
grootste in de tabellen vermel- 
de trafo's. Bij toepassing van 
de kleinste trafo's is de print 
naar verhouding wel erg groot. 
In dat geval kunt u de print 
korter maken door het deel 
waarop de opdruk van 
K2 . . K4 staat af te zagen. 
De print kroonstenen worden 
langs de nieuwe rand op de- 
zelfde positie geplaatst als de 
positie die ze op het afgezaag- 
de stuk hadden- 



Denk er aan dat bij de niet 
kortsluitvaste trafo's aan de 
primaire kant een zekering in 
het circuit moet worden opge- 
nomen, bijv. geïntegreerd in de 
euro-netentree. 

Welke trafo's er op de print 
passen, staat in de tabellen. 
Het gaat om typen en merken 
die we wel vaker in Elektuur- 
ontwerpen gebruiken. De 
kleinste trafo's komen uit de 
serie BV20 van de firma Hahn; 
ze zijn slechts 

22 x 23 x 15 mm groot. De 
firma Block heeft speciaal 



Onderdelenlijst 

KI = 1 x tweepolige print- 
kroon steen, steek 7,5 mm 

K2,K4 of K3 = 2 of 1 x 
tweepolige printkroonsteen, 
steek 5 mm 

Tr = 1 x printtrafo met een 
of twee sekundaire span- 
ningen 




Tabel 1. Fabrikaat: Monacor 


type-nummer 


vermogen 

<VA) 


spanning 
(V) 


kortsluitvast 


VTR-11xx 


1,5 


1 x 06/09/12/15/18/24 


ja 


VTR-31xx 


3.3 


ja 


VTR-41xx 


4,5 


nee 


VTR-81xx 


8,0 


nee 


VTR-121xx 


12 


nee 


VTR-12xx 


1,5 


2 x 03/06/09/12/15 


ja 


VTR-32xx 


3,3 


ja 


VTR-42xx 


4,5 


nee 


VTR~82xx 


8,0 


nee 


VTR-122xx 


12 


nee 


xx - sekundaire trafo-spanning zoals opgegeven in de kolom 
spanning 



K2 



K1 



0, 



0-^> 



0-^, 



o 

o 



K4 



Cr 

1 O 



♦ 



* 



• zie tekst 



K1 



i 



©— é 



© — ? 





K3 






O 
O 









♦ 



Tabel 2. Fabrikaat: Stock 


type-nummer 


vermogen 

(VA) 


spanning 

(V) 


kortsluitvast 


VR11xx 


1,8 


1 x 06/09/12/15/18/24 


ja 


VR31xx 


3,3 


ja 


VR4,5/1/xx 


4,5 


1 x 
06/08/09/12/15/18/24 


nee 


VR7,5/1/xx 


7,5 


nee 


VR13/1/xx 


13 


nee 


PT4,5/1/xx 


4,5 


ja 


PT7,5/1/xx 


7,5 


ja 


PT13/1/xx 


13 


ja 


VR12xx 


1,5 


2 x 06/09/12/15 


ja 


VR32xx 


3,3 


2 x 06/09/12/15/18 


ja 


VR4,5/2/xx 


4,5 


2 x 06/08/09/12/15/18 


nee 


VR7,5/2/xx | 


7,5 


nee 


VR13/2/XX 


13 


nee 


PT4,5/2/xx 


4,5 


ja 


PT7,5/2/xx 


7,5 


ja 


PT13/2/xx 


13 


ja 


xx = sekundaire trafo-spanning zoals opgegeven in de kolom 
spanning 



Tabel 3. 


Fabrikaat: Hahn 




serie 


vermogen 
(VA) 


spanning 

(V) 


kortsluitvast 


BV 20 


0,4 


1 x 6/9/12/15/18/24 

2 x 6/9/12 


ja 


BV El 


1 


1 x 6 


ja 


1,2 
1,5 
1,8 
2,4 
2,8 


1 x 6/9/12/15/18/24 

2 x 6/9/12/15/18 


ja 


1,7 


2 x 12 


ja 



72 



elektuur 7/8 93 




voor voedingen met 5-V- 
regelaars een aantal 8-V- 
trafo's in het programma. Van 
de PT-serie van Block moet u 
nog weten dat de beveiliging 
van deze trafo pas weer in- 
schakelt als de overbelasting 
weg is, als de trafo is afge- 
koeld èn de netspanning uitge- 
schakeld is geweest. Wees 
dus niet verbaasd als deze tra- 
fo na een ongelukje tijdelijk 
dienst weigert. 

(934004) 



030 



stabilisator-kortsluitindikator 



Moderne geïntegreerde span- 
ningsstabilisatoren zijn bevei- 
ligd tegen kortsluiting van de 
uitgang. Een indikatie van de- 
ze foutkonditie vergt echter 
enige additieve elektronica. 
Bij de stabilisatoren met vaste 
uitgangsspanning (78xx) is 
een kortsluitindikatie heel een- 
voudig te verwezenlijken door 
tussen de uitgang van de sta- 
bilisator en massa een LED 
met serieweerstand op te ne- 
men. De LED zal dan alleen 
branden onder normale be- 
drijfsomstandigheden, dat wil 
zeggen ingangsspanning aan- 
wezig en uitgang niet kortges- 
loten. Kiest men bij de instel- 
bare typen (bijvoorbeeld de 
LM317) voor dezelfde oplos- 
sing, dan varieert de LED 
intensiteit met de ingestelde 
spanning en dat is niet zo 
fraai. Om de intensiteit waar- 
mee de LED oplicht te stabili- 
seren, moet de LED stroom 
onafhankelijk van de uitgangs 
spanning zijn. Daartoe moet 
de LED-stroom niet via een se- 
rieweerstand begrensd wor 
den, maar via een stroombron. 
Hoe zo'n stroombron met 
slechts 1 extra komponent 
(Tl) gerealiseerd kan worden, 
ziet u in het schema van een 
regelbare LM317-voeding. 
In het ontwerp van de stroom- 
bron is dankbaar gebruik ge- 
maakt van de aanwezige refe 
rentiespanning over weer- 



stand R1. Deze 1,25-V span- 
ning wordt intern door de 
LM317 opgewekt en zorgt in 
eerste instantie samen met R1, 
R2 en PI voor het stabiliseren 
van de uitgangsspanning. 
Zoals uit het schema blijkt, be- 
nutten we de referentiespan- 
ning hier tevens voor het kon- 
stant houden van de spanning 
over R3, immers: U R3 = 1,25 
- U cb = 1,25 - 0,65- 0,6 V. 
De stroom door LED D3 be- 
draagt zodoende 0,6 V / 
180 Q - 3,3 mA; dit is ruim 
voldoende voor de door ons 
toegepaste low-current-LED. 
Proefondervindelijk werd vast 
gesteld dat de LED-stroom 
konstant blijft tot een minima- 
le uitgangsspanning van 
2,65 V. Dit betekent dat de 
LED voor uitgangsspanningen 



van 3 tot 25 V (instelbaar met 
P1) met konstante helderheid 
brandt. De basisstroom van T1 
bedraagt slechts zo'n 15 ^A, 
zodat de werking van de stabi- 
lisator niet nadelig beïnvloed 
wordt door het aftakken van 
de referentiespanning. 
Temperatuurproblemen in 

transistor T1 zijn niet te ver- 
wachten, aangezien zelfs bij 
25 V kollektor/emitter span- 
ning nog geen 100 mW aan 
vermogen gedissipeerd wordt 
(toegestaan is max. 500 mW, 
maar dan is extra koeling no- 
dig). De maximale koliek- 
tor emitter spanning (45 V) 
wordt bij lange niet bereikt 
(houdt wel rekening met deze 
grenswaarden indien u de voe- 
ding voor hogere uitgangs- 
spanningen dimensioneert). 




Behalve de gebruikelijke in- en 
uitgangskondensatoren is ook 
een kondensator aangesloten 
op het knooppunt van R1 en 
R2, Deze elko (C3) verbetert 
konform de gegevens van de 
datasheet de rimpelonder- 
drukking van 65 naar 80 dB. 
De aanwezigheid van C3 ver- 
klaart ook de funktie van D2: 
de 1-A-diode beveiligt IC1 en 
T1 tegen respektievelijk een te 
hoge ontlaadstroom en een te 
hoge BE-sperspanning, wan- 
neer de uitgang van de stabili 
sator mocht worden kortges 
loten lü mmêx] = 5 V). 
Diode Dl beveiligt de stabilisa 
tor tegen ontlaadstromen af- 
komstig van de uitgangskapa 
citeiten (C4 plus een eventue- 
le buffer-elko in de te voeden 
schakeling). Zonder D1 zullen 
de uitgangskondensatoren 
zich namelijk via de regelaar 
ontladen in het geval dat de 
ingang van het regel- IC wordt 
kortgesloten of op een lagere 
spanning (andere trafo 
wikkeling) wordt omgescha- 
keld. 

Het ruststroomverbruik be- 
draagt circa 10 mA, terwijl de 
piekstroom tot 1,5 A kan oplo- 
pen. Bij de maximale ingangs- 
spanning (35 V) en de mini- 
male uitgangsspanning (3 V) 
kan de schakeling kontinu cir 
ca 150 mA leveren. 

(9341021 



elektuur 7/8 93 



73 



031 



pieknivo-indikator 



Met behulp van een dubbel- 
opamp en wat passieve kom- 
ponenten kan een eenvoudige 
piekdetektor voor audio- 
toepassingen gemaakt wor- 
den, die per kanaal aangeeft 
wanneer het signaal een be- 



paalde waarde (instelbaar met 
een potmeter) overschrijdt. 
IC1a en IC1b zijn hier als kom- 
parator geschakeld. Met P1 en 
P2 kan op de niet-inverterende 
ingang van elke opamp een re- 
ferentiespanning worden inge- 



[}oMk> 



[)OHjïD- 



@K>- 




steld tussen O en circa 11 V. 
Weerstand R3 zorgt er voor 
dat die referentiespanntng niet 
hoger kan worden ingesteld 
dan het commonmode bereik 
van de opamps. 
Via een weerstand en een dio- 
de (R1/D1 resp. R2/D2) wor- 
den het linker en rechter 
audio-signaal enkelzijdig ge- 
lijkgericht en toegevoerd aan 
de inverterende ingangen van 
de opamps. Door de FET- 
ingangen is de ingangsimpe- 
dantie zeer hoog, zodat de 
spanningsval over de dioden 
gering blijft (0,2 a 0,3 V). De 
weerstand voor elke diode is 
alleen toegevoegd om de in 
gangsstroom bij zware over- 
sturing (boven het common- 
mode-bereik) te beperken. 
Indien de topwaarde van de in- 
gangsspanning groter is dan 



de ingestelde referentiespan- 
ning (minus de spanning over 
de diode), dan klapt de uit 
gang van de desbetreffende 
opamp naar nul en licht de bij- 
behorende LED op. 
De schakeling is bruikbaar 
voor signalen tot zeker 20 kHz 
(afwijking daarbij is 0,25 dB). 
De stroomopname is gering, 
slechts 0,25 mA als de LED's 
niet branden en circa 24 mA 
als beide LED's oplichten. Bij 
gebruik van high efficiency- 
LED's kan de LED stroom wor 
den beperkt tot 2 ... 3 mA 
{R4 en R5 vergroten tot 3k3), 
waardoor de totale stroomop 
name aanzienlijk gereduceerd 
wordt. 

(934082) 

ontwerp: Amht Bir Tiwana 
{tndia) 



Lx 



snelle aktieve gelijkrichter 



Dit schakelmgetje is o.a. ge- 
schikt als voorzetje voor een 
digitale multimeter (die voor 
wisselspanningsmetingen ge- 
woonlijk een zeer beperkte 
bandbreedte heeft). Het uit- 
gangspunt vormde een enkel 
fasige gelijkrichter volgens de 
klassieke opzet. Diode D2 is in 
serie met de uitgang van de 
opamp geschakeld. Aangezien 
de tegenkoppeling R1/R2 ach- 
ter de diode is aangestoten, 
zullen de negatieve signaal- 
helften op de ingang van de 
schakeling met dezelfde waar- 
de op de kathode van D2 ver- 
schijnen. Tijdens de positieve 
signaalhelften op de ingang 
wordt de uitgangsspanning 
van de opamp door de aanwe- 
zigheid van D1 begrensd tot 
praktisch nul volt. Het net 
werk R3/C1 aan de uitgang in- 
tegreert de enkelfasig gelijkge- 
richte spanning, zodat de 
gelijkspanning over de kon- 
densator de gemiddelde waar 
de van de negatieve delen van 
het ingangssignaal vertegen- 
woordigt. Bij een zuiver sinus- 
vormig signaal is die spanning 




15V 



47m 

ï i 


25V 


TlOOn 


} * 

E 


C5 
5 I 


Tc 3 ^ 



15V 



0- 



7lJ25vTÏc 



1/u maal de topwaarde van het 
ingangssignaal. 
Het toegepaste IC (AD844) is 
een current feedback-opamp. 
De bandbreedte van deze 
opamp wordt bepaald door de 
dimensionering van de weer- 
standen in het tegenkoppelcir- 
cuit. Die weerstanden moeten 



voor een grote bandbreedte zo 
laagohmig mogelijk worden 
gekozen. Om toch nog een ak 
septabele ingangsimpedantie 
te verkrijgen (nu 1 kQ}, heb- 
ben we hier voor R1 en R2 hier 
een waarde van 1 kQ geno- 
men. De bandbreedte van de 
opamp bedraagt dan circa 



30 MHz (bij halvering van de 
weerstandswaarden is zelfs 
60 MHz mogelijk). De nauw- 
keurigheid van de gelijkrichter 
wordt naast de bandbreedte 
ook bepaald door de stew 
rate; die is bij de AD844 mini- 
maal 1200 V/^s (typ. zelfs 
2000 V/fis). Verder spelen de 
kapaciteit en de drempelspan- 
ning van Dl en D2 een rol. Een 
BAT82 is een goede keus met 
een kapaciteit van 1,6 pF en 
een spanningsval van circa 
0,5 V bij 4 mA diode stroom. 
Bij het prototype werden de 
frekwenties gemeten waarbij 
de uitgangsspanning 1% ge- 
daald was (komt overeen met 
0,1 dB). Bij 1 V uitgangsspan- 
ning bleek het 1%-punt op 
1,7 MHz te liggen, bij 100 mV 
op 400 kHz en bij 10 mV op 
45 kHz. 

De stroomopname bedraagt 
6,5 mA bij een spanning van 
±15 V. De voedingsspanning 
van de AD844 mag gekozen 
worden tussen ±4,5 V en 
±18 V. 

(934055) 



elektuur 7/8-93 



75 



033 






De MAX712 en de MAX713 
van Maxim zijn moderne IC's 
voor het volautomatisch snel 
laden van respektievelijk nik- 
kel-hydride- {NiH-ï en NiCd- 
akku's. De MAX712 is speci- 
fiek bedoeld voor het snella- 
den van NiH-akku's en han- 
teert daarbij het stop-kriterium 
dV/dt ■ O (zero voltage slope 
detection), oftewel het IC 
stopt als de akkuspanning niet 
meer stijgt. De pen-kompati- 
bele MAX 71 3 is meer bedoeld 
voor NiCd-akku's, maar voor 
laadstromen van 0,5 C . . . 2 C 
(C = akku-kapaciteit) kan het 
IC ook voor NiH akku's wor 
den gebruikt. Het stop- 
kriterium van de MAX713 is 
het enige verschil met de 
MAX712. De MAX713 stopt 
als de akku spanning weer af- 
neemt (dV/dt < 0). 
Het IC kan aan de hand van 
drie parameters de ladingstoe 
stand van een akku kontrole 
ren: het verloop van de klem- 
spanning (dV/dt), de laadtijd 
en de akku-temperatuur. In de 
hier getekende toepassing is 
van die laatste methode ech- 
ter geen gebruik gemaakt. De 
lader is zo geschakeld dat de- 
ze, gevoed uit een 9-V 
netadapter, een laadstroom 
van 1 A door de akku stuurt. 
Dat betekent dat NiH akku's 
in ongeveer twee uur vol zijn 
en NiCd akku's in ongeveer 
één uur. De timer in het IC kan 



op deze tijd worden ingesteld 
met behulp van de ingangen 
PGM2 en PGM3 {zie tabel 2). 
De tijden die kunnen worden 
ingesteld, zijn zo gekozen dat 
ze net iets langer zijn dan ge 
woonlijk voor het Jaden nodig 
zal zijn. Op deze manier dient 
de timer alleen voor het uit- 
schakelen van de laadstroom 
in die gevallen waar het uit- 
schakelen aan de hand de 
spanningsverandering mislukt. 
Om de detektie van de span- 
ningsverandering goed te la 
ten werken, moet het aantal 
cellen waaruit de akku bestaat 
worden ingesteld. Dat gebeurt 
door middel van de spannings- 
nivo's die op de ingangen 
PGMO en PGM1 worden aan- 
geboden (zie tabel 1). 
Gezien de voedingsspanning 
van 9 V kan de lader akku's 
van maximaal 4 cellen laden. 
Daarbij wordt uitgegaan van 
een maximale spanning van 
1 r 65 V per cel. De grootte van 
de laadstroom wordt bepaald 
door R5. Er geldt: R5 - 0,25/ 
I, waarin I de laadstroom van 
de akku is. 

Een voorbeeld: om een akku 
van 1,2 Ah in twee uur te la- 
den, is een stroom van 
1,2 Ah/2 h - 0,6 A nodig. R5 
wordt dan 0,25/0,6 - 0,42 Q. 
Dat kan probleemloos naar 
0,47 Q worden afgerond, om- 
dat de laadstroom niet exakt 
hoeft te zijn (de IC's meten im- 




[HHF 



Ml. il 

lev w 






rsp 



!*■-' + 7 



TM V+ 


VMM 


PGMO 


FCMG 


PGMl 


OHV 


IC1 




PGM? 


BAT* 


PGM3 


TLO 


TEMP 


BAT- 


MAXJ 


T3 


REF 


CC 





Tabel 1 . 


Number 
of Cells 


PGMO Connection 
A 


PGM1 Connection 
B 


1 


V + 


V + 


2 


V + 


open 


3 


v + 


REF 


4 


v + 


BATT- 


5 


open 


V + 


6 


open 


open 


7 


open 


REF 


8 


open 


BATT - 


9 


REF 


V + 


10 


REF 


open 


11 


REF 


REF 


12 


REF 


BATT- 


13 


BATT- 


V + 


14 


BATT- 


open 


15 


BATT- 


REF 


16 


BATT- 


BATT- 



Tabel 2. 


Timeout 
(min) 


A/D 
Sampling 

Interval 
(sec)<t A ) 


PGM2 

Connection 

C 


PGM3 

Connection 

D 


Trickle 


22 


21 


REF 


V + 


I/64 


33 


21 


BATT- 


V + 


45 


42 


REF 


open 


I/32 


66 


42 


BATT- 


open 


90 


84 


REF 


REF 


1/1 6 


132 


84 


BATT- 


REF 


180 


168 


REF 


BATT- 


1/8 


264 


168 


BATT- 


BATT- 



76 



elektuur 7/8-93 




Onderdelenlijst 

Weerstanden: 
R1,R3 = 2x4700 
R2 m 1 x 820 Q 
R4 - 1 x 1 50 Q 
R5 m 1 x 0Ö47/3 W (zie 
tekst) 

Kondensatoren: 
C1,C3 « 2 x 10*4/25 V 
C2 « 1 x 10^/16 V 
C4 * 1 x 10 n 

Halfgeleiders: 
D1 » 1 x LED rood 
D2 =» 1 x LED groen 
D3 - 1 x 1N4001 
IC1 *= 1 x MAX713of 
MAX712 (zie tekst) 
T1 = 1 x BD242C 

Diversen: 

K1,K2 = 2x 2-poiige print- 

kroonsteen, steek 5 mm 
1 koelplaat voor T1, 7 K/W 

(bijv. SK59, 37,5 mm) 
1 print EPS 934098 (zie 

pag, 6) 



mers of de akku's vol zijn). Ga 
bij het berekenen van de beno- 
digde stroom niet uit van de 
tijden die bij de timer van het 
IC zijn in te stellen. De nomi- 
nale laadtijd moet altijd korter 
zijn dat de ingestelde tijd van 
de timer, anders kan het ge- 
beuren dat de timer het snella- 
den stopt terwijl de akku nog 



niet helemaal vol is (dat is al- 
leen aan het spanningsverloop 
te zien). 

Wanneer de akku vol is, dooft 
LED D2 en gaat IC1 verder 
met druppelladen. De grootte 
van de druppelstroom hangt af 
van de maximale laadtijd 
waarop de timer is ingesteld 
(zie tabel 2) T Om de akku's in 



goede konditie te houden, 
geldt de vuistregel dat na vijf 
keer uitsluitend snelladen de 
akku's in de lader moeten blij- 
ven zitten voor een druppella- 
ding van 14 uur. 
De konstruktie van de lader 
met het hier getekende printje 
is eenvoudig. R5 wordt enkele 
millimeters boven de print ge- 



monteerd, zodat de weerstand 
zijn warmte goed kwijt kan. 
De lader wordt ingesteld door 
de punten A . . . D overeen- 
komstig de tabellen 1 en 2 
met +, - of ref te verbinden, 
danwei geen verbinding te leg- 
gen (open). 

(934098) 



034 



zonnepaneel met/zonder akku 



Een simpele oplossing voor 
een oud probleem: als de akku 
opgeladen wordt door een 
zonnepaneel en de zon gaat 
onder, dan wordt de akku door 
het paneel weer ontladen. Dit 
wordt vaak opgelost met een 
diode, wat echter als nadeel 
heeft dat er een spanningsval 
van 0,7 V (bij Schottky 
dioden 0,4 V) optreedt. Bij 
veel toepassingen is dat on 
toelaatbaar. 

Deze schakeling vervangt de 
diode en verbindt het zonne- 
paneel via een relaiskontakt 
met de akku. De schakeling 
wordt gevoed uit het zonnepa- 
neel. Zolang de spanning te 
laag is, blijft het relais onbe- 
krachtigd en is de akku losge- 
koppeld van het zonnepaneel. 
Is de spanning die het paneel 
levert hoog genoeg om het re- 



© 




|0 2 Jfie 1 < k 
1N4148 



" ° 1 mS 

9V1 MW 



€> 



BC557 

LDRQ5 



,+ - 

I J 



5 



lais te bekrachtigen en vangt 
LDR R2 genoeg licht om T1 te 
laten geleiden, dan trekt het 
relais aan en begint het laden 
van de akku. Omdat een relais 



als eigenschap heeft dat het 
eenmaal aangetrokken minder 
spanning nodig heeft om aan- 
getrokken te blijven, zal het - 
ook als de spanning over het 



paneel nu daalt (bijv. door een 
ontladen akku) niet direkt 
weer afvallen. Om te voorko- 
men dat een eenmaal inge- 
schakelde en geladen akku het 
relais ook in het donker be- 
krachtigt, is de LDR toege- 
voegd die via T1 het relais uit- 
schakelt als er te weinig licht 
op het zonnepaneel valt. Met 
potmeter P1 kunt u instellen 
wanneer dat gebeurt. 
Omdat het opgenomen ver 
mogen van de schakeling voo- 
ral door het relais gekonsu- 
meerd wordt, is het zaak om 
voor het relais een miniatuur- 
power-type te nemen met een 
zo hoog mogelijke spoelweer- 
stand (bijv. V23037 A0002 
A101 van Siemens, dit kan een 
stroom van 10 A schakelen). 

(934105) 



elektuur 7/8 93 



77 



035 



LED met extra mogelijkheden 



Bij veel apparaten met een in- 
gebouwde batterijvoeding is 
een indikatie-LED aanwezig 
die aangeeft of er nog vol 
doende spanning op het sys 
teem staat. Is de batterij nage- 
noeg uitgeput, dan gaat het 
LEDje veelal knipperen ter indi- 
katie dat de batterijen vervan- 
gen moeten worden. De scha- 
keling uit dit artikel kan ge- 
bruikt worden om zo'n funktie 
in een bestaand apparaat aan 
te brengen. 

De spanning over LED D1 
iU llD ) is afhankelijk van het 
gebruikte type LED en be 
draagt circa 2 V. De LED- 
spanning wordt op de ingang 
gezet van een diskrete ver- 
schilversterker rond de tran- 
sistoren T1 en T2. Wanneer de 
spanning op de basis van T1 
kleiner is dan de LED- 
spanning, gaat Tl geleiden en 
wordt kondensator C1 opgela- 
den via R1. De kondensator zal 
er voor zorgen dat T3 gaat 
sperren, waardoor transistor 
T4 gaat geleiden. Als gevolg 
van het geleiden van T4 dooft 
LED Dl. De LED blijft gedoofd 
totdat C1 weer ontladen is. Is 
de spanning nu nog steeds te 
laag, dan begint de cyclus op- 
nieuw en zo blijft de LED dus 



BC557 



"©I 



B 

- I Tl T? I _ 



<~© 




R5 




BC557 



Cl 



2 M 2 
25V 




9 



2. 



9V 



BC557I 






.^n 



knipperen. Is de spanning 
hoog genoeg, dan geleiden al- 
leen T2 en T3 r transistor T4 
spert en als gevolg hiervan zal 
de LED kontinu blijven bran- 
den. 

Potentiometer P1 wordt ge- 
bruikt om het spanningsnivo 
in te stellen waarbij de LED 



gaat knipperen. De knipper 
frekwentie is afhankelijk van 
de voedingsspanning en de 
kapaciteit van kondensator C1. 
De kapaciteit van deze kon- 
densator kan aangepast wor- 
den als de knipperfrekwentie 
niet bevalt. 
De waarde van weerstand R„ 



bepaalt de stroom door de 
LED en daarmee dus de hel- 
derheid waarmee ze brandt. In 
de praktijk zijn R v en de LED 
vaak al in het apparaat aanwe- 
zig. 

(934008) 
ontwerp: E Rimatzki 
(Duitsland) 



036 



verlengde drive-LED 



PC's in tower-behuizingen 
staan meestal onder of naast 
een buro. Hierdoor zijn de 
LED's op de voorzijde van de 
PC voor de disk-drive('s) of de 
harde schijf slecht af te lezen. 
Zo lang alles naar behoren 
funktioneert, wordt er echter 
toch nauwelijks naar die LED's 
gekeken. Treden er echter pro- 
blemen op, dan is het moeilijk 
te zien wie of wat de oorzaak 
daarvan is. Juist op zo'n mo- 
ment is het belangrijk dat de 
LED's goed af te lezen zijn. 
Een LEDje naast de monitor 
zou dan welkom zijn. De scha- 
keling uit dit artikel kan daarbij 
de helpende hand bieden. Met 
behulp van een minimale hoe- 



veelheid elektronica wordt het 
mogelijk de informatie van de 
in de behuizing aanwezige 
LED's over te nemen en weer 
te geven op een tweede serie 
LED's op een plaats die beter 
te overzien is. 

De hele schakeling bestaat uit 
één transistor en twee weer- 
standen per extra LED; samen 
worden zij in de PC behuizing 
gemonteerd. In het schema 
worden twee varianten ge- 
toond: één op basis van een 
PNP- en één op basis van een 
NPN-transistor. Welke variant 
nodig is, hangt af van de LED- 
aansturing bij de floppy disk of 
harde schijf. 
De benodigde elektronica kan 




op een klein printje worden 
gemonteerd, samen met een 
D-konnektor. Voor die extra D- 
konnektor is altijd wel een 
plaatsje te vinden aan de ach- 
terzijde van de PC. De extra 
LED's worden in een klein 
kastje of bijvoorbeeld de kap 
van een tweede D konnektor 
ondergebracht, waarna ze via 
een kabeltje met de D- 
konnektor worden verbonden. 
Zo ontstaat een flexibele mo- 
gelijkheid om de LED's op die 
plaats te zetten waar het afle- 
zen goed mogelijk is. 

(934002) 



78 



elektuur 7/8-93 



037 



Om de een of andere reden 
blijkt de kloksnelheid van de 
CPU in een PC een heel be- 
langrijk gegeven voor de waar- 
de van het systeem te zijn. 
Vandaar dat op veel PC's een 
display met 2 digits te vinden 
is, waarop de kloksnelheid in 
MHz wordt weergegeven. Ma- 
chines met op het display een 
getal beneden 33 of machines 
waarop helemaal geen display 
te vinden is, blijken snel uit de 
gratie te raken. Met andere 
woorden: is de CPU niet snel 
genoeg, dan is de PC minder 
interessant. 

Voor de snelheidsfetisjisten 
hebben we een truukje be- 
dacht om een PC zichtbaar op 
te waarderen. De hier beschre- 
ven schakeling bestaat uit een 




display dat een hogere klok- 
snelheid aangeeft dan daad- 
werkelijk het geval is. Op deze 
manier wordt het mogelijk 
een "ouderwetse" 12-MHz-AT 
schijnbaar op te waarderen tot 
een hypermoderne en supers- 
nelle machine met een kloks- 
nelheid van 66 of zelfs 
99 MHz. Alleen de eigenaar 
weet wat er werkelijk achter 
de grijze kap van de PC schuil 
gaat. 

Een korte bestudering van het 
schema maakt al snel duidelijk 
dat de weerstanden R1 . . 
. . R14 gebruikt worden om de 
helderheid van het display in 
te stellen. Het is mogeli|k de 
waarde van deze weerstanden 
binnen zekere grenzen te ver 
groten of verkleinen om de in- 



Tabel 1 


. Te leggen draadbruggen 


voor een 


bepaalde aanduiding. 


Normaal 


Turbo 


Altijd aanwezig 


Normaal 


Turbo 


e 


12 


Al 81 01 E1 G1 


C3 F3 


B5 C5 


8 


16 


A1 Cl 01 E1 F1 G1 


B3 


B5 C5 


8 


25 


Al Cl 01 F1 G1 


B3 E3 


A5 B5 D5 E5 G5 


8 


33 


A1 BI C1 Dl G1 é 


E3 F3 


A5 B5 C5 D5 G5 


8 


66 


A1 C1 01 E1 F1 G1 


B3 


A5 C5 D5 E5 F5 G5 


8 


99 


A1 BI C1 D1 F1 G1 


E3 


A5 B5 C5 D5 F5 G5 



1 




K2 



| OQOOOOOOOOOOOOO | 




elektuur 7/8-93 



79 



tensiteit van de displays aan 
de eigen wensen aan te pas- 
sen. Het omschakelen naar de 
turbo-indikatie komt voor reke- 
ning van T2. Zodra T2 een ba- 
sisspanning van 5 V krijgt, 
spert transistor T1 en ver- 
schijnt de turbo-snelheid op 
het display. 

Helaas gebeurt het omschake- 
len tussen de normale en de 
turbo-mode bij PC's niet altijd 
op dezelfde wijze. In de mees- 
te machines wordt gebruik ge- 
maakt van een maakschake- 
laar die in de turbo-mode een 
verbinding maakt met massa. 
Bijgaande tabel laat zien welke 
draadbruggen gelegd moeten 
worden om in deze situatie de 
juiste indikatie op het display 
te krijgen. Mocht de turbo- 
schakelaar in de normale mo- 
de een spanning van +5 V op 
klem A zetten, dan vervalt al- 
leen weerstand R17. 
Staat op de turbo-schakelaar 
in turbo-mode een spanning 



van +5 V, dan moet niet al- 
leen R17 vervallen, maar moet 
ook de tabel aangepast wor- 
den. Deze modifikaties zijn 
ook nodig als de normale mo- 
de gekozen wordt door punt A 
via de turbo-schakelaar naar 
massa te schakelen. R17 moet 
in dat geval wel op zijn plaats 
blijven. De modifikaties in de 
tabel zijn de volgende: 

■ in de vierde kolom (nor- 
maal) dienen alle x3- 
draadbruggen vervangen te 
worden door x2-draad- 
bruggen; 

■ in de vijfde kolom (turbo) 
dienen alle x5-draadbrug- 
gen door x6-draadbruggen 
vervangen te worden. 

(met x wordt hier A. . .G be- 
doeld) 

Het opbouwen van de schake- 
ling wordt een stuk eenvoudi- 
ger indien men een printje etst 
volgens de hier afgebeelde 
layout. De print dient over de 
aangegeven zaagsnede in 




twee delen opgedeeld te wor- 
den. Het gedeelte waarop de 
twee displays komen te zitten, 
wordt met behulp van een 
stukje 15-aderige kabel ver- 
bonden met de print waarop 
de draadbruggen worden aan- 
gebracht. Let op de draadbrug 
die tussen de jumpers door 



loopt. Indien deze niet wordt 
gemonteerd, dan zal het dis- 
play voor altijd donker blijven 
omdat het geen voedings- 
spanning krijgt. 

(934017) 



Onderdelenlijst 

Weerstanden: 

R1 . . .R14 = 14x 270 Q 

R15,R16,R17 « 3 x 3k9 

Halfgeleiders: 
T1,T2 = 2x BC337 
LD1,LD2 = 2x HD1105 
(7-segment display) 

Diversen: 

14 x 2-polige header 
14 x 3~polige header 
K1 « 1 x 15-polige SIL- 

header (female) 
K2 = 1 x 1 5-polige SIL- 

header (male) 
S1 = enkelpolige schakelaar 

(turbo-schakelaar van PC) 



(print-layout in spiegelbeeld afgedrukt) 




[o ^CrTfr Cj 







A'iHLwiL'jLvv^kiwikiki^u: 




telefoon meeluisteren 



Soms is er behoefte om tele 
foongesprekken voor méér 
mensen hoorbaar te maken 
en/of om er een bandopname 
van te maken. Dat laatste 
uiteraard met inachtname van 
beleefdheids- en fatsoensnor- 
men. Dit alles is wel te realise- 
ren met een oppikspoeltje met 
zuignapje, gekombineerd met 
een versterker. Echt goed 



werkt die optie niet, vandaar 
dit alternatief. 

Neem een oud (maar voor de- 
ze toepassing nog heel goed) 
T65-telefoontoestel en sluit 
dat parallel aan op de telefoon- 
lijn. Sluit een stukje afge- 
schermde kabel aan op de 
punten 11 en 12. Die kabel 
gaat naar een versterker en/of 
cassetterecorder. That's all!! 



Zodra een gesprek moet wor 
den beluisterd of afgeluisterd, 
neemt men de hoorn van de 
haak en stelt de versterker 
en/of cassetterecorder op het 
juiste nivo in. Stel de verster 
king niet te hoog in, want dan 
kan rondzingen gaan optre- 
den. 

Het haakkontakt van de T65- 
telefoon voorkomt dat de 



audio-apparatuur door een 
eventuele belspanning (60 . . 
. . 90V effektiefü) wordt ge- 
troffen. Het audio circuit is via 
de vorktransformator galva- 
nisch gescheiden van het PTT- 
net. Wie wat dat betreft nóg 
meer zekerheid wil, neemt in 
de audiolijn nog een 1:1 tele- 
foontransformator op (hier- 
voor kan ook een T65- 



80 



elektuur 7/8-93 




vorktransformator worden ge- 
bruikt). In Nederland is het 
overigens toegestaan om 
meerdere telefoonapparaten 
parallel te schakelen, dit on- 
danks de slechtere geluids- 
kwaliteit die daar het gevolg 
van kan zijn (met name door 
een lagere echo-demping). 
Wie nog een T65 in gebruik 
heeft, kan overwegen om van 
dat toestel de audio af te tap- 
pen. Bedenk dan echter dat 
het eigen mikrofoonsignaal 
nauwelijks in het audiosignaal 
aanwezig is, vanwege de wer- 
king van de vorktransformator. 
In dat geval kunt u beter de 
doorverbinding tussen de pun- 
ten 7 en 8 onderbreken en 
daartussen de primaire wikke 
ling van een telefoontransfor- 
mator opnemen, Op de sekun- 
daire wikkeling van die trafo 
staat wèl de audio-informatie 
van beide gesprekspartners. 

(934070) 



aanraakschakelaar 



Het hart van deze schakeling 
is een niet-inverterende 
Schmitt trigger met "houd- 
kontakt", die is opgebouwd 
met ICIa, ICIb en R3. Het uit- 
gangsnivo van IC 1b wordt met 
R3 teruggekoppeld naar de in- 
gang van IC1a met als gevolg 
dat beide poorten hun toe- 
stand stabiel handhaven. Zo- 
lang de schakeling in rust is 
dat wil zeggen dat de anode 
van D1 laag is en de kathode 
van D2 hoog kunnen beide 
poorten zo de toestand waarin 
ze verkeren vasthouden. Stel 
dat uitgang A laag is. Wanneer 
nu het aanraakkontakt met de 
vinger wordt gesloten, stijgt 
de spanning over R8. Met C1 
en R1 wordt het hoog worden 
van de spanning over R8 om- 
gezet in een kort hoog pulsje. 
Dit pulsje maakt via Dl de in- 
gang van ICIa hoog. De uit- 
gang van IC1b neemt dit over 
en via R3 wordt er weer voor 
gezorgd dat deze toestand 
wordt vastgehouden. Behalve 
uitgang A zal ook de spanning 
over C2 — zij het met enige 
vertraging hoog worden. 

elektuur 7/8 93 



BC880 




3...15V 

-e 



■o* 



IC1d 



#& 



^oi 



-® 



Wanneer het zo ver is, staat de 
schakeling klaar om bij het vol- 
gende pulsje over R1 weer om 
te klappen. Dit pulsje zorgt er 
nu namelijk voor dat de uit 



waardoor ook de ingang van 
IC1a laag wordt, gevolgd door 
de uitgang en even later de 
spanning over C2. We zijn dan 
weer terug bij af. 



schakeling is in de ruststand 
verwaarloosbaar klein. 

(934011) 



nu i itjuiuiijrv vuur ucji utr uil- weef terug uij ar. 

gang van IC 1c laag wordt, De stroomopname van de ontwerp: P Sicherman (Israëi) 



81 



040 



kompakte 4-bits A/D-omzetter 



Hoewel het diskreet opbou- 
wen van een A/D-omzetter 
steeds minder voor de hand 
ligt nu de geïntegreerde om- 
zetters goed en goedkoop zijn, 
is het alleen al uit edukatief 
oogpunt zinvol eens een keer 
een omzetter met losse kom- 
ponenten op te bouwen. In de- 
ze schakeling tonen we een 



diskrete 4 bit brede A/D- 
omzetter die met gewone 
goedkope komponenten een- 
voudig te bouwen is. Kern van 
de schakeling zijn vier kompa- 
ratoren (IC1a . . . IC1d| waar- 
van de uitgangen tevens de 
uitgangen van de omzetter 
vormen. Het grote probleem 
dat in deze schakeling over- 



o— i 




7V 

©■ 



7805 



®- 



IC1 



sv 

-© 






> ^ 



[^ 



7*HC(T)J65 




wonnen moet worden, is het 
samenstellen van de juiste, 
meelopende referentiespan- 
ning. Feitelijk is voor elk bit 
een kleine D/A-omzetter nodig 
die de noodzakelijke referentie 
opwekt. In de praktijk blijkt dit 
redelijk eenvoudig te imple- 
menteren te zijn. De MSB- 
komparator heeft genoeg aan 
de halve voedingsspanning als 
referentie; deze wordt opge 
wekt met de weerstanden R1 
en R2. Voor elk volgende bit 
worden de voorgaande bits in 
het nivo van de referentie 
spanning meegenomen. Hier- 
voor zijn een paar extra weer 
standen nodig. Voor bit B be- 
tekent dit dat de bits C en D 
gebruikt worden, voor bit A 
zijn dat de bits B, C en D. Het 
vertalen van het nivo van deze 
bits in een referentiespanning 
is mogelijk dankzij de hulp van 
IC2 en de weerstanden 
R1. . ..R14. 

Basis voor de referentiespan- 
ning is een stabiele 5 V- 
voeding die opgewekt wordt 
met IC3. De spanningsnivo's 
op de uitgangen van de buf- 
fers zijn in het ideale geval ge 
lijk aan 5 V (een logische één) 
of O V (een logische nul). De 
weerstanden in de spannings- 
deler dienen nauwkeurig te 
zijn om een optimale lineariteit 
te garanderen. In dit geval zijn 
1-%-exemplaren gebruikt. Hoe 
hoger de resolutie (hoe meer 
bits) van de A/D-omzetter, des 
te nauwkeuriger moeten de 
weerstanden zijn. Bij de keuze 



van de weerstanden heeft ver 
der een rol gespeeld dat het 
nivo van de uitgangsspanning 
van de buffers in IC2 steeds 
minder ideaal wordt naarmate 
de stroom die geleverd moet 
worden groter wordt. Er dient 
dus voor relatief hoge weer- 
standswaarden gekozen te 
worden. Om het probleem van 
de niet-ideale uitgangen ver- 
der te minimaliseren zijn 
steeds twee niet-inverterende 
poorten parallel geschakeld 
om de fan-out op te voeren. Bij 
de gekozen dimensionering 
bleek de spanningsval bij de 
MSB-uitgangsbuffer (de 

buffer die de grootste stroom 
levert) 6 mV te bedragen, Ge- 
relateerd aan de waarde van 
het LSB (312,5 mV) een ver- 
waarloosbaar nivo. 
De konversiesnelheid is hele 
maal afhankelijk van de propa- 
gatietijden van de gebruikte 
komparatoren en buffers. De 
TLC274 in deze schakeling 
krijgt het predikaat bruikbaar, 
voor optimale resultaten die- 
nen echte komparatoren ge- 
bruikt te worden. 
De ingangsgevoeligheid van 
de schakeling kan worden in- 
gesteld met potmeter PI. D5 
en D6 beschermen de opamp- 
ingangen tegen te grote in- 
gangsspanningen. 
De stroomopname met alle 
LED's uit bedraagt circa 
7 mA, met alle vier de LED's 
aan is dat circa 20 mA. 

(934075) 



041 



meten aan het lichtnet 



Het is vaak interessant om te 
weten welke spanningen en 
stromen op de toevoerleiding 
naar een net-verbruiker staan, 
bijvoorbeeld om het verbruik 
te bepalen of de golfvorm te 
zien. Om maar wat te noemen: 
de energiezuinige lampen zijn 
vaak niet zuinig met het ver- 
oorzaken van stoorstraling. Dit 
o.a. omdat de opgenomen 
stroom geen sinusvorm heeft. 



Om te zien welke vorm de 
stroom wel heeft, wordt 
meestal gebruik gemaakt van 
een oscilloskoop. De behuizing 
van de skoop is echter ge- 
woonlijk verbonden met zowel 
de randaarde als de massa van 
de probel Dit kan een levens- 
gevaarlijke situatie en/of 
kortsluiting opleveren als u 
een meting aan het lichtnet 
doet! 



Door die verbinding tussen 
massa en randaarde moet u 
goed opletten dat u tijdens het 
aansluiten de massa-klem met 
de nul verbindt. Sluit u de fase 
aan op de massa van de 
skoop, dan komt de kast van 
de skoop onder spanning te 
staan en zal de zekering (en/of 
aardlekschakelaar) er uit vlie- 
gen. Daarmee is de onveilige 
situatie weliswaar vrijwel di 



rekt weer opgeheven, maar de 

kortsluitstroom die daarbij 
gaat lopen kan nog heel wat 
schade aanrichten in de 
skoop, de probe of de schake- 
ling waarin u had willen me- 
ten. 

Meet u echter in een ruimte 
met stopkontakten zonder 
randaarde, dan krijgt u geen 
waarschuwing, terwijl het 
aanraken van de kast levens- 



elektuur 7/8-93 



83 



gevaarlijk is (die is immers di- 
rekt met het lichtnet verbon- 
den). 

Hetzelfde gebeurt wanneer u 
de randaarde van de oscillo- 
skoop niet aansluit om te 
voorkomen dat er een aardlus 
ontstaat via de randaarde die 
uw meting verziekt. De bevei- 
liging via de zekering werkt 
dan niet meer. In het alge- 
meen moet u dit soort metin- 




~ 



-© 



♦ 



U/1000 J 



© © O 



gen dan ook liever niet doen. 

Moet u desondanks metingen 
aan het lichtnet doen, dan is 
hiervoor wel een hulpmiddel te 
bedenken. Een gewone losse 
kontaktdoos met twee stop- 
kontakten wordt voorzien van 
twee neonlampjes met voor- 
schakelweerstand, bij voor- 
keur een rode en een groene. 
Is de fase fout aangesloten, 
dan licht het rode lampje op 
(La2) en moet u de steker van 
het aansluitsnoer van de kon- 
taktdoos omdraaien. Het groe- 
ne lampje (La1) licht dan op. 
Gebruik wel twee lampjes en 
laat u niet verleiden tot het ge- 
bruik van één lampje om te 
voorkomen dat u verkeerde 
konklusies trekt wanneer het 
lampje onverhoopt stuk mocht 
gaan, of omdat er even geen 
spanning op de slof staat, of 
omdat de randaarde niet is 
aangesloten (in dit geval kun 
nen ook beide lampjes (zwak) 
gaan branden). Dat laatste be- 
tekent overigens (voor alle dui- 



delijkheid) dat de schakeling 
alleen werkt wanneer deze 
met een geaarde steker op een 
geaard stopkontakt wordt 
aangesloten. 

Heeft u groen licht gekregen, 
dan kunt u op de bussen 
"U/1000" en 'T' de probes 
van de oscilloskoop aanslui- 
ten. Op de bussen "U/1000 
staat de netspanning gedeeld 
door 1000, hetgeen een stuk 
veiliger is om aan te meten 
(onder andere omdat de ver- 
binding naar de fase hoog- 
ohmig is), ook als u de skoop- 
aansluitingen een keertje per 
ongeluk verwisselt. Op de 
bussen "I" kunt u de stroom 
naar de verbruiker meten (die 
u op het tweede stopkontakt 
moet aansluiten) in volt per 
ampère. Denk er om dat de 
stroom die de skoop opneemt 
niet door R3 mag lopen. Het 
eerste stopkontakt moet dus 
vóór R3 worden aangesloten. 
Wilt u nog een stapje verder 
gaan en de oscilloskoop vrij 



van aarde houden, dan zou u 
de kontakten van de randaar- 
de uit het stopkontakt voor de 
skoop kunnen slopen. Wilt u in 
het verbruikende apparaat me- 
ten, dan moet u ook in dat ap- 
paraat eerst bepalen waar fa- 
se en nul zitten en indien no- 
dig de steker ompolen. 
De maximale stroom die kan 
worden verwerkt, is 3 A. 
Daarbij wordt R3 dan wel flink 
heet! Het is voor langdurige 
belastingen beter niet boven 
1 A te gaan. Weerstand R1 
moet een 1- of 2-W-type zijn. 
De normale Vi-W- weerstan- 
den kunnen de topspanning 
van het lichtnet niet verdra- 
gen. U kunt er natuurlijk wel 
twee van 50 k in serie zetten 
of nog beter 4 weerstanden 
van 100 k, waarvan er steeds 
twee in serie en twee parallel 
staan. 

(934041) 

ontwerp: W. Küster (Duits- 
land) 



PWM-eindtrap 



Het meest opvallende aan de 
ze 3 watt versterker is het ge- 
bruik van een stappenmotor 
driver IC als uitgangstrap. 
Maar aangezien het werk van 
een eindtrap in een PWM 
versterker min of meer gelijk is 
aan het werk dat een eindtrap 
in een stappenmotor-sturing 
moet doen, is het eigenlijk ook 
wel weer voor de hand lig- 
gend. De versterker is in we- 
zen niets anders dan een 
blok/driehoek-generator opge- 
bouwd op klassieke wijze met 
een integrator (IC1, IC2) en 
een Sehmitt-trigger (IC3, IC4). 
Alleen is nu niet teruggekop- 
peld van de uitgang van de 
Sehmitt-trigger naar de inte- 
grator, maar van de eindtrap 
(IC5) naar de integrator. Wan- 
neer de schakeling als 
blok/driehoek generator wordt 
opgezet, wordt er meestal 
voor gezorgd dat de driehoek 
een zodanig gelijkspanningsni- 
vo heeft dat de Sehmitt- 
trigger er een symmetrische 
blokgolf van maakt. In dit ge- 
val wordt dat gelijkspannings- 
nivo echter bepaald door het 
ingangssignaal van de verster- 




ker dat op de plus ingangen 
van IC1 en IC2 binnenkomt. 
Daardoor zal de blokgolf bij la 
ge (negatieve} momentele in- 
gangsspanning een kleinere 
pulsbreedte hebben dan bij 
een hoge (positieve) waarde 
Aldus ontstaat het puls- 
breedte-gemoduleerde signaal 
(PWM-signaal) dat door de 



twee in IC 5 ondergebrachte 
MOSFETeindtrappen de uit 
gangsfilters in wordt gestuurd. 
Deze filters (L1/C10 en L2/C11) 
maken van het PWM-signaal 
weer een audio-signaal dat 
dan vervolgens via een 
koppel-elko (C12, C13) naar de 
luidspreker gaat. 
De specs van de versterker 



Onderdelen! ijst 

Weerstanden: 
R1,R2 = 2 x 47 k 
R3,R4 = 2 x 33 k 
R5.R6 = 2 x 2k2 
R7,RU = 2 x 18 k 
R8,R12 - 2 x 22 k 
R9,R13 = 2 x 100 k 
R10,R14 - 2 x 470 Q 
R15,R16 = 2 x 10k 
R17,R18 - 2 x 1 k 



Kondensatoren; 


Cl = 1 x 


10 m/25 V 


C2 = 1 x 


10ji/25 V radia- 


al 




C3 = 1 x 


100^/25 V ra- 


diaal 




C4,C5 = 2 


x 560 p styro- 


flex 




C6 = 1 x 


220 m/25 V ra- 


diaal 




C7,C8 - 2 


x 22 n 


C9 = 1 x 


220 n 


C10,C11 - 


■ 2 x 470 n 


C12,C13 - 


2 x 2200 m/25 


V radiaal 




Spoelen: 




L1,L2 = 2 


x 30 m/3 A 



Diversen: 

D1,D2 = 2 x 1N4148 
IC1JC2 = 2 x CA3100 
IC3,IC4 = 2 x LM311 
IC5 - 1 x L6203 



84 



elektuur 7/8 93 




(print-layout in spiegelbeeld afgedrukt) 




zijn nou niet echt spektakulair, 
maar desondanks toch het 
noemen waard. Bij een voe- 
dingsspanning van 12 V en 
een ingangssignaal van 
2 V eff /1 kHz levert de verster- 
ker 2 W in 4 Ö. Daarbij was de 
vervorming 1,5% en de dem- 



pingsfaktor 20. Wordt de voe- 
dingsspanning verhoogd tot 
14,4 V, dan krijgen we bij een 
ingangsspanning van 2,25 V 
een uitgangsvermogen van 
2,8 W en een vervorming die 
ook weer 1,5% is. 
Het rendement van de verster- 



ker, als deze het volle vermo- 
gen levert is ongeveer 73%. 
De intermodulatie-produkten 
die door het PWM-signaal ont- 
staan, zijn bij vol vermogen 
ongeveer 40 dB zwakker dan 
het audio-signaal. Bij lagere 
audio-signaal-nivo's zakt de 



vervorming tot circa 0,3% en 
komt het ruisnivo op ongeveer 
-80 dB te liggen. 

(934076) 
applikatie SGS-Thomson 



elektuur 7/8-93 



85 



043 



ichtschakelaar voor motorfietsen 



Steeds vaker verschijnen mo- 
torfietsen op de Nederlandse 
wegen die direkt uit Amerika 
of Canada geïmporteerd zijn. 
Hoewel deze motoren pro- 
bleemloos in Nederland ge- 
bruikt kunnen worden, hebben 
ze een opvallend nadeel: direkt 



als de motor op kontakt wordt 
gezet, begint het dimlicht te 
branden. Dit is geheel konform 
de Amerikaanse en Canadese 
wetgeving. Eigenlijk zou het 
veel beter zijn als de lampen 
pas gaan branden wanneer de 
motor daadwerkelijk gaat rij- 



O 



9 



* 

Lal 



Ó 



U 2 m r "•* 
É f CR 

M 1N4007[ () 12V 



::z% 




CNY17 



ito 

16V 




-01 2V 



BRX49 



T 

A II K 
G 



J5&&0W W 



■@ 



den. Hiermee wordt voorko- 
men dat de akku tijdens het 
starten onnodig zwaar wordt 
belast. Met de automatische 
lichtschakelaar uit dit artikel is 
het mogelijk zulke motoren zo- 
danig te modificeren dat ze 
zonder licht gestart kunnen 
worden. De dimlichten gaan 
dankzij deze schakeling auto- 
matisch aan nadat de motor 
gestart is en er weggereden 
wordt. 

De kern van de schakeling is 
een opto-coupler die detek 
teert of het lampje "Neutral" 
(La1) op het dashboard van de 
motor brandt. Zolang dit lamp- 
je brandt, staat de versnel- 
lingsbak in de vrij-stand en is 
de motor dus niet aan het rij- 
den. 

Wanneer nu de motor wordt 
gestart (maar de versnellings- 
bak nog in zijn "vrij" staat), 
brandt La1 op het dashboard. 
Hierdoor licht ook LED Dl op 



en zal de transistor in IC1 gaan 
geleiden. De thyristor ligt dan 
met de gate aan massa en het 
relais wordt nog niet bekrach- 
tigd. De lampen La2 en La3 
blijven gedoofd en de motor 
kan nu gestart worden zonder 
dat die lampen branden. 
Wordt de motor in een versnel- 
ling gezet, dan dooft La1 en zal 
de transistor in IC1 gaan sper 
ren. De gate van de thyristor 
krijgt via R2 en R3 een gate- 
stroom en als gevolg daarvan 
wordt relais Re1 bekrachtigd. 
De lampen van de motor wor- 
den ontstoken en de motor 
kan veilig wegrijden. De thyri- 
stor blijft nu geleiden zolang 
de boordspanning aanwezig 
is. Ook als u bij een kruispunt 
stopt en terugschakelt naar de 
vrij-stand, blijft de verlichting 
gewoon branden. 

(934010) 

ontwerp: Mark Weber 
(Duitsland} 



044 



shunt voor zonnepaneel 



Het vervelende van energie- 
opwekkingssystemen met 
zonnecellen en akku's is dat er 
in de winter te weinig en in de 
zomer te veel zonneschijn is. 
Aan dat eerste kunnen we he- 
laas niets doen, aan het twee- 
de kunnen (en moeten!) we in- 
direkt iets doen door de laad- 
stroom van de volle akku te 
begrenzen. Als we een volle 
akku onbeperkt blijven doorla- 
den, dan zal deze niet alleen 
veel water verbruiken (dat is 
op zich geen probleem), maar 
vooral ook vroegtijdig versle- 
ten zijn. 

In de elektronica maken we 
voor spanningsregeling mees- 
tal gebruik van serie-regelaars, 
waarbij het regel-element in 
serie staat met de verbruiker. 
Dat heeft o.a. als nadeel dat er 
altijd een extra verlies is wan- 
neer de akku wordt geladen. 
Omdat we bij zonne-installa- 
ties toch al een Schottky- 
diode in het circuit hebben en 
zonnepanelen bovendien ook 



bij weinig zon vol belast mo- 
gen blijven, kunnen we hier- 
voor echter beter een shunt- 
regelaar gebruiken. De verlie- 
zen zijn er nu alleen als er niet 
wordt geladen. Verder heeft 
deze methode het voordeel 
dat we alle overtollige energie 
kwijt kunnen in een ordinaire 
weerstand en dat is veel 
goedkoper dan in vermogens- 
halfgeleiders op reusachtige 
koelplaten. 

Het schema maakt een en an- 
der wat duidelijker: Via een 
BUZ10 schakelen we de exter- 
ne belasting helemaal aan of 
uit. Daarom is de dissipatie in 
de FET (theoretisch) nul (de 
stroom of de spanning over de 
FET is immers nul). Een kleine 
koelplaat van 5 K/W is deson- 
danks aan te bevelen. Als de 
FET spert, dan laadt het zon- 
nepaneel (aangesloten opde 
ingangsklemmen) alle energie 
in de akku (aangesloten op de 
+ + *klem). Wordt nu de akku- 
spanning te hoog, dan scha- 



© 




LM317 

f) IC3 t 



LM317 



4 <► 



10 ( i 
25V 




tC1 = TLC272 
IC2 = 4013 




IC2a 




BUZ10 



w 



86 



elektuur 7/8-93 



kelt de FET in. Indien de weer- 
stand zo is gedimensioneerd 
dat hij afte energie van het 
zonnepaneel op kan nemen, 
dan zakt hierdoor de spanning 
van het zonnepaneel zo ver 
dat de akku niet meer wordt 
bijgeladen. De Schottky-diode 
zorgt er voor dat de akku zich 
niet via de shunt kan ontladen. 
Het zonnepaneel kan deze be- 
lasting goed verdragen; het is 
echter wel nodig altijd een 
weerstand te gebruiken, het 
paneel gewoon kortsluiten is 



geen goede oplossing. 
Zowel de spanning waarbij de 
shunt inschakelt als waarbij hij 
afschakelt is instelbaar uitge- 
voerd, (resp. P1 en P2). Een 
goede instelling is 14,1 V voor 
het inschakelen van de shunt 
en 12 V voor het uitschakelen. 
Omdat de weerstandsdeler 
R1/R2 nagenoeg 1:4 deelt, 
kunt u deze spanningen ge- 
woon afregelen met een digi- 
tale voltmeter op de lopers van 
P1 en P2 {3 V voor het scha- 
kelpunt van 12 V en 3,53 V 



voor het schakelpunt van 
14,1 V}. 

Het eigenverbruik van de 
schakeling is zeer gering, min- 
der dan 4 mA. De BUZ10 kan 
met gemak 20 A schakelen. 
De waarde van de shunt- 
weerstand (R in het schema) 
berekent u met de wet van 
Ohm aan de hand van de ge 
gevens van de fabrikant van 
het zonnepaneel. Die geeft 
meestal wel op welke energie 
u aan het paneel kunt onttrek- 
ken, bijvoorbeeld 14,4 V bij 



8 A. In dat geval is een weer- 
stand nodig van 1,8 Q/115 W. 
Voor alle veiligheid moet u de 
weerstandswaarde dan wat 
lager kiezen, bijvoorbeeld 
1,5 Q. Overeenkomstig geldt 
voor het vermogen van de 
weerstand dat u liever het 
dubbele van de berekende 
waarde kiest, want anders 
wordt de weerstand toch wel 
gruwelijk heet. 

(934043) 



045 



kindertelefoon 



Ook in speelgoedland heeft de 
technische vooruitgang altang 
zijn intrede gedaan. Met dit 
ontwerp stelten we de moder- 
ne versie voor van de twee 
konservenblikjes met een 
strakgespannen touwtje er 
tussen. Behalve als speelgoed 
kunt u deze kindertelefoon 
ook uitstekend gebruiken als 
interkom. 

Als basis gebruiken we twee 
telefoons van het type T65. 
Dat is sinds jaren het stan- 
daard toestel van de PTT en 
afgeschreven toestellen zijn in 
de dumphandel goed te krij- 
gen. In principe kunnen na- 
tuurlijk ook andere toesteltv- 
pen worden toegepast, maar 
daarop kunnen we u verder 
geen enkele garantie geven. 
Behalve de twee telefoons zijn 
ook nog twee gelijkstroom- 



zoemers nodig en een net- 
adapter. De bel in de toestellen 
gebruiken we niet, want de 
daarvoor benodigde spanning 
(60. . .90 V„ (f ) is voor veilig 
gebruik als speelgoed veel te 
hoog en bovendien is het al- 
leen maar lastig als we een 
tweede voedingsspanning 
moeten maken. Om de bel uit 
te schakelen maakt u onder 
het toestel het vakje met de 
aansluitklemmen open. De op 
klem 4 aangesloten gele ader 
verlegt u naar klem 5. Indien 
er tussen klem 4 en klem 3 
een verbinding is gelegd, dan 
haalt u die weg. 
De rest van de schakeling be- 
staat eigenlijk voornamelijk uit 
de bedrading tussen twee 
PTT-stopkontakten. Deze is zo 
gelegd dat er tussen de toe- 
stellen een vier-aderige verbin 



ding nodig is, zodat standaard 
telefoonsnoer gebruikt kan 
worden. Het R-kontakt is een 
extra aansluitklem die in het 
stopkontakt aanwezig is. 
Wanneer bij beide toestellen 
de hoorn is opgenomen, dan 
staan beide toestellen anti- 
serie geschakeld (vandaar dat 
de zoemers niet gelijk gepoold 
zijn). Wanneer de hoorn wordt 
opgenomen, wordt de zoemer 
die bij het toestel hoort door 
het hoornkontakt <HC') auto- 
matisch uitgeschakeld. Wel 
kan nu — mits de hoorn van 
het andere toestel op de haak 
ligt — met de druktoets op het 
toestel de zoemer van het an- 
dere toestel worden ingescha- 
keld. 

Tot slot nog een opmerking 
over de schakelkontakten van 
de kiesschijf. Kortsluitkontakt 



k sluit wanneer de schijf uit de 
ruststand is en pulskontakt i 
sluit enkele malen als de schijf 
terug draait. Wanneer bij beide 
telefoons de hoorn is opgeno- 
men en er aan beide kanten 
aan de schijf gedraaid wordt 
(tijdens het spelen kan dat 
makkelijk gebeuren), dan kan 
er een kortsluiting van de voe- 
ding ontstaan op het moment 
dat in beide toestellen beide 
kontakten gesloten zijn (en dat 
zal gelukkig minder snel voor- 
komen). De meeste netadap 
ters zullen van een zo kort 
stondige kortsluiting echter 
geen last hebben, maar het is 
toch goed om het even in de 
gaten te houden. Vertrouwt u 
het niet, dan kunt u in de tele- 
foon natuurlijk ook het kort- 
sluitkontakt losnemen. 

(924063) 



T65 







A-Ü 



h 7 a LjkfP i m 




3 BI 






© 




elektuur 7/8-93 



87 



m 


;^ 




vMi. 


y> :: m 


f§§ 


'Mmnl 


if 


ƒ 


U J; 


Ta 


■.'■v* 

^ 


A 



Hf 


|p.^i'. 


';:.Ss 


__j 5 




J^:V- 


; r --t 


</:-- :i -S 






Deze kleine schakeling kontro- 
leert de vochtigheid van de 
aarde waarin een plant staat. 
Hiermee kan voorkomen wor- 
den dat op een gegeven mo- 
ment alleen nog maar verdor- 
de planten in huis staan. 
De vochtigheidssensor be- 
staat uit een aantal goedkope 
komponenten en signaleert 
duidelijk wanneer de aarde te 
droog is. IC1, een 4047, is ge- 
schakeld als een oscillator die 
twee signalen (Q en Q) op- 
wekt. Beide signalen hebben 
een frekwentie van circa 
58 Hz en zijn in tegenfase. 
Hierdoor is een zuivere wissel- 
stroom door de sensoren ge- 
garandeerd. Dit is nodig om 
elektrolyse van de elektroden 
(A en B) te voorkomen. 
De spanning op de loper van 
P1 is afhankelijk van de weer- 
stand tussen de elektroden 
(R A . B ) en daarmee dus van de 
vochtigheid van de grond. 
Door nu deze spanning te ver- 
gelijken met een referentie- 
spanning is IC2 in staat een 
uitspraak te doen op de vraag 
of de grond al dan niet te 
droog is. De referentiespan- 
ning voor de komparator 
wordt afgeleid van de span- 
ning over de elektrode en is 
2,5 V groot. 

De werking van de komparator 
is simpel, dit ondanks het feit 
dat een wisselstroom door de 
elektrode loopt. Een simpele 
DC/DC-vergelijking is hier he- 
laas dus niet bruikbaar. Stel 
dat op een bepaald moment 
Q = V en Q = 5 V, de 
spanning op de loper van P1 is 
U1. Wisselen Q en Q van nivo, 
dan is de spanning op de loper 




IC3 



D1 LG3369EH 




IC3 = 4066 (2V5;5-U1) 



- n^TT -cy-fflsv 



D1 = groen 



+HKD* 



-*<§) 



5 V - U1. Indien in de eerste 
situatie U1 hoger is dan de re- 
ferentiespanning, dan is zeker 
dat U1 in de tweede situatie 
lager is dan de referentiespan- 
ning. Om er voor te zorgen dat 
de uitgang van IC2 op beide 
situaties reageert, worden de 
ingangssignalen voor IC2 door 
de Q- en Q-uitgangen steeds 
omgeschakeld. Hiervoor 

wordt gebruik gemaakt van 
vier elektronische schakelaars 
uit IC3. 

Het resultaat is nu dat LED D1 
gaat branden als U1 groter is 
dan 2,5 V. Afhankelijk van de 
instelling van P1 betekent dit 
dat de weerstand van de aarde 
tussen de elektroden tussen 
en 1,8 kQ ligt. Hoe meer de lo- 
per richting elektrode-aanslui- 
tingen wordt gedraaid, des te 
droger moet de grond zijn om 
de groene LED te laten doven 
en de rode te ontsteken. Het is 
mogelijk dat in een overgangs- 
situatie de kapacitieve koppe- 
ling tussen de elektroden er 



voor zorgt dat beide LED's 
gaan branden, dit is ook een 
goede indikatie dat de grond 
te droog begint te worden. 
Als elektrode kan gebruik ge- 
maakt worden van de kool- 
stofstaaf uit een oude kool- 
zink-batterij (géén alkaline- 
batterijen). Met wat kunst en 
vliegwerk is de elektrode een- 
voudig uit de batterij te slo- 
pen. De twee elektroden die- 
nen op een afstand van 4 cm 
van elkaar in de teelaarde van 
de plant gestoken te worden. 



Als laatste moet nu poten- 
tiometer P1 ingesteld worden, 
zodat alarm wordt geslagen 
op het gewenste vochtig- 
heidsnivo van de aarde. Dit is 
sterk afhankelijk van het type 
plant dat bewaakt moet wor- 
den. De schakeling gebruikt 
een stroom van circa 4,5 mA. 
Speciaal voor de voeding van 
deze sensor is een universele 
voeding ontworpen, die ook in 
deze uitgave te vinden is. 

(934031) 




Onderdelenlijst 

Weerstanden: 
R1 ** 1 x 100 k 
R2,R3 = 2x15k 
R4 = 1 x 820 Q 
R5,R6 = 2 x 680 Q 
R7 = 1 x 22 Q 
PI =1 x 1-k- 
instelpotmeter 

Kondensatoren: 
€1 = 1 x 39 n 

02 = 1 x 100 n 

C3=1 x 10^/16 V (radia- 
al) 

Halfgeleiders; 

Dl = 1 x LG3369EH (groe- 
ne high eff. LED) 

D2 = 1 x LS3369EH (rode 
high eff. LEO) 

03 «* 1 f) 1N4148 
IC1 * 1 x 4047 
IC2 * 1 x TLC271 
IC3 « 1 x 4066 

Diversen: 

1 kastje 65 x 50 x 30 mm 

{bijv, Bopla EG406) 
1 print EPS 934031 (zie 

pag. 6) 




(print -layout 
in spiegelbeeld afgedrukt) 




elektuur 7/8-93^ 



89 



047 



windrichtingsmeter 



Deze windrichtingsmeter 

geeft acht windrichtingen aan 
door middel van acht LED's. 
Als opnemer worden reed- 
kontakten gebruikt die door 
een permanente magneet be- 
krachtigd worden. De mecha- 
nische konstruktie moet zo 
gemaakt zijn dat nooit meer 
dan één reed-kontakt tegelij- 
kertijd gesloten is. 
Op het moment dat een reed- 
kontaktje sluit, wordt via OR- 
poort IC1 aan de klok- 
ingangen van de D flipflops 
een opgaande flank aangebo- 
den. Daardoor nemen de D 
fiipflops IC2 en IC3 de toe- 
stand van de D-ingangen over, 
met als gevolg dat alleen de 
LED behorende bij het geslo- 
ten reed-kontakt oplicht. Als 
vervolgens de wind een beetje 
van richting verandert en het 
reed kontakt alweer opent, 
blijft de LED dankzij de 
flipflop konstruktie toch bran- 
den. Een andere LED zal pas 
oplichten nadat de windrich- 
ting zoveel veranderd is dat 
een ander reed-kontakt sluit. 
Direkt na het inschakelen van 
de voedingsspanning met 
schakelaar S1 zal als gevolg 
van de power upreset met 
R10 en C3 alleen LED D9 bran- 
den. Een richting-LED (D1..D8) 
gaat pas branden nadat één 
van de reed-kontaktjes een po- 
sitieve flank op de klok- 




D1..D8 = LS3369EH 
D9 = LG3369EH 



ingangen opwekt. De schake- voeding. De stroomopname een low-current-LED van Sie- 

ling moet gevoed worden van- bedraagt hoogstens 10 mA. mens. 

uit een gestabiliseerde 5 V Het aangegeven LED-type is (934097) 




mini-omvormer 



Met deze schakeling is het 
mogelijk een extra voedings- 
spanning uit een reeds aanwe- 
zige voedingsspanning te 
kreeren. Door de galvanische 
scheiding tussen in- en uit- 
gangsspanning kunt u alle 
kanten op. U kunt de bestaan- 
de voedingsspanning verho- 
gen, verlagen of er een nega- 
tieve spanning bij maken. Voor 
de galvanische scheiding zorgt 
een klein zelfgewtkkeld ring 
kerntrafootje. Het kerntje is 
een goed verkrijgbaar type 
(G2-3FT12 van LAB) dat we 



reeds in meerdere projekten 
hebben toegepast. Het primai- 
re aantal windingen ligt vast 
op 30. Het aantal sekundaire 
windingen is afhankelijk van 
de gewenste uitgangsspan- 
ning. U berekent het aantal 
met de formule: 
N = 30 ■ U uil /U in 
Aan het berekende aantal 
voegt u nog 10 tot 20% toe 
om o.a. verliezen te kompense- 
ren. Liever iets te veel uit- 
gangsspanning dan te weinig, 
omdat een te hoge waarde 
enigszins met P1 kan worden 



weggewerkt. Voor beide wik- 
kelingen is een draaddikte van 
0,3 mm een uitstekende maat. 
Let er wel op dat de primaire 
en de sekundaire windingen 
allebei gelijkmatig over de hele 
de kern verdeeld worden, om- 
dat anders de koppelfaktor 
tussen de primaire en de se- 
kundaire windingen te klein 
wordt. 

Het trafootje wordt aangedre- 
ven door een CMOS-Schmitt- 
trigger-NAND die met R1 en 
Cl tot blokgolfgenerator is 
omgebouwd. Als eindtrap 



dient het MOSFETje Tl, Via P1 
en R2 wordt een extra laad- 
stroom naar C1 gestuurd, 
waarmee we de duty -cycle 
van de blokgolf kunnen beïnv- 
loeden. De frekwentie van de 
blokgolf is ongeveer 220 kHz 
en de duty cycle moet kleiner 
zijn dan 50%. PI moet daar- 
om in de bovenste helft van 
het regelbereik staan. 
Bij het in geleiding gaan van 
T1 wordt reeds energie over- 
gedragen naar de sekundaire 
zijde van Tr1, maar er wordt 
ook energie in het magneet- 



90 



elektuur 7/8-93 



veld opgeslagen. Bij het uit ge- 
leiding gaan van Tl wordt de- 
ze opgeslagen energie aan de 
sekundaïre zijde afgegeven. 
Het is nu zaak de duty-cycle 
van de oscillator klein genoeg 
te houden (met PD om er voor 
te zorgen dat alle energie uit 
de kern is afgegeven voordat 
T1 weer in geleiding gaat. Er 
bestaat anders de kans dat het 
overgebleven magneetveld 
{waarin de energie is opgesla- 
gen) steeds groter wordt, 
waardoor de kern verzadigd 
raakt (hetgeen een verlaagd 
rendement tot gevolg heeft). 
Verder zal dan door afname 
van de induktie van de primai- 
re wikkeling de stroom door 
T1 explosief stijgen, wat het 
einde van T1 betekent. De 
stroom door T1 wordt ook te 
groot als de belasting aan de 
sekundaïre zijde groot is. Als 
uitgangspunt voor ongeveer 
de maximale belasting kunt u 
een stroom van gemiddeld 
150 mA door de primaire wik- 
keling nemen {de piekstroom 
kan enkele malen groter zijn!). 
Met de transformatieverhou- 
ding kunt u dan zelf uitrekenen 
hoeveel stroom er sekundair 
aan de belasting geleverd kan 
worden. Bij de in het schema 
aangegeven verhouding van 
1:1 (sekundair 10% extra win- 
dingen) is de zwaarste belas- 
ting ongeveer 80 Q. 



Niet alleen zwaar belasten is 
slecht voor de omvormer, on- 
belast draaien is ook niet 
goed. In dat geval kan namelijk 
de energie die in het magneet- 
veld is opgeslagen als Tl spert 
alleen maar weg door naar C2 
te verhuizen, waar de energie 
in het elektrische veld wordt 
opgeslagen. De lading in C2 
neemt toe en dus ook de 
spanning over C2 (de transfor- 
matie-verhouding speelt hier 
geen rol bij). Die overspanning 
kan natuurlijk vervelende ge- 
volgen hebben als u een scha- 
keling aansluit. Als vuistregel 
kunt u aanhouden dat — net 
als bij de maximale belasting 
de in het schema aangege- 
ven 1,5 kö met de transforma- 
tieverhouding evenredig groter 
danwei kleiner wordt. 
Voor de dioden in de gelijkrich- 
terbrug is het type 1N4148 ge- 
bruikt, omdat deze snel ge- 
noeg is om 220 kHz gelijk te 
richten (1N400x is bij deze 
frekwentie ongeschikt). De 
maximale stroom die deze di- 
oden kunnen verdragen, is 
200 mA kontinu (400 mA 
piek). 

Het rendement van de omvor- 
mer bedraagt bij een voeding 
van 15 V typisch zo'n 65%, 
Bij een geringe belasting (bijv. 
1k5) is dit minder (~50%). 
Maar bij deze kleine vermo- 
gens is dit verder niet zo erg. 



5...15V0 



ICIa 



II \ 




330h I— < fH 33h \—+ 



|7«) 




Dl 04 B 1N414Ö 



5 ,.15V 

(±> 



rn — i 

I ICIb ICIc ICKf 



®- 



IC1 



" w 9 TF Y V 



Het rendement wordt ook wat 
kleiner bij lagere voedings- 
spanningen. De maximale 
voedingsspanning is 15 V, 
aangezien zowel de voedings- 
spanning van IC1 als de U GS 
van T1 niet groter mogen zijn. 
De stroomopname is bij 15 V 
en een belasting van 80 Q cir- 
ca 165 mA. 

Het prototype bleek uitste- 
kend te voldoen met de loper 
van PI helemaal naar de plus 
gedraaid (eventueel kan R2 
nog iets worden verlaagd in 
waarde). Als het nodig blijkt te 



zijn, dan kunt de duty cycle 
van de blokgolf wat vergroten 
door PI te verstellen. Houd 
daarbij de stroom door de FET 
goed in de gaten (liefst met 
een skoop). Neemt de stroom 
opeens onevenredig toe, dan 
begint de kern in verzadiging 
te raken en moet P1 weer wat 
teruggedraaid worden. Be- 
denk wel dat bij een te kritisch 
ingestelde P1 de kern bij een 
lichtere belasting alsnog in 
verzadiging kan gaan. 

(934064) 



049 



LED-timer 



Het hart van deze schakeling 
wordt gevormd door de be- 
kende display-driver LM3915 
die een logaritmische schaal 
heeft. Die logaritmische 



schaal lijkt vreemd voor een ti- 
mer, maar is het in dit geval 
niet. Dat komt doordat we een 
eenvoudig RC-netwerkje voor 
de tijdmeting gebruiken. De 



GDn 



94 

H 




\ 

er 

A 



x 9V 



s 



spanning over de weerstand 
van dit netwerkje (P1 + R6) 
heeft tijdens het laden van C1 
namelijk een exponentieel ver- 
loop (U - U, lïf ■ e ' ' RC) ). Stop- 
pen we deze spanning in IC1 
die daar de logaritme van 
neemt, dan komen we uit op 
een lineaire weergave van de 
tijd op het display. P1 en R6 
zijn zo gedimensioneerd dat 
het timertje een periode van 1 
tot 15 minuten kan weerge 
ven. 

Het timertje wordt gereset (C1 
ontladen) met S2. R1 beperkt 
de piekwaarde van de ontlaad 
stroom van C1 tot een voor de 
kontakten van S2 draaglijke 
waarde. R5 is in de schakeling 
opgenomen om de lekstroom 
van de elko te kompenseren, 



anders bestaat de mogelijk 
heid dat D10 niet dooft. Wan- 
neer we pen 9 van IC1 open 
laten, dan is het display in dot- 
mode geschakeld. Het verstrij 
ken van de tijd wordt dan 
weergegeven door slechts één 
brandende LED. Na het reset- 
ten zal D1 beginnen, waarna 
om beurten de volgende LED's 
oplichten. De totale stroomop- 
name is zo'n 20 mA, zodat 
batterijvoeding mogeli|k is. 
Sluit u pen 9 aan op V + 
(pen 3), dan wordt het display 
in bar-mode geschakeld. Na 
het resetten zullen dan alle 
LED's branden, waarna ze één 
voor één zullen doven. Deze 
instelling is natuurlijk niet aan 
te bevelen bij batterijvoeding. 
(934093) 



elektuur 7 '8 93 



91 



050 



privéfoon 



Niets is zo vervelend als een 
telefoongesprek te voeren en 
dan ineens te ontdekken dat er 
een meeluisteraar aktief is. 
Vooral als meerdere telefoons 
in een woning parallel gescha- 
keld zijn, wordt het afluiste- 
raars wel erg eenvoudig ge- 
maakt. Gelukkig zijn maar 
twee goedkope komponenten 
per telefoon nodig om het on- 
gewenst afluisteren van paral- 
lel geschakelde telefoons on- 
mogelijk te maken. 
In serie met de a-lijn wordt per 
toestel een triac opgenomen 
waarbij tussen de anode en de 
gate een diac geschakeld is. 



• * 
i 



•o 



TM 

A2 LA 



TIC206D G 



4^ 

BR 100 



'O 



i 



O 

i 
i 
i 



-O 



De drempelspanning van de 
diac bedraagt circa 25 V, aan 
zienlijk minder dan de lijnspan- 
ning van de centrale (circa 



60 V) en duidelijk hoger dan 
de spanning over een toestel 
dat in bedrijf is (5 tot 12 V). 
Hierdoor kan de triac alleen in 
geleiding komen als bij alle 
toestellen de hoorn op de haak 
ligt. Zodra een hoorn wordt 
opgenomen, daalt de span- 
ning over de toestellen van 60 
tot hoogstens 12 V en kan 
geen enkele diac meer in gelei- 
ding komen. Mocht na het op- 
nemen van de hoorn de polari- 
teit van de lijnspanning wisse- 
len, dan heeft dat geen gevol 
gen voor het geleiden van de 
triac. Bij het binnenkomen van 
een oproepsignaal gaan alle 



triacs geleiden en rinkelt dus 
bij iedere telefoon de bel. 
Een bijkomend voordeel van 
de schakeling is dat ze bij kon- 
ventionele pulsgestuurde cen- 
trales het meerinkelen van 
toestellen onderdrukt. Hier- 
mee wordt voorkomen dat alle 
parallel geschakelde toestellen 
beginnen te rinkelen als met 
een toestel een nummer geko- 
zen wordt. 

Omdat de schakeling kompakt 
is, kan ze door een handige 
knutselaar eenvoudig in de be- 
kende vierpens-telefoonsteker 
worden ingebouwd. 

(934081) 



ra 



SMD-experimenteerprint 



Oppervlakte - montage - tech- 
niek (SMT) maakt gebruik van 
zeer kleine komponenten die 
geen aansluitdraden hebben. 
Deze SMD's ISurface Moun- 
ted Devices) kunnen nauwe 
lijks gemonteerd worden op de 
bekende experimenteerprinten 
die vol zitten met gaatjes en 
de bijbehorende soldeereiland- 
jes. Voor het experimenteren 
met deze komponenten is dus 
een ander type experimenteer- 
print nodig. 

De print die we hier voorstel- 
len is bij uitstek geschikt om 
met SM D- kom pon enten aan 
de slag te gaan. De print be- 
staat uit vier identieke sekties 
die zo ingedeeld zijn dat de 
meest uiteenlopende typen 
SMD's, zelfs IC's, er op gesol- 



deerd kunnen worden. Rond 
het veld met eilandjes is een 
serie grotere soldeereilandjes 
aangebracht, waarop aansluit- 
draden en gewone komponen- 
ten gesoldeerd kunnen wor 
den. 

{934111) 











■iiiiiiiiiiiiuniiiiiiiiiiiia 




OiiiiiiiimiiiiiiiiiiiÜiOimnimiiiiiimiiici 


Siiiimiiiimiiiiimii- !"iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiin- 


-iiiiiiiiiiiiiiiiiiniiii- -iiimmiiiiimmmi- 


-iiiiiimmiiiiimmi- -miiiiiiiiiiiiiiiiiini- 


SlIIIIIMIIIIIIIIIIIIIIIlS IllNllllllllllllllllllll! 




SiiimiimiiiiiiiiiiiiC 


SiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiniiS 






■IIIIIIIIIIIIB 


■ IIIIIIIIIIIIB 




■ IIIIIIIIIIIIB 


■ IIIIIIIIIIIIB 




Siiiiiiimiiiiiimiiiii: 


SmmiiiiiiiiiiiiimiC 






-iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiii- -iiiiiiiiiiiiniiiiiiiiii- 


-iiiiiiiiiiiiiiiiniiiiii- -iiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiin- 


Siiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiinl ZmiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiZ 


piiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiÜiPiiiiiiiiiiiiiiiiiiimiZi 

■ ■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■ 


IBII ■■■■■■■■■■ ■■■■■■■■■■■■I 



052 



hex-GAL 



Deze byte-naar-hex display- 
dekoder is ontstaan omdat er 
geen nibble-naar-hex-deko- 
ders meer gemaakt worden. In 
principe is het natuurlijk geen 
probleem om een nibble te de- 
koderen, maar van byte naar 



hex is over het algemeen prak- 
tischer en bovendien kost het 
minder IC's. Er is gebruik ge- 
maakt van een GAL van het 
type 22V10. Deze heeft vol- 
doende in- en uitgangen voor 
de gewenste toepassing en 



kan met de door ons gepubli- 
ceerde GAL-programmer {inkl. 
uitbreiding) geprogrammeerd 
worden. Vandaar dat we de li- 
sting met de programmeerge 
gevens hier afdrukken. De li- 
st ing is geschreven in het for 



maat dat door de National- 
Semiconductor-software be- 
grepen wordt en dat kan wor- 
den omgezet naar een 
JEDDIC-file met de E0N2JED- 
optie. Er wordt een waarschu- 
wing gegenereerd dat in de 



92 



elektuur 7/8-93 



1 „ 



© 



-©** 




2x BC547B 



define-statements een OR- 
term gebruikt wordt maar dat 
is loos alarm omdat we hier in 
totaal exakt acht OR-termen 
maken. 

Het enige nadeel van de scha- 
keling is dat er een extern 
kloksignaal aangeboden moet 
worden. Maar vaak kan dat 
signaal wel ergens uit de scha- 
keling gehaald worden waarop 
het display wordt aangeslo- 
ten. Er kan een frekwentie tus- 
sen 100 Hz en 100 kHz ge- 
bruikt worden. Behalve voor 
het klokken van de flipflops 
aan de uitgangen van de GAL 
neemt de klok ook het mul- 
tiplexen van de twee dis- 
plays voor zijn rekening. De 
Schottky-dioden 01 en D2 
zorgen er voor dat T1 en T2 



snel schakelen (met name snel 
uitschakelen), zodat de tran- 
sistoren ook werkelijk om en 
om geleiden zonder overlap- 
ping. Dat voorkomt bij hogere 
klokfrekwenties (>1 kHz) het 
ontstaan van "spook"seg- 
menten. 

LT is een lamp-test-ingang 
waarmee alle segmenten aan- 
gestuurd worden. Een "1" op 
de ingangen DPO of DPI laat 
de overeenkomstige decimale 
punt op de displays oplichten. 
Deze dekoder kan ook uitste- 
kend als voorbeeld dienen 
voor het ontwerpen van een 
eigen dekoder als u voor een 
bepaalde toepassing een an- 
dere omzetting nodig heeft. 

(934036) L 



h*i Dacodar / 7-Sagaant LBO Dr i var 
gal f 11» for OP AL Junior 



CHIP hax 7aag ga!22vl0 



elk dO dl d2 d3 d4 d5 d* d? dpo dpi god 
lt ««10 ••!! dp d c a b f a o vee 



;dafina product tarma for «ach valua and «ach display 



«•fin. 
•dafina 
•dafina 
•dafina 
•dafina 
•dafina 
•dafina 
•dafina 
Pdaflna 
•dafina 
•dafina 
•dafina 
•dafina 
•dafina 
•dafina 
•dafina 



«aro 

ona 

two 

thraa 

four 

fiva 

■ lx 

aavan 

aight 

nina 

tan 

a la van 

t wal va 

thirtaan 

fourtaan 

fiftaan 



"/d7*/d« 
"/d7*/d« 
Vd7«/d« 
Vd7*/d« 
-/d7* d« 
"/d7* dS 
-/d7* dC 
"/d7* dC 

■ d7*/d« 

■ d7*/d« 

- d7«/d< 
" d7*/d* 

- d7* dC 
" d7* dC 

- d7* d« 

- d7* dC 



*/dS*/d4 ( 
*/dS* d4' 

* d5*/d4' 
ds* d«< 

/d5*/d4' 

'/dS* d4< 

d5Vd4' 

* d5* d4< 
*/d5"/d4< 
*/d5* d4' 

d5*/d4' 

dS* d4« 

*/d5*/d4' 

*/dS* d4< 

* d5*/d4< 
d5* d4< 



/lt*«alQWdl< 
/lfaalCU/dl' 
/lt* aelÖWdS' 
/lt*aal£Wd3' 
/lt*aalQ*/d3< 
/lt* ■al0»/d3« 
/lt*aal<Wd3' 
/lt*aalu+/d3< 
/lt*aal<U dl' 
/lfaalO* d3' 
/IfaalO* d3' 
/lt'aalO* dï' 
/lt*aalO* d3' 
/IfaalO* d3' 
/It-aalO* d3< 
/lt*aa!0+ d3< 



/da*/di 

/d2*/dl 

/da* di 
/da* di 
da*/di 
da* /di 
da* di 
da* di 
/da* /di 
/da*/di 
/da* di 
/da* dl 
da* /di 
da*/di 
da* di 
da* di 



*/dO*/lt 

* dO*/lt 
*/dO*/lt 

• do*/it 
*/dO*/lt 

• dOVlt 
/dO*/lt 

• dO'/lt 
•/dOVlt 

* dovit 

*/dO*/lt 

• dO*/lt 

•/do*/it 

* dO*/it 
•/dO'/lt 

* dO*/lt 



••all" 

*aall- 
•aall" 

all" 

•aall- 
'aall- 
•■•11" 
•aall- 

ill' 
•■all" 

fll- 
•aall" 
••all" 
•aall" 
•aall" 
•aall" 



; dafina combi nad product tarma to minimi xa tha total numbar of tarma 

•dafina orl4or!5 - d7* d«* dS*/lt*aalO+ dl* da* dl*/lt*aall" 
•dafina orllorlS * d7* d5* d4*/lt*aal0* d3* dl* dO*/lt*aall" 
•dafina orl2orl4 ■ d7* d«*/d4*/lt*»alQ* d3* d2*/d0*/lt«aall" 
•defina or2or3 -/d7*/d<* dS*/lt*aalO*/d3*/d2* dl*/lt*aall* 
•dafina or4orS "/d7* d«*/d5*/lt*«ai0*/d3* da*/dl*/ lt*aall" 
«dafina or7orl5 ■ d6* d5* d4*/lt*aal0+ da* dl* dO*/lt*aall" 
«dafina orlori "/d«*/dS* d4*/lt*aal0+/d3*/dl* dO*/lt*aall" 

b1»14I«T, 

8 ie345&"lÖ 



■ ■■.Bcoer , 

89RbCdEF8 



■QUATIOK0 

;To minimi ia product tarma tba aagmant aalactlon ia dona by ualng 

; tha ont'i that ara off, and aavaral optiona, lika 'ona*nina', ara combi nad 

,-into ona product tarm, raaultina in ona tam 'orlor**. 

,'All output» ara raglatarad and tha multiplax fra<juancy ia datarminad by 

f tha auplliad clock traquancy 

/»:• ona * four « alavan • thirtaan 

/bï" fiva * alx • orllorlS * orl3orl4 

/ei- two * twalvt • orl4orl5 

/d:» four ♦ ona + tan ♦ or7orl5 

/•ta orlor» ♦ thraa ♦ or4orS * aavan 

tl im ona ♦ orlor 3 *■ aavan ♦ thirtaan 

/«»■ saro • ona • aavan * tvalva 



■alO i- «all 
aall :- /«all 



dp:- dpO*aall ♦ dpi' aal 



053 



T/l-omzetter 



De XTR103 is een tempera- 
tuur-naar-stroom-omzetter die 
beschikt over eer» geïntegreerd 
lineariseringscircuit voor 

PT100-sensoren. Bijzonder is 
dat de meetstroom beschik- 
baar gesteld wordt via de voe- 
dingsdraden (in de industrie is 
dit overigens gebruikelijk). 
De weerstanden R2 . . . R4 zijn 
zodanig gekozen dat de meet- 
stroom (IJ van 4 mA tot 
20 mA oploopt indien de 
PT100 een temperatuurstijging 
ondergaat van tot 200 °C. 
De weerstandswaarde van 



een PT100 is te berekenen met 
de formule R p = 100- (1 + 
3,90802- 10 3 *T - 0,580195 
■10 6 T 2 )(QL Bij 200 °CisR p 



Tabel 1. Weerstandswaarde 


en uitgangsstroom bij ver- 


schillende temperaturen. 


T 


Rptioo 


■• 


°C 


Q 


mA 


200 


175,8 


19,36 


100 


138,5 


11,57 


50 


119,4 


7,69 





100,0 


3,80 




1N4148 9...40V 



-©«- 



4...20mA 



-2- 
T 



±r® 



Rl 



elektuur 7/8-93 



93 



Tabel 2. 



SPAN AT (°CI 



T M in<°C> 


200 


400 


600 


800 


1000 


-200 


19/184 
838 


19/392 
1063 


19/637 
1152 


1 9/927 
1159 


19/1280 
1140 





100/167 
1258 


100/358 
1201 


100/581 
1145 


100/844 
1089 




200 


176/156 
1110 


176/334 
1058 


1 76/539 
1003 






400 


247/146 
971 


247/311 
921 






R4 




600 


314/136 
841 





















2 5 

4 

d 3 
f 

1 

!, 

c 


z 

1 


-1 






f Uncorrtcttd ^^ 
X RTD NonHnMffly X 




üorrected 
Nonline»rity 








-20ÖX 


Process Temperalure ( C) 


+850 C 
934004*12 



175,8 Q. Door deze waarde 
via een potmeter aan te slui- 
ten op de PTIOO-ingang kunt u 
heel eenvoudig de maximale 
meetstroom ( + /- 20 mA) kon- 
troferen. Op deze manier heb- 
ben wij ook bij andere PT100- 
weerstandswaarden (lees: 
temperaturen) de stroom ge- 
meten (zie tabel 1}. 
Voor een juiste werking van de 



omzetter is volgens de data- 
sheet een minimale voedings- 
spanning van 9 V vereist. Wij 
adviseren echter een hogere 
voedingsspanning, aangezien 
het voedingscircuit altijd 
weerstand bezit. In het sche- 
ma bedoelen we met R s dan 
ook de weerstand van de voe- 
dingsdraden, de grootte van 
de eventuele precisieweer- 



stand die gebruikt wordt om 
de stroom in een spanning om 
te zetten en de inwendige 
weerstand van een eventuele 
ampère meter Bij het proto- 
type konstateerden wij dat R s 
bij een 15-V- voedingsspan- 
ning niet hoger mag zijn dan 
400 Q. 

Zoals gezegd zijn R2..R4 gese- 
lekteerd voor temperatuurme- 



tingen van tot 200 °C. 
Mocht u echter geïnteresseerd 
zijn in een ander meetbereik, 
dan kunt u in tabel 2 eenvou- 
dig de daartoe benodigde 
weerstandswaarden aflezen. 

(934084) 



universele Schmitt-trigger 



Deze Schmitt trigger-schake- 
ling heeft onafhankelijk van el 
kaar instelbare drempelspan- 
ningen en dus ook een in 
stelbare hysteresis. De scha 
keling is vooral handig voor 
interface-doeleinden, zoals bij 
voorbeeld pulsdetektia 
Kern van de schakeling is een 
als inverterende Schmitt- 
trigger geschakelde opamp. 
De twee spanningen waarbij 
de uitgang van het circuit van 
nivo verandert, zijn instelbaar 
gemaakt met twee potmeters. 
P1 is voor de hoge drempel 
IU M ) en P2 voor de lage drem- 
pel (U,). Onder de voorwaarde 
dat U H groter is dan U ( geldt: 



U. < U, 


* u„ 


H 


' u r 


U H 


u, > u r 


* u„ 


- L 


' u, 


-u L 



Het bovenstaande uitgewerkt 
in een grafiek ziet u in figuur 2. 
Hieruit blijkt dat als de uitgang 
een hoog nivo voert, deze pas 
overschakelt naar een laag ni 
vo indien de ingangsspanning 
tot juist boven U H gestegen is. 
Om vervolgens weer naar een 
hoog nivo over te schakelen, 
moet de ingangsspanning da- 



2...8V 

©■ 



"♦© 



Uil) 

O- 



[iooii Miom 
1 i htv 



-CK}- 



C8 



2r® jS? aE - i 



i 



-2...-8V 





TLC271 



ü-ó 



iC2d 



/ n 



IC2c 



© 

IC 2 

O 



-o 



»34021 - 11 



len tot net beneden U L . Het 
omschakelen van de uitgang 
heeft tot gevolg dat ook de re- 
ferentiespanning op de niet- 
inverterende ingang van de 
opamp verandert. In eerste in- 
stantie gebeurt dit via de 
zwakke {maar snelle) meekop- 
peling met behulp van R6 en 
R7. De hysteresis als gevolg 
van dit netwerk bedraagt 
slechts enkele tientallen milli- 
volts, maar is ruim voldoende 
om de opamp een goed scha- 
kelgedrag te geven. Is de 
opamp eenmaal omgeklapt, 
dan verandert U f voor de 
tweede keer (en nu dras- 
tisch!), aangezien IC2A t/m 
IC2D het knooppunt R6/C7 
van U H naar U L schakelen of 
omgekeerd. In kombinatie met 
de "on"-weerstand van de 
analoge schakelaars dempt 
C7 het overgangsverschijnsel: 
de referentie-spanning gaat 
in circa 250 ns {5 500 Q 
100 pR vloeiend van de ene 
naar de andere waarde over. 
Dit houdt wel in dat de snel- 
heid waarmee het ingangssig- 
naal verandert niet te hoog 
mag zijn. Om toch signalen 



94 



elektuur 7/8-93 



met steile flanken te kunnen 
verwerken, is aan de ingang 
een laagdoorlaatfilter (R5,C8) 
opgenomen. 

De drempelspanningen wor- 
den afgeregeld met behulp 
van een voltmeter die u achte- 
reenvolgens aansluit op de 
punten U H en U t . U kunt voor 
P1 en P2 het beste een 
meerslagen-uitvoering kiezen. 
Dan zijn de nivo's op een milli 
volt nauwkeurig in te stellen. 



2 

L 


U r = U H 






1 






U L HysL u H ► 



De schakeling is geschikt voor 
zowel unipolaire als bipolaire 
ingangsspanningen. Indien al- 
leen positieve ingangsspan- 
ningen verwerkt hoeven te 
worden, mag u de Schmitt- 
triggerschakeling asymme- 
trisch voeden. Daartoe wordt 
een verbinding gelegd tussen 
de "0" en de "-"aansluiting; 
de voeding (maximaal 16 V!) 
wordt nu op " + " en "0" aan- 
gesloten. De stroomopname is 



bij maximale voedingsspan- 
ning niet hoger dan 30 mA. 
Van de schakeling is het scha 
keigedrag gemeten met een 
driehoek-signaal als ingangs 
spanning (0..5 V); de ingestel- 
de schakeldrempels (2 en 4 V) 
bleken keurig te worden ge- 
volgd tot een maximum- 
frekwentie van 5 kHz. 

(934021) 



PR? 



bijzonder sperfilter 



Dubbel-T-filters worden in veel 
schakelingen gebruikt. Met 
behulp van zo'n filter is theore- 
tisch een ideaal bandsperfilter 
te bouwen. In deze schakeling 
wordt het dubbel-T-netwerk op 
een gewijzigde manier ge- 
bruikt, waardoor de kombina- 
tie van een bandsperfilter en 
hoogdoorlatend filter of een 
bandsperfilter en een laag- 
doorlatend filter wordt verkre- 
gen. De twee grafieken laten 
dat duidelijk zien. De eerste 
grafiek (a) toont het gedrag als 
laagdoorlaatfilter en bandsper 
Wier. Schakelaar S1 staat dan 
in stand 1. In stand 2 wordt 
gekozen voor de kombinatie 
van bandsperfilter en hoog- 
doorlaatfilter (bh De variabele 
K die in de grafieken terug te 
vinden is, is afhankelijk van de 
stand van instelpotmeter PI 
Een tweede variabele, M, 
wordt bepaald door instelpot- 



o- 



St 

Vf-, 

!«^ H 20kQ h » 



'^s_ii 



7n95775 






R2 

- j 20kO | - 



pOOn 



15V 




934074 - 11 15V 



meter P2 en deze is verant- 
woordelijk voor de Q-faktor. 
Het nadeel van óeze optie is 
wel dat het ten koste gaat van 
de maximale onderdrukking. 
Bij M-0,75 is de maximale 
demping volgens de bereke- 
ningen nog 50 dB. Bij de geko- 
zen dimenstonering ligt de 
frekwentie voor de maximale 
demping op circa 1 kHz, An- 
dere frekwenties zijn zelf een- 
voudig te berekenen. De 
sperfrekwentie bedraagt in 
stand 1: f spcl -1 / |2nRCyk} Hz. 
In stand 2 geldt: f S(W - ]/k / 
(2nRC) Hz, In alle gevallen 
geldt verder: 0<k<1, C is in 
Farad en R in Q. Voor IC1 kun 
nen diverse opamps ingezet 
worden. Het in het schema 
vermelde type heeft een 
stroomopname van ongeveer 
2 mA. {934074) 

ontwerp: A vd. Veene 





Frequency tn Hl 



Frequancy in Hz 



!*340M 12 



elektuur 7/8 93 



95 



056 I goedkope spanningsverdubbeling 



Bij het ontwerpen van elektro- 
nische schakelingen maken 
we niet alleen veelvuldig ge- 
bruik van standaard kompo- 
nenten, maar ook worden be- 
proefde (deel-)schakelingen 
regelmatig opnieuw toege 
past. Uiteraard is daar niets op 
tegen, want waarom zouden 
we steeds het wiel opnieuw 
gaan uitvinden? 
Een bekend circuitje dat u be 
slist al vaker heeft gezien, is 
de spanningsverdubbelaar 
waarvan hier een variant gete- 
kend is. De reden waarom de 
ze verdubbelaar interessant is, 
is dat er in de meeste digitale 
schakelingen reeds een (ge- 
bufferd!) kloksignaal (CLK) be- 
schikbaar is of dat er nog een 
Schmitt-trigger poortje onge- 
bruikt is. Omdat er in die ge- 
vallen geen apart IC nodig is, 
kost deze oplossing aanzienlijk 
minder dan wanneer een 
afzonderlijke geïntegreerde 
spanningsverdubbelaar toege- 
past wordt. Indien een gebuf- 



ferd CLK-signaal aanwezig is, 
dan zijn slechts vier diskrete 
komponenten nodig {C4, C5, 
D1 en D2) om uit de 5-V- 
voedingsspanning een span- 
ning van 10 V te genereren. 
Moet er met een vrije poort 
nog een oscillator gebouwd 
worden, dan zijn het er twee 
meer (R1 en C3). 
Van deze schakeling is het na- 
tuurlijk handig om, net als van 
een standaard komponent, de 
belangrijkste parameters over- 
zichtelijk bij elkaar te hebben. 
Mocht u overwegen om de 
hier getekende spanningsver- 
dubbelaar in een van uw ont- 
werpen toe te passen, dan 
kunt u uit de onderstaande ta- 
bel snel afleiden of de schake- 
ling daarvoor geschikt is. Denk 
er wel aan dat door spreiding 
in de eigenschappen van de 
uitgang die het kloksignaal le- 
vert, afwijkingen van deze ge- 
gevens mogelijk zijn. 

(934091) 



Tabel 1. 










Rl 


U 


u, 


',n 


n 


m 


(VI 


(mV tt ) 


(mA) 


(%) 


— 


9.4 





2.4 


- 


2k2 


8.0 


15 


20,0 


29 


780 


7.0 


40 


28,3 


45 


460 


1 6.0 


80 


37,6 


41 









9 



®— i — i 



Cl 

- I 

lOOn 




IC1 = 74HC132 74HCT132 



*— ®< 




eenvoudige alarm-indikator 



De meest voor de hand liggen- 
de manier om een alarmindika- 
tie te geven, is een knipperend 
lampje. Het nadeel hiervan is 
echter dat relatief veel elektro- 
nica nodig is om het knipperen 
te realiseren. Bovendien blijkt 
in een aantal omstandigheden, 
bijvoorbeeld als de zon op het 
lampje schijnt, de indikator 
slecht te zien te zijn. Een extra 
piepertje zou dan welkom zijn. 
De schakeling die we hier pre- 
senteren, blinkt uit door een- 
voud. Ze bestaat uit slechts 
drie komponenten en levert 
naast een visuele indikatie ook 



een hoorbaar alarmsignaal. De 
kern van de schakeling is een 
knipper-LED. Zo'n LED bevat 
een stukje elektronica dat er 
voor zorgt dat periodiek een 
lichtsignaal wordt opgewekt. 
Tijdens het branden van de 
LED neemt zijn stroomverbruik 
flink toe. Van deze eigenschap 
is in de schakeling gebruik ge- 
maakt. Als de LED gedoofd is, 
loopt er nagenoeg geen 
stroom en is buzzer BZ1 bijna 
helemaal spanningsloos. Gaat 
de LED branden, dan krijgt ook 
de buzzer een gelijkspanning 
aangeboden en klinkt er een 



piepsignaaltje. De kondensator 






over de LED zorgt voor vol- 


7...9V 




doende buffering (ontkoppe 


rT\ 






\1J 






ling) van de spanning over de 








knipper-LED. De totale 




+ 


Bzl 


stroomopname bedraagt on 




H 




geveer 10 mA. Zodra dus op 


* zie lek at 


T 1 


de schakeling een gelijkspan- 






5V 


ning van 7 tot 9 V gezet 








( ME B 12-05) 

I 

* 


wordt, gaat een LEDje knippe- 








ren en klinkt er een intermitte- 




Ct 




D1 


rend pieptoontje. Was een 


er 


*1LZ 


alarmindikator ooit eenvoudi- 




100; 

10V 




CQX21 


ger te bouwen? 










(934113) 


fa\ < 








\S/ 










934113 - 11 



elekluur 7/8-93 



97 



E 



auto-akku-voltmeter 



Deze schakeling geeft met 
twee 7 segment LED displays 
de spanning aan van de auto- 
akku in het bereik 9. . .19 V. 
Spanningen kleiner dan 9 V 
en groter of gelijk aan 19 V 
worden met twee waar- 
schuwings LED's aangege- 
ven. Als A/D-omzetter wordt 
in de schakeling heel onge- 
bruikelijk een LM3914 ge- 
bruikt die eigenlijk bedoeld is 
voor het aansturen van een 
LED-bar-display. Met de weer 
standen R17/R20 en R2V 
R22/P1 is het IC zo ingesteld 



9 van IC4, zodat dit IC de 
BCD-kode voor het getal 9 op 
de uitgangen zet. Is de akku- 
spanning 10 V, dan wordt L2 
laag. Deze uitgang is niet met 
IC4 verbonden, die daardoor 
de BCD kode afgeeft. Via de 
pull up weerstand van L2 
loopt er nu echter stroom door 
R16, waardoor T1 in geleiding 
komt. Dit heeft tot gevolg dat 
op display LD1 een 1 ver- 
schijnt en dat geeft samen 
met de op LD2 het getal 10. 
Voor de spanningen van 
11. . .18 V (L3. . .L10) wor- 



1 



Tm a 





^a-(j0 




C1 ™| IC2 ™ IC4 | 

TTüOn Q T7oOn (7) 




dat elke uitgang een bereikje 
van 1 V vertegenwoordigt 
vanaf 9 V tot en met 18 V. 
Valt de akku spanning in het 
bereik van een uitgang, dan 
wordt deze laag (het zijn open- 
kollektor-uitgangen). Alle an 
dere uitgangen zijn dan hoog 
(IC3 staat in dot mode). Om 
van deze tien uitgangssignalen 
een tweecijferige BCD-kode te 
maken, worden een priority- 
dekoder <IC4} en een tran- 
sistor (T1) ingezet. Het geheel 
werkt als volgt: Stel dat de ak- 
kuspanning (aangevoerd via 
D3) ruim 9 V is. Uitgang L1 
van IC3 is dan laag. Deze uit- 
gang is verbonden met ingang 



LD1 3 




8 HD1107G 



LD2 



•kne tekst 



|a 3 

66 



Ts H 



D1107G 



•O 



10 9 11 5 2 12 7 4 [ 7 

ooooooooo 



D1 



rk 



KV* 



98 



elektuur 7/8 93 



Onderdelenlijst 

Weerstanden: 

R1.. .R4,R6,R7,R9,R10,R1 



1.R16 » 
R5,R8 m 
R12,R13 
R14 * 1 
R15 « 1 
R17 m 1 
R18,R21 
R19 m 1 

array 9 



x 470 Q 

220 Q 
«2x10k 
x 3k9 
x 1k5 
x 1k2 
» 2 x 1k 
x SlL-weerstand- 
x/ÏOki 



10 
2 x 



R20 «= 1 xVBtó 

R22 = 1 x 560 Ö 

P1 w 1 x 250-Q-potmeter 

Kondensa toren: 

Cl. . .C4,C6,C7 = 6 x 

100 n 
C5 = 1 x 47 ji/40 V 



Halfgeleiders: 
D1 - 1 
D2 * 1 
D3 * 1 
T1 * 1 



IC1 
IC2 
IC3 
IC4 
IC5 



LD1,LD2 



x gele 3-mm-LED 
x rode 3-mm-lED 
x 1N4001 
x BC557A 
x 4511 
x 74HC04 
x LM3914 * 
x 74HC147 
x 7805 

2 x HD1107G 



Diversen: 

KI, KV » 1 x haakse hea- 
der, 12-pólig, 1 rij 

1 kastje met afm. 61 x 97 
x 23 mm (bijv. Pactec 
HM-kit) 




mm& 




den de voorgaande zaken ge- 
kombineerd. T1 wordt in gelei- 
ding gebracht (1 op LD1) en 
via IC4 wordt de BCD-kode 
voor LD2 geleverd. 
Met de BCD-kode kunnen we 
echter nog niet direkt een 
zeven-segment-display sturen. 
Daarvoor is de BCD/7- 




segment-dekoder IC1 nodig. 
Deze stuurt via een stel voor- 
schakelweerstanden en K1 
display LD2. 

Voor de sturing van de 
waarschuwings-LED's D1 en 
D2 maken we gebruik van 
twee anders ongebruikte in- 
verters (IC2e en IC2f). Met be- 
hulp van R12/R15 en R3/R14 
wordt de akkuspanning zo ge- 
deeld dat de uitgang van IC2e 
omklapt bij 19 V en de uitgang 
van IC2f bij 9 V. 
De hele schakeling kan wor- 
den ondergebracht op het hier 
getekende printje. Het display- 
deel kan haaks op de hoofd- 
print worden gezet om de in- 



bouw te vergemakkelijken. 
Voor de verbinding tussen de 
twee printen gebruiken we 
een haakse header die op de 
gebruikelijke wijze op de 
hoofdprint wordt gemonteerd. 
De header wordt dan aan de 
koperzijde in het display- 
printje gestoken (KV) en daar 
ook vastgesoldeerd. Omdat de 
schakeling een flinke stroom 
opneemt, kan spanningsstabi- 
lisator IC5 aardig heet wor- 
den. Als u dat niet vertrouwt, 
kunt u IC5 op een koelplaatje 
monteren. 

(934018) 

ontwerp: K. fteddy (India) 



059 



halogeen-inschakelaar 



Halogeenlampjes zijn tegen- 
woordig heel populair omdat 
ze zo'n fijn licht geven en een 
hoog rendement hebben. He- 
laas is het niet alles goud wat 
er blinkt, want ze zijn behoor- 
lijk duur in de aanschaf. Voor 
een fietslampje (6 V/2,4 W) 
ben je al snel meer dan 5 gul- 
den kwijt. De 12-V typen voor 
20 en 50 W zijn nog heel wat 
duurder. Meestal gaan ze stuk 
bij het inschakelen, omdat de 
stroom dan kortstondig wel de 



tienvoudige waarde kan heb- 
ben (tienvoudige stroom bete- 
kent ook het tienvoudige ver- 
mogen!). 

Een simpele passieve schake- 
ling kan hier wel wat aan 
doen, tenminste: voor syste 
men die met gelijkspanning 
werken. Voor wisselspanning 
kan deze schakeling ook wor- 
den gebruikt, maar dan moet 
er een gelijkrichterbrug bij en 
dat geeft bij 6 of 12 volt rela- 
tief veel verliezen. 




V^o-© 



B...12V 



"® 




elektuur 7/8 93 



99 



De gedachte achter de scha- 
keling berust op het feit dat 
een vermogens-FET een 
stroom doorlaat die afhanke- 
lijk is van zijn gate-spanning. 
Door de gate-spanning lang- 
zaam op te laten komen, komt 
de stroom dus ook langzaam 
op. De spanning op de gate 
wordt bepaald door elko C1 
die door R1 langzaam wordt 
opgeladen. Met langzaam be- 
doelen we enkele tientallen 
millisekonden, voldoende om 
de gloeidraad de tijd te geven 
op te warmen. 

Let er op dat de BUZ10 en 
BUZ11 minstens 6 V op de 
gate nodig hebben om goed te 
geleiden. De maximale gate- 
spanning is 15 V, zodat de 
schakeling ook geschikt is 
voor 12 -V-lampen. Neem voor 
R1 bij 6 V een waarde van 
rond de 100 kQ en bij 12 V 
een waarde van 470 kQ. Het 



2 

3-Aug-92 
14:58:40 




































Panel 

STATUS 
Hmmory * 














!| 




/ 
























• 


r 










Save 

PANEL 
Recal 1 


























1! 














HemO 

.2 e .5 V 














:: 










Auxiliary 
Setup* 
















\\ 






















\ \ 














X-Y mode 

Persistonce 
mode 


























Chon 1 

.2 e ,5 v 




























:: 
















T 








Return 














CHl 


0.40 


V DC 


:m 60 *iv a = 

:H2 5 V ,-, * 

T/div ,2 e 





is overigens geen enkel pro- 
bleem als u met de waarden 
van R1 en C1 wilt experimen- 
teren. 

In het skoopplaatje ziet u wat 
het effekt van de schakeling 
is. De onderste kurve laat de 



stroom zien door een lamp 
zonder begrenzing. De piek is 
ongeveer 4,5 maal de nomina- 
le stroom door de lamp. Met 
de begrenzingsschakeling 

neemt de lampstroom niet 
meer van die extreme waar- 



den aan, zoals de bovenste 
kurve laat zien. 
Als MOSFET kunt u ieder ge- 
schikt type gebruiken. De 
BUZ10 kan zo'n 20 A verdra- 
gen, dus lampen van 12 V/- 
20 W kunnen hiermee zonder 
problemen worden geschakeld 
en in de praktijk gaat een 50- 
W-lamp ook nog wel, omdat 
de grote stromen maar heel 
kort begrensd hoeven te wor- 
den. Een BUZ11 kan zelfs 30 A 
aan. 

De verliezen zijn klein; een 
BUZ10 heeft een on-weer- 
stand van 0,08 Q en bij 1,67 A 
geeft dat dus een verlies van 
0,23 W. De transistor wordt 
daar, als deze vrij in de lucht 
staat opgesteld, iets meer dan 
17°C warmer van. In de mees- 
te gevallen hoeft u de FET dus 
niet te koelen. 

{934028) 



060 



simpele schemerschakelaar 



Deze schakeling is waarschijn- 
lijk een van de eenvoudigste 
schemerschakelaars die we 
ooit gepubliceerd hebben. Er 
zitten alleen maar gewone dis- 
krete komponenten in. Zodra 
het donker wordt, wordt LDR 
R1 hoogohmig en gaat tran- 
sistor T1 sperren. Via R3 komt 
T2 nu in geleiding en trekt het 
relais aan. Tevens komt dan 
een spanning van circa 1 V 
over R4 te staan, deze bepaalt 
de hysteresis van de schemer- 
schakelaar. 

Kondensator C1 is toegevoegd 
om de schakeling ongevoelig 
te maken voor kortstondige 




wijzigingen in de helderheid. 
Een langsrijdende auto met 
ontstoken koplampen beïn- 
vloedt de schakeling dus niet. 
Aan de gebruikte transistoren 
worden geen grote eisen ge- 
steld zolang er maar een flinke 
stroomversterking is, kies dus 
C-typen. 

In de schakeling is gebruik ge- 
maakt van een nieuw type 
LDR van Piher, Deze LDR be- 
vat geen cadmium meer (beter 
voor het milieu) en is boven- 
dien zeer klein. Op de foto is te 
zien hoe klein zo'n LDR is in 
vergelijking met een lucifer. Hij 
past dan ook probleemloos in 
een behuizing met een diame- 
ter van 5 of 6 mm. Bij sche- 
mering moet de weerstands- 
waarde circa 10 kQ bedragen, 
bij gewoon daglicht slechts 
enkele honderden ohms. 
Mocht de door u toegepaste 
LDR andere karakteristieken 
hebben, dan kan de schakeling 
aangepast worden door voor 
P1 een andere waarde te kie- 
zen. Neem tijdens het afrege- 
len C1 even los, de schakeling 
reageert dan lekker snel. 
Voor het relais kan ieder 12-V- 
relais gebruikt worden dat de 
gegeven belasting kan schake- 
len; de bekrachtigingsstroom 



12V 



JrÏ |R 3 

sn è ia — 



10*1 
'25V 




l<4A 



mag maximaal 50 mA bedra- 
gen. Een gewoon E-karten- 
relais voldoet aan deze eisen. 
Let verder goed op de veilig- 
heid. Punten die bij randgeaar- 
de apparatuur (klasse 1) de 
netspanning voeren, moeten 
een isolatie-afstand van mini- 
maal 3 mm hebben. Zie ook 
de veiligheidspagina vooraan 
in deze uitgave 
Hoewel een E-karten-relais 
een stroom van 8 A kan scha- 
kelen, mag de belasting niet 
boven de 4 A komen. Bij het 



inschakelen trekken de mees- 
te lampen (en zeker halogeen- 
lampen) een extra grote in- 
schakelstroom, waardoor al 
snel de maximale stroom door 
de kontakten loopt. Alleen op 
deze manier is een lange le- 
vensduur van de kontakten te 
garanderen. 

De totale stroomopname van 
de schakeling is maximaal 
5 mA plus de relaisstroom. 

(934040) 



100 



elektuur 7/8-93 



061 



solid-state voice-recorder 



De firma ISD brengt drie chips 
op de markt waarmee geluid 
kan worden opgenomen en 
weergegeven. Het zijn de 
ISD1012, ISD1016 en 

ISD1020. De laatste twee cij- 
fers geven het aantal sekon- 
den weer dat in het IC kan 
worden opgeslagen. Het ver 
schil in speeltijd ligt aan de 
sample frekwentie die bij de 
kortste tijd het hoogste is 
(10,6 kHz). De chips beschik 
ken over een niet-vluchtig ana- 
loog geheugen dat het opge 
slagen geluid gedurende min- 
stens tien jaar ook zonder voe- 
dingsspanning bewaart. Ver- 
der zijn zowel een mikrofoon- 
versterker als een eindverster- 
ker op de chip geïntegreerd. In 
het schema is de meest een 
voudige manier getekend om 
zo'n IC-recorder aan te sluiten: 
een elektreet-mikrofoon, een 
luidspreker en drie schakelaars 
voor de bediening. 



Met S1 kan worden aangege- 
ven of IC1 moet opnemen (S1 
gesloten) danwei weergeven 
(S1 open}. Het startsein kan 
dan worden gegeven door S3 
te sluiten. Bij het opnemen 
moet S3 gedurende de hele 
opname gesloten blijven. S3 



kan in de praktijk het gemak 
kelijkst als drukknop worden 
uitgevoerd. Met S2 wordt IC1 
in de power down-mode ge- 
schakeld (S2 open). IC1 wordt 
dan grotendeels uitgescha- 
keld, waardoor de stroomop 
name afneemt. Het naar 



i 



M M Iftl 




— ■ 1 ~i 



Sri 

TT, 



R! 





,1 o o o a 

t >» I 



AIUIN 



X 



-© 



7 ja t 2ï |ra 



hï 



IC1 

ISD1016A 



MtCRÉF 

tésï !| 3 i a 3 Ui 



'rm;m 




JOOmW 



io C5 rh 



® 



power-down schakelen fun 
geert tevens als reset wanneer 
bij het opnemen een overflow 
is opgetreden (de opname 
duurde te lang). Het IC geeft 
dit aan door tijdens de opna- 
me de EOM-uitgang (end of 
message) laag te maken. 
In de hier getekende basis- 
opzet maken we geen gebruik 
van de qua besturing ietwat 
ingewikkelder funkties. Zo 
kunnen voor langere bood- 
schappen meerdere IC's ach 
ter elkaar geschakeld worden 
of kunnen er meerdere korte 
boodschappen (max. 160) 
worden opgeslagen. 
De bandbreedte van de drie 
verschillende typen is onge- 
veer telefoon kwaliteit 
(ISD1012: 4,5 kHz, ISD1016: 
3,4 kHz, ISD1020: 2,7 kHz). 
De stroomopname is bij afspe- 
len ongeveer 25 mA. 

(934096) 



single-chip thermostaat 



Met de UAA2016 van Motoro- 
la is een nauwkeurige propor 
tionele lichtnet gevoede tem- 
peratuurregeling te maken. Als 
sensor dient een NTC die bij 
25 °C een waarde van circa 
100 kQ moet hebben <R 2b - 
100 k). Als verwarmingsele- 
ment hebben we een lamp 
aangegeven, dat volstaat pri- 
ma voor bijvoorbeeld een 
broedkast of een mini- 
klimaatkamer lom elektroni- 
sche schakelingen in te te- 
sten). De triac kan maximaal 
3 A schakelen, maar moet dan 
uiteraard wel gekoeld worden. 
De eigenschappen van de re 
geling worden bepaald door 
enkele weerstanden aan de 
pennen 1 . . .4. Sensor R3 
hebben we al genoemd. De 
weerstanden R1 en R2 bepa- 
len over welk temperatuurbe- 
reik we met P1 de gewenste 
temperatuur kunnen instellen. 
Met de gegeven waarden is 
dat ongeveer 70 °C. 
Door S1 te sluiten wordt de in- 




1N4001 



gestelde temperatuur met on- 
geveer 2° verlaagd. De mate 
waarin de temperatuur wordt 
verlaagd, wordt bepaald door 
R4 (100 kQ geeft circa 1,5° 
verlaging, 10 kQ ongeveer 
5°) R5 tenslotte bepaalt de 



hysteresis van de regeling (cir- 
ca 150 mV). Hoeveel dat in 
graden is, hangt nogal af van 
de gebruikte NTC en de tem 
peratuur. Een NTC heeft im- 
mers geen lineaire karakteri- 
stiek. Denk er aan dat de hele 



schakeling galvanisch met het 
lichtnet is verbonden en de 
schakeling daarom op veilige 
wijze moet worden inge- 
bouwd (zie pag, 9}. 

(934020) 



elektuur 7/8-93 



101 



063 



iktieve akoestische baskorrektie 



Aktieve luidsprekers zijn zeker 
niet nieuw, maar het is de eni- 
ge mogelijkheid voor de ge- 
bruiker om een goede laag 
weergave uit goedkope of zeer 
kleine luidsprekerboxen te ha- 
len. Bij de hier beschreven 
schakeling wordt dan ook 
geen gebruik gemaakt van 
grote en zware luidsprekerbe- 
huizingen om een goed resul- 
taat te bereiken, maar van een 
akoestische tegenkoppeiing. 
Een mikrofoon die dicht bij de 
konus van de basluidspreker 
geplaatst is, registreert feilloos 
de bewegingen van de luid 
spreker aan de hand van de 
opgewekte akoestische signa- 
len (belangrijk is wel dat hierbij 
op de maximale uitslag van de 
luidspreker wordt gelet). Het 
door de mikrofoon opgepikte 
signaal wordt in de versterker 
gebruikt voor de tegenkoppe- 
ling en maakt het mogelijk het 
ingangssignaal van de verster- 
ker te vergelijken met het door 
de luidspreker opgewekte 
akoestische signaal. Deze me- 
thode blijkt in de praktijk al 
leen goed te werken bij signa- 
len met lage frekwenties, dus 
bij signalen van de woofer. Ex- 
perimenten hebben aange- 
toond dat indien de mikrofoon 
circa 1 cm van de konus opge- 
steld is, signalen tot 500 Hz 
betrouwbaar teruggekoppeld 
kunnen worden. In deze scha- 
keling is voor de zekerheid uit 
gegaan van frekwenties tot 
maximaal 300 Hz, daarboven 
neemt de korrigerende wer 
king af. Wei is het belangrijk 
dat hierbij rekening moet wor- 
den gehouden met het feit dat 
het fasegedrag van de luid- 
spreker ook voor signalen die 
boven 300 Hz liggen nog ge- 
korrigeerd wordt. Ligt het 
overnamepunt van het schei- 
dingsfilter voor de luidspreker 
op 300 Hz, dan is het beter 
om het kantelpunt van het te- 
ruggekoppelde systeem iets 
lager te kiezen. Bepalend voor 
dit kantelpunt is de RC- 
kombinatie R6/C8. De span- 
ningsversterking van IC2 is in 
het normale werkbereik 20 dB 
en daalt tot dB voor frek- 
wenties boven 300 Hz. Tot 
aan het punt waar R6 en C8 
de versterking gaan begren- 



zen, is IC2b verantwoordelijk 
voor de korrektie. Deze opamp 
fungeert als buffer voor het 
mikrofoonsignaal. Potmeter P1 
is toegevoegd om afhankelijk 
van het vermogen van de eind- 
versterker en het rendement 
van de mikrofoon het juiste 
signaalnivo in te stellen. Wordt 
de kompensatie met P1 op een 
te hoog nivo ingesteld, dan 
werkt de korrektie ook voorbij 
het kantelpunt. Wordt P1 op 
een te laag nivo ingesteld (er 
vindt dan bijna geen kompen- 
satie plaats), dan zal het sig- 
naalnivo tussen 20 Hz en 
300 Hz via een normale 1 ü - 
orde karakteristiek toenemen. 
De keuze van de mikrofoon is 
een kwestie van een beetje 
experimenteren, zeker bij gro 
tere vermogens. Het door ons 
gekozen type blijkt uitstekend 
te werken bij wat kleinere sy- 
steempjes met een betrekke- 
lijk laag rendement. Wordt een 



ander type gebruikt, dan moet 
er op gelet worden dat de in 
stelling van de voedingsspan- 
ning in orde is; over de mikro- 
foon dient ongeveer de halve 
voedingsspanning te staan. 
Het aanpassen van het span 
ningsnivo komt voor rekening 
van R8 en R9. Zie er verder op 
toe dat het kantelpunt van C9 
en P1 ver onder de 20 Hz blijft 
liggen, geen signaal op PI be 
tekent namelijk een toename 
van de uiteindelijke verster- 
king. Het punt tot waar het mi- 
krofoonsignaal gekompen- 
seerd wordt, is afhankelijk van 
het kantelpunt dat bepaald 
wordt door R8//P1 en C10. De- 
ze RC-tijd dient identiek te zijn 
aan die van R6 en C8. De 
schakeling kan probleemloos 
frekwenties tot 20 Hz met een 
slordige 20 dB versterken. 
Omdat de meeste luidsprekers 
deze frekwentie niet halen, is 
aan de onderzijde met behulp 



van een 3— orde Butterworth 
filter een kantelpunt van 
37 Hz ingebouwd. Dit kantel- 
punt is aan te passen door een 
andere waarde te kiezen voor 
de kondensatoren C1, C2 en 
C3. Hiermee wordt voorko- 
men dat op de luidspreker sig- 
nalen komen te staan die niet 
kunnen worden weergegeven. 
Een toepassing voor dit sy- 
steem zal gewoonlijk in aktie- 
ve luidsprekerboxen te vinden 
zijn. Let er op dat de fase van 
de luidspreker 180° gedraaid 
moet worden om meekoppe- 
ling te voorkomen; bij bestaan- 
de systemen kan eventueel 
een inverterende buffertrap 
voor K2 opgenomen worden. 
De totale stroomopname van 
de schakeling is circa 6 mA, 
hiervan neemt de mikrofoon 
(MCE2000I circa 0,25 mA 
voor zijn rekening. 

(934068I 



15V(+> 



1 1 — T 

|C 12 C6 



®- 



47 M 
2SV 



CU C7 © 



T47ii lOOn 

isv(=V-l^ 1 L-Oi 



100n Q 

IC2 



IC2 = TL072 



K1 



Cl C2 



OOHhrlWI 



470n 470n 




è«v 



9340W - 1 1 



elektuur 7/8-93 



103 



064 



NiCd-kapaciteitsmeter 



Deze meter kan van NiCd- 
akku's(1,2. . .7,2 VI de kapa- 
citeit bepalen. Op deze manier 
kan bijvoorbeeld worden ge- 
kontroleerd of de akku's last 
hebben van het zogeheten 
geheugen-effekt dat zich uit in 
een verminderde kapaciteit. 
Voordat de kapaciteit gemeten 
kan worden, moet eerst de ak- 
ku op de gebruikelijke wijze 
volledig geladen worden. 
Daarna wordt de akku aange- 
sloten op de kapaciteitsmeter. 
Deze ontlaadt de akku met 
een konstante stroom totdat 
de akkuspanning het nivo 
"leeg" heeft bereikt. Gedu- 
rende de tijd die de kapaci 
teitsmeter daarvoor nodig 
heeft, geeft deze klokpulsen af 
voor een tellen Daarbij komt 
elke klokpuls overeen met 
1 mAh. Als teller maken we 
gebruik van de 4-digit- 



tellermodule die in de Halfge- 
leidergids van vorig jaar is be- 
schreven (we drukken hier 
daarom alleen de onderdelen- 
lijst en de print-lavout van de 
teller af). 

Voor het ontladen van de akku 
zorgt MOSFET T1. Daarvoor 
wordt een BUZ10 gebruikt 
vanwege de lage kanaalweer- 
stand die deze FET heeft. 
Daardoor kan ook bij een lage 
akkuspanning de ontlaad- 
stroom van 1 A gehandhaafd 
worden. Om de stroom kon- 
stant op 1 A te houden, wordt 
T1 gestuurd door opamp IC1 
die de stroom meet aan de 
hand van de spanning over 
R8. Als referentie dient daarbij 
de spanning op de loper van 
P1 (0,5 V). Met behulp van T2 
kan de ontlaadstroom worden 
aan- en uitgeschakeld. Het 
schakelen wordt verzorgd 



door flipflop IC3a. Na een re- 
set (de druktoets daarvoor zit 
op de teller-print} wordt de ka- 
paciteitsmeter gestart. Tl be- 
gint met ontladen en tegelij- 
kertijd begint klok-generator 
IC4 voor elke mAh een puls 
aan de teller af te geven. 
Om te kontroleren of de akku 
leeg is, meet komparator IC2 
de akkuspanning. Bij welke 
spanning de akku als leeg kan 
worden beschouwd, hangt na- 
tuurlijk af van de nominale ak- 
kuspanning. De korrekte 
"leegspanning" kan met S1 
worden ingesteld voor akku's 
van 1. . .6 cellen (1,2. . 
. .7,2 V). Meet IC2 dat de ak- 
ku leeg is, dan wordt flipflop 
IC3a geset en zullen T1 en IC4 
worden uitgeschakeld. LED 
D2 zal dan uitgaan ten teken 
dat de meting afgesloten is en 
op het display de akku- 



1 




: 100)1 100n \\(\r 

25V 16V 

■ » è I 




Onderdelenlijst 
display 

Weerstanden; 
R1 . . ,R4,R12 - 5x 1k5 
R5. . .R11 « 7x 56Q 
R13 = 1 x I0k 

(Condensatoren: 
C1,C2 - 2x 100 n 

Half geleiders: 

T1. . ,T4 = 4x BC547B 

IC1 m 1 x 74C926/927/928 

(zie tekst) 
LD1 . , ,LD4 * 4XH01107 

(common cathode) 

Diversen: 

SI = 1 x enkelpolige druk- 
toets 

K1 = 1 x viervoudige print- 
header 



Onderdelenlijst 

Weerstanden: 

R1 = 1 x 220Ö 

R2. . .R7 = 6 x 1 k 

R8 = 1 x 0Q5/1 W 

R9,R10,R12,R15 = 4x10k 

R11 - 1 x 3k8 

R13 m 1 x 470 Q 

R14 - T x 100 k 

R16 = 1 x 470 k 

R17 = 1 x 47 k 

R18 = 1 x 22 Q 

PI = 1 x 1-k- 

instelpotmeter 
P2 - 1 x 50-k- 

instelpotmeter 

(Condensatoren: 
C1,C2,C4,C6,C8,C9,C11 = 

7 x 100 n 
C3 - 1 x 10 n 
CB • 1 X 1 n 
C7 = 1 x 39 n 
C10 = 1 x 100ji/16V 
C12 = 1 x 100^/25 V 

Halfgeleiders: 

D1 ■ 1 x zenerdiode 

2V 7/400 mW 
02 ■ 1 x LED 3 mm 
Tl = 1 x BUZ10 
T2,T3 - 2 x BC547B 
IC1 - 1 x CA3160 
IC2 *= 1 x CA3140 
IC3 = 1 x 4013 
IC4 = 1 x 4060 
IC5 = 1 x 7805 

Diversen : 

K1 = 1 x header, 4-polig, 

1 rij 
Si * 1 x enkelpolige 12- 

standervdraaischakelaar 

voor print-rnontage 
1 koelplaatje voor T1, 17 

K/W (bijv. ICK35/SA} 
1 print EPS 934085 (zie 

pag. 6) 



104 



elektuur 7/8 93 



kapaciteit staat. T1 wordt ech- 
ter niet helemaal uitgescha- 
keld. Er blijft nog circa 50 mA 
lopen. Na de meting moet de 
akku dus zo snel mogelijk wor- 
den losgehaald van de kapaci- 
teitsmeter. 

P1 kunt u afregelen door na 
een reset (T2 spert) de loper- 
spanning te meten en deze op 
0,5 V in te stellen. U kunt ook 
een ampère-meter in serie met 
de akku zetten en dan de 
stroom met P1 op 1 A afrege- 
len. Let er dan wel op dat over 
de stroommeter niet te veel 
spanning valt {in dat geval 
loopt er nooit 1 A). Gebruik 
daarom liever geen akku's van 
1,2 of 2,4 V om P1 met de 
stroommeter af te regelen. 
P2 kan zo worden ingesteld 
dat u op pen 9 van IC4 een 
frekwentie van 142,2 Hz 
meet. Zonder frekwentiemeter 
kunt u P2 ook zo instellen dat 
de teller per 6 minuten 100 
pulsen telt. 

De print-layout bevat niet uit- 
sluitend de kapaciteitsmeter, 
maar ook het tellergedeelte. 
De teller met het display kan 
bovenop de kapaciteitsmeter- 
print worden gemonteerd. Dat 
geeft een kompakte module 
die zo tegen een frontplaat 
kan worden geplaatst. De ver- 
binding tussen de beide prin- 
ten loopt via K1 en een draadje 
dat van het knooppunt 
C2/R12 op de teller naar de 
reset-aansluiting van de kapa- 
citeitsmeter gaat (zodat S1 op 
de teller-print een reset-puls 
kan geven). 

(934085) 





065 



PC via Centronics 



In januari '92 hebben we een 
l 2 C-interface-kaart gepubli- 
ceerd voor de PC, die met be- 
hulp van een device-driver ge- 
heel transparant kan werken. 
Er zijn echter ook wel wat een- 
voudiger varianten denkbaar, 



onder andere deze waarbij een 
l 2 C-poort wordt gemaakt via 
de Centronics-uitgang op uw 
PC, gekombineerd met een 
buffer-IC. Dit IC heeft (uiter- 
aard) open-kollektor-uitgan- 
gen om het parallel schakelen 



van l 2 C-applikaties op de bus 
mogelijk te maken. Het nadeel 
van deze oplossing is dat er 
geen enkele vorm van hard- 
ware-ondersteuning is, de 
software moet alles oplossen 
en voortdurend de l 2 C-bus in 



de gaten houden. Het voordeel 
is weer, zeker bij de eerste ex- 
perimenten, dat u de gebeur 
tenissen op de bus voor 100% 
onder kontrole hebt. Let er op 
dat niet alle programmeertalen 
(o.a. Visual BASIC) toestaan 



elektuur 7/8 93 



105 



Re Irs Ir4 A. Ito |r j Ir 




re 

-o 



om rechtstreeks naar l/O 
adressen te schrijven. In een 
multitasking omgeving leidt 
dit namelijk onherroepelijk tot 
rampen! Maar met de meeste 
"oudere" programmeertalen 



zal het niet veel moeite kosten 

een klein programmaatje te 

schrijven. 

Bijgaande schakeling wordt 

door Philips gebruikt bij de 

demo-pakketten voor l 2 C- 



Tabel 1. 

basisadres (lezen en schrijven) 

Attentie: dit zijn uitgangen! Niet extern direkt aan de of + 5 V 

leggen. 



bit 7 


bit 6 


bit 5 


bit 4 


bit 3 


bit 2 


bit 1 


bitO 


Pen 9 


pen 8 


pen 7 


pen 6 


pen 5 


pen 4 


pen 3 


pen 2 


SDA üit 

















basisadres + 1 


(lezen) 












bit 7 


bit 6 


bil 5 


bit 4 


bit 3 








pen 11 


pen 10 


pen 12 


pen 13 


pen 15 








SDA in 




paper 
empry 




SCL in 









basisadres + 2 (schrijven) 

attentie: dit zijn uitgangen! Niet extern direkt aan de O of +5 V 

leggen. 









bit 4 


bït~3 


bit 2 


bit 1 


bïtO 








IRQ 


pen 17 


pen 16 


pen 14 


pen 1 








enable 


SCL uit 









applikaties. Let er op dat de 
+ 5 V niet uit de Centronics- 
poort kan worden gehaald (de 
5-V-lijn van de Centronics 
interface is een voedingsspan- 
ning van de nu niet aanwezige 
printer), maar uit een aparte 
voeding moet komen. Deze 
hoeft slechts enkele tientallen 
mA's te kunnen leveren. 
De basisadressen van de 
printer-poorten LPT1 en LPT2 
zijn respektievelijk 378 HEX en 



een overzicht van de konnek- 
ties tussen adressen, bits, de 
pennummers van de (25- 
polige D-Jkonnektor en de sig- 
nalen van de PC-bus. Bit 4 
van het byte op basis- 
adres + 2 kunt u het beste 
"0" laten, omdat u anders 
kans hebt dat er interrupts 
worden gegenereerd met on- 
voorspelbare gevolgen. 



(934109) 



278. 



In de tabel vindt u Philips applikatie 



eenvoudige IR-zender 



Dit schakelingetje is bedoeld 
om samen met de IR 
gestuurde schakel-automaat 
gebruikt te worden. De zender 
heeft als voeding slechts 2 
penhghts of een 3-V-lithium- 



cel nodig. Om het geheel kom- 
pakt te houden en toch rede- 
lijk frekwentie-stabiel, is voor 
een één-transistor-oscillator 
(Tl) gekozen. Dit is een phase- 
shift oscillator die voor deze 



3V© 



"1" 



BC560C 



R2 R3 C4 f~*\ 

C2 C 

l |5o6 |lr 



C3 



BC517 




C5 



2x LD271 



220l ( + 
10V 




toepassing voldoende frek- 
wentiestabiliteit heeft. Om er 
voor te zorgen dat T1 bij deze 
lage voedingsspanning (3 V) 
voldoende versterking heeft, is 
hiervoor een darlington 
(BC 51 7) ingezet. Het phase- 
shift-netwerkje (R1 . . . R3, 
C1 . . X3) bestaat uit drie aan 
elkaar gekoppelde RC-kombi- 
naties die (ongeveer) dezelfde 
tijdkonstante hebben, Om er 
voor te zorgen dat de netwerk- 
jes elkaar niet te veel beïnvloe- 
den, is elke weerstand circa 
3,8 maal zo groot als zijn voor- 
ganger gekozen. Door die on- 
derlinge beïnvloeding moet de 
versterking van de transis- 
tortrap wat groter zijn dan de 
theoretische waarde van acht- 
maal. De dimensionering van 
R5 is een kompromis. Een lage 
waarde is noodzakelijk om het 
phase-shift-netwerk niet te 
beïnvloeden (de uitgangsim- 



pedantie van Tl verandert 
eveneens de oscillatiefre- 
kwentie). R5 mag echter ook 
weer niet te klein worden om- 
dat anders de stroomopname 
te hoog wordt en de verster- 
king te klein. Om ook minder 
invloed door de basis/emitter- 
impedantie van de navolgende 
buffer (T2) te hebben, is er 
voor gekozen om deze tran- 
sistor via een eigen weerstand 
(R6) met Tl aan te sturen. T2 
is nodig om voldoende stroom 
door de LED's te kunnen stu- 
ren. Door de lage spanning 
kunnen de twee IR-LED's niet 
in serie gezet worden, daarom 
worden ze vanuit T2 elk via 
een eigen stroombegrenzings- 
weerstand (R7 en R8) aange- 
stuurd. Aan/uitschakelen ge- 
beurt door eenvoudig de voe- 
dingsspanning wel of niet aan 
te bieden (S1). Het nadeel hier- 
van is wel dat er stroom blijft 



106 



elektuur 7/8-93 



lopen zolang S1 ingedrukt 
wordt. Even indrukken van S1 
is echter voldoende om de 
ontvanger in of uit te schake- 
len. 

De stroom-opname van de 
schakeling wordt uiteraard 
door de grootte van de voe- 
dingsspanning bepaald en hoe 
lang u de toets ingedrukt 
houdt. In de tabel is te zien 
hoeveel stroom er loopt bij 
voedingsspanningen tussen 2 



en 3,2 V. Tevens is daarbij de 
oscillatorfrekwentie vermeld. 
De reikwijdte van de schake- 
ling bleek met nieuwe batterij- 
en meer dan 13 m te bedra- 
gen. 

Tenslotte nog een tip om het 
stroomverbruik te reduceren. 
Indien in serie met SI een pa- 
rallelschakeling van een elko 
en een weerstand wordt opge- 
nomen (1000 jiF/6,3 V en 
10 kQ), dan wordt bij het in- 



Tabel 1. Stroomopname en frekwentie bij verschillende 



voedingsspan 


nngen 
f 


l^per LED 


'vtn>(]ing 


(VJ 


{kHz) 


(ftiAI 


<mA> 


2 


29,3 


25 


27 


2,5 


30 


* 


' 


3 


30,3 


r 


r 


3,2 


30,4 


64 


63 



drukken van S1 altijd maar een 
korte stroomstoot geleverd. 
Houdt u S1 langer vast, dan 



loopt er verder nog maar een 
geringe stroom van circa 
300 yA. (934078) 



067 



4-bit random-generator 



Het hart van deze schakeling 
wordt gevormd door een 
schuifregister van het type 
4006. Hierin zijn vier schuifre- 
gisters ondergebracht waar- 
van er twee vier bits lang zijn 
en twee vijf bits lang. Samen 
is dat een totaal van 18 bits. 
De vier registers hebben alleen 
een gezamenlijke klok-ingang, 
de in- en uitgangen zijn ge 
scheiden naar buiten gevoerd. 
Bij de vier-bits registers is al- 
leen het vierde bit als uitgang 
beschikbaar, bij de vijf-bits re- 
gisters zijn het vierde en vijfde 
bit extern beschikbaar. Door 
de uitgangen van de vier regis- 
ters met EX NOR poorten te- 
rug te koppelen naar de ingan- 
gen ontstaat er een (pseudo) 
random generator. Als uitgang 
van de generator gebruiken 
we de uitgangen van de vier 
EXNOR's. Het voordeel van 
deze opzet is dat de vier bits 
niet alleen samen een wille- 
keurige getallenreeks vormen, 
maar dat ze ook afzonderlijk 
een verschillend patroon afge- 
ven. Dit in tegenstelling tot de 
schuifregister-uitgangen zelf, 
waar immers de nivo's van de 
ene uitgang naar de andere 
worden doorgeschoven. U 
kunt deze generator dus ge- 
bruiken voor het genereren 
van een random vier-bits getal 
of voor het genereren van vier 
willekeurige digitale signalen 
die geen onderlinge samen 
hang hebben. 

Met het hierbij afgedrukte 
BASIC programma kan de 
werking van het schuifregister 
worden gesimuleerd. In regel 
140 staat aangegeven hoe 
lang het register is (MAX) en 
hoeveel uitgangsbits er zijn 



IC1 




01*4 
th'.t 
D2+S 
03*4 
D4.4 
D4.5 



4006 



= 1 * 



IC2b 






"Ui 



= 1 fc! 



IC2d 



= 1 *! 



00 

O 

01 

-O 



02 

-O 



tl.i 

-o 



5...15V 



IC3b 

IL 



IC3c 



IC3d 



11 



X 




IC2 = 4077 
IC3 ■ 4093 



IC2 ~ IC3 ~ 



(BMAX). In regel 150 worden 
alle bits van "het schuifregi- 
ster" (arrav A) op nul gezet. 
Wilt u net als in de praktijk een 
willekeurige beginstand, dan 
zult u deze regel op een pas- 
sende wijze moeten herschrij- 
ven. In de regels 190 . . . 220 
vindt u de EXNOR-funkties te- 
rug. Eventuele veranderingen 
in de wijze waarop de poorten 
zijn aangesloten kunt u hier 
aangeven. Wijzigt u hier wat, 
dan zal het ook nodig zijn om 
de regels 290 en 300 aan te 
passen. Het programma geeft 
slechts 390 stappen weer 
(dan is het beeldscherm vol) 
van de 2 18 (262144) mogelijk- 
heden. 

In het schema hebben we de 
random-generator nog aange- 
vuld met een klokgenerator in 
de vorm van Schmitt-trigger- 
NAND IC3a. Maar u kunt 
uiteraard op de klok-ingang 
ook elk ander kloksignaal aan- 
sluiten. 

{934061) 



100 
140 
145 
150 
155 
160 
170 
ISO 
190 
200 
210 
220 
230 
235 
240 
250 
260 
270 
280 
290 
300 
310 
320 
330 
340 
350 
360 
370 



CLS : PRINT 

KKY OFF: MA 

DIM A(MAX) , 

FOR CNT - TO MAX: 

FOR CNT - TO RMAX 

FOR CNT - 1 



"Random Nutnber Generator Uaing 4006 Shift Registers." 
; = 1B: BITS - 4: BMAX = 2 * BITS 
B1BMAX) : TIME * 

A(CNT> • 0: NEXT CNT r REM CLEAR ALL 
B(CNT) - 0; NEXT CNT 
TO 390 

TIME » TIME + 1: GOSUB 240: REM INCREASE TIME AND SHOW VARIABLES 
FOR BIT - MAX TO 1 STEP -1; A(BIT, - A(BIT - 1): NEXT BIT: REM SHIFT 
A<6) - 1 - tA<4) XOR A(5)): REM CALCULATE INPUT NEXT REGISTER tXNOR) 
A< 10) - 1 - (A<4) XOR A(9) > 
A415) - 1 - (A(13) XOR A(14) ) 
A(0> . 1 - (A(13> XOR A{18>) 
NEXT CNT 
END 
PRINT CHH$(11): PRINT : REM REPOSITION CURSOR 

PRINT "DATA [ SHIFT REGISTER 

FOR BIT ■ TO MAX: PRINT ÜSING "O*"; BIT; : 
FOR BIT - TO MAX: PRINT ÜSING "(W*,* A(BIT); 
PRINT "NUMBER OF SHIFT ACTIONS : "j TIME: PRINT 

PRINT "RESULT, BINARY: "; : PRINT ÜSING "#•"? A(0>; A(6)f A(10>j A(15> 
PRINT ■ DECIMAL: »j : RESULT - 8 * A(0) + 4 * A(6) * 2 * A(10) * 
B [RESULT) - BI RESULT) + 1 : IF LAST ■ RESULT THEN B 1 BMAX I > B(BMAX) 4 1 
PRINT "RESULT »j : FOR BIT - TO BMAX - 1: PRINT USING "#•■#"; BIT; : 
PRINT "QUANTITY"; : FOR BIT • TO BMAX - 1; PRINT ÜSING "####"; B(BIT); 
PRINT 'NUMBER OF IDENTICAL FOLLOWING RESULTS", B(BMAX); : LAST - RESULT 
FOR NUM - TO 2 • TIME: PRINT CHR${28>; : IF NUM KOD 60-1 THEN PHINT 
NEXT NUM: PRINT " "; CHR$(RESüLT ♦ 48 - 7 * (RESULT > 9)); 
RETURN 



BITS 


■ ) 


NEXT BIT: 


PRINT 


: NEXT BIT: 


PRINT 



A(15): PRINT RESULT 



NEXT BIT: 
NEXT BIT: 



PRINT 
PRINT 



elektuur 7/8-93 



107 



068 



simpele DC/DC-omzetter 




De DC/DC omzetter die hier 
wordt voorgesteld, is zeer een- 
voudig van opzet. Het gevolg 
daarvan is een rendement dat 
maximaal 60 tot 70% be- 
draagt. Om de schakeling zo 
eenvoudig mogelijk te houden, 
is er geen regeling in de om- 
vormer opgenomen. Het ge- 
volg daarvan is dat het nivo 
van de uitgangsspanning een 
beetje afhankelijk is van de 
aangesloten belasting. Theo- 
retisch is het uitgangsnivo ge- 
lijk aan twee keer het nivo van 
de ingangsspanning, maar 
door de in de schakeling optre- 
dende spanningsverliezen 
wordt dit nivo niet bereikt. De 



belangrijkste verliezen worden 
veroorzaakt door de vier 
halfgeleider-overgangen, twee 
in de transistoren en twee in 
de gelijkrichtdioden. Omdat de 
spanningsval van die overgan- 
gen een konstante waarde van 
circa 0,6 V heeft, zijn de ver- 
liezen verhoudingsgewijs gro 
ter bij een ingangsspanning 
van 6 V dan bij een ingangs 
spanning van 18 V, 
Een rond de bekende 555 op- 
gebouwde blokgolfgenerator 
levert een frekwentie van circa 
10 kHz. Afhankelijk van het 
uitgangsnivo van IC1 wordt 
dan T1 of T2 in geleiding ge- 
stuurd. Hierdoor wordt gedu 




©— i 



r© 4 



'HIH-H 



C557B ^ X T 



-© 



'•»" J1N4004 



"® 



934026 11 



rende één periodehelft elko C2 
opgeladen, waarna tijdens de 
tweede periodehelft de ener- 
gie van C2 wordt overgedra- 
gen naar C3. Daardoor staat 
aan de uitgang de dubbele 
voedingsspanning minus de 
zojuist genoemde verliezen. 
In de schakeling zijn geen kriti- 
sche sekties aanwezig, er kan 
gebruik gemaakt worden van 
iedere 555 ongeacht of hij bi- 
polair of in CMOS-technologie 
gebouwd is. Ook de transisto- 
ren kunnen vervangen worden 
door andere goedkope LF- 
exemplaren. Hoewel in de 
schakeling gebruik gemaakt is 
van een 1N4004 voor de di 



oden, voldoet ook de lichtere 
1N4001 probleemloos. Hoe- 
wel de schakelfrekwentie rond 
de 10 kHz ligt, levert dat bij de 
gebruikte dioden geen proble- 
men op. Ze zijn weliswaar ont- 
worpen voor lagere frekwen- 
ties, maar de stromen en 
spanningen in de schakeling 
zijn betrekkelijk klein. 
De opgenomen stroom be- 
draagt 5 mA voor de 555, ver- 
meerderd met twee keer de 
uitgangsstroom. 

(934026) 

ontwerp: Am rit Bir Tiwana 
(India) 



elektronische belknop 



Voor bepaalde woonbuurten 
waar de gewone mechanische 
belknoppen steeds worden 
gesloopt, is deze elektronische 
solid state variant misschien 
een goede oplossing. Als aan- 
raakkontakt kan een cinch- 
stekerbus worden gekozen die 
bijna onverwoestbaar is en 
een hoge isolatieweerstand 
tussen beide kontakten heeft. 
De inverterende ingang van de 
741 (of een TLC271, de keuze 
is niet kritisch) ligt via R4/R5 
op de halve voedingsspan- 
ning. De niet-inverterende in- 
gang ligt via R3 aan massa. 
Wordt nu het kontakt aange- 
raakt (met minder dan 10 MQ, 



een lichte vingerdruk is vol 
doende), dan wordt de uitgang 
van de opamp hoog en het re- 
lais (een 12- of 9-V-type) trekt 



aan. Het relaiskontakt scha- 
kelt de (bestaande) bel in. R2 
en C1 zorgen er voor dat de 
bel niet per ongeluk geakti- 




veerd wordt. De schakeling 
wordt gevoed via een brugcel 
uit de bestaande of een twee- 
de beltrafo (dat is gegaran- 
deerd veilig, dus niet een an- 
der type trafo gebruiken). De 
stroomopname is niet hoog, 
met een 741 ongeveer 5 mA 
en met een TLC271 ongeveer 
0,5 mA. Zodra het relais aan- 
trekt, wordt dit 30 mA meer. 
Een bettrafo kan gewoonlijk 
gemakkelijk 1 A leveren, dus 
in het algemeen kan de scha- 
keling zonder problemen uit de 
bestaande beltrafo gevoed 
worden. 

(934035) 
ontwerp: J. Bosman 



108 



elektuur 7/8 93 



070 



printboormachine-sturing 



Deze regeling biedt de moge- 
lijkheid om met één potmeter 
de snelheid van een printboor- 
machine te regelen en tevens 
het boortje links- of rechtsom 
te laten draaien. In de midden- 
stand van de potmeter staat 
het boormachientje stil. 
Laten we maar bij de opzet 
van de voeding beginnen. Een 
flinke trafo van 80 VA levert 
aan de sekundaire kant na ge- 
lijkrichting een spanning van 
ongeveer 18 V voor de boor- 



machine. Voor de elektronica 
wordt hieruit een lagere (en 
symmetrische) spanning afge- 
leid van ± 5 V door middel van 
enkele weerstand/zener-kom- 
binaties (R19/D6 en R20/D7). 
C6 en C7 zorgen voor extra 
afvlakking van het ±5-V- 
gedeelte. D4 en D5 voorko 
men dat de energie in C6 en 
C7 door de motor gebruikt 
wordt. 

Potmeter P1 is het centrale 
regel-element. Via komparator 



ICla wordt de motorrichting 
bepaald. Deze opamp kijkt of 
de potmeter naar links of naar 
rechts staat. Aan de hand 
daarvan wordt via T1 relais 
Re1 wel of niet bekrachtigd, 
met als gevolg dat de motor 
links- of rechtsom draait. 
De snelheidsregeling werkt 
met pulsbreedte-modulatie. 
De met PI ingestelde regel 
gelijkspanning wordt doorge- 
geven aan D2 en IC1b/D3. De- 
ze kombinatie fungeert als ge- 



++u @ 



-o- 
-o- 





*H 47Qij|~Ö- 



jlOV _ 



10. 
10V 



♦♦U0 



1N4001 



lijkrichter. Bij zowel een posi- 
tieve als een negatieve span- 
ning op de loper van PI zal de- 
ze als een positieve spanning 
(minus 0,6 V van de diode- 
overgang) op het knooppunt 
D2/D3 verschijnen. Rond IC1c 
is het modulatiegedeelte op- 
gezet. De opamp is gescha- 
keld als blokgolfgenerator, 
waarbij kondensator C4 
steeds op- en ontladen wordt 
via Ril. De instelling van de 
potmeter bepaalt nu (via R9ï 
samen met R10 de gelijkspan- 
ning die extra aan de konden- 
sator wordt toegevoerd, en 
daarmee de puls-pauze- 
verhouding van de blokspan- 
ning aan de uitgang van IC1. 




Via een inverter (IC1d) worden 
de flanken van het signaal nog 
opgepoetst en vervolgens 
wordt hiermee via T1 power- 
FET T4 geschakeld. 
Weerstand R4 in serie met de 
motor meet de gemiddelde 
stroom die er loopt. Stijgt de 
spanning over R4 tot iets meer 
dan 0,6 V (dat is het geval bij 
een stroom van zo'n 5 A), dan 
gaat T3 geleiden en begint T5 
langzaam de pulsbreedte te- 
rug te regelen. 

(9341011 



elektuur 7/8-93 



109 






WW 



^^MrÊ'^^^^^u^'^^^^^hMF^^ 



UL 






il i WÊk 




■■;■■ : ; ^>? [&$[&$&$& 



Voice operated recording 
(VOR) is een funktie die in de 
meeste memo-recorders voor- 
komt. Het is de taak van de 
VOR om de band te starten als 
er een spraaksignaal wordt ge- 
detekteerd. Dat verlost de ge- 
bruiker van het drukken op de 
record-knop (al dan niet sa- 
men met de play-knop). Zo'n 
feature is vooral handig voor 
haastige managers en TV- 
detektives die achter het stuur 
van de auto tegen zichzelf zit- 
ten te kletsen teneinde een 
moord op te lossen. 
De hier beschreven schakeling 





IC2 = TL072 



Weerstanden: 
R1 » 1 x 330 Q 
R2 m 1 x 1k5 
R3,R4 « 2 x 47 k 
RB « 1 x 1 k 
R6 m 1 x 2M2 
R7 « 1 x 680 k 
R8 « 1 x 5M6 
R9 = 1 x 470 k 
R10 = 1 x 390 k 
R11 * 1 x 3M3 
R12 - 1 x 5k6 
R13 - 1 x 100 Q 

Kondensatoren: 
C1,C7 * 2 x 47^/16 V 
C2 = 1 x 470 n 
C3 = 1 x 1 >i/16 V 
C4 = 1 x 33 p 
C5 ~ 1 x 2^2/16 V 
C6 = 1 x 100 n 
C8 = 1 x 10^/16 V 
C9 » 1 x 10 n 

Halfgeleiders: 
D1,D3 = 2 x 1N4148 
D2 = 1 x rode LED 
1C1 * 1 x LF357 
1C2 « 1 x TL072 

Diversen: 

Bt1 « 1 x 9- V-batterij met 

aansluitclip 
S1,S3 = 2x haakse print- 

schuifschakelaar (bijv, Fuji- 

soku type AS1D-5M) 
S2 * 1 x dubbelpolige 

haakse print- 

schuifschakelaar (bijv. Fuji- 

soku type AS2D-5M) 
Re1 - 1 x relais V23 100- 

V4005-A001 (Siemens) 
MIC1 «» 1 x mikrofoonkap- 

sel MCË101 (Monacor) 
1 kastje met batte rijvak, 

afm. 61 x 97 x 26 mm 

(bijv. Pactec HM-ktt) 
1 print EPS 934039 (zie 

pag. 6) 



(print -layout in spiegelbeeld afgedrukt) 

wr o • • • . 

* eeo*ee ^^po cWS" O i 




\ 934039 

1 eeo&ee 




elektuur 7/8-93 



111 



voegt de VOR-funktie toe aan 
een standaard cassette- 
recorder, vooropgesteld dat 
deze een remote-ingang heeft. 
Uiteraard kunnen zendama 
teurs de schakeling ook als 
VOX (voice operated switch) 
gebruiken of kan de schake- 
ling als geluidsdetektor in een 
alarm-installatie worden opge- 
nomen. 

Afhankelijk van de stand van 
schakelaar S1 wordt het sig- 
naal van elektreet-mikrofoon 
MIC1 520 of 2200 maal ver- 
sterkt door opamp IC1. Op de- 
ze manier kan de gevoeligheid 
van de schakeling worden in- 
gesteld. De opamp fungeert 
tegelijkertijd als een bandfilter 
dat vooral de spraakfrekwen- 
ties versterkt. De -3-dB- 
punten van het filter liggen op 
ongeveer 160 Hz en 9 kHz. 
Het versterkte signaal wordt 
door D1 gelijkgericht en door 
C5 afgevlakt. Maar in dit geval 
wordt C5 niet geladen, maar 
juist ontladen door het gelijk- 
gerichte signaal. Dat betekent 
dan gelijk dat R8 niet dient om 
C5 te ontladen, maar juist om 
C5 te laden. Pikt de mikrofoon 
een voldoende sterk signaal 
op, dan zal C5 zo ver worden 
ontladen dat de spanning over 
de kondensator tot onder de 
schakeldrempel van kompara 



tor IC2a daalt. Daardoor wordt 
de uitgang van IC2a hoog en 
deze schakelt dan via relais 
Re1 de recorder in. Dit wordt 
aangegeven door LED D2 die 
in serie met het relais is opge- 
nomen. Met schakelaar S2 
kan de recorder ook met de 
hand worden ingeschakeld. 
Om stroom te sparen (indien 
de VOR met S3 is ingescha- 
keld} wordt dan tegelijkertijd 
het relais uitgeschakeld. Om 
het geluid dat de mikrofoon 
oppikt ook te kunnen opne- 
men, wordt het mikrofoonsig- 
naal door opamp IC2b gebuf- 
ferd en dan gaat het via R13 
en CB naar een lijn-ingang van 
de recorder. 

Wanneer het relais is aange- 
trokken, neemt de schakeling 
circa 18 mA op. Is het relais 
afgevallen, dan blijft daar nog 
niet de helft van over. De mini- 
male batterijspanning waarbij 
de VOR nog betrouwbaar 
werkt, is ongeveer 6,8 V. 
Opamp IC1 is door zijn hoge 
versterking nogal gevoelig 
voor storing veroorzaakt door 
een onjuiste bedrading. Het is 
dan ook aan te bevelen om het 
hier getekende printje te ge- 
bruiken, Daarop zijn bijvoor- 
beeld de in- en uitgangen alle- 
maal aan één kant van de print 
gemonteerd om te voorkomen 




/ 



O 



ON 
POWER 

OFF 



* 




VOICE 

OPERATED 

SWITCH 



dat common-mode-signalen 
dwars over de print gaan. 
Daarnaast is het massa-spoor 
als vlak uitgevoerd. Alle met 
massa verbonden komponen- 
ten zijn daar direkt mee ver- 
bonden, met uitzondering van 



C5 en de voedingsaansluiting 
van IC1. Dat laatste voorkomt 
dat de (ontHaadstroom alter- 
natieve routes over het massa- 
vlak gaat nemen en daarbij 
gaat storen. 

1934039) 



072 



multif unktionele test-probe 



Hoewel deze schakeling met 
slechts twee IC's opgebouwd 
is, zitten er drie testfunkties in 
verwerkt. De keuze voor een 
van de drie funkties wordt ge- 
maakt met schakelaar S1. Het 
hart van de tester is een klok- 
generator met een signaalfrek- 
wentie van 3 Hz, die opge- 
bouwd is met IC1a, IC1b, ICIc, 
R1 en Cl. 

Staat S1 in stand A (testpen), 
dan zorgt de buffertrap rond 
transistor T1 er voor dat op de 
testpen een gebufferde blok- 
spanning met een frekwentie 
van 3 Hz staat. Dankzij de 
buffertrap kan via begren- 
zingsweerstand R7 {47 Q) een 
signaalstroom van maximaal 
100 mA worden geleverd. Dit 
betekent in de praktijk dat in 
iedere digitale schakeling dit 
signaal geïnjekteerd kan wor- 



den, waarbij alle logische uit- 
gangen "overruled" worden. 
Alleen echte kortsluitingen 
kunnen er voor zorgen dat het 
signaal verdwijnt. Dankzij de- 
ze testpen zijn kortsluitingen 
in een digitale schakeling in de 
praktijk snel te vinden. Deze 
onderzoekmethode is overi- 
gens een paardemiddel omdat 
het er in feite op neerkomt dat 
alle uitgangen door de tester 
worden kortgesloten die zijn 
aangesloten op het spoor dat 
u onderzoekt. Per IC mag u dat 
van de fabrikant overigens 
maar met één uitgang per IC 
tegelijkertijd doen. 
In stand B kan de schakeling 
gebruikt worden om nivo's te 
detekteren. In rust, als de test- 
pen nergens mee verbonden 
is, staat op de ingang van IC1d 
het (door R2 hoogohmige) os- 



"— Il » * f ^È , 1J| 1 R3 

I ' ' L — IJ ft » 1 J7PUJ — ' 

O) n\™ ' — ' ^n_ ■ — r 




9jJ SMGB 

ri r. 



»v<jH7 



IC1 « 74HC{T)00 




tOOn 74HC(T)164 
74LS164 




cillatorsignaal dat er voor 
zorgt dat LED D1 in een 3-Hz- 
ritme gaat knipperen. Wordt 
een logisch nivo op de testpen 



gezet, dan drukt dit het 3-Hz- 
signaal weg. Staat er een laag 
nivo op de testpen, dan dooft 
de LED; staat er een hoog nivo 



112 



elektuur 7/8 93 



op de ingang, dan brandt de 
LED. 

De schakeldrempels van de 
toegepaste 74HC00 liggen bij 
ongeveer 1/3 en 2/3 van de 
voedingsspanning. Dit is dus 
prima voor de CMOS-4000- 
serie en de HC familie. Voor 
gewone TTL-, LS- en HCT-IC's 
is de schakeling wel bruikbaar, 
maar de grenzen zijn daarbij 
niet optimaal. In dat geval 



kunt u voor IC1 beter een 
74HCT00 toepassen. De ma- 
ximale meetfrekwentie van de 
tester ligt bij 30 a 40 MHz. 
De derde mogelijkheid komt 
beschikbaar in stand C van S1. 
Het ingangssignaal komt dan 
terecht op de klok-ingang van 
IC2, een schuifregister van het 
type LS164. Na 8 klokpulsen 
op de test-probe zal het hoge 
nivo dat kontinu op de ingan- 



gen A en B van het schuif- 
register staat op de Q H - 
uitgang zijn aangekomen. De 
LED licht dan op. Doordat het 
IC met het 3-Hz-signaal ook 
weer steeds gereset wordt, zal 
de LED knipperen zolang er 
een kloksignaal op de probe 
aanwezig is. Door deze opzet 
wordt een duidelijke indikatie 
van een aanwezig kloksignaal 
verkregen, zolang de klokfrek- 



wentie van het ingangssignaal 
tenminste boven 25 Hz ligt. 
Het stroomverbruik is beschei- 
den, zo'n 10 mA volstaat als 
de LED's knipperen. Om er ze- 
ker van te zijn dat ook de puls 
gever optimaal funktioneert, 
dient de voeding toch zeker 
100 mA te kunnen leveren. 

(934045) 

ontwerp: S. Mi tra (India) 



O 73 I aMeve tweedraads-temperatuursensor 



Wanneer op afstand een of an- 
dere grootheid gemeten moet 
worden, is het vaak noodzake- 
lijk om de eigenlijke sensor te 
voorzien van bijvoorbeeld een 
versterker. Dit betekent dat er 
ook voeding naar de sensor 
moet en dat heeft weer tot ge- 
volg dat er een derde draad 
naar de sensor moet. Bij deze 
schakeling gaan meetsignaal 
en voeding echter door dezelf- 
de twee aders. Daartoe wordt 
de door IC1a gebufferde meet- 
spanning door stroombron 
IC1b omgezet in een extra op- 
genomen voedingsstroom. 
Met andere woorden: we kun- 
nen aan de stroom die uit de 
voeding wordt opgenomen 
meten hoe groot de ingangs 
spanning is. Maar uiteraard 
wordt er ook voedingsstroom 
opgenomen door de opamp en 
(eventueel) de sensor. Bij de 
opgegeven opamp en tempe- 
ratuur-sensor is de stroom cir- 
ca 0,7 mA (0,65 bij 5 V voe- 



LM35 




"1 5...15V 

r-©HS> 



K1 



BC547 



// 



ir 



ir 



ii 



-® 



IC1 = LM358 



dingsspanning, 0,7 bij 10 V en 
0,77 bij 15 V). Dat is bij een 
volle-schaal-waarde van 

10 mA een afwijking van on- 
geveer 7%, maar de afwijking 
is gemakkelijk te kompense- 
ren. 

De schakeling is zo gedimen- 
sioneerd dat met de LM35 
(IC2) als sensor de stroom van 
0,7. . ,10,7 mA varieert als de 



sensortemperatuur van 0. . 
. . 100°C varieert. Met een 
draaispoefmeter in de voe- 
dingsleiding is zo heel gemak- 
kelijk de temperatuur af te le- 
zen en de voedingsstroom van 
de opamps is dan weg te wer- 
ken met het stelschroefje 
waarmee de meter op nul ge- 
zet kan worden. 
Bedenk wel dat de spannings- 



val over de meter en eventueel 
over de (lange) leidingen ge- 
kompenseerd moet worden 
met een hogere voedings- 
spanning om te voorkomen 
dat IC1 en IC2 te weinig voe- 
dingsspanning krijgen (min- 
stens 5 V). 

(934095) 



074 



wie drukt het eerst? 



Dit ontwerp is bijzonder han- 
dig als u thuis vaak raadspel- 
letjes doet. De schakeling laat 
zien wie van vier personen het 
eerste op een toets heeft ge 
drukt. Een zoemer geeft daar- 
bij een akoestische indikatie 
en de bij de bewuste toets be- 
horende LED licht op. De 
"quizmaster" kan daarna de 
reset knop bedienen. 
De opzet van het geheel is 
eenvoudig, er zijn slechts twee 



IC's en één transistor als ak- 
tieve elementen nodig. In het 
schema zien we de vier druk- 
knoppen S1 . . . S4. Deze zijn 
aangesloten op de D ingangen 
van vier flipflops die zich in 
IC2 bevinden. De druktoetsen 
zijn verder nog via een OR 
funktie (IC1a, IC1b en IC1d) 
verbonden met de klok-ingang 
(pen 9) van IC2. De 5- 
uitgangen van de flipflops 
(pen 3, 6, 11 en 14) sturen de 



LED's Dl. . ,D4. 
Na het resetten van alle flip- 
flops door middel van S5 (de 
clear-ingang, pen 1, wordt dan 
even laag gemaakt) zijn alle 
flipflops gereset en zijn de Q- 
uitgangen dus hoog, zodat de 
LED's gedoofd zijn. Wordt nu 
op een van de toetsen S1 , . 
. .S4 gedrukt, dan gebeurt 
het volgende. We nemen even 
aan dat SI het eerste wordt 
ingedrukt. Op de bijbehorende 



D-ingang komt een hoog nivo 

te staan. Die "1" wordt via 
IC1a en IC1b ook doorgegeven 
naar de klok-ingang van alle 
flipflops, zodat de momentele 
nivo's op de D ingangen van 
de flipflops worden ingelezen 
en op de uitgangen verschij- 
nen. De bij de ingedrukte toets 
behorende LED licht dan op. 
Aangezien de druktoetsen en 
de LED's via een gemeen- 
schappelijke 1-kQ-weerstand 



elektuur 7/8-93 



113 




R9 

H Sk6 




© 



IC1a 



f^JlI 



rcic 



V-T 



H N 



© 

S4 

H 




IC2 

74HCT175 




- _U 




9V 

-© 



BC516 



1N4148 



+ Bzl 




IC1 = 4071 



(R4) met de voedingsspanning 
zijn verbonden, zal door het 
oplichten van een LED de 
spanning achter R4 dalen tot 
circa 2 V {de LED-spanning), 
Voor de druktoetsen zit boven- 
dien ook nog een spannings- 
deler (R9/R10), zodat de span- 
ning over de druktoetsen dan 
nog maar iets meer dan 1 V 
zal bedragen. Drukt men nu op 
een of meer toetsen, dan is de 
spanning op de D-ingang(en) 
en de klok-ingang te laag om 
het IC daarop te laten reage- 
ren. Op deze wijze wordt de 
zaak dus geblokkeerd na de 
eerste toetsdruk. Daarna is al- 
leen resetten met S5 nog mo- 
gelijk. 

Darlington T1 stuurt gelijk 
stroom-buzzer Bzl De basis 
van T1 is via R3 en C4 verbon- 
den met de anodes van de 
LED's. Op het moment dat 
een LED gaat branden, geeft 
C1 dat lage nivo door aan Tl 
en deze aktiveert dan de zoe- 
mer. Na circa 0,5 s heeft C4 
zich via R2 en R3 weer opge- 
laden en gaat Tl opnieuw 
sperren. 

De hele schakeling trekt onge- 
veer 5 mA als de LED's ge- 
doofd zijn. Met een oplichten- 
de LED en piepende buzzer 
stijgt dit tot zo'n 50 mA. 

(934092) 

ontwerp: D, Ibrahim (Turkije) 



DC-motorregeling 



Met behulp van deze regeling 
kan het toerental van een ge- 
lijkstroommotor binnen ruime 
grenzen worden ingesteld. De 
meest gebruikte methode om 
dat te realiseren is pulsbreed- 
te modulatie. Hoewel, eigenlijk 
maken we hier gebruik van 
pauze breedte modulatie, 
want blokgolfgenerator IC1 
schakelt de motor altijd in ge- 
durende 0,5 ms {bepaald door 
R1/C4K Dat is voor de meeste 
motoren voldoende om net in 
beweging te komen. Hoe snel 
de motor nu uiteindelijk gaat 
draaien, kunnen we beïnvloe- 
den met de snelheid waarmee 
de pulsen elkaar opvolgen. 
Met R2 en PI kan daarom de 
tijd tussen de pulsen (de ont- 



laadtijd van C4) worden inge- 
steld tussen 1 ^s en 14 ms, 
wat overeenkomt met een 
pulsfrekwentie van 

14 kHz . . . 70 Hz, Om T1 ma- 
ximaal 6 A te laten schakelen, 
moet deze worden gekoeld 
met een koelplaat van mini 
maal 20 K/W. 

(934023} 



1N4148 



Dl 






-l* 



JC1 1N4002 




t2V 

h 1 kO m ** 6A 

s =r — | 1N4001 



^^9) 



5V5...15V5 

r® 



T»P142 



M§> 



114 



elektuur 7/8-93 



076 



precisie-hulpspanning 



Bij veel opamp-schakelingen is 
maar één voedingsspanning 
beschikbaar. Dat betekent dat 
met enig kunst- en vliegwerk 
een hulpspanning gemaakt 
moet worden (een virtuele 
massa}, meestal ter grootte 
van de helft van de voedings 
spanning. Tot dusver kon dat 
alleen diskreet worden opge- 
lost met een weerstandsdeler 
en een kondensator, eventueel 
gevolgd door een opamp. Nu 
kunt u daarvoor de TLE2426 
van Texas Instruments gebrui- 
ken. Dit IC is niet alleen klein 
en eenvoudig toe te passen, 
maar is door de ingebouwde 
opamp ook beter dan alleen 
een weerstandsdeler. Dat 
merkt u het best bij lage frek- 
wenties, waar normaal de im- 
pedantie van de elko over de 
spanningsdeler oploopt en 
voor problemen zorgt. Doordat 



TLE2426 



TL E 2425 




1 




{7)4. ..40V 



v2V5 
^2QmA 



4 ►■ (j) GND 




in de TLE2426 een opamp 
(spanningsvolger) achter de 
weerstandsdeler is gescha 
keld, blijft de impedantie ook 
bij lage frekwenties laag (typi 
cal 0,0075 Q). De stroomop- 
name in rust is laag, slechts 
170 pA, terwijl de maximale 



stroom die geleverd kan wor 
den ongeveer 20 mA be 
draagt. Het IC'tje is verkrijg- 
baar in twee behuizingen. De 
transistor-achtige behuizing 
{het type-nummer krijgt het 
achtervoegsel LP) is uitste 
kend geschikt om op bestaan 



de printen de spanningsdeler 
(met elko en/of opamp) te ver 
vangen. Verder is het IC in een 
8-pens DIL behuizing te knj 
gen (achtervoegsel D, P of 
JG). Deze behuizing heeft als 
voordeel dat er een extra 
aansluitpootje is (pen 8) waar- 
op (toch weer) een elko kan 
worden aangesloten. Dat is in 
veel gevallen wenselijk omdat 
zonder elko de uitgangsspan- 
ning de voedingsspanning ge- 
deeld door twee is, inklusief 
alle eventuele rotzooi op die 
voedingsspanning. 
Een overeenkomstig IC is de 
TLE2425 die een vaste span- 
ning van 2,5 V aflevert (pen 8 
is bij dit type niet aangeslo- 
ten). 

(934005) 

bron: Texas Instruments 



077 



zenerbrug 



Deze voeding gebruikt voor 

het gelijkrichten en stabilise- 
ren van een voedingsspanning 
twee zeners en twee dioden in 
plaats van de gebruikelijke vier 
dioden en een zener. We gaan 
er voor de verklaring van de 
werking in eerste instantie van 
uit dat de spanning op het 
knooppunt D1/D3 positief is 
ten opzichte van D2/D4 en 
groter dan de zenerspanning 
♦ 0,6 V. Dan zal D3 zeneren 
en de spanning op een waarde 
van 10 V begrenzen. De via 
D1 aan de elko en de aange- 
sloten belasting geleverde 
stroom zal via D4 teruglopen 
naar de trafo (de spanning 
over Cl bedraagt dan ook de 
zenerspanning + 0,6 V). Via 
D1 zal de spanning over D3 
(géén 0,6 V extra rekenen) 
worden doorgegeven naar C1 
die (theoretisch) tot 0,6 V on- 
der de zenerspanning kan wor- 
den opgeladen (in de praktijk 
is het onbelast wat hoger). 
Heeft de ingangsspanning van 
de diodenbrug de omgekeerde 
polariteit, dan gebeurt uiter- 







D1 

1N4001 / 












02 
< 1N4001 






SH 


KI 


Hl ^^ 

f — \ 4 7w )— ^ 

1 ' ^y^ D3 


D4 ^^ 






K2 


r® 


12V^ 
130mA 


-O- 


10V> 

m 

\ 


f 10V 

1W 


c 


Cl 

b 

220, 
2SV 




10V 

75mA 


©J 












HS 















aard vrijwel hetzelfde, maar nu 
zenert D4 en geleiden D2 en 
D3. 

De zenerstroom wordt be 
paald door R1. Maar denk er 
om dat de zeners slechts de 
helft van de tijd zeneren. De 
gemiddelde stroom door de 
zeners is dus maar half zo 
groot als de piekstroom. Het- 
zelfde geldt dus ook voor het 
vermogen. Met de aangege- 
ven waarde voor R1 (I, gom 
— 90 mA) dissiperen de ze- 
ners gemiddeld ongeveer 
0,45 W, maar het piek vermo- 
gen is dus bijna 1 W. R1 klei 



ner maken kan daardoor dus 
niet. 

Omdat de stroom door de ze- 
ners niet konstant is (vanwege 
de wisselspanning op de in- 
gang), is de maximale uit 
gangsstroom van de schake- 
ling wat lager dan tweemaal 
de gemiddelde zenerstroom. 
In dit geval is dat ongeveer 
75 mA. Bij deze stroom is de 
uitgangsspanning gedaald tot 
ongeveer 9,4 V. Onbelast is de 
uitgangsspanning ongeveer 
10,4 V. 

Net zoals bij de gebruikelijke 
zenerschakeling heeft deze 



schakeling de hebbelijkheid 
dat bij een defekt aan één van 
de zeners de uitgangsspan- 
ning in onbelaste toestand 
oploopt tot de piekwaarde van 
de ingangsspanning (in dit ge- 
val zo'n 18 V)! Nog iets om re- 
kening mee te houden is het 
feit dat de schakeling de uit 
gangsspanning alleen aan de 
bovenkant begrenst. Zodra de 
zeners niet meer zeneren, is al- 
leen de lading in C1 verant- 
woordelijk voor de uitgangs- 
spanning. En omdat bij belas- 
ting die lading daalt, zal ook de 
spanning in dat geval dalen. 
Deze schakeling is dan ook 
echt bedoeld om schakelingen 
te voeden die geen tast van 
rimpel hebben, of maar heel 
weinig stroom opnemen. Om 
de rimpel echt klein te krijgen, 
moet de elko groter of de 
stroom kleiner (bijv. niet groter 
dan 1 mA) worden gekozen. 

(934024) 



elektuur 7/8-93 



115 



078 



simpele 5-V-voeding 



Klein en eenvoudig, zo is deze 
voedingsschakeling goed te 
karakteriseren. Hoewel de 
voeding primair ontworpen is 
voor de plant-vochtigheidsin 
dikator die elders in deze uit- 
gave staat, is ze ook bij vele 
andere schakelingen goed toe 
pasbaar. 

Omdat de sensor van de voch- 
tigheidsindikator een konstan- 
te spanning van + 5 V ver- 
langt, is het voldoende de uit- 
gangsspanning van een gewo- 
ne netadapter te stabiliseren 
met behulp van een 7805. 
Aangezien het stroomverbruik 
per sensor slechts 5 mA be- 
draagt, kan één voeding meer- 
dere sensoren (maximaal zo'n 
60 stuks) van energie te voor 
zien. 

De schakeling vervult niet al- 
leen de funktie van een cen- 
trale voeding, ook geeft ze op 
afstand een indikatie over de 
toestand van de verschillende 
sensoren. LED Dl zal gaan 
branden als een van de voch- 
tigheidsindikatoren aangeeft 
dat de bodem van de water- 
voorraad in zicht is. Als geen 
enkele sensor de melding 
geeft dat hij droog staat, maar 
minimaal één sensor twijfelt 
tussen voldoende en weinig 
water, dan zal LED Dl met ver- 
minderde intensiteit gaan 
branden. T1 krijgt dan een 
stuurspanning van 2 tot 3 V 




F o ^WS „^ 




(print -layout in spiegelbeeld afgedrukt) 



aangeboden. Voor alle duide- 
lijkheid merken we hier wel 
even op dat de uitgang van 
iedere gebruikte vochtigheids- 
sensor verbonden dient te 
worden met de stuuringang 
van de LED (wired 0R- 
schakelingh Wordt de schake- 



ling als losse 5 V-voeding ge- 
bruikt, dan kan de ingang voor 
de LED-sturing met +5 V ver- 
bonden worden. De LED zal 
dan branden als de voedings 
spanning aanwezig is. 

(934032) 



Onderdelenlijst 

Weerstanden: 
R1,R2 = 2 x 100 k 
R3= 1 x 220 Q 

Kondensatoren: 
C1 ■ 1 x 100 m/16 V 
C2,C3 = 2 x 100 n 
C4 = 1 x 10^/16 V 

Halfgeleiders: 
01 = 1 x 1N4001 
D2 = 1 x LED rood 
T1 = 1 x BC547B 
IC1 - 1 x 7805 

Diversen: 

1 kastje, afm. 65 x 50 x 

30 mm (bijv. Bopla EG406) 
1 print EPS 934032 (zie 

pag. 6) 




l 2 C-signaalgever 



Bij het experimenteren met 
l 2 C schakelingen is soms het 
probleem dat de bus zich 
ophangt zonder dat duidelijk is 
waarom. Niet iedereen heeft 
een logic analyser thuis staan 
waarmee het gebeuren kan 
worden gevolgd. In een aantal 
gevallen kan bijgaande een- 
voudige schakeling uitkomst 
bieden. Het is niet meer en 
niet minder dan een handbe- 
diende \ 2 C-uitgang. De klok- 
en datalijnen kunnen met be- 
hulp van twee schakelaars nul 
of één gemaakt worden. Twee 



LED's geven hierbij een indika- 
tie van de nivo's zoals die wer 
keiijk op de bus staan. Let er 
op dat, indien de andere l 2 C- 
partij een time out heeft inge- 
bouwd (meestal op ongeveer 
1 msr, deze schakeling van 
weinig nut is. Het is immers 
onmogelijk met de hand zo 
snel te reageren. De andere 
kant zal een bus zien die niet 
reageert en zal stoppen met 
het afhandelen van zijn I 2 C- 
routines. 

De schakeling is zo eenvoudig 
mogelijk gehouden en bestaat 



uit twee identieke helften, een 
gedeelte voor de datalijn 
(SDA) en een deel voor de klok 
(SCL). Met behulp van een 
wisselschakelaar en een flip 
flop (ICIa resp. IC1b> wordt 
een één of een nul gemaakt. 
De flip-flop is hierbij absoluut 
nodig om dender van de scha- 
kelaar te onderdrukken, die 
anders onherroepelijk als bijv. 
een aantal klokpulsen wordt 
geïnterpreteerd. Aan de hand 
van de stand waarin de scha- 
kelaar staat is te zien of we 
een één of een nul op de bus 



proberen te zetten. Het werke- 
lijke nivo op de bus wordt aan- 
gegeven door de LED's D1 en 
D2. Dit hoeft immers niet 
overeen te komen met het ni- 
vo dat we hebben ingesteld 
met de schakelaars, omdat de 
bus een open-kollektor 
struktuur heeft. Daarom zijn 
de uitgangen van de flipflops 
niet rechtstreeks maar via 
transistoren (T2 en T4) op de 
bus aangesloten. De pull up 
weerstanden (R4 en R11) zijn 
maar eenmaal nodig op de 
l 2 C-bus en mogen dus wor- 



elektuur 7/8-93 



117 



■r 



o 



"Sr 

IC1 

2 




iCla 



*to«) 




1"|4 ft 



BC547 






O 



<£> 




IC 1b 




BC547 



IC1 = 4013 



BC 5 17^^ 



<§> 



Ï 2 C MONITOR 

'T' ^g "O" Q D4 74 

"/" ^ »o« Q CLOCK 



den weggelaten als ze elders 
al aanwezig zijn. 
Het is ook mogelijk om de 
schakeling te gebruiken als 
uiterst eenvoudige l 2 C- 
monitor. Met beide schake- 
laars op "1" wordt de bus niet 
beïnvloed en aan de LED's is 
dan te zien of er aktiviteit op 
de bus is. Dat moet dan overi 
gens redelijk wat aktiviteit 
zijn, want een enkel tranmis- 
sietje gaat zo snel dat we dat 



aan de LED's niet kunnen zien. 
De stroomopname wordt 
hoofdzakelijk bepaald door de 
LED's en bedraagt ongeveer 
20 mA. 

(934108) 



supersimpele Al WS 



We zullen beginnen met het 
verklaren van deze geheimzin- 
nige titel. AIVVS is de afkor- 
ting voor auto interieurverlich- 
tingverlenger-schakeling. Die 
naam leek ons echter wat te 
lang als titel voor dit artikel. 
Deze tijdverlenger zorgt er 
voor dat de interieurverlichting 
nog zo'n 5 se konden blijft 
branden nadat alle portieren 
gesloten zijn. Op deze wijze 
kan men bijv. 's avonds ge- 
makkelijk de weg naar het 
kontaktslot vinden zonder dat 
daarvoor de deur open hoeft 
te blijven {moderne auto's 
hebben zo'n voorziening overi- 




1N4001 



-© 



ï-^. 



oS 



-® 



gens vaak al ingebouwd in de 
vorm van een extra lampje bij 
het kontaktslot). 
Als een autoportier wordt ge- 
opend, dan sluit een van de 
deurkontakten (hier voorge- 
steld door SU. Via S1 en D2 
kan dan stroom door de 
interieurverlichting-lamp (LD 
lopen. Intussen wordt konden- 
sator C1 snel helemaal opgela 
den via R1, Dl en S1. Sluit het 
portier, dan opent S1. Op dat 
moment neemt T1 het over, 
omdat deze door het lage nivo 
op de minpool van C1 in gelei- 
ding wordt gestuurd. Na enige 
tijd (afhankelijk van de grootte 



van C1 en de basisstroom van 
Tl) is de basisspanning van T1 
zo ver gestegen dat de tran- 
sistor gaat sperren; de lamp 
dooft dan weer. 

(934071) 



frekwentie-verdubbelaar 



Er kan op twee verschillende 
manieren tegen de hier gete- 
kende schakeling aan worden 



gekeken. Bij grote signalen 
{vanaf circa 1 V) werken T2 en 
T3 als gelijkrichterdioden in 



een dubbelfasige gelijkrichter. 
Daardoor wordt automatisch 
de basisfrekwentie van het 



signaal verdubbeld. Bij kleinere 
signalen werkt de schakeling 
heel anders. Dan worden de 



118 



elektuur 7/8-93 



twee tegenfase-signalen die 
door T1 uit het ingangssignaal 
gemaakt zijn aan de emitters 
van T2 en T3 bij elkaar opge 
teld. Daardoor zal de grond- 
toon grotendeels verdwijnen, 
waardoor de door niet- 
lineariteiten ontstane harmoni- 
schen overblijven (te beginnen 
met de eerste harmonische die 
dan dus de nieuwe grondgolf 
vormt van het uitgangssig- 
naal). U moet er wel rekening 
mee houden dat de signaal 
sterkte flink terug loopt. Bij 
een ingangsspanning van 
25 mV blijft er ongeveer 6 mV 
over. Met een sinusvormig in- 
gangssignaal kan met P1 de 
onderdrukking van de grond- 
toon optimaal worden inge 
steld en met P2 kan de instel 
ling van T3 zo aangepast wor- 




^H€ 



|10( 



10V 



«5 



®- 




-o 



C4 

lOOn 



T1...T3 = BC547B 



-® 



den dat het uitgangssignaal zo 
goed mogelijk sinusvormig is. 
Bij het prototype hebben we 
bij een ingangsfrekwentie van 
1 kHz in het uitgangssignaal 
(dus met dubbele frekwentie) 
een vervorming van 5,5% ge 
meten. Het frekwentiegebied 
(aan de ingang) dat de schake 
ling kan verwerken, begint bij 
ongeveer 80 Hz en loopt door 
tot ruim voorbij 100 kHz. 
Mocht T2 en/of T3 oscillatie- 
neigingen hebben, dan kunt u 
een keramisch C'tje plaatsen 
{56 p of zo) tussen de basis 
van de transistor en de koliek- 
tor. De stroomopname van de 
hele schakeling ligt rond 
4 mA. 

(934086) 
ontwerp: Amrit Bir Tiwana (In- 
dia) 






nopbeller 




2x 1N4148 

Ct * C2 

Ho— dM 

2i 100.. 
63V 



O 1 

b 

O-. 




-o. 

bi 





Met deze schakeling kunnen 
abonnees die op een Neder- 
landse computergestuurde 
telefooncentrale zijn aangeslo- 
ten, ongeoorloofde uitgaande 
gesprekken blokkeren. Binnen- 
komende gesprekken worden 
ongehinderd doorgelaten. 
De werking berust op de on- 
derlinge polariteit van de lijnen 
a en b; deze is afhankelijk van 
de gesprekstoestand. In rust 
en tijdens het kiezen van een 
nummer heerst de rustpolari- 
teit, a is dan positief ten op- 
zichte b. De gesprekspolariteit 
(a negatief ten opzichte van b) 



treedt in zodra een nummer 
volledig is gekozen, maar ook 
zodra je opgebeld wordt (dus 
nog vóór het opnemen van de 
hoorn}. Ook tijdens een (bin- 
nenkomend of uitgaand) ge- 
sprek heerst de gesprekspola- 
riteit. 

We zien dat, met S1 geopend, 
de dioden D1 en D2 in rust 
sperren. (De stroom door R1 is 
voor de centrale niet hoog ge 
noeg om een gesloten lus vast 
te stellen, dus de centrale 
weet niet dat de abonnee wil 
bellen.) Er is dus geen kies- 
toon en je kunt niet bellen! 



Noppes! Voor een inkomend 
gesprek is de bipolaire elektro 
lytische kondensator C1/C2 
parallel aan de dioden D1 en 
D2 belangrijk. Deze laat de 
belwisselstroom vrijwel onge- 
hinderd door, zodat de bel 
overgaat. Omdat er nu sprake 
is van de gesprekspolariteit 
staan Dl en D2 in de goede 
richting om de centrale bij het 
opnemen van de hoorn beant 
woording te laten konstateren. 
Het gesprek kan doorgang vin- 
den. Om gelijkricht-effekten te 
voorkomen (over Cl en C2 
staat een fraktie van de bel- 



wisselspanning), is Rl aange- 
bracht. Tijdens belpauzes kun- 
nen de kondensatoren zich via 
R1 ontdoen van gelijkspan- 
ning. 

De nopbeller kan het beste 
centraal, vóór alle toestellen in 
huis worden geschakeld. Voor 
S1 kan men een geheime 
schakelaar nemen, maar ook 
een sleutelschakelaar (zoals 
die op PC's te vinden is) is 
bruikbaar 

(934118} 



elektuur 7/8 93 



119 




1° 



,,,, : |PPltl 

Sli 



isarme mikrofoonvoorversterker 




1)0*1-01 



(gH*- 




1N4 ° 01 2r^A5 



]HKD* 



r^® 



è—p-@ 



Dit ruisarme mikrofoonverster- 
ker-ontwerp maakt gebruik 
van PMI's dubbeltransistor 
MAT02. De prestaties van de- 
ze schakeling zijn zonder meer 
uitstekend te noemen. De ver- 
sterker is geschikt voor ver- 
schillende mikrofoon-impe- 
danties en de spanningsver- 
sterking van de schakeling kan 
worden omgeschakeld tussen 
10 en 15 keer (20 of 23, 5 dB). 
De voorversterker bestaat uit 
twee direkt gekoppelde tran- 
sistortrapjes met een fikse do- 
sis tegenkoppeling. De kollek- 
torstroom van beide transisto- 
ren is zodanig gekozen dat de 
ruisbijdrage van de versterker 
zo laag mogelijk is. De uit- 
gangsimpedantie van de scha- 
keling bedraagt 70 Q bij een 
verste rkingsfaktor van 15. De 
koper-layout en komponenten- 
opstelling laten zien hoe klein 
de schakeling in de praktijk 
kan worden opgebouwd. Sa- 
men met het lage stroomver- 
bruik van 2,5 mA bij een span- 



ning van 9 V maakt dit de 
schakeling bij uitstek geschikt 
voor portable gebruik in kom- 
binatie met bijvoorbeeld een 
dynamische mikrofoon. 
Weerstand R3 bepaalt in be- 
langrijke mate de ingangsim- 
pedantie van de voorverster- 
ker. Bij een waarde van 
220 kQ bedraagt de ingangs- 
impedantie 30 kQ. Een THD 
+ N (vervorming en ruis) van 
0,045 % werd daarbij geme- 
ten (bandbreedte 22 kHz, uit- 
gangssignaal 15 mV). Deze 
waarde wordt in hoofdzaak 
bepaald door de ruis 
(-65 dB). Met behulp van een 
FFT-analyser bleek de harmo- 
nische vervorming op -92 dB 
te liggen. Bronimpedantie en 
spanningsversterking bleken 
nagenoeg geen invloed te heb- 
ben op de meetresultaten. 

(934044) 

ontwerp: W. Zeil/er (Duits/and) 



(print -layout 
in spiegelbeeld afgedrukt) 




Onderdelenlijst 

Weerstanden: 
B f 1 = 1 x 56Ö2 1 % 
R2 = 1 x 22k1 1% 
R3 =.1,x 220 k 
R4 = 1 x 562 Ö 1% 
RS = 1 x 866 Q 1 % 
R6,R7 - 2 x 280 Q 1% 
R8 = 1 x ;.2k21 1% 
alle 1 %-wëerstanden zijn 
fWeïaaïf limWêërstanden 

Kondensatoren; 
C1 ~ 1 x 6n8 
C2,C3j"C4-* 3 x 47 m/16 V 

C6 * 1 x, 220 (4/16 V 

Halfgeleiders: 

Dl « 1 x 1N4001 

T1 «1 'x MAT02 



Diversen'^./:...; „ 
1 printschakélaar (bijv. 
sofcu AS1D-5M) 



fujt- 



^_^ 










iii* 

mm 






H^^J|iplB|lglpingsdef , ektor 






Het idee achter deze schake- 
ling is het detekteren van de 
verandering van de video- 
informatie, om daarmee bijv. 
een video-recorder te laten 



starten met opnemen. Dit is 
vooral interessant bij satelliet- 
kanalen voor SNG (Satellite 
News Gathering). Ook is een 
dergelijke detektie nuttig bij 



een gesloten televisiesysteem 
voor bewakingsdoeleinden. 
De werking is gebaseerd op 
het feit dat bij SNG (en bewa- 
kingsbeelden) gedurende lan- 



gere tijd hetzelfde beeld (bijv. 
een testbeeld) wordt uitge- 
zonden. Bij het begin van een 
nieuwsuitzending verandert 
het gemiddelde helderheidsni- 



120 



elektuur 7/8-93 



vo van de beeldinformatie en 
dat is te detekteren met (in dit 
geval) een vensterkomparator: 
Om onafhankelijk te zijn van 
een eventuele DC-offset in het 
video-signaal wordt de gelijk- 
spanningskomponent aan de 
ingang door C1 tegengehou- 
den. IC1a dampt het video- 
signaal. De spanning over C2 
wordt vervolgens gebufferd 
door IC1b. De uitgangsspan- 
ning van deze opamp gaat dan 
via twee potmeters (PI en P2} 
naar de rond IC1c en IC1d op- 
gebouwde vensterkomparator. 
Gemiddeld gezien is de span- 
ning op deler R1/R2 aan de in 
gang altijd gelijk aan de halve 
voedingsspanning. Daarom 
wordt als referentie voor de 
vensterkomparator ook de hal- 
ve voedingsspanning geno- 
men (R8/R9). De spanning op 
de loper van P1 wordt dan iets 
hoger en die op de loper van 
P2 iets lager ingesteld dan 
34 U b . De grootte van het ven- 
ster dat men instelt bepaalt de 
storingsmarge en de snelheid 
van reageren van de detektor. 
De spanningen op de lopers 
van de twee potmeters wor 
den ieder via een zeer grote 
RC tijd (R6/C3 en R7/C4, 
meer dan 10 s) doorgegeven 
naar de komparatorschake- 
ling. Hoe kleiner het venster 
dat men instelt met P1 en P2, 





K. 100k [ i\jl( 

IC1b^ 7 » i 




IC1 = TL084 



des te sneller zal de kompara- 
tor omslaan. 

Bij het groter worden van het 
ingangssignaal wordt de span- 
ning over C2 kleiner. Daardoor 
dalen ook de nivo's op P1 en 
P2. Wordt de spanning op 
pen 9 van ICTc kleiner dan de 
halve voedingsspanning, dan 
klapt zijn uitgang naar een 
hoog nivo. LED D2 licht op om 
die stijgende ingangsspanning 
aan te geven en via de open- 
kollektor-uitgang van T1 kan 
een apparaat van een trigger- 
of startpuls (max. 65 V) voor- 



zien worden. R13 dient daarbij 
als stroombegrenzingsweer- 
stand. Bij een dalende in- 
gangsspanning geldt een 
soortgelijk verhaal. IC1d klapt 
in dat geval om, zodat LED D3 
oplicht en de transistor ook 
weer in geleiding wordt ge- 
stuurd. 

Met het uitgangssignaal kan 
bijv. een opname kode van een 
afstandsbediening naar de 
video-recorder worden ge- 
stuurd. U moet er wel rekening 
mee houden dat de schakeling 
alleen op veranderingen rea- 



geert. T1 gaat dus alleen even 
geleiden wanneer bijv van een 
testbeeld (of een stilstaand 
beeld} wordt overgeschakeld 
naar een ander beeld. Bij een 
video-recorder die u met dit 
signaal wilt starten, moet er 
dus voor gezorgd worden dat 
hij een bepaalde tijd opneemt 
(bijv. een half uur) en daarna 
automatisch weer stopt. 
De stroomopname van de hele 
schakeling bedraagt circa 
12 mA. 

(934119) 



085 I power-booster voor diaprojektoren 



Bij overvloeisturingen voor 
diaprojektoren wordt gewoon- 
lijk de projektielamp geregeld 
door middel van een triac die 
in serie met de lamp is opge- 
nomen. De maximale lichtin- 
tensiteit van de projektor loopt 
daardoor echter terug omdat 
over de geleidende triac een 
spanningsverlies optreedt van 
circa 1,5 V En dat is t.o.v. de 
nominale tampspanntng van 
24 V behoorlijk wat! Om dit 
verlies te kompenseren zou de 
aan de projektor aangeboden 
netspanning ongeveer 6% 
verhoogd moeten worden (dit 
geldt overigens niet voor 
oudere projektoren, aangezien 
die gedimensioneerd zijn voor 
220 V en de huidige netspan- 
ning al 230 V bedraagt; dat is 
reeds een verhoging van 



4,5%}. Die extra verhoging 
kan door de projektor gemak- 
kelijk verwerkt worden. Elek- 
trische apparatuur moet toch 
al een zekere marge hebben 
voor netspanningsvariaties. 
De trafo en de ventilator heb- 
ben daar verder geen proble- 
men mee. Eventuele elektroni- 
ca in de projektor zal daar ook 
geen moeite mee hebben; 
meestal is hier bovendien voor 
kritische schakelingen een 
spanningsstabilisator aanwe- 
zig. 

Hoe bereiken we die verhoog- 
de netspanning? Het gemak- 
kelijkste gaat dat door in serie 
met een van de toevoerleidin- 
gen naar de projektor-net- 
aansluiting de sekundaire wik- 
keling van een gewone nettra- 
fo op te nemen. De spanning 



die deze wikkeling fevert, 
wordt dan opgeteld bij de net- 
spanning (indien tenminste 
deze extra trafo qua fase kor- 
rekt is aangesloten met zijn 
primaire en sekundaire wikke- 
ling}. 



De dimensionering van de tra- 
fo geschiedt als volgt. De 
stroom die de trafo aan de se- 
kundaire zijde moet kunnen le- 
veren, is afhankelijk van het 
aantal projektoren en hun re- 
spektievelijke opgenomen ver- 




Tri 






elektuur 7/8-93 



121 



mogens. Gaan we uit van vier 
2 50 W projektoren (opgeno- 
men vermogen circa 300 Wh 
dan is het totale opgenomen 
vermogen bij normaal bedrijf 
1200 W. Bij een netspanning 
van 230 V loopt er een 
stroom van iets meer dan 5 A. 
Als we er van uit gaan dat de 
projektoren bijna nooit gelijk- 
tijdig op volle sterkte branden, 
dan kunnen we volstaan met 
een extra trafo die sekundair 
6 A kan leveren. Nu moeten 
we nog de spanning van de 
sekundaire wikkeling bereke 
nen. Deze volgt uit de verhou- 



ding tussen de nominale lamp 
spanning (24 V) en de verlies- 
spanning over de triac 0,5 V}: 



zekering 



1,25 -IL 



U/230 



U. 



= 1,5/24 230- 14,3V 



Een sekundaire trafospanning 
van 14 V levert dus de juiste 
kompensatie voor het triac- 
verlies. 

Voor zekering F1 moet een 
waarde genomen worden die 
gelijk is aan 1,25 maal de ma- 
ximale stroom van alle aan- 
gesloten projektoren samen 
(in ons voorbeeld dus 1,25 ■ 
1200 / 230 = 6,52 A, afge- 
rond dus 6,3 AT). F 2 bereke- 
nen we daarna zo: 



Dat geeft hier dan, afgerond 
naar boven, een waarde van 
500 mAT voor F2. 
Let er bij de inbouw op dat u 
alles netjes bedraadt, bij voor- 
keur in een kunststof behui- 
zing, zodat er geen gevaarlijke 
situaties kunnen ontstaan. 
Meer informatie over de veilig- 
heid bij netspanning-voerende 
schakelingen vindt u op blz. 9. 
Voorzie de schakeling van een 
deugdelijke net-entree en 
wandkontaktdoos (of -dozen). 
Indien de gebruikte projekto 
ren geaard dienen te worden, 



moeten ook de randaarde- 
aansluitingen tussen in- en uit- 
gangsbussen doorverbonden 
te worden. Na het aansluiten 
van de schakeling meet u ter 
kontrole nog of de uitgang in- 
derdaad een verhoogde span- 
ning afgeeft. Is dat niet het ge- 
val en is de uitgangsspanning 
juist iets lager dan de ingangs- 
spanning, dan dienen de aan- 
sluitingen van één van de tra- 
fowikkelingen (de primaire of 
de sekundaire kant) verwis 
seld te worden. 

(934058) 



I 



kookwekker 



Ditmaal brengen we een sim- 
pele kookwekker die gebruik 
maakt van gewone goedkope 
komponentjes. Het tijdsbepa 
lende element in deze schake- 
ling is een kondensator (CD 
die met behulp van een 
stroombron (rond T1) wordt 
opgeladen. Hierdoor ontstaat 
over de kondensator een li- 
neair oplopende spanning. 
Door deze spanning te vergelij- 
ken met een instelbaar span 
ningsnivo wordt redelijk be- 
trouwbaar een bepaalde tijd 
opgewekt. Bij de gekozen di- 
mensionering ligt die tijd tus- 
sen 1 en 10 minuten. De ver- 
gelijking tussen beide span- 
ningsnivo's komt voor reke- 
ning van !C1a en iC1b, twee 
komparatoren met een zoge- 
naamde open-kollektor- 
uitgang. Als we IC1a even ver- 
geten, dan zal de uitgangs- 
transistor van komparator ICIb 
sperren zolang de ingestelde 
spanning hoger is dan de 
spanning over Cl. Komt de 
spanning over de kondensator 
echter boven de ingestelde 
waarde uit, dan gaat de uit- 
gangstransistor van ICIb ge- 
leiden en spert transistor T2. 
In de praktijk zou dit beteke- 
nen dat de buzzer piept totdat 
de ingestelde waarde wordt 
overschreden, niet echt een 
ideale konfiguratie. Het is de 
bedoeling dat de zoemer kort- 
stondig piept en daartoe 
wordt de hulp van IC1a inge- 
roepen, Deze komparator ver- 
gelijkt de ingestelde spanning 
met een spanning die iets ho- 



IC2 



1N4t48i 




12..15V 

50mA _ 



-© 



ger is dan de spanning over 
Cl De extra offset is afhanke- 
lijk van D3, R4 en P1. Het re- 
sultaat is dat deze komparator 
tegengesteld aan IC1b rea- 
geert. De uitgangstransistor 
van deze komparator is in ge- 
leiding als de spanning over 
C1 plus de loper van P1 lager 
is dan het ingestelde nivo; hij 
spert zodra dit nivo wordt 
overschreden. Deze kompara- 
tor start de buzzer dus voor 
een oneindig lange periode net 
voordat de ingestelde tijd ver- 
streken is. 

De truuk van deze kookwek- 
kerschakeling is de kombinatie 
van beide schakelfunkties. 
Eén uitgang zet de buzzer kon- 
tinu aan na een bepaalde pe- 



riode, de andere uitgang zet 
hem weer uit na het verstrij- 
ken van een iets langere perio- 
de. Gekombineerd betekent dit 




dat Bz1 slechts piept in een 
korte overlappingsperiode tus- 
sen beide akties. De lengte 
van deze periode is instelbaar 
met PI. In de grafiek is het een 
en ander nog eens gevisuali- 
seerd. 

De tijd die dient te verstrijken 
voordat de pieper aktief 
wordt, is in te stellen met P2, 
terwijl de tijd dat de pieper 
daadwerkelijk piept door de 
stand van P1 bepaald wordt. 
Het starten van de kookwek- 
ker komt voor rekening van 
drukschakelaar S1. 
De voeding kan gerealiseerd 
worden met een kleine net- 
adapter of een batterij. 

(934079) 



122 



elektuur 7/8 93 



037 I BSB-ontvanger als D2MAC-dekoder 



Ongeveer een jaar na het flop- 
pen van het betaal TV- projekt 
BSB (British Satellite Broadca- 
sting) duiken de daarvoor be- 
doelde ontvangers (inklusief 
antenne) massaal op in de 
dumphandel. Ze hebben één 
nadeel: ze zijn nergens anders 
voor te gebruiken! Aanvanke- 
lijk gingen de ontvangers dan 
ook voor een habbekrats de 
deur uit. Maar inmiddels wor- 
den ook "upgraded" BSB 
ontvangers aangeboden waar- 
in onder andere een andere 
EPROM en een opnieuw ge- 
programmeerde EEPROM zit- 
ten. Hierdoor zijn de ontvan- 
gers omgebouwd van een ont- 
vanger voor het weinig ge- 
bruikte DMAC tot een echte 
D2MAC ontvanger. Op deze 
manier hebt u voor minder dan 
de prijs van een D2MAC- 
dekoder een komplete 
satelliet ontvanger. 
Behalve komplete ontvangst 
installaties zijn er ook losse 
printen in de handel. Daar ma- 
ken we in dit artikel gebruik 
van. Het gaat hier om een Fer- 
guson SRB1 die we als 
D2MAC-dekoder gebruiken 
voor een Amstrad SRX200 
Astra-ontvanger. U hebt hier- 
voor nodig: een Ferguson-print 
die werkt èn voor D2MAC is 
gemodificeerd. 



AMSTRAD SRX200 

MAC BAS EBAND ^ 




470m Mk > 




tn© 

I-T® ^""T-J 



FERGUSON D2UAC 
Decoder 



He 



&Ü 



o 

(f *) Norm*) 



fceiih 






D2MAC 
Decoder 



..T> 



LI .'-Q * 



video oui 

TUNER 

9S0 1700MM/ 



I 



Voor de koppeling van Am- 
strad en Ferguson volstaat één 
transistor. In principe gebrui- 
ken we de transistor als in- 
verter (S1 in de getekende 
stand}, maar met S1 kan de 
transistor ook als buffer wor- 
den geschakeld (dat kan heel 
leuke effekten geven). Met 
schakelaar S2 blijft de moge- 
lijkheid behouden om de 
Ferguson-tuner te gebruiken 
als leverancier van het in- 
gangssignaal voor de dekoder. 
De (koax-)bedrading tussen de 
verschillende delen moet zo 
kort mogelijk worden gehou- 



HBj 3BMLJL- ~~ *^iJ 


■J5V t/ii 




Surf" 


*s£j ÈaÊÊ 


B* 



den. Is dat niet mogelijk en ge- 
bruikt u bijvoorbeeld een stan- 
daard SCART-kabel, dan moet 



parallel aan P1 een trimmertje 

van 10 p worden gemonteerd. 

(934047) 




low-cost video-enhancer 











1 




o o 






o o 








a m 
o a 
a a 




a o 


VIDEO IN t 


\ 




\\G 


V 


> 


9341» ■ 11 


" T 


) 




I 
* 




* zt» l»k»t 






\x 




V 

pi 








jjOuH 







Dit is zonder twijfel de een- 
voudigste schakeling uit deze 
Halfgeleidergids. Het gaat hier 
om een ontwerp dat de beeld- 
scherpte verbetert. Vaak blijkt 
bij de weergave van een video- 
signaal via SCARTingang of 
gewone video ingang van een 
TV dat het beeld net iets min- 
der scherp lijkt te zijn dan via 
de aansluiting over de 
antenne-ingang. Er zijn voor 
zulke situaties weliswaar di- 
verse enhancers te koop, maar 
die kosten het nodige. 
Er is ook een oplossing moge- 
lijk die circa drie kwartjes kost 
en een prima resultaat geeft. 



Daartoe wordt in serie met de 
ingangsweerstand van de 
SCART- of video-ingang (dus 
in het ingangscircuit in de TV 
gewoonlijk is dat een weer- 
stand van 75 of 82 Q) een 
spoeltje met een induktie van 
8,2 of 10 jjH geplaatst. Daar- 
door neemt de ingangsimpe- 
dantie bij hogere frekwenties 
toe, zodat deze tijdens de 
koax overdracht minder ver- 
zwakt worden dan lagere frek- 
wenties. Vooral signalen die 
(bijv. door de video-recorder} 
in bandbreedte begrensd zijn, 
worden hierdoor behoorlijk 
verbeterd: het beeld wordt 




scherper en de kleuren wor- 
den voller Bij goede signalen 
bestaat de kans dat de enhan- 
cer een tikkeltje overdrijft. 
Maar dat kan worden verhol- 
pen door via een schakelaartje 
het spoeltje in zo'n geval kort 
te sluiten. (934120) 

ontwerp: J. Bodewes 



elektuur 7/8-93 



123 



089 



nulti-fase blokgolfgenerator 



Eigenlijk bestaat deze schake- 
ling uit twee verschillende de- 
len. Rond IC1 is een schake- 
ling opgebouwd waarmee 
twee signalen worden gege- 
nereerd die tussen O en 360° 
in fase verschoven kunnen 
worden. Rond IC2 is een cir- 
cuit gemaakt dat acht telkens 
45° in fase verschoven signa- 
len aflevert. De eigenlijke blok- 
golfgenerator is IC1a die bij 
5 V voedingsspanning een uit- 
gangsfrekwentie levert van 
ongeveer 1 kHz en bij 12 V 
van circa 1,4 kHz. 
Met behulp van de RC- 
netwerken P1a/R9/C2 en 
P1b/R10/C3 kan het signaal 
van ICIa 50. . .250° worden 
verschoven. Doordat het 0°- 
signaal met IC1d en S2 ook 
geïnverteerd kan worden (dat 
lijkt op een verschuiving van 
180°), kunnen we met P1 ook 
het bereik van 240. . .80° 
(via 360 danwei 0°) bestrij- 
ken. Verwisselt u overigens 
niet de 0° uitgang bij R14 met 
die bij R23 en R24, want om- 
dat IC2 een achtdeler/teller is, 
verschillen de signalen op de- 
ze uitgangen een faktor acht 
in frekwentie. 

IC2 is een 8-teller waarvan el- 
ke tellerstand wordt weerge- 
geven doordat één van de acht 
uitgangen "hoog" wordt. Als 
we de telcyclus als een rondje 
van 360° beschouwen, dan 
komt elke tellerstand overeen 
met een fasehoek van 45°. De 
acht uitgangssignalen worden 
verkregen door telkens één 
uitgang verder in de telcyclus 
vier uitgangen (na uitgang 7 
verder tellen vanaf uitgang 0} 
via een OR-schakeling met de 
uitgang te verbinden. De OR- 
schakelingen zijn diskreet op- 
gebouwd met D1. . . D28. Al- 
leen voor het maken van het 
0°-signaal is geen OR 
schakeling nodig, die zit al in 
IC2 in de vorm van een carry- 
uitgang (CT > 4) die alleen 
"hoog" is als de tellerstand 
groter dan of gelijk aan vier is. 
Om de inzetbaarheid van de 
schakeling te vergroten, kan 
de voeding met S1 worden 
omgeschakeld tussen 5 en 
12 V. De stroomopname be- 
draagt ongeveer 25 mA. 

(934015) 



IC1 = 4093 

Dl ...D28 = BAT85 




CTRDIV8 o 



IC2 



m 



l 

a 

4 
4022 5 
CTsO 6 

7 



H2J 

H ioou| — Qo 



Hj— HjssD-O 






u " ° 19 S 'f ? I^oo , » , | — Q225 



fl""j:— r- rr^n -n 



45 



90 



Rlfl 

| t nööTTT — 135 



+f 



*r 



*r 



+r 



R19 
100' \ 




180 



*r 






J^ ^-j-{T^ÏÏJ-0 270 



" T IioovjI — Q315 




R24 

\ t00u| — Qo 



lC1d 



JT& 



^11 240 360 ,0 .80 



r~ 




R14 

H 100^1 — Qo 



R12 1 R1 1 



® 

IC1 



* è- 



R1S 50 250 
H IQOlil — Q 
240 .360 ,0 80 



5...12V 



C4 

100n 



934015 - 11 



elektuur 7/8-93 



125 



\\ ' \ \, ( ; % . \ N \^: N 



i , , ..o o W r= * ^ 



ester 



r rKv=;ri?:TiMt;l?ih-i^C;-^-=ij 








BC517 





BC517 



Deze schakeling neemt geen 
stroom op zolang er geen tran- 
sistor wordt onderzocht. Een 
aan/uit-schakélaar of ander- 
soortig schakelmateriaal is in 
dit ontwerp dus niet te vinden. 
U hebt dan ook de handen vrij 
om de transistor te hanteren. 
De schakeling bestaat in feite 
uit drie oscillatoren: één voor 
NPN-transistoren, één voor 
PNP-transistoren en één voor 
FET's. De frekwentie die een 
oscillator genereert is afhan- 
kelijk van een RC-tijd (C2/R5, 
C4/R11, C5/R15) en van de 
stroomversterking van de te 
testen transistor. De schake- 
ling kan — doordat de stroom- 
versterking de frekwentie be- 
paalt — ook onderscheid ma- 
ken tussen de emitter en kol- 
iektor van een bipolaire tran- 
sistor. Zijn beide aansluitingen 
verkeerd om met de tester ver- 
bonden, dan is de stroomver- 
sterking gering. De tester pro- 
duceert dan een hoge toon. 
Worden koliektor en emitter 
goed aangesloten, dan wordt 
de toon lager. Op deze manier 
is dus niet alleen te testen of 
de transistor werkt, maar ook 
of de stroomversterking hoog 
of laag is en wat de aansluit- 



volgorde is (als de basis niet 
goed is aangesloten, hoort u 
geen toon). 



. Onderdelenltjst 

Weerstanden: r' 
RlfR6,R7,Rl2,R2Ö «5x 

R2,R9,R21 « 3 x 2k2 
^R3,R8 ** 2x 3k3 
?R4,R1Ö,R18 « 3 x 470 k 

R5,R11,R15 f:13 x 4k7 

ftï;3^'::--.i:'x"'.:röVk'- " ■ 

ViR^M::l'x-.22 6:-- . 
R16;RÏ7 - 2 x 22 k 
R19 m.\x 15 k 

Kohderisatóren: 
itl,C3,C7 = 3 x 10^/16 V 
C2,C4. . .Cé,» 4 x 10 n 

^Halfgeleiders: 
■ TV» 1 X-BG559C 

T2 r J:7 =* 2 X-BC517 

T3\=~1 x 8C550C 

T4 = J.x 8C557B 

T5 = ï*x BC547B 

T6 = 1 x BC560C 



Diversen: 

Bt1 - 1 x '9- V-batterij met 

aansluitclip 
Lsi « 1 x luidspreker 8 Q 

(0,5. , -2W) 



(print -layout in spiegelbeeld afgedrukt) 




126 



elektuur 7/8-93 



Om zonder pootjes te buigen 
gemakkelijk te kunnen meten 
(bij kleine transistoren tenmin- 
ste) is het verstandig om op de 
print voor elke transistor niet 
drie maar vijf kontakten op 
een rijtje te zetten, bijvoor- 
beeld met de aansluitvolgorde 
CEBCE. Hiermee zijn alle mo- 



gelijkheden kwa aansluitvol- 
gorde uit te proberen. 
Bij een FET is het jammer ge- 
noeg niet mogelijk om onder- 
scheid te maken tussen drain 
en source. U kunt bij FET's al- 
leen bepalen waar de gate- 
aansluiting zit. 
De schakeling kan worden on- 



dergebracht op de hier afge- 
drukte print. Voor het testen 
van kleine transistoren is het 
heel praktisch om als aansluit- 
bussen kontaktstrips te ne- 
men. De transistoren kunnen 
daar direkt ingeprikt worden. 
Voor grotere transistoren is 
het in het algemeen gemakke- 



lijker om een paar testdraden 
met krokodilleklemmen aan te 
sluiten. 

(934001) 

ontwerp: /?. Radius {Duitstand} 



091 I kopiëren met één drive in MS-DOS 



MS-DOS is een programma 
dat is ontwikkeld voor het be- 
heren van een computer- 
systeem. Daarvoor heeft MS- 
DOS een breed skala aan mo- 
gelijkheden. Een van die mo- 
gelijkheden is het maken van 
baten-bestanden waarin ver- 
schillende bestaande kom- 
mando's als het ware tot een 
nieuw kommando kunnen 
worden samengevoegd. Het 
batch-bestand ACOPY kopi- 
eert bestanden van drive A 
naar drive A. Na een kleine 
aanpassing werkt dit nieuwe 
kommando ook met ander dri- 
ves. 

Het batch-bestand bevat en- 
kele minder vaak gebruikte 
mogelijkheden van MS-DOS 
en is bedoeld voor systemen 
die of slechts één floppy-drive 
hebben of niet beschikken 
over twee gelijkwaardige disk- 
drives. 

Wat we gedaan hebben, kunt 
u zien in de listing. We zijn er 
van uit gegaan dat er een 
harddisk of een RAM-disk met 
voldoende ruimte beschikbaar 
is. Het batch-bestand slaat na- 
melijk alle te kopiëren bestan- 
den tijdelijk op in een directory 
van de hard-, danwei de RAM- 
disk. 

Het bestand begint gewoonte- 
getrouw met echo off. Vervol- 
gens moet eerst gekontroleerd 
worden of de tijdelijke directo- 
ry al bestaat en bestanden be- 
vat. Zo ja, dan wordt eerst de 
gebruiker gewaarschuwd en 
om een beslissing gevraagd. 
Het eerste stuk van het batch- 
bestand, vanaf if tot het label 
.endif t houdt zich hiermee be- 
zig. Met behulp van not en 
exist kontroleert het if- 
kommando of deze directory 
leeg is. Is dat het geval, dan 
worden de kommando's tot 
het label :endif overgeslagen. 



Is de directory niet leeg, dan 
wordt de inhoud met dir op 
het beeldscherm gezet, ge- 
volgd door een mededeling die 
met echo naar het scherm 
wordt gezonden. Het pause- 
kommando zorgt er voor dat u 
in alle rust een beslissing kunt 
nemen. 

Na het besluit om door te gaan 
wordt de inhoud van de direc- 
tory c:\copy.tmp volautoma- 
tisch gewist. De vraag "Are 
you sure?" wordt afgevoerd 
naar het nul-device (en ver- 
schijnt dus niet op het 
scherm} en ook automatisch 
met y (van yes) beantwoord. 
Het nul-device is een fiktief 
randapparaat dat voor de 
computer echter hetzelfde 
werkt als een printer of een 
beeldscherm. Het doet verder 
niets en is uitermate geschikt 
als vuilnisvat voor ongewen- 
ste uitvoer. Voor het automa- 
tisch beantwoorden met y ge- 
bruiken we het ec/)0-komman- 
do, waarvan de uitvoer (y) met 
het "pipe" -symbool als invoer 
wordt doorgesluisd naar het 
delete- kommando. 
De volgende fase in de uitvoe- 
ring van het batch-bestand is 
het kreëren van de subdirecto- 
ry c:\copy.tmp, die — als het 
goed is — niet aanwezig is. 
Mocht het zo zijn dat deze di- 
rectory toch bestaat, dan is 
deze in ieder geval leeg (daar 
hebben we immers net voor 
gezorgd) en kunnen we hem 
toch gebruiken. 
Dan is nu alles klaar om de 
schijf met de te kopiëren be- 
standen in drive A te plaatsen 
en te beginnen met het kopië- 
ren. Welke bestanden gekopi- 
eerd moeten worden, kunt u 
op dezelfde manier aangeven 
als bij het copv-kommando 
van MS-DOS. U moet echter 
geen drive-letter aangeven, 



ACOPY . BAT 


Januar 


y 29 


, 1993 


@echo off 








if not exist c:\copy ,tmp\» .• goto endif 

dir c:\copy.tnip /w 

echo . 

echo directory C:\COPY.TMP already exist 

echo press ctrl-C to abort ACOPY 

echo press any key to delete C : \COPY ,TMP\» , • 

echo and continue ACOPY 


pause > nul : 

echo y ; del c:\copy. 

: endif 


trap > nul 






ctty nul : 

mkdir c:\copy.tmp 

ctty con: 

echo . 

echo Insert SOURCE di 


skette in 


drive a: 


pause 

copy a:\l c:\copy, trap 






echo . 

echo Insert TARGET di 


skette in 


drive a: 


pause 

copy c : \copy ,tmp\ . a: 
echo y ; del c:\copy. 
rmdir c:\copy.tmp 


%2 > nul: 
trap > nul 















want die staat al in het batch- 
bestand. Wilt u dit batch- 
bestand voor verschillende dri- 
ves gebruiken (3H #I en 5J4"), 
dan moet voor iedere drive 
een eigen batch-bestand wor- 
den gemaakt. Er moet alleen 
in de copy-kommando's in de 
batch-file de juiste drive-letter 
worden ingevuld. Staan alle te 
kopiëren bestanden in de tijde- 
lijke directory, dan kunnen de 
schijven worden verwisseld, 
waarna het kopieerproces 
wordt afgemaakt. Tot slot 
worden de bestanden in c:\co- 
py.tmp gewist en de directory 
verwijderd. 

In het tweede copK-komman- 
do ziet u een punt staan op 
een plaats waar u misschien 
*.* verwachte. Deze punt be- 
tekent in MSDOS "de huidige 
directory" en kan in veel ge- 
vallen in plaats van V ge- 
bruikt worden. Zo is bijvoor- 



beeld del a:. hetzelfde als 
del a: * * . De ec7)o-komman- 
do's met een punt er achter 
zorgen voor een lege regel op 
het scherm. Dit werkt ook bij 
sommige oudere versies van 
MS-DOS, ook al staat dit niet 
in het handboek. 
De syntax van het ACOPY- 
kommando is: 

ACOPY pathname \pathna- 
me] 

Denk er aan dat subdirectories 
met deze methode niet mee 
worden gekopieerd. Nog een 
laatste opmerking: de pathna- 
me moet vanaf de root- 
directory worden opgegeven. 

(880191) 



elektuur 7/8-93 



127 



092 



IR-audio-receiver 



Deze schakeling is de ontvan- 
ger/dekoder voor de hierna be- 
schreven IR-audio-transmitter. 
Als versterker voor het signaal 
van de IR fotodiode wordt een 
oude bekende gebruikt : de 
SL486 (IC1). Deze is al vaker 
in Elektuur-projekten gebruikt. 
De fotodiode is een BPW41N 
die kwa gevoeligheid goed 
past bij de in de zender ge- 
bruikte IR-LED's en ook nog 
redelijk snel is i m 200 ns). 
Het ontvangen signaal verlaat 
IC1 versterkt via pen 9. Met 
behulp van komparator IC2 
onderscheiden we de pulsjes 
van het omgevingslicht. Daar- 
toe wordt de gelijkspannings- 
komponent in het uitgangssig- 
naal van IC1 opgeslagen in C9 
als referentie voor de kompa- 
rator. Op die manier krijgen we 
keurige pulsjes uit IC2. 
Als dekoder voor het zender- 
signaal is een eenvoudige 
tweedeler {IC3a| voldoende. 
Na elke puls volgt aan de uit- 
gang van de D flipflop een ni- 
vowisseling, zodat het uit- 
gangssignaal van IC3a weer 
overeenkomt met het oor- 
spronkelijke PDM-signaal. Een 
eenvoudig filter (R7 en C11) en 
ontkoppeling van de gelijk- 
spanningskomponent (C12) 
maakt daar tenslotte een LF- 
signaal van dat op een hoog- 
ohmige hoofdtelefoon aange- 




A. 



sloten kan worden. De twee- 
deler is wel voorzien van een 
klein vertragingsnetwerkje (R6 
en C10) dat verhindert dat 
door toedoen van ruis de 
tweedeler foutief geklokt zou 
kunnen worden. Door dit net- 
werkje blijft voor korte tijd 
(een kleine ^s) op de DATA- 
ingang het oude nivo staan, 
waardoor de toestand van de 
klok-ingang er even niet toe 
doet. 

Wie het uitgangssignaal wil 
verbeteren, kan denken aan 
een aktief (derde orde of ho- 



ger) laagdoorlaatfilter op 10 a 
12 kHz, dat dan gelijk als 
buffer dienst kan doen. In 
kombinatie met de IR-audio- 
transmitter is bij goede afrege- 
ling in het laagfrekwent- 
gebied geen vervorming van 
betekenis te meten {de hoog- 
frekwente draaggolfresten 
hebben we dus niet meegere- 
kend). De signaal/ruis verhou- 
ding is ongeveer -50 dB (bij 
een overbrugde afstand van 
~1 m en 30% modulatie}. Dat 
levert voldoende kwaliteit. 
Met de aangegeven dimensio- 



nering van zender en ontvan- 
ger is tot op een afstand van 
zo'n 5 m nog een storingvrije 
ontvangst mogelijk. Op deze 
afstand wordt echter de door 
het omgevingslicht veroor 
zaakte ruis al hoorbaar. De op- 
genomen stroom is met ruim 
15 mA niet direkt gering te 
noemen, waardoor het inte- 
ressant is om als voeding bij- 
voorbeeld een (NiCd} akku te 
gebruiken, 

(9340511 



LM 



IR-audio-transmitter 



Vaak komt het voor dat 
iemand ongestoord TV wil kij- 
ken zonder daarbij op zijn 
beurt andere huisgenoten te 
storen. Het gebruik van een 
hoofdtelefoon is dan wel voor 
de hand liggend. Maar zit men 
op 3 a 4 meter van de TV, dan 
moet daar een nogal lange ka- 
bel aan zitten. Het zou een 
stuk gemakkelijker zijn als de 
kijker draadloos kan luisteren. 
Daarvoor is deze IR-audio- 
zender gedacht. Samen met 
de ontvanger (hierboven be- 
schreven) kan zo'n 5 meter 
worden overbrugd (de afstand 



IC2a ,3 IC 2b|* 






ILj-J 



rlD-ËiD-r 

tri 

63V 



<J~ 



_ J Li <1_J k (7) ioo7T7oon 




(J_W 0( 



IC2 ■ 4030 

Dl .03 * LD271 






SIR4 Je: 

L_5 



£ 







934052 - 11 



128 



elektuur 7/8-93 



is wel afhankelijk van het aan- 
wezige omgevingslicht). Een 
grotere afstand gaat in princi- 
pe ook, maar dan moet er een 
grotere LED-stroom gescha- 
keld worden en/of meer IR- 
LED's gebruikt worden. Dit 
laatste kan men doen door 
meerdere takken van drie in 
serie geschakelde LED's paral- 
lel te zetten. Er moet voor T1 
dan wel een andere transistor 
gekozen worden. Een BS 170 
mag maximaal maar 500 mA 
kontinu voeren (dat is ook af- 
hankelijk van de fabrikant, 
want BS170's van ITT kunnen 
bijv. niet meer dan 300 mA 
aan). 

Het principe van de zender is 
vrij eenvoudig. Als modulatie- 
techniek is gekozen voor PDM 
(puls duur-modulatie). Het 
PDM-signaal wordt op klassie- 
ke wijze gemaakt door een 
komparator het LF-signaal te 



laten vergelijken met een 
hoogfrekwente zuivere drie- 
hoek. Ook de driehoekgenera- 
tor vindt u elders in dit num- 
mer. Men kan ook een reeds 
aanwezig exemplaar nemen, 
maar let er dan op dat de drie- 
hoek een offset gelijk aan de 
halve voedingsspanning heeft 
(5 V dus) en een amplitude 
van 2,5 V lt . 

Voor een zo groot mogelijke 
reikwijdte moet de stroom 
door de IR-LED's zo groot mo- 
gelijk zijn. Maar grote stromen 
mogen niet kontinu door de 
LED's lopen. Om de piek- 
stroom zo groot mogelijk te 
kunnen maken, moeten de 
pulsen zo kort mogelijk zijn. 
Maar bij een zuiver PDM- 
signaal zoals dat door IC1 
wordt geleverd, zijn de pulsen 
variabel van lengte en ten op- 
zichte van de pauze tussen de 
pulsen soms behoorlijk lang. 



We maken daar toch korte 
pulsjes van door alleen infor- 
matie over de flanken van het 
PDM-signaal te versturen. 
Voor elke flank, dus voor zo- 
wel een opgaande als voor 
een neergaande, wordt een 
korte puts verstuurd. De pul- 
sen worden gemaakt door 
X0R (IC2d) die het originele 
PDM-signaal vergelijkt met 
hetzelfde maar door R5, C3 en 
IC2c iets vertraagde PDM 
signaal. Het resultaat is voor 
elke nivoverandering een korte 
puls waarvan de lengte door 
de RC-tijd van R5 en C3 wordt 
bepaald. Het uitgangssignaal 
van IC2d schakelt Tl. Met R6 
wordt zo de stroom door de 
LED's bij een voeding van 
10 V op 400 mA, begrensd. 
De gemiddelde stroom die de 
schakeling opneemt, is dan 
ruim 90 mA. De resterende 
twee XOR's in het IC kunt u 



gebruiken voor de elders be- 
schreven driehoekgenerator. 
P2 en P3 regelt u het beste af 
met behulp van een oscillo- 
skoop. Met deze potmeters 
worden de verschillen wegge- 
regeld tussen de pulsen ten 
gevolge van een opgaande 
flank in het PDM-signaal en 
die ten gevolge van een neer- 
gaande flank. P3 stelt u zon- 
der ingangssignaal zo in dat 
alle pulsen in het uitgangssig- 
naal even breed zijn. De pulsen 
worden vervolgens met P2 
(ook zonder modulatie) op ge- 
lijke afstand gezet. Op de uit- 
gang van IC1 staat dan een 
symmetrische blokgolf. In 
kombinatie met de ontvanger 
wordt bij maximaal ingangs- 
signaal PI op een storingvrije 
modulatie en overdracht inge- 
steld. 

(934052) 



het lek van Elektuur 



dia show master - deel l 
(september /w> 
De in figuur il getekende fema- 
le DIN- komiek tor i^ getekend in 
vobraanzkhl en niet Vanaf de 
soldeer/i jde. Wanneer de bou- 
wer niet goed oplet en aanneemt 
dal dil ook de soldeer zijd e is zo* 
ais aangegeven in figuur 10 \oor 
de male konneklor, dun ontstaat 
een probleem- De voetfing&pan- 
ning van de projekior wordt dan 
op de verkeerde pennen aan* 
loten zodal er abusievelijk 
24 V wisseispannfng op de Uis- 
solve mm komt te staan* mei 
alle desastreuze gevolgen van- 
dien- Goed opletten dus met 
aansluiten! 

lU-LLiiilio-reei-ker 
tjuli augustus f993) 
In hei schema is geen type num- 
mer vermeld voor IC" 3. Dit diem 
een CMOS-IC van hei i\pe40l3 
te Zijn (zoals CD4013 of 
HEF40I3). i-"en IK "- ol IK"T-i>- 
pe is hier niei bruikbaar. 



kigjfe level leslrr 
(juli 'augustus (993) 
in d? ieksl van dit artikel is abu- 
sievelijk vermeld Jai hö ge- 

bniikic displav cetï coiiiiium-ea- 
thodc-type is; dil ts ir iet korreki, 
hei moei ini>t een eornmo.ii-an.o- 
destype zijn. Verder /ïiu er enke- 
le lontjes in de aansluitingen 
\at\ de segmenten iu hel schema 

geslopen. Weerstand Ril moei 

met Segment b ^ er honden wor- 
den en weerstand RI2 mei seg- 
ment e De segmenten e en f 
moeien ieder via een weerstand 
van 130 ö mei massa verbonden 
worden. 



lern peruüm r-ulurm 
f Juli 'aUgÜStm 1993) 
Weerstand Rl heeft in het sehc- 

i na ee n v e r kee rd e w a a rde ge k re- 
gen. Waarschijnlijk /al de tem- 
peratuurscnsor dan niet goed 
werken. De juiste waarde voor 
Rl moet 10 kQ /tin Lp.v, de ver- 
melde KMI kQ. 



535-syslem -board 
(Oktober W3i 

lu hei kadet " Gebruiksaanwij- 
zing* 1 is bij de Stukjes "Hard- 
ware-opties" en "5 3 5 -board mei 
I TROM" voor RAM en 
ÏPROM hei komponeninum- 



ST3t4 



Q O- 

\ u 


1 


OND 




PS 7 


3 


p*e 


4 


PSS 


4 


pi* 


fc 


Pil 


7 


PS ? 


H 


Pi T 


f 


PSO 


IQ 


vcc 


il 


voc 


O 


PJ 


13 


P4 T 


14 


P4 J 


■ 


P4 3 


16 


PM 


Ï7 


P4 5 


II 


Pé« 


*9 


Pi 7 


?D 


;wo 








Mi 


ia o 



mcr U6 aangegeven. Dit is h.l 
i uurlij k niei jui>t. hei moet in 
beide stukjes L 4 zijn. 
KonncktorST3/5T4 heeft in hei 
\c hem u de verkeerde pen num- 
mering gekregen, De kor rek ie 
aansluitgegevens /iin hier ie 
zien* Verder /ijn in het schema 
van figuur 2 helemaal links van 
de kon ne kieren de 5-V-aanshn- 
lingen weggevallen, die horen 
aan de plusziide van de aldaar 
getekende eiko's te zitten (maar 
lei daarbij wel op de toutieve 
pennummeiA hu SI 3 S ï 4 >. 

SIM 

bl Ue SIM software blijken de 
lunkties ACA1 I en VI MP niet 
kor rekt te worden uitgevoerd, Er 
wordt inmiddels een nieuwe ver- 
sie geleverd waarin dit gekorri- 
geerd is. Lezers die de foutieve 
versie hebben ontvangen» kun- 
nen de/e gratis omruilen door 
de originele floppy op te sturen. 
U kunt op de volgende manier 
komroleren welke versie U heeft: 
de nieuwe file SÏNMM- heeli 
de datum 9-12 ^l. de foutieve 
heeft de datum 2S10-93. 



alektuui i 94 



95 



094 I verlichtingsschakelaar voor auto's 



Tegenwoordig zijn alle auto's 
voorzien van een automati- 
sche interieurverlichting. Deze 
verlichting wordt ingeschakeld 
zodra een portier of de vijfde 
deur van de auto wordt ge- 
opend. Het nadeel van deze 
manier van schakelen is wel 
dat, indien de deur van de 
auto niet goed gesloten wordt, 
de akku langzaam leeg loopt. 
Als de auto op deze manier 
een paar dagen in een garage 
staat, kan dat een onaangena- 
me verrassing in de vorm van 



een lege akku opleveren. 
Uiteraard hebben we ook voor 
deze onvolkomenheid een 
oplossing in petta 
Deze verlichtingsschakelaar 
voor auto's neemt het schake- 
len van de verlichting over van 
de deurschakelaars. De hele 
schakeling is opgebouwd rond 
een 555, 7555 of 555C en 
gedraagt zich als een mono- 
stabiele multivibrator die ge- 
durende circa 4 minuten de 
verlichting inschakelt zodra er 
spanning op wordt gezet. De- 




ze tijd kan aangepast worden 
door de waarde van R2 en C2 
te veranderen. Het netwerkje 
van R1/C1 zorgt er voor dat 
het IC geaktiveerd wordt zo 
dra er spanning op wordt ge- 
zet. De uitgang van IC1 scha- 
kelt via transistor T1 relais Re1. 
Aan dit relais wordt alleen als 
eis gesteld dat het geschikt is 
voor 12 V bij een bekrachti- 
gingsstroom van minder dan 
200 mA. Zodra de timer de 
verlichting uitschakelt, daalt 
het stroom verbruik tot 6 mA 
bij een 555 of 0,5 mA bij een 
555C, 

Voordat de schakeling in de 
auto wordt ingebouwd, moet 
even gekeken worden naar de 
manier waarop de deurscha- 
kelaars werken. Overigens is 
de naam schakelaar soms ta- 
melijk optimistisch, vaak is het 
niet meer dan een stripje me- 
taal dat door een pen in de 
deurpost wordt bediend. Is de 
schakelaar in de pluslijn opge- 
nomen, dan dient schakelva- 
riant a te worden gebruikt; zit 
hij in de massa-lijn, dan valt de 
keuze op variant b. Er is nog 
één punt waar u op moet let- 
ten: De schakeling moet ge- 
plaatst worden op de plaats 
waar de draden van beide por- 



12V 12V 





tierschakelaars samen komen. 
Alleen dan reageert de scha- 
keling op beide deuren. Het 
aansluiten van de vijfde deur 
levert doorgaans geen proble- 
men op. 

(934037) 

ontwerp: B. Klein (Duitsland) 



elektuur 7/8 93 



129 



095 I onderdrukken van leading zero's 



Vaak ergert men zich aan de 
onnodige nullen die vooraf- 
gaande aan een getal op bij- 
voorbeeld een LC -display ver- 
schijnen. De aanduiding "1" is 
in de praktijk veel duidelijker 
dan "001". In systemen waar 
de ICL7106 gebruikt wordt 
voor de aansturing van dis- 
plays, is dit euvel met wat los- 
se komponentjes eenvoudig te 
verhelpen. 

Bij de ICL7106 worden zowel 
de backplane (BP) als het seg- 
ment met een blokgolfvormig 
signaal aangestuurd. Als het 
segment geaktiveerd wordt, 



zijn de stuursignalen met el- 
kaar in tegenfase; is het seg 
ment inaktief, dan blijft het 
display donker omdat de 
stuursignalen in fase zijn. Het 
onderdrukken van "voorlopen- 
de" nullen is daarmee vrij sim- 
pel: zoek de te onderdrukken 
nullen op en inverteer het sig- 
naal waarmee het segment 
aangestuurd wordt. 
Een 3 Ya -digit display heeft drie 
volledige digits genummerd 
met 1, 2 en 3, Het vierde, hal- 
ve digit wordt aangestuurd via 
uitgang AB en kan alleen een 
"1" weergeven. Of digit 3 een 



leading zero bevat, is eenvou- 
dig te ontdekken, want als di- 
git 4 ongebruikt is (AB is uit) 
en bij digit 3 is segment g uit 
terwijl segment e aan is, dan 
kunnen we er van uit gaan dat 
een leading zero op het display 
staat. In dat geval kan met be- 
hulp van EXNOR's het stuur- 
signaal van de segmenten 
voor digit 3 geïnverteerd wor- 
den waardoor het digit dooft. 
Voor digit 2 moet gekeken 
worden of digit 3 uit is en er 
via digit 2 een nul wordt weer 
gegeven. Dit laatste is ook nu 
weer te kontroleren aan de 



hand van de toestand van de 
segmenten e en g. Is dit het 
geval, dan worden ook nu 
weer de stuursignalen voor di- 
git 2 geïnverteerd en in fase 
aangeboden. 

Rest nog te vermelden dat 
IC 9a is toegevoegd om het ni- 
vo van de test-uitgang te buf 
feren, zodat deze als massalijn 
voor alle aangesloten logica 
dienst kan doen. 

(934067) 
ontwerp: F. Schmelzenbant 
(Oostenrijk) 



LCD1 




gd DJ o DJ DJ 



ocssoaa 5 g s s s s a a^^s; 



=1 

ICSa 






= 1 
IC5d 



= 1 

IC5c 



iP 



& 

IC6b 



1 
!C7b 



= 1 
IC5b 



= 1 
IC5a 



1 
IC7a 



4 2 



IC6a 



Aj. 



1 
IC7c 



jlT 



= 1 

IC2t> 



= 1 
IC2a 



Ei-E 



= i 
IC2d 



2 13 12 13 



= 1 

IC4d 



= 1 
IC2c 



=1 

IC4c 



= 1 
IC3a 



= 1 
IC3b 



lij 



= 1 
IC4b 



EUi 



e- 



i 



IC2...IC8 



IC2...IC4 = 4077 
IC5. IC8 = 4030 
IC6 = 4023 
IC 7 = 4069 
IC9 = TL074 



t 



1 f< IC9a 

T>sh 



= 1 
IC4a 



22 17 18 15 24 1 & 23 25 13 14 9 10 11 12 7 6 2 3 4 5 



= 1 

IC3d 



EUü 



= 1 
IC3c 



TEST 



f) rj 

Ui Q 



S 8 



IC1 

ICL7106 



o o o < 
BP 
V* 
REFM1 



c/> cr> 10 

O O O 



I 



REFLO 

5 v- - 



| 39 



|34 (33 |M |28 [27 



elekttiur 7/8 93 



131 



c 



geleidingstestertje 



Het hart van deze schakeling 
wordt gevormd door die goeie 
ouwe jiA741. Vroeger (wat 
wordt Elektuur al oud, hè) was 
de 741 bijna overal goed voor 
Tegenwoordig lijkt het wel of 
het IC-tje nergens meer voor 
deugt of het moeten de 
aansluitgegevens zijn die bij 




veel moderne opamps identiek 
zijn. Maar in deze schakeling is 
de 741 prima op z'n plaats. De 
opamp is gebruikt als kompa- 
rator die met z'n uitgang een 
gelijkstroom-zoemertje {een 5- 
of 6 V type) schakelt. De min- 
ingang is met R3 en R4 op de 
halve voedingsspanning ge- 
legd. Wanneer de spanning op 
de plus-ingang lager is dan die 
op de min-ingang (dat is het 
gevat als de weerstand tussen 
de twee ingangsklemmen 
klein genoeg is), dan zal de 
zoemer worden ingeschakeld. 
Met de gegeven waarden voor 
R1, R2 en P1 is de gevoelig 
heid van de schakeling onge- 
veer 1 kQ, U stelt met P1 de 
schakeling daarop af door met 
een weerstand van 1 k tussen 
de ingangsklemmen P1 zo te 
zetten dat de zoemer net niet 
aan gaat. Vindt u een gevoe- 
ligheid van 1 kQ wat weinig, 




dan kunt u R1, R2 en P1 ook 
een faktor 10 kleiner maken en 
dan de gevoeligheid instellen 
op 100 Q De opgenomen 



stroom (enkele mA in rust) 
wordt dan wel circa 0,5 mA 
groter. 

(934025) 



iger voor draadloze afstandsbediening 



De ontvanger die we tonen, 
hoort bij de draadloze af- 
standsbediening die in de 
UHF-band werkt en elders in 
deze uitgave beschreven is. De 
ontvanger is een zogenaamde 
superregeneratieve ontvanger 
met een aktieve ingangstrap, 
Het antennesignaal bereikt de 
ontvanger via een BNC- 
konnektor, K1. De selektieve 
ingangstrap wordt afgestemd 
op de gewenste frekwentie 
met behulp van C4. Het ver- 
sterkte HF signaal verschijnt 
vervolgens op de ingang van 
de superregeneratieve trap 
rond transistor T2. Ofschoon 
de osciflator niet afgestemd is, 
zal hij dankzij kondensator C7 
meegetrokken worden met 
het binnenkomende HF 
signaal. Het LF-modulatiesig- 
naal wordt van het oscillator- 
signaal herleid met behulp van 
een laagdoorlaatfilter dat op- 
gebouwd is rond R6, C11, R7, 
C12, R8 en C13. Het signaalni- 
vo op de uitgang van de de 
modulator ligt tussen 50 en 



800 mV pp . Een extra span de schakeling gezet kan wor- u zelf wikkelen. De spoeltjes 

ningsversterking is dus nodig den. aan de in- en uitgang worden 

voordat het signaal op een di- De indukties die in deze scha- gemaakt van een stukje verzil- 

gitale ingang van een volgen- keling gebruikt worden, moet verd koperdraad met een dia- 



BF980 

I G1 



12V 




132 



elektuur 7/8 93 



(print-layouts in spiegelbeeld afgedrukt) 



IS 






Isa» m^Ë^ 






— iP^H 

H r ~~ v & 



R9 



]5 



cHr# 



5H 



jggy 







Onderdelenlijst 

Weerstanden: 



R1 = 1 
R2 « 1 
R3 - 1 
R4,R6 = 
R5 = 1 
R7 « 1 
R8 « 1 
R9 - 1 



x 330 k 
x 150 k 
x 680 Q 
* 2 x 3k9 
x 120k 
x 10 k 
x 33 k 
x 8k2 



Kondensatoren: 

C1 = 1 x 470^/16 V ra- 
diaal 

C2,C5,C9 * 3 x 330 p ke- 
ramisch 

C3 = 1 x 1 n keramisch, 
trapezium 

C4,C6 = 2 x 1 0-p-trimmer 

C7 = 1 x 1 2 p keramisch 

C8 = 1 x 3p9 SMD 

C10 = 1x1 /i/16 V radia- 
al 

C11 = 1 x I0n 

C12 = 1 x 3n3 

C13 = 1 x 1 n 

Halfgeleiders: 

T1 * 1 x BF980 of BF966 

T2 - 1 x BFG65 

D1 = 1 x 1N4148 

Diversen: 

2 ferrietkralen 3 mm 

geëmailleerd koperdraad 

0,6 mm 
geëmailleerd koperdraad 

0,2 mm 
verzilverd koperdraad 

1 mm 
2 x BNC-konnektor 



meter van 1 mm. De lengte is 
aangegeven op de komponen- 
tenopdruk. Breng de spoel cir- 
ca 3 mm boven het print- 
oppervlak aan. Merk op dat de 
stator-aansluiting van C4 naar 
boven gebogen is en direkt 
aan de spoel gesoldeerd 
wordt. Ook de verbinding tus- 
sen C6 en C7 wordt zwevend 
gemaakt deze kondensatoren 
zitten direkt aan het hete ein- 
de van de zelfinduktie. 
Spoel L1 is opgebouwd uit 12 
windingen van geëmailleerd 
koperdraad met een diameter 



van 0,6 mm. De interne dia- 
meter van de spoel is 3 mm. 
De spoelen L2 en L3 bestaan 
uit 4 windingen van 0,2 mm 
geëmailleerd koperdraad op 
een ferrietkraal van 3 mm. 
Kondensator C8 is een SMD- 
type en wordt net zoals de 
transistoren T1 en T2 op de 
koperzijde van de print aange- 
bracht (de opdruk met de be- 
noeming van de aansluitdra- 
den van de transistoren klopt 
wanneer gekeken wordt vanaf 
de komponentenzijde). 



Zoals al opgemaakt kan wor- 
den uit de gestippelde lijnen 
op de komponentenopdruk, 
dient tussen verschillende 
deelschakelingen een afscher- 
ming aangebracht te worden. 
Rond de superregeneratieve 
sektie wordt een strook blik 
met een hoogte van 20 mm 
gemonteerd. Het afschermen- 
de blik wordt direkt op de print 
gesoldeerd. 

(914118) 




elektuur 7/8-93 



133 



EE 



slow turn -on 



In deze regelbare stabilisator is 
een voorziening getroffen die 
na het inschakelen van de in- 
gangsspanning de uitgangs- 
spanning langzaam opvoert 
tot de waarde die met PI inge- 
steld is. Bij een ingestelde uit- 
gangsspanning van 15 V 
wordt de eindwaarde na 5 se 
konden bereikt. Wordt daaren- 
tegen met P1 een spanning 
van 7,5 V ingesteld, dan stabi- 
liseert de uitgang aJ na 2,5 se- 
konde. Met andere woorden: 
de vertragingstijd verloopt 
proportioneel met de ingestel- 
de uitgangsspanning. Andere 
vertragingstijden zijn mogelijk 
door de waarde van R3 en/of 
C3 aan te passen (grotere 
waarden geven een grotere 
vertraging). Door jumper JP1 
te onderbreken wordt de tijd- 



18V 

©- 







®- 



100, 

I0V 



m 

1N4001 

-M- 



ICl* 



LM317 



1N4001 



100n 



"t 



^" 7 h 



|h J BC557Br _ 

-.. 1 "T 



) i 

40V 



3..15V 
SOOmA 

-© 



♦ 



-® 



vertraging buiten werking ge- Diode D2 beveiligt de basis- 
stetd (handig tijdens het afre- emitter-overgang van Tl tegen 
gelen van PI). een te hoge sperspanning. 



Zonder D2 zou immers, in het 
geval dat de uitgang van 
de stabilisator kortgesloten 
wordt, de opgeladen konden- 
sator (C3) een U BE kunnen 
veroorzaken die hoger is dan 
het geoorloofde maximum (5 
è 6 V). Diode D1 beschermt 
de stabilisator wanneer de in- 
gangsspanning (per ongeluk) 
sneller mocht dalen dan de 
uitgangsspanning. 
De ruststroom bedraagt 
slechts enkele rnilli ampères, 
terwijl de piekstroom 1,5 A 
bedraagt. Om te voorkomen 
dat de temperatuurbeveiliging 
van de LM 31 7 aanspreekt, 
mag (met een koelprofiel van 
14 K/W, bijv SK104) de konti 
nue uitgangsstroom niet ho- 
ger zijn dan 500 mA. 

(934060) 



fietsverlichting met nabrander 



Deze schakeling zorgt er voor 
dat het licht van de fiets nog 
even blijft branden nadat u ge- 
stopt bent en de dynamo geen 
energie meer levert. De scha- 
keling heeft één nadeeltje: óf 
de dynamo of de lampen mo- 
gen niet met het frame van de 
fiets verbonden zijn, maar 
moeten via een aparte massa- 
draad worden aangesloten. 
Dat komt omdat we gebruik 
maken van een gelijkrichter- 
brug om de dynamospanning 
dubbelzijdig gelijk te richten. 
Daardoor moeten de wissel- 
spanning en de gelijkspanning 
ten opzichte van elkaar zwe- 
ven. 

In de schakeling zijn eigenlijk 
twee gelijkrichterbruggen on- 
dergebracht die echter samen 
een helft delen. D1 . . . D4 vor 
men de gelijkrichterbrug waar 
langs (via R5) de NiCd-akku 
geladen wordt tijdens het rij- 
den. D1, D3, D6 en D7 vormen 
de tweede gelijkrichterbrug 
waarlangs als de dynamo- 
spanning hoog genoeg is - 
de fietsverlichting direkt wordt 
gevoed. 
Tijdens het rijden wordt via D5 



kondensator C1 opgeladen. 
Daardoor komt T1 in geleiding. 
Is Tl in geleiding, dan kan T2 
ook gaan geleiden als de 
dynamo-spanning te laag 
wordt en deze voedt dan de 
verlichting uit de akku. Stopt u 
met fietsen, dan wordt C1 niet 
meer bijgeladen. Daardoor zal 
na ruim een halve minuut T1 
langzaam uit geleiding gaan, 
evenals T2. De fietsverlichting 
dooft automatisch. In zekere 
zin is schakelaar S1 dus over- 
bodig, ware het niet dat er via 
de schakeling energie uit de 
akku kan weglekken. SI ope- 
nen aan het eind van de rit 
voorkomt dat. 

Vindt u de nabrand-tijd te kort, 
dan kunt u deze verlengen 
door voor C1 een grotere 
waarde te nemen. 

(934100) 



e 



%Z2 



(+) NiCad 




BH 



? 



5* 1V2 




® 



B0242 



134 



elektuur 7/8 93 



100 



intelligente intervalschakelaar 



De software uit dit artikel 
vormt samen met de juiste 
hardware een quasi-intelligen- 
te intervalschakeling voor de 
ruitewissers van een auto. Of- 
schoon de software primair 
ontworpen is voor het 8032- 
mini-board dat onder andere 
voor de RDS-dekoder uit Elek- 
tuur april 1991 gebruikt wordt, 
loopt 2e ook op ieder ander 
8032/8051-systeem. 
De hardware bestaat primair 
uit een schakelaar <S1> en drie 
getransistoriseerde drivers. 
Twee drivers sturen elk een 
LED, een derde bedient het re- 
lais van de ruitewisser dat in 
iedere auto te vinden is. LED 
D2 is de aan/uit-indikator van 
de ruitewisser, D3 geeft aan of 
de ruitewissermotor aktief is. 
Direkt na het inschakelen wor- 
den de bits P1.0 (LED} en P1.1 
(relais) gewist en springt de 
processor na een wachttijd 
van 130 ms in een wachtlus. 
De wachttijd is nodig om de 
dender van de op P1.1 aange- 
sloten schakelaar te onder- 
drukken. Zodra de toets wordt 
bediend, wordt P1.0 geakti- 
veerd en gaat LED D2 bran 
den, Wordt de toets minder 
dan 1 sekonde ingedrukt, dan 
wordt uitgegaan van de basis- 
instelling met een intervaltijd 
van 6,5 sekonde (32 H x 
130 ms). Wordt de toets lan- 
ger dan 1 sekonde ingedrukt, 
dan wordt de tijd dat hij inge 
drukt is gebruikt als de nieuwe 
intervaltijd. 



Zodra het indrukken van de 
toets gedetekteerd is (KEYO- 
lus), wordt de inhoud van de 
akku iedere 0,13 s met één 
verhoogd. Dit gaat door zo- 
lang de toets vastgehouden 
wordt. Bij het loslaten van de 
toets wordt de inhoud van de 
akkumulator opgeslagen in 
R7. Vervolgens wordt de akku- 
inhoud vergeleken met de 
voorgeprogrammeerde tijd van 
1 sekonde (8 x 0,13 sekon- 
de). Is de akku-inhoud kleiner, 
dan wordt de carry-vlag geak- 
tiveerd en de akku gevuld met 
de waarde in register R6. Het 
resultaat hiervan is een stan- 
daard intervaltijd van 6,5 se- 
konde. 

Is de toets langer dan 1 sekon- 
de ingedrukt geweest, dan 
wordt de inhoud van R 7 in de 
akku gezet (NEW TIME). De 
nieuwe intervaltijd komt dan 
globaal overeen met de tijd dat 
de toets ingedrukt geweest is. 
Wordt de toets opnieuw be- 
diend, dan springt het pro 
gramma weer naar het begin- 
punt. Wordt de toets nu korter 
dan 1 sekonde ingedrukt, dan 
wordt nog één periode met de 
oude intervaltijd afgewerkt. 
Wordt hij langer dan 1 sekon- 
de vastgehouden, dan wordt 
deze lengte als de nieuwe in- 
tervaltijd gebruikt. 

(934110) 

Ontwerp: J Borm (Duitsland} 



1 



PI. R4 

O— Gü3 

Rl 

P1.2i — Qö^- 

O' »_ 

— | 10k h 

Pu s i 

O O O- 



BC550 




Wiper interval 

preaa-key coanected to Pl.1 

on/off LED to Pl.0 

relay to Pi. 2 (buffered) 



I definitions of SPR 


■ 


A EQU 


OEOH 


RO EQU 


OOOH 


Rl EQU 


001K 


R2 EQU 


Q02H 


R7 EQU 


007H 


R6 EQU 


006H 


PI EQU 


090H 


; definitlon of port 


pins 


LEO EQU 


090H 


KEY EQU 


9 1H 


RELAY EQU 


092H 


ORG 


OOH 



; Store default interval in R6 (approx. 10 seconde) 
MOV R6, *32H 

I Inltialize accumulat or and hardware 
START MOV A, «0 

CLR LED 

CLR RELAY 

; Boftware debounce of switch approx. 130ms 

MOV RO, #0H 
TIMEO MOV Rl. #0H 

TIME1 DJNZ Rl, TIME1 

DJNZ RO, TIMEO 

; wait until key preased t,e. KEY»0 
KEYO JB KEY, KEYO 

; key presaed, power LED on 
SETB LED 

; start counting until key releaaed (meaBurement interval) 

KEYl INC A 

; time loop 13 Oma 

MOV RO, #0H 

TIME2 MOV Rl, #0H 

TIME3 DJNZ Rl, TIME3 

DJNZ RO, TIME2 
; key releaaed? 

JNB KEY, KEY1 

f store value (A x 130ms> in R7 
MOV R7, A 
CLR C 



I compare value with minimum interval tin 



SUBB 
JNC 
WIPE MOV 

PULSE MOV 

TI ME 4 MOV 

; keep checking if 

JNB 
TIMES DJNZ 

JNB 
DJNZ 
JNB 
DEC 
JNZ 



A, I08H 
NEW TIME 
A, R6 
RO, #0H 
Rl, #0H 

key preeeed (i 
KEY, START 1 
Rl, TIME5 
KEY, START 1 

RO, TIME4 
KEY, START 1 
A 
PULSE 



a {approx, la) 
13 Oma 
new value, else default 



e. wiper off ) 



switch on relay (fixed interval) 



TIME6 

TIME7 



SETB 

MOV 

MOV 

MOV 

JNB 

MES DJNZ 

JNB 
DJNZ 
JNB 
DJNZ 

awltch off relay 
CLR 

JB 
'ART1 JNB 

AJMP 



RELAY 

RO, «8 

Rl, 

R2, 

KEY 

R2, 

KEY 

Rl, 

KEY 

RO, 



#0H 

#0H 

START 1 
TIME8 

START 1 
TIME7 

START 1 
T1ME6 



RELAY 

KEY, WIPE 
KEY, START 1 
START 



; update Interval time 
NEW TIME ADD A, #08 
MOV A, R7 
MOV R6 , A 
SJMP WIPE 

END 



934110-12 



elektuur 7/8-93 



135 



101 



8-kanaals A/D-konverter 



12V 

©- 



IC4 



7005 

» 



j i 



71 



r 

I 



OOn 5V 



KV 



PAOO- 
PA10- 
PA?0- 
PAJO- 
PA4 0- 
PASO- 
PAIO- 
PA7Q- 






P10O- 

PBIQ- 



PBSO- 






5V . 



* 



•£ 



PC7 

O— 



^b 



o\ 



*1ob 
»o\ 



o^ 
o^ 



IS 



o^ 



«VC 



n 



3r 



® 



M IC2 m 

31 ® l00fl 



Of^ 



i- 1 




ADC0808 . 



DO 

Dl 

D2 

D3 

D4 

D5 

D6 

07 

AO 

Al 

Al 

ALE 

START 

EOC 

OE 



© 



IC1 




T 



IC2 



O O 



16 ^° 



dl£_ 



i^D Ml 
I— U2 



^ Ml 



> CS 2.3.4* 



LSD (1 ] 



ÜJ — 



1*1 - 



74LS163 



2 


10 CLS 


20 eTRLWRD - 4H99i 'Port A ia Input, B W output, C i« input 




30 BASEADDR . tH300: > baaa addrau of 9255 




40 PORTA - BASEADDR 




S0 PORTB - BASEADDR * 1 




CO PORTC - BASEADDR ♦ 2 




70 CTRLADDR - BASEADDR * 3 




80 CHANNEL - 




90 ' 




100 OUT CTRLADDR, CTRLWRDl » inltialixa «295 




110 • 




120 OUT PORTB, CHANNEL: • »t Input channal addraaa 




130 OUT PORTB, (CHANNEL OR 6H8 ) : 'B3 HIGH anabla addraaa latch 




140 OUT PORTB, (CHANNEL AND *KP7)> ' B3 LOM 




150 ■ 




140 OUT PORTB, (CHANNEL OR *H10): 'B4 HIOH start con varaion 




170 OUT PORTB, (CHANNEL AND 4HSP) t ' B4 LOW 




110 ' 




190 EOC - Oi 'wait tor End Of Convaraion 




200 WHILE EOC o *HS0 i EOC ■ INP( PORTC) AMD fcKtOi WEND 




210 ' 




220 OUT PORTB, (CHANNEL OR aH27 ) j BS HIOH anabla ADC output» 




230 LOCATE 1,1: PRINT *Ch*nnal "fCKANNELi" i -jINP (PORTA) j ■ 




240 OUT PORTB, (CHANNEL AND 4KDF) t 'BS LOM diaabla ADC output» 




250 ' 




240 PRINT > PRINT "Fraaa N for n*xt channal or £ to atop" 




270 AS-INKEYS 




210 IF (A$.»N- OR A|.-n-ï TOEN OOTO 310 




290 IP (A«--«- OR A$--S") TOEN END 




300 OOTO 150 




310 • 




320 CHANNEL, ■ CHANNEL * 1 




330 IP CHANNEL - 9 TOEN CHANNEL • 




340 OOTO 110 



Deze A/D-omzetter kan wor- 
den bestuurd met de kleine 
PC-l/O-kaart die in de Halfge- 
leidergids van 1989 is gepubli- 
ceerd. Maar dat is geen ver- 
plichting, want de besturing 
kan ook door elke andere l/O 
bouwsteen worden geregeld, 
mits deze over voldoende in- 
en uitgangen beschikt. U kunt 
de schakeling op een stukje 
gaatjesprint opbouwen en dan 
via K1 op de l/O-kaart aanslui- 
ten of u bouwt de schakeling 
op het experimenteergedeelte 
van de l/O-kaart. Op de kleine 
PC-l/O-kaart moeten twee sig- 
nalen direkt van de PC bus 
konnektor worden betrokken 
en verbonden met de l/O 
konnektor (KV). Het zijn de 
+ 12 V waaruit we een schone 
voedingsspanning voor de 
analoge delen van de konver- 
ter afleiden en OSC, een sig- 
naal met een frekwentie van 
14,318 MHz dat (gedeeld door 
16) als kloksignaal voor de 
konverter wordt gebruikt. De 
frekwentie van het OSC- 
signaal is — in tegenstelling 
tot het CLK-signaal dat ook op 
de PC-bus te vinden is — na- 
melijk niet afhankelijk van het 
computersysteem. 

Hoe de konverter bestuurd 
moet worden, is in grote lijnen 
af te leiden uit het hier afge- 
drukte BASIC-programma. Op 
één ding na: De EOC-uitgang 
(die "hoog" wordt aan het 
einde van een konversie) heeft 
namelijk minimaal nul klok- 
cycli en maximaal 8 klok-cycli 
plus 2 lis nodig na de opgaan- 
de flank van de start-puls om 
"laag" te worden. Eigenlijk 
moeten we dus eerst wachten 
totdat EOC "laag" wordt 
voordat in regel 200 gekeken 
wordt of EOC "hoog" is. We 
gaan er echter van uit dat de 
verwerking van het program- 
ma zo traag is dat we niet hoe- 
ven te wachten totdat EOC 
"laag" wordt. Bij gekompi- 
leerde software of 

machinetaal-routines die veel 
sneller werken, moet u uiter- 
aard wel EOC op een korrekte 
wijze kontroleren. 

(932087) 

ontwerp: S. Mitra (India) 



elektuur 7/8-93 



137 




kompakte skooptester 



Met behulp van deze simpele 
schakeling kan op eenvoudige 
wijze de werking van een digi- 
tale geheugenoscilloskoop 
worden getest. Daartoe wor- 
den twee verschillende signa 
len opgewekt. Het eerste sig- 
naal is een trapvormige span- 
ning waarop glitches gesuper- 
poneerd zijn. Het tweede sig- 
naal is een blokgolf van 2 kHz 
waarop een min of meer ana- 
loog 15-Hz-signaal gesuperpo 
neerd is. 

Het eerste signaal maakt snel 
duidelijk of de oscilloskoop de 
glitches bij de signaalbewer- 
king elimineert. Is dit het ge- 
val, dan zijn de metingen min- 
der betrouwbaar. Daarnaast 
kan het signaal gebruikt wor- 
den om de triggerfunktie van 
de skoop aan de tand te voe- 
len. Een slecht trigger circuit 
heeft met dit signaal de nodi 
ge moeite. Het tweede signaal 
laat zien of bij een bepaalde in 
stelling signalen met een aan- 
zienlijk lagere frekwentie nog 
steeds zichtbaar zijn. Uiter- 



aard hoort dit het geval te zijn. 
De werking van de schakeling 
is eenvoudig. De trapvormige 
spanning wordt opgewekt 
door een oscillator (IC1aï en 
een diskreet opgebouwde D/A- 
omzetter. Deze laatste is op- 
gezet rond IC2, Dl . . . D4, 
R3 . . . R6 en R9. Voor de buf- 
fering van het signaal zorgt Tl. 
Diode D5 kompenseert de 
drempelspanning van de 
basis-emitter-diode van deze 
transistor. Tenslotte is C4 ver- 
antwoordelijk voor het intro- 
duceren van de gewenste spi- 
kes. 

Het tweede signaal wordt ge- 
maakt door transistor T2 te 
schakelen met het 2-kHz- 
Signaal, waarna de kollektor- 
spanning wordt beïnvloed 
door het gefilterde signaal van 
de 15-Hz-oscillator rond IClb. 
De voedingsspanning van de 
testschakeling mag liggen tus- 
sen 9 en 15 V, de stroomop- 
name bedraagt circa 50 mA. 

(934116) 



SV© ICIf 



5V 



r\ 



w 



IC2 IC1 , 



780S 
#lC3$h© 



-© 



ICIc 

ra 



xE> 




-GE> 



Rn 

Hl? 

| .'■■»■ 








IC1 = 74HCT14 
IC2 ■ 74HCT393 



Dl .05 = 1N4148 




geleidingspieper 



Ondanks het feit dat meetin- 
strumenten steeds vaker digi 
taal en/of computergestuurd 
zijn, is geen enkele meetuit- 
rusting kompleet zonder een 
paar van die kleine hebbedin- 
getjes zoals een geleidingstes- 
ter. Deze hier bestaat uit 
slechts enkele komponenten 
en laat niet alleen horen of er 
wel of geen verbinding tussen 
de meetpunten is. De toon- 
hoogte geeft bovendien aan 
een verbinding hoog- of laag- 
ohmig is. 

De schakeling is in feite niets 
anders dan een rond twee 
transistoren opgebouwde os- 
cillator waarvan de osciilatie- 
frekwentie afhankelijk is van 
de weerstand tussen de pun- 
ten A en B. Het aardige van de 
schakeling is dat wanneer er 
geen verbinding is tussen deze 
punten, er ook geen stroom 
door de schakeling loopt. Een 




aan/uit-schakelaar is dus niet 
nodig. Bovendien is de 
stroomopname - als de scha- 
keling aktief is niet meer 
dan 3 ... 5 mA, zodat een 9 
V-batterijtje lang mee zal 
gaan. 



De frekwentie van de gepro- 
duceerde toon wordt lager 
naarmate de weerstand tus- 
sen de punten A en B hoger 
wordt. Omdat de spanning 
tussen de testpunten niet 
meer dan circa 8 V is en de 



Onderdelenljjst 



Weerstanden: 



R1 
R2 
R3 
R4 

P1 



56 k 
10k 
VOOQ 
1 k 
2k5- 



instelpotmeter 

(Condensatoren: 

C1 = 1 x47n 

Halfgeleiders: 
D1,D2 - 2 x 1N4148 
T1 - 1 x BC547B 
T2 ■ 1 x BC557B 

Diversen: 

Bt1 =1 x 9- V-batterij met 

aansluit-clip 
Bz1 ■ 1 x AC-buzzer 
1 probe-vormige behuizing 

{bijv. Conrad nr, 

52.68.86-661 



138 



elektuur 7/8-93 




934034-11 




meetstroom zo'n 50 ^A be- 
draagt, is het praktisch onmo- 
gelijk dat de schakeling scha- 
de aanricht in de apparatuur 
waaraan gemeten wordt. 
Het printje voor de schakeling 
is zo gemaakt dat het gemak- 



kelijk in een probe-achtige be- 
huizing kan worden onderge- 
bracht, inklusief de batterij. De 
probe-punt wordt dan aange- 
sloten op punt A, terwijl de 
"massadraad" van de probe 
met punt B wordt verbonden. 



Potmeter P1 wordt zo afgere- 
geld dat, wanneer de punten 
A en B direkt met elkaar ver- 
bonden zijn, de zoemer een 
bruikbare toon produceert. Als 
daarna een weerstand van 
22 k tussen de punten wordt 



aangesloten, dan moet een 
duidelijk lagere toon hoorbaar 
worden. 

(934034) 
ontwerp: F. Hueber (Oosten- 
rijk) 




polariteitstester 



Apparaten die via een konnek- 
tor (DC-jack) met een voe- 
dingsadapter zijn verbonden, 
hebben het bezwaar dat de 
polariteit van de spanning 
saansluiting niet altijd duidelijk 
is. Vandaar de steeds terugke- 
rende vraag: Staat de plus op 
de middenpen of op de mantel 
van de steker? Een kleine 
schakeling kan licht in de duis- 
ternis brengen, ze geeft de po- 
lariteit overduidelijk aan. Zodra 
de spanningvoerende steker 
op de punten A en B wordt 
aangesloten, zal de LED die bij 
de plusklem hoort gaan bran- 
den. De opbouw van de scha- 
keling dient te gebeuren op 
een stukje gaatjesprint. Breng 
hierop vlak bij elkaar twee 
haakse AMP-vlakstekers aan. 
Het is bij een juiste opstelling 
van deze stekers (onder een 
hoek van 90° t.o.v. elkaar) mo- 
gelijk om de aansluitingen van 
elk soort steker met beide 
kontakten in verbinding te 
brengen. De foto maakt de 
konstruktie nog eens duidelijk. 




De twee zenerdioden {D3 en 
D4) m het circuit stabiliseren 
de spanning over de LED's op 
een waarde van 3,6 V. 
De stroombegrenzing komt 
voor rekening van R2, een 
weerstand die maximaal 5 W 
kan dissiperen. Om de tempe- 
ratuur van de weerstand bin- 
nen de perken te houden, mag 



de ingangsspanning hooguit 
18 V bedragen. De maximale 
dissipatie is dan circa 
1200 mW, een vermogen dat 
er voor zorgt dat de weerstand 
al behoorlijk warm wordt. Van* 
daar dat deze zwevend boven 
de print gemonteerd moet 
worden. Een glaszekering be- 
schermt R2, D3 en D4 tegen 




01, D2 - LS3369EH 

034082 1 1 



al te grote stromen. Weer- 
stand R1 is zo gekozen dat de 
stroom door beide hoogrende- 
ment-LED's 6,7 mA bedraagt. 
Deze stroom ligt 0,8 mA on- 
der de maximale stroom die 
dit type LED kan verwerken. 
Bij een ingangsspanning van 
3 V loopt nog steeds een 
stroom van 2 mA door de 
LED's, ruim voldoende om ze 
duidelijk te laten branden. 

(934062) 



elektuur 7/8 93 



139 



105 1 u n ' verse l e uitbreidingsbus voor MSX 



Voor de universele uitbrei- 
dingsbus zoals die in Elektuur 
mei 1991 gepubliceerd is, zijn 
inmiddels een aantal uitbrei- 
dingskaarten verschenen, zo 
als een tijdkode-interface, een 
relaiskaart en een opto-kaart. 
Door de universele opzet van 
deze bus hoeft de toepassing 
ervan niet beperkt te blijven 
tot de MS DOS-PC In dit arti- 
kel tonen we een variant van 
deze bus die geschikt is voor 
MSX-computers. Als extraatje 
is ook voorzien in de mogelijk- 
heid om een EPROM op de 
kaart aan te brengen, waarin 



een eventuele eigen applikatie 
kan worden opgeslagen. 
1C2 vormt in de schakeling de 
adresdekoder. De universele 
bus heeft op konnektor K1 vier 
adressen tot zijn beschikking. 
Het hoogste adres dat een 
MSX computer voor extern 
gebruik heeft, is 03F H (A6 = 0, 
A7 = 0|, Er blijven dan nog vier 
adreslijnen (A2...A5) over 
om een basis adres voor de 
bus te selekteren. Met behulp 
van DIP schakelaar S1 kan dit 
basis-adres ingesteld worden. 
Er zijn zestien kombinaties 
mogelijk {het decimale basis- 



IC3 
74HCT245 



M/JJJJ/JJJJJJJJJJJJJJJJJ-JA 



3V 






O O 



O o 



*A 



* 'Qi / byij^ TZ 



IC4d 



lC4b 



IC4a 



EF ÜX TjJB 



saJ> 



: N 



G3 

3EN1 

3EN2 



Z*- 



> iV 



IC2 
74HCT688 



'V 



COMP 









IOKU / 







C|0|ó|6 










T/7////. r ///////////////SS '////////////SS? 



wzzzazzzzzz 





CSl 


1 






CS2 


2 






csT? 


3 








4 


H==l 






44 






I- 





;csi 

JCS2 
ÏCSÏ2 

;sltsl 
swi 

SW2 



'iiiiiiiiiimmiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiimmmniiiii 



5V&- 



® „ ® m © © 

C3 C4 

IC2 ™ IC3 ™ IC4 IC5 

'ToOn Toon Q) ToOn Qj TToOn Q Q 



IC4, IC5 = 74HCT32 



csï 


4000H 


7FFFH 


CS2 


8000M 


BFFFM 


CSÏ2 


4000M 


BFFFH 




140 



elekiuur 7/8-93 



adres is vier maal de met S1 
ingestelde waarde). Verder 
buffert IC3 de data-bus in bei- 
de richtingen en bufferen IC4 
en IC 5 de stuurlijnen naar K1. 
Is de EPROM-optie niet nodig, 
dan kan IC1 vervallen. Indien 
de EPROM wel gebruikt 
wordt, dan kan met enkele 
jumpers bij de CS-lijnen het 
gewenste EPROM-adres geko- 



Tabel. 1 




MEMORY ADDRESS 


EPROM TYPE 


CSl 
CS2 
CSl 2 


040OH-07FFFH 

08000H-0BFFFH 

04000H-0BFFFH 


27128 
27128 
27256 



zen worden (zie tabel). Welk 
adres dat moet zijn, hangt af 
van de gekozen toepassing. 



Hiervoor verwijzen we naar de 
MSX-literatuur. Nog een op- 
merking over pen 27 van IC1. 



Bij een 27128 moet op deze 
pen de voedingsspanning 
staan, bij een 27256 adreslijn 
A14. Met behulp van een jum- 
per is de keuze snel gemaakt. 
Het opbouwen van de schake 
ling gaat het beste op een 
stukje experimenteerprint met 
geïntegreerde edge-konnektor. 
(924056) 



106 



akku-ontlader 



Wanneer een akku (bestaande 
uit een aantal in serie gescha- 
kelde cellen) snel moet wor- 
den geladen, dan adviseert de 
fabrikant gewoonlijk dat er om 
de 5 ladingen een "vereffe- 
ning" moet plaatsvinden. 
Hiervoor volstaat het om de 
akku gedurende 14 uur met 
0,1 C te laden. Het is dan wel 
nodig dat hij eerst helemaal 
wordt ontladen. Er moet ech- 
ter voor worden gewaakt dat 
de afzonderlijke cellen van de 
akku te ver worden ontladen. 
Als bijv. één cel van een serie- 
schakeling "leeg" is en de an 
dere nog vol, dan draait de po- 
lariteit van deze cel om en dat 
moet worden voorkomen. De 
vuistregel is daarom een cel 
pack te ontladen tot een ge- 
middelde van 1 V per cel. 
Bijgaande schakeling is ge- 
schikt voor het ontladen van 
nikkel-cadmium- en nikkel- 
hydride akku's. Ze is eenvou- 
dig en goedkoop, maar de 
komponentenwaarden moeten 
wel worden aangepast aan 
het aantal cellen. Zolang de 
LED oplicht, worden de cellen 




ontladen via R4 en Tl. Daalt 
de akkuspanning beneden een 
bepaalde (met P1 ingestelde) 
waarde, dan krijgt Tl geen ba- 
sisstroom meer. De LED dooft 
dan en de ontlaadschakeling 
kan worden verwijderd. Daar- 
na kan het laden van het akku 
pack beginnen. 
Om de schakeling te testen 
kan een instelbare voeding 
met stroombegrenzing wor- 
den gebruikt. Sluit de ontlaad- 
schakeling hier direkt op aan. 
R4 mag daarbij worden weg- 
gelaten. Draai nu de spanning 



Tabel 1 i Komponentenwaarden voor serieschakelingen van 
3. . .10 cellen. 


Aantal 
cellen 


D1 (V) 


R3 (Q) 


R4(ÖÏ 


3 


1,2 (2 dioden) 


150 


6,8 (5W> 


4 


2,4 (3 dioden) 


270 


10 (5W) 


S 


3,3 


330 


12 (5W) 


6 


3,9 


470 


15 00W) 


7 


4,7 


560 


15H0WÏ 


8 


5,6 


680 


18(10W) 


9 


6,8 


680 


22H0W) 


10 


8,2 


820 


22 (10W) 



van de voeding op tot de ge- 
wenste waarde waarop de 
transistor moet afschakelen. 
Verdraai P1 totdat de LED net 
nog een beetje oplicht. Dit is 
de spanning tot waar de akku 
straks wordt ontladen. 
Omdat de versterking niet erg 
hoog is (maar één transistor), 
is er een gebied waarin de LED 
geleidelijk dooft en waarin ook 
de ontlaadstroom geleidelijk 
afneemt. De werking van de 
schakeling wordt daar verder 
echter niet door beïnvloed. 
Zou het instelbereik te klein 



zijn, dan moet u een lagere of 
hogere waarde nemen voor de 
zenerdiode. 

De waarde van R4 is berekend 
voor een ontlaadstroom van 
ongeveer 0,5 A. Deze waarde 
is uiteraard niet kritisch. Voor 
de (berekende) waarde van 
6,8 Q die moeilijk verkrijgbaar 
is, kunt u ook 4,7 of 10 Q ne 
men. De ontlaadstroom is niet 
gestabiliseerd, maar dat hoeft 
ook niet omdat de spanning 
van de cellen bewaakt wordt. 
O34057) 



T| 07 I scanner voor audio-schakelcentrale 



Deze uitbreiding voor de 
audio-schakelcentrale uit nov./ 
dec. 1989 doorloopt alle in- 
gangen van de voorversterker 
automatisch en kijkt waar een 
audio-signaal aanwezig is. Die 
ingang blijft dan geselekteerd. 
Is er een tijdlang geen signaal 
meer aanwezig, dan wordt 
weer verder gezocht naar een 



audio-signaal op de overige in- 
gangen, 

Voor het automatisch doorlo 
pen van alle ingangen zorgt 
een eenvoudige oscillator die 
rond IC2c is opgebouwd. Via 
buffer /inverter IC2d en een 
diode gaan de blokgolven naar 
leien van de druktoetsen voor 
de ingangskeuze. De diode 



voorkomt dat de aanwezige 
druktoets geblokkeerd wordt 
als de oscillator stil staat. De 
oscillator kan worden aan- en 
uitgeschakeld via IC2b die op 
zijn beurt door IC1b bestuurd 
wordt. Deze opamp is als kom- 
parator geschakeld, waarbij de 
spanningsdrempel kan worden 
ingesteld met potmeter P1. 



De ingangen van de scanner- 
schakeling worden verbonden 
met de audio-ingangen op de 
volume-print van de schakel- 
centrale. IC1c en ICId zorgen 
eerst voor een flinke verster 
king van de aanwezige signa- 
len {zo'n 40 keer), waarna 
somversterker IC 1a de ver- 
sterkte signalen van linker en 



elektuur 7/8-93 



141 



lOmA, 




1N414B 



C4 R4 
R D 470n 



rechter kanaal bij elkaar optelt. 
Zodra er muziek of spraak bin- 
nen komt, zal kondensator C1 
(die aan een kant verbonden is 
met de negatieve voedings 
spanning) snel gedeeltelijk 
ontladen worden. Zodra de 
spanning onder de met P1 in- 
gestelde waarde komt, blok 
keert IC1b via IC2b de oscil- 



lator en de op dat moment ge- 
kozen ingang blijft bekrach- 
tigd. Zolang er signaal aanwe- 
zig is, zal steeds een deel van 
de lading van C1 door ICIa 
worden weggetrokken. Is er 
enige tijd geen signaal, dan 
krijgt de elko de kans om zich 
via P2, R8 en 01 weer lang- 
zaam op te laden. Als de span- 



ning boven de komparator- 
spanning uit stijgt, geeft IC1b 
de oscillator vrij en dan kun- 
nen de ingangen weer doorlo- 
pen worden. 

Met P2 kan de afvaltijd wor- 
den ingesteld tussen circa 3 
en 25 sekonden. De schake- 
ling doorloopt alle ingangen in 
3 s (RC-tijd R11/C2). De in- 



gangsgevoeligheid kan wor- 
den gevarieerd tussen circa 
10 mV en 4 V met behulp van 
PI. De stroomopname is ge- 
ring, minder dan 10 mA. 

(924053) 

ontwerp: L Soete (België) 




universele display-dekoder 



Het ontwerpen van een pas- 
send LED-display kan voor 
sommige toepassingen aardig 
tijdrovend zijn, vooral in die 
gevallen waar standaard on- 
derdelen niet bruikbaar zijn. 



Het grote voordeel van deze 
schakeling is dan ook dat één 
van de gebruikte standaard 
onderdelen programmeerbaar 
is, In dit onderdeel (een 
EPROM) wordt de vertaalslag 



gemaakt van een 12-bit-kode 
naar vier cijfers op een 7- 
segment LED-display. Voor elk 
cijfer wordt één byte in de 
EPROM gebruikt (7 segmen- 
ten plus 1 decimale punt is 8 



bitsl. De data voor vier tegelij- 
kertijd weergegeven cijfers 
worden op vier opeenvolgen- 
de adressen in de EPROM op- 
geslagen. Om vier cijfers tege- 
lijk op het display te krijgen, 



sv 

© 



"t_ êt MJOk R15 ^Jl 



R15 M 61 l(M 



O ' nop Ï*3Z Ï457Ö2 

o 3 — n 







n 



VPf FGW 



m 27129 



AIO 
A11 
A12 




«5 •© 

BC557B HB< 



-©5V 



L© 



•O 

:0. 



I 



LD i_l2_H. 



.O 



CA 



:0. 






»C2 = 74HCT139 



5V 






_h 



:m 



©-0- 



IC2 ™ IC4 "J 



5V 



142 



elektuur 7/8 93 





Onderdelenlijst 

Weerstanden: 
R1,, :m m 8 x 220 Q 
R9, , ,R12,R14 = 5x10k 
R13 - 1 x 100 k 
R1S,R16 « 2 x SIL- 
weerstand*array 6 x 1 00 k 

Kondensatorem 
C1 « 1 x 10 n 
C2 « 1 x 220 m/16 V 
C3,C4 = 2x 100n 

Halfgeleiders; 

11 . . .T4 ** 1 x BC557B 
IC1 « 1 x ULN2804 
IC 2 = 1 x 74HCT139 
IC3 m 1 x 27128 
JC4 = 1 X 4060 

Diversen: 

K1 = 1 x 20tpolige box- 

header 
LD1.. .LD4 « 4 x 

HD 11050 

1 kastje (bijv. Heddic 222) 
1 EPROM geprogrammeerd 

als RC5-dekoder, best.nn 

EPS 626 (zie pag. 6) 
1 print EPS 934029 (zie 

pag. 6) 



moeten ze dus gemultiplext 
worden. Daarvoor gebruiken 
we klokgenerator/counter IC4 
en demultiplexer IC2a die tel- 
kens via een transistor het dis- 
play selekteert dat bij het ge- 



adresseerde data-byte hoort. 
Aangezien voor het multiple- 
xen alleen de adres-ingangen 
A0 en A1 in gebruik zijn, blij- 
ven er bij het aangegeven type 
EPROM nog 12 adreslijnen 



program IR_display_decoder ; 

uses dos,crt; 

var 

count : word; 

i, j, k, 1, n> : integer; 

g : file of byte; 

displayandtoggle : array[0..9) of byte; 

const 

display ; 

begii 



(The display array contains the databyte for each display valuej 
arrayt0..9] of byte =( $3f ,S06,$5b, $4f ,$66, $6d,$7d, $7,$7f ,$6f ) ; 



assign (g, 'display.dat' ) ; 

rcwrite (g); 

for i:=0 to 9 do displayandtoggle[ i ] :=display[ i ]+$80 



{Open the desired filename) 
iclude toggle bit) 



for m:"=l downto do 



{Calculate readout ) 
(Toggle led on and off addresses) 
(Maximum count is 31 63 ) 
and j define the received IR address) 



for i:=3 downto do 
for j:=9 downto do 
begin 

if (i=3) and (j=9) then j:=l; 

for k:=6 downto do (k and 1 define the received IR key code 
for 1 :=9 downto do 

(Calculate the four display bytes including the toggle bit 
begin 

if (k=6) and (1=9) then 1:=3; 

if m=l then write (g,displayandtoggle( 1 ] ) 

else write (g,display[ 1 ] ) ; 
write (g,display[kj) ; 
write (g,displayandtoggle[ j] ) ; 
write (g,display[i)); 



end; 
Close (g); 
end. 



(Close the destination file} 



over die gebruikt kunnen wor- 
den als ingang voor de weer te 
geven en te vertalen kodes. In 
totaal kunnen 4096 kodes 
(2 12 ) in de EPROM worden 
opgeslagen. 

Een goed voorbeeld voor het 
toepassen van de universele 
display-dekoder is een RC5- 
kode-display. Daartoe wordt 
K1 via een bandkabel verbon- 
den met de uitgangskonnektor 
van de inf rarood-ontvanger die 
we in de Elektuur december 
'91 hebben beschreven. Het 
aantal bits past precies: 6 
data-bits, 5 adres-bits en een 
toggle-bit. Het toggle-bit heb- 
ben we expres ook op het dis- 
play aangesloten zodat we 
door middel van de decimale 
punt rechts op het display 
kunnen zien of de ontvanger 
ook daadwerkelijk wat ont- 
vangt. 



Voor de RC5-dekoder is een 
EPROM beschikbaar in de 
Elektuur Produkt Service, 
maar u kunt de data waarmee 
de EPROM moet worden ge- 
programmeerd ook genereren 
met het hier gegeven Pascal- 
programma. Bedenk wel dat 
de uitgangen van de IR- 
ontvanger aktief laag zijn. Dat 
betekent dat we de RC5- 
kodes van . . . 63 en de RC5- 
adressen van . . .31 achter- 
uit tellend moeten plaatsen in 
het data-bestand waarmee de 
EPROM geprogrammeerd 

wordt. Omdat de for-next- 
lussen waarin de data voor de 
EPROM wordt gegenereerd 
eigenlijk starten met de waar- 
den 39 en 69, wordt de begin- 
waarden bij de eerste keer dat 
deze lussen worden doorlopen 
teruggezet naar 31 en 63. 

(934029) 




elektuur 7/8-93 



143 



109 



mini-kristal-oscillator 



Dankzij de verkrijgbaarheid 
van SMD's kunnen schakelin- 
gen, indien een toepassing dat 
vereist, bijzonder klein van af- 
metingen worden gehouden. 
Bij een kristal-oscillator zit 
men vaak vast aan de grootte 
van het kristal, maar ook daar 
zijn tegenwoordig mini-uitvoe- 
ringen van verkrijgbaar. De fir- 
ma Statek is gespecialiseerd in 
kristallen en levert o.a, SMD- 
kristallen met afmetingen van 
8x4x1 mm. Samen met een 
enkele inverter en vier passie- 
ve komponenten (natuurlijk 
ook allemaal in SMD-uitvoe 
ring) kan zo een stabiele oscil- 
lator worden gemaakt die een 
minimum aan ruimte inneemt. 
Zoals figuur 1 laat zien, gaat 
het hier om een klassiek sche- 
ma dat al vaak in Elektuur- 
schakelingen is toegepast. Het 
kristal is opgenomen tus* 



icic 



5 


1 




IC1d 


♦ * 


1 




IC1e 


n 


1 




IC1t 


' < 


1 



-<K±) 



© ' k 



IC1 



IC1 = 74HC04 




fC1b 



^o| 



16MHz 
15...20p 



-o-® 



sen in en uitgang van een 
HC-MOS-inverter uit een 
74HC04. Twee kondensatoren 
aan beide zijden van het kristal 
naar massa, een serieweer- 
stand voor het kristal en een 
weerstand over de inverter 
maken het zaakje kompleet, 
Na de oscillator volgt nog een 



2 


6*<ft ¥ 


•» out 


:"" 






9 


j 


' 7*MCW! 










L J- 


a 


ra 



buffer om de oscillator zo wei- 
nig mogelijk te belasten. 
Figuur 2 toont een print layout 
zoals die door de kristal 
fabrikant gegeven is. Ondanks 
de niet optimale kwaliteit van 
deze opname krijgt u toch een 
indruk van de opstelling van 
de verschillende komponen 
ten. Let er op dat de print op 
150% van de ware grootte is 
afgebeeld. 

De schakeling werkt goed tot 
frekwenties van 16 MHz, als 
men uitgaat van een HC-IC. 
Met een HCT-IC (TTl-nivo) is 
de maximale frekwentie onge- 
veer 8 MHz. Natuurlijk werkt 
de schakeling ook goed met 
normale komponenten, maar 
dat had u natuurlijk al begre- 
pen. 

(924113) 

Statek -apph'ka tie 



110 



procestimer-voetschakelaar 



Hobbyisten die hun vrij tijd 
doorbrengen in de donkere ka 
mer en daar gebruik maken 
van de Baeuerle procesklok 
BS777 in manuele mode, zu 
Hen zich zeker wel eens aan de 
bediening van dit apparaat ge- 
stoord hebben. Doordat voor 
het starten van een volgende 
procesgang twee toetsen ach- 
ter elkaar ingedrukt moeten 
worden, zal het wel eens voor- 




komen dat een waterdruppel 
op een drukknop achterblijft 
en vervolgens in het apparaat 
verdwijnt. De gevolgen hier- 
van kunt u zelf raden. Een spe- 
ciale voetschakelaar zou veel 
ellende kunnen voorkomen. 
Het toepassen van een gewo- 
ne voetschakelaar is minder 
eenvoudig dan het lijkt, omdat 
twee toetsen ingedrukt moe- 
ten worden. Om dat te realise- 
ren is naast een schakelaar 
ook een beetje elektronica no- 
dig. Voordat een muziekwinkel 
bezocht kan worden om een 
geschikte voetschakelaar te 
kopen, moet dus eerst de sol- 
deerbout van stal gehaald 
worden. Het schema laat zien 
hoe het een en ander elek- 
trisch in elkaar zit. 
De simulatie van de toetsaans- 
lagen komt voor rekening van 
een 4016, een CMOS-IC dat 
vier analoge schakelaars be- 
vat. Zodra de voetschakelaar 
bediend wordt, wordt konden- 
sator C3 opgeladen. Hierdoor 
sluit de analoge schakelaar 
IC1c. Dankzij de tijdkonstante 



0> 



ICla 



ï 



@™ 



IC1 = CD4016 
D1...D3 



IC1 




die bepaald is door R5 en C3 gesloten is, verschijnt via kon- 
blijft de schakelaar circa 1,5 densator C2 gedurende onge- 
sekonde gesloten. Zodra IC1c veer 1 sekonde een hoog nivo 



elektuur 7/8 93 



145 



op de stuur-ingangen van IC 1b 
en IC1d. Hierdoor sluiten zij en 
wordt indrukken van de eerste 
van de twee schakelaars na 
gebootst. Gelijktijdig wordt via 
R3 kondensator C1 geladen. 
Na een vertragingstijd van 
0,75 sekonden (deze wordt 
bepaald door R3 en C1} ver- 
schijnt een stuurpuls op de 
schakel-ingangen van IC 1a en 
IC1d. Hiermee wordt het in 
drukken van de tweede toets 
gesimuleerd. De schakelaars 
IC1a en IC1d openen weer, cir- 
ca 2 sekonden nadat de voet- 
schakelaar bekrachtigd is. 



Het verbinden van deze scha- 
keling met de proces-timer is 
eenvoudig mogelijk met een 
stukje vieraderige kabel. Op de 
foto die bij dit artikel is ge- 
plaatst, is te zien hoe de elek- 
trische verbindingen gemaakt 
moeten worden. Wordt de ex- 
tra elektronica niet gevoed 
vanuit de voeding die in de ti- 
mer aanwezig is, dan mag de 
extra massa verbinding niet 
vergeten worden. Eventueel 
kan de hele schakeling met be- 
hulp van een stekerverbinding 
met de timer verbonden wor- 
den. 




Handige knutselaars moeten 
zonder meer in staat zijn om 
de extra elektronica onder te 
brengen in de ruimte die nog 
vrij is in een kant en klare voet- 
schakelaar. De voedingsspan- 
ning kan in de praktijk direkt 
uit de proces-timer betrokken 
worden, de ruststroom be- 
draagt namelijk circa 1 jjA. Het 
zal duidelijk zijn dat hierdoor 
een aan/uit-schakelaar over- 
bodig is. 

(924062} 

ontwerp: M. Striewe (Duits- 
land) 



tip voor MAX 134 



De MAX135 van Maxim is een 
multimeter- frontend voor mi- 
croprocessor-systemen. Zoals 
het schema laat zien, zijn er 
relatief weinig komponenten 



nodig om het IC te laten funk- 
tioneren. Het is alleen verve 
lend dat voor de ingangsver- 
zwakker nog twee externe 
weerstanden nodig zijn (R5, 



R6) met een waarde die alleen 
in de E196-reeks voorkomt. 
Deze zijn lang niet altijd ge 
makkelijk per stuk te krijgen. 
Het is echter — als we toch 



©- 



ifï 

LJ iop 



I I 




RVI C2 
»~ H 301k \ — t II 1 

4n7 
| 35 In 1 12 



INT IN INT OUT 

FILTER AMP OUT 



OSC 1 

'..■SOURCE 



IC1 

MAX134 




FILTER AMP IN 
FILTER R OUT 

FILTER R IN 
DO 
Dl 
D2 
D3 
AO 
Al 
A3 

D GNO OUT 



EXT AC IN 
101 k 1M1 COM INLO 



22 11 




EXTERNAL 
AC DC 

OR 
RMS DC 



146 



een microprocessor gebruiken 
ook mogelijk om voor R5 en 
R6 ronde waarden te nemen 
(100 k en 1M), waarbij we 
uiteraard wel precisie-weer- 
standen moeten gebruiken. 
Dat levert een meetwaarde op 
met een kleine afwijking, die 
met de processor eenvoudig 
te korrigeren is. De korrektie- 
faktoren staan in de tabel aan- 
gegeven. Wanneer er in BCD 
wordt gerekend, zijn verme- 
nigvuldigingen eenvoudig uit 
te voeren met behulp van op- 
tellen, aftrekken en schuiven. 
Zelfs bij een Z80 op 2 MHz 
kost zo'n berekening dan maar 
ongeveer een millisekonde. 
Gezien de tijd tussen twee 
metingen (50 ms) blijft er dan 
nog een zee van tijd over om 
andere dingen te doen. 
Als het meetapparaat eerst di- 
gitaal gekalibreerd moet wor- 
den, dan kan de korrektie van 
de door R5 en R6 veroorzaak- 
te fout worden weggelaten. 
Dat wordt dan automatisch bij 
het kalibreren meegenomen. 
Het IC levert de meetwaarde 
af in two's komplement met 
een resolutie van 20000 
counts. Om afrondingsfouten 
te voorkomen is het aan te be- 
velen om tijdens het rekenen 
in BCD aan de minst- 
signifikante zijde een zesde cij- 
fer toe te voegen en het resul- 
taat pas op het laatst af te ron- 
den op vijf cijfers. 

(924027) 

idee: W. Neff {Duitstand) 

elektuur 7/8-93 




frekwentie-probe 



Met deze probe is het mogelijk 
om te "luisteren" naar de 
snelheid van uw computer. 
Ook bij andere digitale schake- 
lingen kan de probe goede 
diensten bewijzen, want hij 
maakt hoge frekwenties hoor- 
baar. Op deze wijze kunnen 
signalen goed worden ge- 
volgd. 

De hele schakeling bestaat uit 
slechts enkele komponenten. 
Een IC van het type HCT4040, 
een 12-bits teller, dient hier als 
"frekwentiedetektor". Het in 
een computer of een digitale 
schakeling gemeten signaal 
wordt door 1024 gedeeld en 
komt dan op uitgang G9 naar 
buiten. Met dit signaal wordt 
een transistor gestuurd die op 
zijn beurt een piëzo-luidspre- 
kertje of -buzzer {geen gelijk- 



stroom-zoemer!) aan en uit 
schakelt. De deelfrekwentie is 
zodanig gekozen dat mega- 
hertzen naar kilohertzen wor- 
den getransformeerd. Een 



klokfrekwentie van 8 MHz van 
een XT-computer zal daardoor 
als een schrille 8-kHz-toon 
hoorbaar worden. Bij hogere 
frekwenties dan 10 MHz kan 



O-GEEP*^ 







©■ 



CTH12 



74HC 
4040 



CT=0 




~©5V 



BC547 



924064 - 11 



-® 



men uitgang Q10 {pen 15) of 
Q11 {pen 1) met de transistor 
verbinden, waardoor een deel- 
faktor van respektievelijk 
2048 of 4096 verkregen 
wordt. Met een HCT-IC ligt de 
meetgrens bij enkele tientallen 
MHz. Bij klokfrekwenties on- 
der 4 MHz kan ook een gewo- 
ne 4040 worden toegepast. 
Dit heeft als voordeel dat de 
voedingsspanning niet precies 
5 V hoeft te zijn. 
De voedingsaansluitingen en 
de meet-probes kunt u het 
beste maken van soepele 
stukken draad met daaraan 
krokodilleklemmen. 

(924064) 

ontwerp: Amrit Bir Tiwana (In- 
dia)